De wereld kent Iris Murdoch (1919-1999) vooral als romanschrijfster. De krant The Times zette haar ooit op de twaalfde plaats in de lijst van de vijftig belangrijkste naoorlogse Britse auteurs. In 1978 kreeg ze voor De zee, de zee de prestigieuze Booker Prize. Met haar romans, waarin ze expliciet vragen stelt over goed en kwaad, over de complexiteit van erotiek en seksualiteit en over de kracht van het onbewuste, introduceerde ze opnieuw een morele ernst in de Engelse literatuur. Het grote publiek leerde haar kennen via de film Iris (2001) - gebaseerd op de gelijknamige memoires die haar man, John Bayley, in 1998 schreef - waarin Kate Winslet en Judi Dench haar vertolken respectievelijk als jonge en als oude vrouw. Murdoch overleed in 1999, nadat er enkele jaren eerder bij haar alzheimer was vastgesteld. Haar biografie door Peter J. Conradi zorgde in 2001 voor enige ophef door details over haar promiscue liefdesleven en haar relaties met zowel mannen als vrouwen. Het belang van vriendschappen en liefdesrelaties blijkt ook uit haar uitgebreide briefwisseling.
...

De wereld kent Iris Murdoch (1919-1999) vooral als romanschrijfster. De krant The Times zette haar ooit op de twaalfde plaats in de lijst van de vijftig belangrijkste naoorlogse Britse auteurs. In 1978 kreeg ze voor De zee, de zee de prestigieuze Booker Prize. Met haar romans, waarin ze expliciet vragen stelt over goed en kwaad, over de complexiteit van erotiek en seksualiteit en over de kracht van het onbewuste, introduceerde ze opnieuw een morele ernst in de Engelse literatuur. Het grote publiek leerde haar kennen via de film Iris (2001) - gebaseerd op de gelijknamige memoires die haar man, John Bayley, in 1998 schreef - waarin Kate Winslet en Judi Dench haar vertolken respectievelijk als jonge en als oude vrouw. Murdoch overleed in 1999, nadat er enkele jaren eerder bij haar alzheimer was vastgesteld. Haar biografie door Peter J. Conradi zorgde in 2001 voor enige ophef door details over haar promiscue liefdesleven en haar relaties met zowel mannen als vrouwen. Het belang van vriendschappen en liefdesrelaties blijkt ook uit haar uitgebreide briefwisseling. Maar daarnaast was Murdoch een gedreven en gewaardeerde filosofe. De belangstelling voor haar denken, dat altijd in de schaduw van haar romans stond, is de voorbije decennia toegenomen en heeft door de recente herdenking van haar honderdste geboortedag nog een stevige boost gekregen. Filosofe Katrien Schaubroeck, docente ethiek en hedendaagse analytische wijsbegeerte aan de Universiteit Antwerpen, schreef met Een filosofie van de liefde een heldere en stimulerende inleiding tot Murdochs gedachtegoed. Hoe heeft Iris Murdoch uw pad gekruist? Als romanschrijfster of als filosofe? Katrien Schaubroeck: In tegenstelling tot de meesten ben ik Murdoch eerst als filosofe op het spoor gekomen. Pas nu leer ik haar beter kennen als romanschrijfster. Ik had haar lang geleden gelezen toen ik onderzoek deed naar de filosofie van Martha Nussbaum, die door Murdoch is beïnvloed. Ik heb Murdoch zelfs geciteerd in het eerste artikel dat ik publiceerde, maar dat was ik vergeten. Toen ik mijn proefschrift over 'de liefde' schreef, ben ik opnieuw op haar werk gestoten. De loving gaze, de liefhebbende blik, is een sleutelbegrip in Murdochs filosofie. Nu ben ik haar brieven aan het lezen. Murdoch was een passionele briefschrijfster. Ze schreef iedere middag. Erg mooie brieven trouwens. Heel beeldend. Hoewel zijzelf haar filosofische en haar literaire werk strikt gescheiden hield, vind ik dat haar literaire kwaliteiten duidelijk aanwezig zijn in haar filosofische geschriften. Is haar filosofische werk zo lang vrijwel onbekend gebleven omdat ze een vrouw was? Het academische denken is lange tijd uitsluitend mannenwerk geweest. Schaubroeck: Dat heeft zeker een rol gespeeld. Zowel het docenten- als het studentencorps van het departement filosofie is traditioneel erg mannelijk, al is daarin duidelijk verandering aan het komen. Vrouwen zijn lang actief geweerd uit de academie, en dat laat sporen na. Zeker in een canongebaseerde discipline als filosofie merk je dat theorieën die door mannen verdedigd werden sterk in de belangstelling blijven. Deels omdat aan de canon niet getornd mag worden, deels omdat die invalshoeken en interesses voor veel mannen heel herkenbaar blijven. Daardoor is een paradigma ontstaan dat in- en uitsluit. De selecties die de geschiedenis heeft gemaakt, zijn niet neutraal. Zo wordt het niet-westerse denken nog heel vaak buiten de filosofie gehouden. Dat is ook gebeurd met vrouwelijke filosofen. Er is nu een inhaalmanoeuvre bezig, vooral bij jonge mensen. Ik merk uit eigen ervaring dat studenten willen weten wat er naast de traditionele filosofische canon nog allemaal gedacht wordt. Ook een beweging als Black Lives Matter heeft veel impact op de jongeren. Onlangs verscheen een bloemlezing onder de titel The Philosopher Queens: The Lives and Legacies of Philosophy's Unsung Women met uitsluitend werk van vrouwelijke filosofen, van de Romeinse wiskundige Hypatia uit de vierde eeuw tot de zwarte Amerikaanse feministische filosofe Angela Davis. Wellicht geen toeval dat dat nu gebeurt? Schaubroeck: Nee, en het is evenmin toevallig dat die bloemlezing door studenten filosofie is samengesteld. Ze bevat niet alleen vrouwelijke filosofen met een kleur, maar ook een aantal vrouwen uit niet-westerse filosofische tradities. Vrouwen leggen andere accenten dan mannen. Onderwerpen als gender, zorg, gezin, ouderschap en ecologie duiken vaker op in geschriften van vrouwelijke filosofen. Daarnaast zijn er natuurlijk ook veel vrouwelijke filosofen die zich met de meer klassieke domeinen, zoals wetenschapsfilosofie of kunstfilosofie, bezighouden. Zelf ben ik niet begonnen als een feministische filosofe, maar op een bepaald ogenblik constateer je wel een probleem. Vanaf volgend jaar ga ik een cursus feministische filosofie doceren. Hoe situeert u Murdoch binnen het feminisme? Schaubroeck: Murdoch was geen feministe. Ze wilde niet werken met die onderscheidingen en zocht vooral naar het gemeenschappelijke tussen mensen. Ik zou haar filosofie dan ook niet onmiddellijk als vrouwelijk willen omschrijven. Maar ze had wel veel vrouwelijke filosofen als vrienden. Murdoch was tijdens en na de Tweede Wereldoorlog lid van een beroemd clubje vrouwelijke filosofen aan de universiteit van Oxford waartoe ook Elizabeth Anscombe, Philippa Foot en Mary Midgley behoorden. Sommigen noemen het zelfs de enige vrouwelijke school die de filosofie gekend heeft. De afwezigheid van mannen vanwege de dienstplicht maakte die golden age of female philosophy in Oxford mogelijk. De belangstelling voor die unieke generatie neemt duidelijk toe. Ze lazen en becommentarieerden elkaars werken. Ze steunden elkaar. Op die vrouwelijke context ben ik weleens jaloers. Het is van groot belang om strategieën te ontwikkelen om tot een permanente gendergelijkheid in de filosofie te komen. Murdoch begon te publiceren na de Tweede Wereldoorlog. In welke mate is haar denken beïnvloed door de oorlog en door de naoorlogse intellectuele en filosofische context? Schaubroeck: Haar filosofie is fundamenteel een reactie op het moreel relativisme dat ze aantrof in het werk van iemand als Jean-Paul Sartre. Ze had veel bewondering voor de Franse filosoof. Ze heeft hem in Brussel ontmoet en haar eerste boek aan hem gewijd. Maar in tegenstelling tot Sartre gelooft zij dat er wel zoiets bestaat als een goede en een slechte levenswijze. Voor Sartre is het slechts een kwestie van een bewuste keuze maken en dan leven met alle consequenties van die keuze. Voor Murdoch bestaat het Goede, mét hoofdletter. Voor de existentialisten is dat te speculatief, te magisch. Murdoch vult het Goede niet in, maar het bestaat voor haar wel degelijk. Haar werk is ook een reactie op de behavioristen. Die gaan ervan uit dat je alleen maar gedrag kunt beoordelen, omdat dat het enige is wat zichtbaar is. Wat er zich in het hoofd van iemand afspeelt, kun je nooit te weten komen. Het innerlijke is een soort black box. Je ziet alleen wat eruit komt in concreet gedrag en alleen dat kun je beoordelen. Voor Murdoch gaat het net om de innerlijke activiteit. Ze verwijt aan het moderne denken, van Immanuel Kant tot Jean-Paul Sartre, 'het innerlijke leven' of 'de ziel' te hebben gedood. Dat is ongetwijfeld een andere reden voor de relatieve onbekendheid van haar filosofische werk: ze ging radicaal in tegen de hoofdstromingen van haar tijd. Op een ogenblik dat alle morele zekerheden in twijfel getrokken werden, bleef zij werken met een begrip als het Goede. Is die kritiek op het moderne denken een van de redenen waarom Murdoch opnieuw aansluiting zoekt bij de filosofie van Plato? Schaubroeck: Murdochs positie is die van het moreel realisme. Voor haar is de werkelijkheid niet vrij van waarden. Waarden zijn even echt als feiten. Murdochs moraalfilosofie is fundamenteel gebaseerd op de mogelijkheid om anders naar de wereld te kijken. Daarvoor keert ze inderdaad terug naar Plato en naar diens allegorie van de grot, die zij op een heel interessante manier interpreteert. Wat de mensen als de werkelijkheid denken te zien, zijn slechts schaduwen van voorwerpen die door het vuur achter de mensen op de wanden van de grot geworpen worden. Het besef dat wat we op de muur zien niet echt is, maar de schaduw die het vuur werpt, is een belangrijk inzicht. Daarvoor moet de mens zich omkeren en in het vuur kijken, en dat is een pijnlijk proces. Het is het bewustzijn dat wat we zien bepaald is door de structuren van ons eigen denken. Het vuur interpreteert Murdoch als het bewustzijn, het Vernunft, het ego... Volgens haar zijn veel filosofen en denkers hier blijven hangen. Bij het 'dikke ik'. Daarom liep ze ook niet zo hoog op met psychoanalyse en psychotherapie: hoe intelligent ook, het blijft een concentratie op het ik, op de binnenwereld, op het vuur, om het beeld van Plato te gebruiken. Maar er is nog een andere lichtbron, buiten de grot, de zon, en daar gaat het Murdoch en Plato uiteindelijk om. Zolang we bij het vuur blijven, blijven we de gevangene van ons ik en van onze subjectiviteit. Het is de zon die ons weghaalt van ons 'ik' en ons de werkelijkheid laat zien 'zoals ze is'. Pas dan zijn we volledig uit de grot. Het zelfonderzoek heeft zijn waarde, maar er zijn ook grenzen aan. De invloed van het boeddhisme en ook van de westerse mystiek op Murdochs denken is hier duidelijk voelbaar. Pas de 'ontzelving' maakt een liefdevolle en belangeloze blik op de werkelijkheid mogelijk. Die liefde werkt bevrijdend. Klinkt dat niet snel wat sentimenteel en zweverig? Schaubroeck: Toch is het heel concreet en verre van eenvoudig. De wereld bestaat objectief. Dat is minder evident dan het lijkt. Voor Murdoch is de mens van nature egoïstisch. Dat is zijn gevangenis, maar het is wel zijn gevangenis. Het is vertrouwd terrein. Plato begreep heel goed dat het opgeven van onze blik - ook al is het een blik in gevangenschap - een pijnlijke proces is dat tijd vraagt. Op een niet-prekerige en niet-moraliserende manier roept Murdoch ons op om open te staan voor de werkelijkheid zoals ze is. Bijvoorbeeld openstaan voor de klachten over racisme en seksisme. Die openheid is nog steeds een probleem. Heel veel mensen nemen racisme en seksisme nog steeds niet ernstig. Murdoch schrijft ergens: 'Liefde is het uiterst moeilijke besef dat iets anders dan jezelf echt is.' Liefdevol en aandachtig kijken is wat de moraal van je vraagt. Hoe dat concreet kan, maakt ze in een van haar werken duidelijk met een alledaags maar zeer verhelderend voorbeeld. Het is een bekende passage geworden. Murdoch beschrijft een vrouw die vijandig staat tegenover haar schoondochter, die ze onvoldoende verfijnd, vulgair en wat kinderachtig vindt. Toch gedraagt ze zich altijd heel correct tegenover haar schoondochter. Ze handelt niet naar haar negatieve gedachten. Alles wat dan volgt, speelt zich af in het bewustzijn van de moeder. Ze beslist op bepaald moment dat ze haar jaloezie onder ogen moet zien. Ze wil niet langer de gevangene zijn van haar eigen vooroordelen. Zorgvuldig en zo onpartijdig mogelijk werpt ze een nieuwe blik op haar schoondochter en ziet dan een eenvoudig, spontaan en vrolijk meisje. Dat in contact komen met de wereld buiten ons, buiten onze vooroordelen en representaties, buiten onze grot dus, is een levenslang proces van groei naar morele perfectie. Murdoch brengt de idealen terug in ons leven. Haar filosofie vraagt ons om te groeien en onszelf te verbeteren. Goedheid is verbonden met het besef van onze sterfelijkheid en dus met nederigheid. Om het met haar woorden te zeggen: 'Omdat de nederige man zichzelf als niets ziet, kan hij andere dingen zien zoals ze zijn.' We leven in een tijd die om ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen schreeuwt. Kunnen we iets met Murdochs notie van een individuele innerlijke groei? Zit de ethische dynamiek op dit ogenblik niet veel meer in de collectieve sociale actie? Schaubroeck: Er is Murdoch wel eens verweten, onder andere door Martha Nussbaum, dat ze te weinig met politiek bezig was. Het is juist dat Murdoch in tegenstelling tot een filosofe als Hannah Arendt, die al enkele decennia erg populair is, geen samenlevingsdenken heeft ontwikkeld. Murdoch concentreert zich op de individuele mogelijkheid om op een andere manier naar de wereld te kijken als een voorwaarde voor moreel handelen. Liefde is een individuele attitude. Voor Murdoch is morele vooruitgang een kwestie van zelfverbetering om zo onrechtstreeks de wereld te veranderen. Ze geeft de ethiek geen activistische invulling, zoals dat op dit ogenblik veel gebeurt, maar een spirituele. Ik denk dat beide invullingen nodig zijn en elkaar niet in de weg hoeven te zitten. De jonge Britse spokenwordartieste Kae Tempest heeft het expliciet over 'radicale empathie'. Tempest stelt dat als haar empathie niet op alles en iedereen gericht is, ook en vooral op mensen met ideeën en waarden die ze zelf niet deelt, haar empathie eigenlijk op niets gericht is. Schaubroeck: Onze moderne moraal is gebaseerd op respect en tolerantie. We laten elkaar met rust. De liefdevolle blik van Murdoch daarentegen heeft te maken met actieve interesse, met welwillendheid, met elkaar zo gunstig en zo positief mogelijk bekijken. Die innerlijke groei heeft natuurlijk consequenties op de kwaliteit van het handelen. In die zin levert Murdochs filosofie weerwerk tegen de cynische en ironische levenshouding die onze tijd kenmerkt. Ik denk dat haar oproep tot morele zelfverbetering als een opstap naar het verbeteren van de wereld wel degelijk aanslaat bij jonge mensen, denk maar aan bewegingen als #MeToo, Black Lives Matter en de klimaatbeweging. Murdochs begrip van liefde heeft te maken met verantwoordelijkheid en zorg voor de concrete andere en voor de werkelijkheid als geheel. Het is veel rijker dan de verlichtingsattitude van respect, of op z'n minst dan de manier waarop die attitude doorgaans wordt begrepen. Respect wijst dan vooral op dingen die je niet mag doen: je mag niet liegen, je mag niet manipuleren, niet beledigen, niet doden. Het goede leven vraagt een inspanning om bepaalde dingen wel te doen. Sommige filosofen vatten die opdracht zoals Tempest samen in de oproep tot empathie. Murdoch spreekt liever over liefde, maar er zijn zeker gelijkenissen. Voor Murdoch kunnen de kunsten, de literatuur, de schilderkunst, de muziek een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van de 'ontzelving' en dus van het goede leven. Hoe ziet ze dat precies? Schaubroeck: In haar denken vertrekt Murdoch steeds vanuit de concrete menselijke ervaring. Ze verwijst in haar geschriften even vaak naar levenservaringen van gewone mensen als naar filosofische teksten. Vandaar haar grote belangstelling voor het werk van Lev Tolstoj, die trouwens het specialisme was van haar man, literatuurprofessor John Bayley. Tolstoj beschrijft mensen, hun karakters, hun keuzes in concrete omstandigheden. Sartre en Albert Camus beschrijven abstracte subjecten in hun pure existentie. Daar had Murdoch niet veel mee. Het ging haar om hoe verschillende individuen in elkaars levens verstrikt raken en binnen dat netwerk van relaties morele keuzes moeten maken. Dat is trouwens ook wat er in haar romans gebeurt. Het lezen van literatuur haalt ons uit onze eigen bekommernissen en zorgt ervoor dat we opgeslorpt raken door de wereld. Ze maakt een onderscheid tussen kunst die onze 'fantasie' bevredigt en kunst die onze 'verbeelding' stimuleert. In het eerste geval blijven we binnen de cirkel van onszelf, in het tweede geval komen we in contact met de wereld en met andere levens. Het gaat haar natuurlijk om die tweede dimensie. Maar niet alleen de kunst biedt een weg naar morele verandering, dat doet ook religie, of de natuur. Murdoch hield erg veel van zwemmen. Tijdens het zwemmen ben je volledig overgeleverd aan de werkelijkheid. Je bent volledig opgenomen in het water. Je vindt die heel concrete liefde voor de natuur ook terug in de gevangenisbrieven van Rosa Luxemburg. Belangeloos aandacht schenken aan wat de natuur te bieden heeft, een simpele wandeling in het bos, is een oefening in leren liefhebben en dus een oefening in morele zelfverbetering. Zo simpel kan het soms zijn.