Dichter Jens Meijen houdt het werelds: ‘Poëzie is als een scherpe naald’

© Debby Termonia

Nee, de poëzie is niet dood, en zondagmiddagvertier is ze al evenmin. Dat bewijst Jens Meijen, die in zijn gedichten een pregnant beeld geeft van onze tijd en daar lof mee oogst.

Ik schrijf niet uit engagement, wel als remedie tegen de wereld’, zegt Jens Meijen (24). Wanneer je zijn met de C. Buddingh’-prijs bekroonde bundel Xenomorf gelezen hebt, besef je dat die remedie ook broodnodig is. Meijen schrijft niet over zijn diepste zielenroerselen maar over de wereld, en hoe die een steeds onaangenamer oord wordt. Het klimaat warmt op, volksverhuizingen komen op gang en mensen verzinken in vertwijfeling. Ze vrezen voor hun thuis, voor hun veiligheid en hun identiteit, waardoor angst, woede en betekenisverlies over de pagina’s van Xenomorf gutsen. Hij schrijft hoogst relevante poëzie, ongewone poëzie misschien ook wel, maar zeker geen onopgemerkte poëzie. Want ook al is Xenomorf zijn eerste bundel, hij staat wel bij ongeveer iedere poëzieliefhebber in de kast.

Ik heb van de romantische dichters geleerd dat je niet alles vanuit je eigen tijdgeest moet bekijken.

‘Nee, het is geen engagement, ‘ herhaalt hij, ‘mijn bundel is een weergave van de realiteit, een observatie. Ik wil geen oplossingen bieden, maar pijnpunten aanwijzen. Ik kijk gewoon graag verder dan mijn achtertuin. Neem nu de klimaatverandering. Het is half november en we kunnen haast buiten zitten in T-shirt. Toch tof, denken sommigen dan. Maar wat mij verontrust, is dat het over twintig jaar gloeiend heet zal zijn als het zo blijft doorgaan. Die langetermijnvisie ontbreekt bij veel mensen en politieke organisaties. Er is heel veel kortzichtigheid. Het gekke is dat wanneer ik dat zeg, mensen daar vrij agressief tegen ingaan. Hoe komt het dat ze de op wetenschap gebaseerde feiten weigeren te aanvaarden om hun eigen, foute wereldbeeld overeind te houden, vraag ik me dan af. Hoe is het vermogen tot kritische zelfreflectie zo afgestompt geraakt?’

In 2016 was u de eerste Jonge Dichter des Vaderlands. Heeft dat u gevormd?

Jens Meijen: Zeker, omdat je als Jonge dichter des Vaderlands niet verondersteld wordt in je eigen psyche te gaan zitten wroeten. Je moet over de wereld schrijven. Ik ben toen gaan nadenken over wat poëzie kan doen. Mijn conclusie was dat poëzie een grote impact kan hebben op individuele personen. Je zou poëzie kunnen vergelijken met een scherpe naald, terwijl proza eerder een schep is. Ze kan bij individuele personen heel ver doordringen en echt life changing zijn. Ik vind dat heel mooi. Aan de bundel Xenomorf is achteraf bijna niets veranderd. Ik wilde dat het een rechtstreekse visie zou zijn. Mijn vader zegt vaak dat je niet iedereen tevreden kunt stellen. Bij poëzie is dat nog veel meer zo. Er zullen altijd mensen zijn die je poëzie maar niets vinden. Waarom zou je je dan proberen aan te passen? Dan kan ik maar beter mijn echte ik zijn en doen wat er in mijn hoofd zit, toch? Mijn poëzie rijmt bijvoorbeeld niet. Dat is nu zo, en dat was altijd zo. Ik kreeg daar als Jonge dichter des Vaderlands weleens opmerkingen over, van mensen die wellicht iets verwachtten in de zin van Alice Nahons ”t Is goed in ’t eigen hert te kijken/ Nog even voor het slapen gaan/ Of ik van dageraad tot avond/ Geen enkel hert heb zeer gedaan.’ Wat een boomer-verwachtingen. Daar ging ik nooit op in. Wanneer ik iets lees, wil ik verrast worden en de poëzie die ik schrijf, wil ook verrassen. Ze moet ritmisch en muzikaal zijn en zich niet in de dwangbuis van de rijmelarij laten dwingen. Wellicht wijst dat ook op het generatieconflict van vandaag.

Hoezo?

Meijen: Op TikTok zie je vandaag veel memes zoals: ‘Sluit de ouderen op en laat ons buiten, want we hebben al genoeg afgezien.’ Jongeren krijgen de hele tijd de schuld voor de verspreiding van corona, waardoor de maatregelen voor iedereen strenger zijn geworden. En dat terwijl heel veel jongeren zich juist wel aan de maatregelen houden, en hier even verderop zes oude mannen geregeld pinten zitten te drinken op een bankje. Oké, het is een cliché, en bepaalde groepen beschuldigen leidt tot niets, maar ik merk dat er een conflict is ontstaan tussen jongeren en ouderen omdat die jongeren vinden dat ze opgroeien in een economie die kreupel loopt en waarvan de vorige generaties de vruchten hebben geplukt. Zíj hebben het klimaat naar de zak geholpen, en de jongere generatie mag het nu oplossen. En als ze dan op straat komen in klimaatmarsen of Black Lives Matter-betogingen, krijgen ze alleen maar smeerlapperij naar het hoofd gegooid.

Ook Herman Gorter en Percy Bysshe Shelley schreven poëzie over de wereld en werden daarbij weleens kwaad. Voelt u zich verwant aan die romantici?

Meijen: In mijn bundel staan vrij veel verwijzingen naar die romantische poëzie. Je zou mijn poëzie zelfs als een antwoord op de romantiek kunnen zien. Enerzijds worden we geconfronteerd met de klimaatverandering die het einde van de toekomst inluidt, anderzijds met concepten als eeuwige liefde en schoonheid. Ik wilde de spanning tussen die eindigheid en oneindigheid exploreren. Ik las de romantische poëzie tijdens mijn opleiding taal- en letterkunde, en ik vond het zwaar om me erdoorheen te worstelen. Maar nu besef ik wel waar die dichters naartoe wilden. Ik heb van hen geleerd dat je niet alles moet bekijken vanuit je eigen tijdgeest. TikTok en Snapchat zijn misschien hip, maar uiteindelijk wil je bezig zijn met de dingen die ertoe doen, zoals gemeenschap, identiteit en de toekomst. Zij bepalen wat een mens is.

Jens Meijen, Xenomorf, De Bezige Bij, 96 blz., 19,99 euro.
Jens Meijen, Xenomorf, De Bezige Bij, 96 blz., 19,99 euro.

Vorige week zei uw collega Charlotte Van den Broeck op de radio dat poëzie schrijven een vorm van rebellie is omdat poëzie onbeslist is en niet op zoek gaat naar vastgelegde betekenissen of eenduidige richtlijnen. ‘Poëzie,’ voegde ze er nog aan toe, ‘is bij uitstek een manier om te twijfelen.’ Mee eens?

Meijen: Helemaal. Ik werk aan een doctoraat over nationalisme en populisme. Populisten kiezen heel erg voor eenduidige betekenissen, terwijl poëzie exact het tegenovergestelde wil. Er is dus geen beter wapen tegen populisme dan poëzie. Wellicht ook daarom dat populisten poëzie zo’n pietluttige bezigheid vinden. Poëzie viert de onkenbaarheid van de wereld. Veel mensen worden kwaad als ze iets niet begrijpen. Ik vind dat een rare reactie. Wanneer ik iets niet begrijp, vertrouw ik erop dat anderen het wel begrijpen, en dat is genoeg voor mij. Maar blijkbaar is dat zeldzaam geworden, afgaand op de wijze waarop wetenschap vandaag in twijfel wordt getrokken.

Boosheid is onze basisemotie geworden?

Meijen: Die vloeit voort uit een gevoel van vernedering en minderwaardigheid, en populisten spelen daar graag op in, bijvoorbeeld door de incompetente zakkenvullers van politici af te zetten tegen de eerlijke en veel te zwaar belaste burgers. Mensen voelen zich dan machteloos en worden kwaad. Alleen worden ze kwaad op de verkeerde mensen, op degenen die nog minder hebben dan zij, zoals migranten. Terwijl ze boos zouden moeten worden op degenen die het bestaande systeem in stand houden. En van boosheid komen beschuldigingen. De verspreiding van corona was de schuld van Brussel, van die Antwerpse dikkenekken en van de Turkse gemeenschap in Heusden-Zolder. Ik kom uit Beringen. Mijn oom werkte in de mijn. Hij heeft er zelfs een deel van zijn pink verloren. Je kunt die man niet met de vinger wijzen omdat hij het goedje bovenspitte dat tot de klimaatwijziging heeft geleid. Hij deed dat om zijn gezin te voeden. Het is zo makkelijk om schuldigen te vinden, maar wat helpt het je verder? Je kunt beter naar een oplossing zoeken.

Angst is ook een belangrijk thema in uw bundel en in onze wereld.

Meijen: Angst om iets te verliezen, inderdaad, zoals een heldere identiteit. Veel mensen identificeren zich als blank, hetero, iemand die vlees eet, van Zwarte Piet houdt en ga zo maar door. Ik snap dat het fijn is om daar je identiteit aan op te hangen, en een helder beeld te hebben van jezelf, maar de jongere generaties gaan daar veel meer fluïde mee om. Gender is een stuk meer fluïde geworden, bijvoorbeeld, en daar verliest niemand iets mee, ook de hetero niet. En toch roept dat veel woede op, wellicht uit angst om de eigen identiteit verloren te zien gaan. Stel dat ik hier een extreme uitspraak doe over Zwarte Piet, dan krijg ik doodsbedreigingen. Ik vind het hallucinant dat mensen daar zo veel waarde aan hechten. Terwijl het inclusief maken van een samenleving alleen maar tot meer gelukkige mensen leidt.

Hoe lost u dat op?

Meijen: Door houvast te bieden, wat in een wereld waarin alles op losse schroeven lijkt te staan natuurlijk niet makkelijk is. Bijna alle nationale identiteiten spruiten voort uit een verhaal over waar we vandaan komen, waar we nu zijn en waar we naartoe gaan. De westerse politiek faalt al heel lang wat dat betreft. Francis Fukuyama’s The End of History vierde de overwinning van het westerse liberalisme op het communisme, maar die overwinning heeft een paar funeste gevolgen gehad. Het wegvallen van de communistische vijand zorgde ervoor dat het verhaal van een gemeenschappelijke westerse identiteit ter discussie kwam te staan. Opeens bleek er toch wel een grote kloof te gapen tussen de manier waarop Amerika dingen deed en de Europese kijk op de wereldpolitiek. Er was de oorlog in Irak, de burgeroorlog in ex-Joegoslavië, de financiële crisis, de vluchtelingencrisis. Neem die crises allemaal samen en je zit met een enorme ondergraving van het gedeelde verhaal. We varen geen gemeenschappelijke koers meer, we gaan op zoek naar een eigen identiteit, en die creëer je steeds door de tegenstelling met de ander scherp te stellen, bijvoorbeeld met migranten of transgenders. Vandaar dat Hongarije een wet tegen transgenders goedkeurt en meer geboortes voor etnische Hongaren wil. Dat vormt een identiteit en creëert een gevoel van stabiliteit. Er wordt gepolariseerd en gesegregeerd, en je krijgt afgesloten bubbels waarvan de leden geen contact meer hebben met mensen uit andere bubbels. Het is echt iets van deze tijd.

Jonge mensen zijn in paniek. De existentiële crisis draait rond de vraag of er in de toekomst überhaupt nog een existentie zal zijn.

Maar Europa probeert toch tegengas te geven?

Meijen: Europa probeert inderdaad een gemeenschappelijk verhaal te vertellen, over liberale democratie, gelijkheid en pluralisme, maar dat slaat absoluut niet aan. Mensen willen zich ergens thuis voelen en daarbij anderen uitsluiten. Wellicht is het eigen aan de mens. Ik weet niet of er een oplossing is, maar de abstracte waarden die Europa naar voren schuift, lijken niet aan te slaan.

In het voorjaar komt uw eerste roman uit, De lichtjaren, waarin de vraag centraal staat of het verantwoord is om kinderen op deze wereld te zetten. Een persoonlijke bezorgdheid?

Meijen: Ook in die roman speelt de klimaatverandering een grote rol. Hij speelt in de nabije toekomst. De armen van het zuiden zijn naar hier gekomen, de rijken van hier zijn naar het noorden vertrokken. Wat achterblijft, is een land vol spooksteden. Wil ik daar kinderen in grootbrengen? Dat was inderdaad een persoonlijke vraag. Ik twijfelde toen ik aan het boek begon. Al die woede en angst wil je toch geen kind aandoen? En toen de roman klaar was, had ik een antwoord: nee, eigenlijk niet. Ik wil niet dat het nog erger wordt.

Uw boek speelt in de nabije toekomst. Recent zijn er nog boeken verschenen met een soortgelijke thematiek, van Emy Koopman, Ewoud Kieft en Henk van der Waal, bijvoorbeeld. Er leeft duidelijk iets.

Meijen: Natuurlijk, jonge mensen zijn in paniek. De existentiële crisis van de eenentwintigste eeuw draait rond de vraag of er in de toekomst überhaupt nog een existentie zal zijn. Er worden ongetwijfeld veel ongegronde dingen over geschreven. Het lijkt het ideale onderwerp om doembeelden over te verspreiden, maar dat wilde ik niet doen. De mensen in mijn roman zijn gelukkig. Ze passen zich aan, en dat is ook de reden waarom we als mens zo ver zijn gekomen. Er zijn Inuit, maar ook woestijnnomaden. Ik zie het een andere aap niet meteen doen. De mens is op zo veel manieren een wonderlijk wezen. Hij heeft zo veel mooie dingen gemaakt, en ook zo veel afschuwelijke.

En misschien kan het eerste niet zonder het tweede? Heeft het verlichtingsdenken ons bijvoorbeeld niet alleen welvaart en luxe gebracht, maar ook de klimaatcrisis?

Meijen: Net zoals het verlichtingsdenken geleid heeft tot een bijna mathematisch uitgevoerde genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar volgens mij was die niet noodzakelijk. Daar is nog altijd wel een keuze voor gemaakt. Zo ook kunnen we ervoor kiezen om de planeet in de toekomst minder te belasten.

Hebben we op het moment dat we die keuze moeten maken meer aan een dichter dan aan een klimaatwetenschapper?

Meijen: Verbeelding kan het verschil maken. De klimaatwetenschapper komt op een internationaal congres, presenteert zijn powerpoint en toont dat het de komende dertig jaar twee graden warmer zal worden. Zijn collega’s in de zaal gaan nadien naar huis en leggen dat uit tijdens het journaal of in de krant. Ik vind dat allemaal weinig tastbaar. Je hebt iemand nodig die de gevolgen ervan in woorden en beelden kan gieten waardoor de lezer de gevolgen zelf kan meemaken, alsof hij in die wereld zat. Verbeelding kan de feiten overbrengen, maar ook de ervaring. Ik wilde dat mijn lezers zouden aanvoelen wat het betekent om geconfronteerd te worden met een beleid dat je belangen straal negeert. We kennen de feiten en reageren er niet op. Misschien kan de verbeelding wel tot een reactie leiden?

Jens Meijen

– 1996: geboren in Paal-Beringen

– 2013-2016: studeert taal- en letterkunde (KU Leuven), master in westerse literatuur, literatuurwetenschappen en Europese studies

– 2016: eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België

– 2019: Debuteert met de bundel Xenomorf, schrijft voor Humo, De Morgen en DW B.

– 2020: Xenomorf wordt bekroond met de C. Buddingh’-prijs

– 2021: publiceert zijn eerst roman, De lichtjaren

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content