De digitale wereld waarin we vandaag leven, met internet, smartphones, apps en clouds, is niet toevallig ontstaan. Hij is er gekomen om te verhinderen dat de grote tragedies van de twintigste eeuw zich zouden kunnen herhalen. Wie gelooft dat de technologische revolutie een mentale ommekeer heeft veroorzaakt, zit er dus naast: het is net andersom. Dat is toch het behoorlijk ontwrichtende uitgangspunt van The Game, het nieuwe boek van de gevierde Italiaanse schrijver en filosoof Alessandro Baricco. Zelf blijkt hij behoorlijk optimistisch, want hij is er echt van overtuigd dat de voorwaarden om de gruwel van de vorige eeuw nog eens te laten gebeuren volledig zijn ontmanteld. 'We mogen nooit vergeten dat er een tijd is geweest waarin we alles over zouden hebben gehad voor zo'n resultaat', schrijft Baricco. 'Maar tegenwoordig worden we al nerveus als ze ons vragen om in ruil daarvoor ons e-mailadres in te vullen.'

Onze wereld is ontstaan op 9 januari 2007: de dag waarop Steve Jobs de eerste iPhone voorstelde.

Het is niet voor het eerst dat Baricco met zijn eigenzinnige vooruitgangsoptimisme op de tijdgeest inbeukt. Dertien jaar geleden deed hij dat al eens met zijn essaybundel De barbaren, die ondertussen in grote delen van Europa tot een cultboek is uitgegroeid. Daarin maakte hij brandhout van de toen alom heersende overtuiging dat de westerse beschaving in verval is. Dat zou de schuld zijn van barbaren: een nieuw soort mens dat is ontstaan door de combinatie van de digitale revolutie en de globalisering. Niets van, wist Baricco toen al. Onze verfijnde beschaving werd helemaal niet weggevaagd door een invasie van barbaren. We waren allemáál aan het muteren en daardoor zou er op termijn een compleet nieuwe beschaving ontstaan.

Langharige ingenieurs

Zover zat Baricco er niet naast. Een dik decennium later zijn we haast allemaal met onze smartphone vergroeid en gebruiken we apps die zo goed als alle aspecten van ons leven op een spel doen lijken. Of we nu een partner of de weg zoeken, een rekening betalen of beslissen op welke partij we zullen stemmen. 'Tegenwoordig heeft het merendeel van de westerse mensen het als een feit geaccepteerd dat ze een soort revolutie beleven die uiteindelijk bijna al hun handelingen zal veranderen', schrijft Baricco in The Game, dat een logisch vervolg op De barbaren vormt. De Game is de naam die hij geeft aan de nieuwe wereld waarin de westerse mens vandaag leeft en die hij met de nauwkeurigheid en nieuwsgierigheid van een cartograaf probeert vast te leggen. Aangezien de digitale revolutie in zijn ogen een bergketen is die door een onderaardse beving is ontstaan, gaat hij op zoek naar de mentale revolutie die aan de basis ligt. Dat levert landkaarten op - ze staan ook echt in het boek - die bijwijlen aan denkbeeldige plekken zoals Midden-aarde of Westeros doen denken. Maar die illusie gunt Baricco zijn lezers nooit langer dan een halve pagina. De Game is écht en wij maken er met z'n allen deel van uit. Of we dat nu leuk vinden of niet.

Waarschijnlijk zal alleen een generatie van digitale natives oplossingen kunnen ontwerpen die nu nog niet bestaan.

Zijn zoektocht leidt hem helemaal terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Toen ontstond er in Californië een tegencultuur van ingenieurs die zichzelf hackers noemden, lang haar hadden, drugs gebruikten en het bestaande systeem verafschuwden. Ze hadden geen groot plan voor de mensheid voor ogen, maar leken eerder instinctief een vluchtroute te hebben gevonden. 'De twintigste eeuw was een van de gruwelijkste eeuwen in de geschiedenis van de mens, misschien wel de allergruwelijkste', schrijft Baricco. 'Wat hem zo onuitsprekelijk angstaanjagend maakt, is dat hij niet het resultaat was van een lukrake pass van de beschaving en ook niet de uiting van een bepaalde barbaarsheid. Nee, het was de algebraïsche uitkomst van een geraffineerde, volwassen, rijke beschaving.' Alleen door grenzen te boycotten en neer te halen, kon worden vermeden dat ze nog eens zouden worden gebruikt als legitimering voor bloedige oorlogen. Om dezelfde reden leek het ook noodzakelijk om de elites, die vaak voorop liepen in conflicten, buitenspel te zetten.

Uiteindelijk zouden de initiatiefnemers van de digitale opstand daar grotendeels in slagen. Maar eerst moesten nog de personal computer, het wereldwijde web, MP3, de eerste browser (Mosaic) en portal (Yahoo!), Windows 95, eBay, Amazon en uiteindelijk Google worden ontwikkeld. Dat werk zat er eind jaren negentig al op, maar het uiteindelijke stichtingsmoment van The Game was volgens Baricco 9 januari 2007. De dag waarop Steve Jobs in San Francisco de eerste iPhone voorstelde. Niet door omslachtig uit te leggen hoe zijn uitvinding werkte, maar door ermee te spelen.

Muiterij!

Vandaag heeft de overgrote meerderheid van de mensen een computer of smartphone waardoor alle kennis van de wereld binnen handbereik ligt. Voor het eerst in de geschiedenis leven we daardoor in een wereld zonder elites. Het lijkt haast te mooi om waar te zijn, en dat is het volgens Baricco ook. Hij ziet nu al een nieuwe kloof ontstaan die de westerse samenleving verdeelt. De meesten gebruiken de technologie hoogstens om hun gewone leven gemakkelijker te maken, maar er is ook een kleine groep die erop weet voort te bouwen en de technologie helemaal naar zijn hand zet. 'Degenen die er beter in zijn, bepalen uiteindelijk de speeltafel', denkt Baricco. 'Zij worden een elite.'

Onschuldig is dat niet. Baricco denkt zelfs dat die nieuwe breuklijn wel eens verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de terugkeer van het nationalisme en de herwaardering van grenzen. 'Omdat je als je midden in de Game zit en ineens het gevoel krijgt dat je ronddobbert in een spel waarvan niemand je heeft geleerd hoe het moet en waarin je duidelijk aan de verliezende hand bent, alleen nog maar achteruit kunt lopen tot je een muur vindt waar je tegenaan kunt leunen. Zodat je in elk geval zeker weet dat je niet van achteren zult worden overvallen.' Maar het is niet omdat sommige bewoners de Game als een vijand zijn gaan zien dat ze ook zijn technologische mogelijkheden afzweren. Integendeel, ze gebruiken die net om zich van de nieuwe wereld af te zetten. Zoals Donald Trump, die via Twitter met wereldleiders communiceert maar ondertussen wel droomt van een muur op de grens met Mexico. 'Zijn manier van bewegen in de Game belichaamt die van een heleboel mensen. Die aan het muiten zijn geslagen, zou je haast zeggen', stelt Baricco. 'Ze gebruiken het schip, maar veranderen de route en keren terug. Ze gebruiken de Game, maar bouwen hem om voor idealen waarvoor hij niet is gemaakt. Ze maken de mentale revolutie los van de technologische.'

Alessandro Baricco, The Game. De Bezige Bij, 320 blz.

Sociale woede

Hoewel Baricco het best aangenaam lijkt te vinden in de Game, is hij allerminst blind voor de tekortkomingen ervan. Een van de grootste mankementen is dat de vaardigheden die je nodig hebt om er te kunnen overleven nog nergens worden onderwezen. Zeker niet op school. Wie dus van nature weinig aanleg voor het spel heeft, dreigt uit de boot te vallen. Bovendien heeft de Game weinig veranderd aan economische ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid en verdeling van rijkdom. 'De rijken van de Game zijn rijk op een zeer traditionele manier. Ook de armen zijn nog traditioneel arm', schrijft Baricco. 'Waarschijnlijk zal alleen een generatie van digitale natives, in staat om de lessen van het verleden te combineren met de instrumenten van het heden, oplossingen kunnen ontwerpen die nu nog niet bestaan. Dat is een van de taken die hun te wachten staan. Als ze falen, blijft de Game onvolmaakt, en in wezen fragiel. Dan zal hij vroeg of laat worden neergehaald door de sociale woede.'

In The Game laat Baricco ons dus niet alleen onze wereld zien maar probeert hij ook te reconstrueren hoe die is ontstaan. Dat levert een bijzonder boeiende tocht op die onder meer langs relicten van de digitale revolutie voert, zoals Space Invaders, de Commodore 64 en de allereerste website van Tim Berners-Lee. Het is tussen die uitvindingen en fenomenen dat Baricco zijn grote verhaal weeft. Soms klopt het als een bus, soms lijkt hij wel erg veel dichterlijke vrijheid in de strijd te gooien. 'Zoals elke cartograaf weet ik dat ik met de grootst mogelijke nauwkeurigheid een werk heb gedaan dat noodzakelijkerwijs onnauwkeurig is', verontschuldigt Baricco zich in het boek. Geen excuses nodig. Soms is de taak van een cartograaf niet zozeer om ons ervoor te behoeden dat we in een onbekend oord verdwalen, maar wel om ons erop te wijzen dat die plek überhaupt bestaat. En daar is Baricco alvast met verve in geslaagd.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.