In de herfst van 2013 kreeg Andras Forgach telefoon van een kennis uit zijn jeugd. Bij opzoekingswerk in de archieven van de Hongaarse geheime dienst in Boedapest had hij ontdekt dat een van Forgachs familieleden tijdens het communisme jarenlang als informant voor de geheime dienst had gewerkt. 'Hij noemde geen namen', zegt Forgach. 'Maar ik voelde instinctief over wie het ging.'
...

In de herfst van 2013 kreeg Andras Forgach telefoon van een kennis uit zijn jeugd. Bij opzoekingswerk in de archieven van de Hongaarse geheime dienst in Boedapest had hij ontdekt dat een van Forgachs familieleden tijdens het communisme jarenlang als informant voor de geheime dienst had gewerkt. 'Hij noemde geen namen', zegt Forgach. 'Maar ik voelde instinctief over wie het ging.' Hij en de man spraken af in een koffiehuis, waar het vermoeden van de schrijver werd bevestigd: zijn in 1985 overleden moeder Bruria Avi-Shaul had een dubbelleven geleid. Was dat een schok? Andras Forgach: Ja en nee. In dat café viel het laatste stuk van de puzzel op zijn plaats. Plots begreep ik waarom mijn moeder zich soms zo bizar had gedragen. Haar foute keuzes kregen betekenis. Veel vragen kregen een antwoord. Na de val van de Muur in 1989 werd in Duitsland de Gauck-Behörde opgericht, een soort waarheidscommissie belast met het beheer, onderzoek en openbaar maken van de Oost-Duitse Stasi-archieven. Is er in Hongarije nooit een soortgelijk initiatief geweest? Forgach: Nee, en dat is een tragedie voor ons land. Na bijna dertig jaar zal er ook niets meer veranderen. Jonge Hongaren zijn niet geïnteresseerd in dat verleden, en historici hebben onvoldoende aandacht voor de archieven van de geheime dienst, ook al zijn die open voor alle Hongaren en mag je er vrijelijk uit citeren. De jaren veertig, vijftig en zestig worden goed onderzocht, maar de jaren zeventig en tachtig? Die blijven zo goed als onontgonnen terrein. Hoe komt dat? Forgach: Veel van onze huidige politici werkten destijds als informant voor de geheime dienst. Zij houden die doos van Pandora liever dicht. Ook veel artiesten waren informant en willen niet met dat verleden geconfronteerd worden. Politieke partijen gaan mee in dat grote stilzwijgen, uit angst om leden te verliezen. Met De akte van mijn moeder wil ik die samenzwering van de stilte doorbreken. Doen alsof er niets gebeurd is, hoe vreselijk ongezond is dat niet voor een samenleving? Ik schrijf ongecensureerd over het informantenwerk van mijn moeder en leg haar dossier op tafel, open en bloot. Ook al is het dan een 'roman', de inhoud is authentiek, de namen van agenten, contactpersonen en figuranten zijn echt. Ik wil dat de Hongaren tenminste práten over die periode. Bent u boos op uw moeder? Forgach: Nee. Onlangs hoorde ik een vriend zeggen: 'Bruria heeft Andras verraden.' Ik schrok daarvan, want ik heb dat nooit zo aangevoeld. Die interpretatie is zeer eenzijdig. In De akte van mijn moeder probeer ik te analyseren waarom iemand informant wordt. De agenten van de geheime dienst maakten overal aantekeningen van en hielden tot in de puntjes uitgeschreven verslagen van ontmoetingen met informanten bij. Mijn moeder was lid van de communistische partij. In haar dossier komt ze naar voren als een kameraad onder de kameraden. Als ze met haar contactpersonen overleg pleegde, was dat onder geestgenoten. Ze was een overtuigde, trouwe communist - meer nog: een stalinist - met uitstekende kwaliteiten. In haar dossier wordt ze omschreven als 'patriot'. Ze deed het niet voor het geld? Forgach: Helemaal niet. Door het gebrek aan historisch onderzoek naar de Hongaarse geheime dienst worden alle informanten over dezelfde kam geschoren: 'Ze deden het allemaal voor het geld! Ze deden het uit jaloezie!' Alsof er geen eerbaar motief mogelijk was, alsof het allemaal zwart-wit was. Het was mijn moeder om geld noch macht te doen. Ja, als informant mocht ze wel regelmatig naar haar familie in Israël reizen, en dat kun je als een vergoeding beschouwen. En ze heeft buren soms in een lastig parket gebracht door informatie over hen te verzamelen, net als elke informant. Maar ze deed het louter uit idealisme. U bent natuurlijk Bruria's zoon - en daarom misschien ook loyaal aan haar? Forgach: Ja. Maar dat wil nog niet zeggen dat mijn blik vertroebeld is. Ik heb de context waarin mijn moeder leefde simpelweg proberen te reconstrueren. Begin jaren tachtig bood u onderdak aan de dissidente dichter Gyorgy Petri in uw appartement in Boedapest. Toen agenten van de geheime dienst aan uw moeder vroegen om hen zonder uw medeweten toegang tot uw appartement te verlenen, ging ze daarop in. Was dat geen vorm van verraad? Forgach: Verraad is niet het juiste woord. Ook niet toen ze mij later, zonder mijn medeweten, als haar opvolger bij de geheime dienst voordroeg. Daar is gelukkig nooit iets van in huis gekomen, en ik vermoed dat ze zelf ook wel wist dat ze een grens overschreed door mij 'over te leveren', maar zelfs dat paste in haar dienaarschap van de Goede Zaak. Ze was er heilig van overtuigd dat ze bijdroeg aan een betere wereld. En bovendien verdedigde ze mij en mijn dissidente vriend bij de officieren met wie ze contact had, ook al had ze eerder agenten in mijn appartement binnengelaten om afluisterapparatuur te installeren. 'Gyorgy Petri is een uitstekende dichter', zei ze. Ze vond het fout dat hij geen reispas van het regime kreeg: 'Als het systeem geen kritiek verdraagt, radicaliseren getalenteerde mensen.' Uit de gesprekken met haar kameraden komt ze naar voren als een vrouw met een open geest - voor een stalinist toch. Hoe is uw boek in Hongarije onthaald? Forgach: Meestal positief. Sommigen probeerden mijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken. Ze vonden dat ik de nagedachtenis van mijn moeder besmeur. Alsof ik een andere keuze had. Ook na de publicatie in uw thuisland bent u in de archieven blijven werken - en zo haalde u informatie boven over... uw vader, Marcell Forgach. Forgach: Inderdaad. De Stasi-archieven zijn gedigitaliseerd: elke inwoner van het voormalige Oost-Duitsland kan online op zoek naar zijn eigen naam. Maar de archieven van de Hongaarse geheime dienst zijn log en moeilijk toegankelijk. Een klein deel is digitaal raadpleegbaar, maar als je iets wilt opzoeken, moet je meestal een beroep doen op een researcher die voor jou in dozen en dossiermappen zal wroeten. Welnu, niet lang na de Hongaarse publicatie van De akte van mijn moeder vond ik op die manier een dossier van een bladzijde of tien terug over mijn vader. Dat is nu opgenomen in de Nederlandse versie van de roman. En de kans is groot dat ik in de toekomst nóg documenten zal vinden. Uw vader was als eerste voor de geheime dienst beginnen te werken, zo bleek. Forgach: Hij was journalist bij het officiële Hongaarse persbureau en werd gerekruteerd nadat hij correspondent in Londen was geworden, eind jaren vijftig. Ook hij geloofde sterk in de communistische zaak. De man die hem in het Verenigd Koninkrijk zou opvolgen, was op zijn beurt een agent, en diens opvolger ook. Dat sloot naadloos aan bij de journalistiek zoals die door de kameraden van de Sovjet-Unie beleden werd. In de jaren zeventig en tachtig moest élke Hongaarse journalist die voor de staat werkte en naar het Westen reisde een document tekenen waardoor hij informant van de geheime dienst werd. Anders kon je naar je paspoort fluiten. Begin jaren zestig stortte mijn vader in. Het spionnenwerk had zijn persoonlijkheid ondermijnd, hij is ten onder gegaan aan paranoia. Zijn laatste wapenfeit als agent waren verslagen over Italiaanse en Joodse kranten - spannend spionnenwerk kun je dat niet noemen, hè? Mijn ouders waren Joods, spraken Hebreeuws en waren gekant tegen de staat Israël. Niet veel Hongaarse Joden waren antizionisten, waardoor vader en moeder interessant waren voor de geheime dienst. Toen hij te ziek werd om te kunnen functioneren, rekruteerden ze haar. Zij wist dat haar man een agent was en stond daar volledig achter. Bruria nam ook Marcells codenaam over: ' Papai', Hongaars voor 'Paus'. Forgach: Die naam was een vondst van mijn vaders overste bij de geheime dienst, luitenant Takács. 'Een Jood verberg je het best door er een katholiek sausje over te gieten', vond de luitenant - mijn vader was een ongelovige Jood. 'Vanaf nu wordt kameraad Forgach "de Paus".' Toen moeder haar man als informant opvolgde, werd zij 'mevrouw Papai'. Ze rekruteerden haar trouwens op een slinkse manier. Nooit is haar meegedeeld: 'Vanaf nu bent u een geheim agent.' Nee, op een bepaald moment vroegen ze: 'Mevrouw, kunt u deze week eens een paar kranten voor ons bekijken?' En een andere keer: 'Wat zou u denken van een bezoek aan het Zionistisch Wereldcongres in Jeruzalem?' Was dat een manier om haar langzaam maar zeker een deel van het systeem te maken? Forgach: Ja. In haar dossier heb ik een bijzonder intrigerend stukje tekst gevonden: 'Aangezien het een formaliteit is om mevrouw Papai tot officiële geheime medewerker te verklaren, zullen we haar daarvan niet speciaal op de hoogte brengen.' De expert die het dossier samen met mij onderzocht, vertelde me dat dat typisch was. Blijkbaar wilden ze mensen die om ideologische redenen informatie doorgaven niet het gevoel geven dat ze 'verklikkers' waren. Was ze op de hoogte van de zuiveringen en de goelags in de Sovjet-Unie onder Stalin? Forgach: Mijn ouders wisten ervan, maar ze wilden de gruwel gewoon niet geloven. Mama was een intelligente, belezen vrouw, maar het stalinistische denkkader heeft haar geest vervormd. Lang na de dood van Stalin bleef ze een stalinist, net als haar man. Hun huwelijk was één grote chaos. Ik herinner me mijn jeugd als een vreselijk turbulente tijd, met wildvreemden die ons appartement binnen- en buitenliepen. Mijn ouders spraken continu Hebreeuws met elkaar, zodat wij niet konden meeluisteren. Net als mijn broer en zus wist ik van jongs af aan dat ze geheimen met zich meedroegen. Ik denk dat het rigide stalinisme hun manier was om de chaos te bedwingen. Informant zijn zorgde voor zin in hun door de partij en de staat gedomineerde bestaan. Ging uw moeder daarin niet heel ver, door ook u en uw broer en zus te bespioneren? Forgach: Nee, echt niet. Integendeel, ze verdedigde en beschermde ons. Als jonge twintigers waren wij actief tegen de communistische partij. Zij zette ons soms uit de wind. Ik geef toe: op een paar momenten stond ze dicht bij het verraad waarvan mijn vriend gewag maakt. Maar nogmaals, ik ben haar zoon. U moet begrijpen dat ik daarom vind dat zij mij niet verraden heeft. (stilte) Mijn zus Susan zat tot over haar oren in de oppositie. Zij is vroeg naar New York verhuisd. Toen mijn moeder haar daar wilde gaan bezoeken, rook de geheime dienst zijn kans om via mevrouw Papai de Hongaarse dissidenten in de VS in kaart te brengen. Ze is toen niet vertrokken, mijn zus wilde niet dat ze kwam. Dat was een van die momenten waarop er verraad in de lucht hing. Godzijdank is mama toen in Boedapest gebleven. En godzijdank ben ik nooit haar opvolger bij de geheime dienst geworden. De zaden des verraads zijn nooit beginnen te kiemen. Uw zus is niet erg blij met uw boek. Forgach: Dat is nog zacht uitgedrukt. Volgens haar is het informantendossier van mijn moeder fake. 'Het zijn nepdocumenten', zegt ze. 'Iemand heeft ze gefabriceerd om onze familie te chanteren.' Wie dan? Forgach: Het huidige regime: premier Viktor Orban en zijn vrienden. Ik verafschuw Orban en zijn 'illiberale democratie', die in werkelijkheid een zachte dictatuur is. Maar de theorie van mijn zus is grotesk. Mijn moeders dossier is authentiek. Ik herken alle omstandigheden en details die erin beschreven staan. Ik begrijp dat Susan het er moeilijk mee heeft, ik begrijp haar woede - het gaat tenslotte ook over háár moeder. Ik heb het er zelf nog altijd lastig mee. Ik vrees dat ik me er nog lang slecht door zal voelen. Vrienden jubelen: 'Andras, je boek is een doorslaand succes. Fantastisch!' Nee, niet fantastisch. Het is een dagelijkse strijd voor de waarheid. Susan heeft het verkeerde antwoord op de situatie gegeven, ik het juiste. Ik móést hier wel over schrijven. Anders zouden al mijn andere boeken halve leugens geweest zijn. Mijn eerdere roman Zehuse, bijvoorbeeld, heeft de briefwisseling tussen mijn moeder en haar geëmigreerde dochter als grondstof. Toen ik dat boek schreef, wist ik niets over Bruria's carrière als geheim agent. Dat móést rechtgezet. Zet Viktor Orban volgens u de geheime dienst in om de eigen bevolking in de gaten te houden? Forgach: Daar ben ik honderd procent zeker van. Net als in de hoogdagen van de communistische dictator Janos Kadar houden mensen elkaar nu in scholen, overheidsinstellingen en bedrijven in de gaten. Ze moeten aan de overheid over zowat álles rapporteren. Het op verklikking gebaseerde informatiesysteem van de communisten is opnieuw uitgerold. Wie in de jaren zeventig met dissidenten optrok, zoals ik, werd standaard afgeluisterd. We hadden toen de gewoonte om midden in een telefoongesprek te zeggen: 'Hé, kameraad-sergeant, hoe gaat het met u? Bent u nog niet ingedommeld? Luistert u nog mee?' Vrienden die nu in de oppositie actief zijn, vertellen me dat ze een echo van zichzelf horen als ze met hun smartphone aan het bellen zijn. Voortdurend. Een teken dat er iemand meeluistert. Ze maken dan soms dat grapje van toen: 'Hé, luistervink, ben je er nog?' (lacht) Maar grappig is dat natuurlijk niet. Het is intriest.