Ik lees nooit de boeken van mijn films: die kunnen toch alleen maar tegenvallen. Het omgekeerde is ook waar. Ik begrijp niet dat Abeltje van Annie M.G. Schmidt ooit verfilmd is. Uitgeverij Querido heeft naar het schijnt lang tegengestribbeld. Van Schmidt, vonden ze, moest je afblijven.
...

Ik lees nooit de boeken van mijn films: die kunnen toch alleen maar tegenvallen. Het omgekeerde is ook waar. Ik begrijp niet dat Abeltje van Annie M.G. Schmidt ooit verfilmd is. Uitgeverij Querido heeft naar het schijnt lang tegengestribbeld. Van Schmidt, vonden ze, moest je afblijven.Uiteindelijk zijn ze toch gezwicht. De verfilming uit 1998 was een van de duurste films uit de Nederlandse filmgeschiedenis, trok een miljoen kijkers en won een gouden Kalf. Ik bleef koppig thuis. Op een blauwe maandag heb ik weleens een paar fragmenten zien voorbij waaien. Zoals verwacht vond ik die een verschrikking. De held uit mijn jeugd had een oorring, een skateboard en zei dingen als 'vet cool'. Het zag er allemaal vreselijk onmodieus uit. Niet zoals het boek, dat lang geleden mijn verbeelding in de fik zette.Het verhaal is bekend. Abeltje werkt als liftjongen in het warenhuis. De hele dag moet hij op een knop drukken. Alleen op de groene mag hij niet duwen. Dat doet hij toch, in naam van het avontuur. Abel en zijn lift vliegen het warenhuis uit. Maar hij is niet alleen. Jozias Tump, juffrouw Klaterhoen en Laura vergezellen hem: drie onwaarschijnlijke personages. Ze komen in New York terecht, in de bananenrepubliek Perugona en op nog andere plaatsen. Wat ze daar ook meemaken, altijd weer is er de lift om hen te redden. Langs de binnenkant van de aarde keren ze terug naar Nederland. Ik heb later wel meer jeugdboeken gelezen over liften: Sjakie en de Grote Glazen Lift van Roald Dahl bijvoorbeeld, een boek dat een beetje lijkt op dat van Annie M.G. Schmidt. Maar niets gaat boven Abeltje: de heerlijke antiheld die burgerlijk ongehoorzaam is. Het boek is een klassieker: omdat het vertelt over het leven van nu. En niemand schreef met zoveel humor zoals Annie M.G. Schmidt dat kon.Aan Abeltje heb ik ook mijn levenslange fascinatie voor liften te danken. Ik ben lang op zoek geweest naar liftboys zoals hij. Robbedoezen in rood uniform. Het leek me, naast astronaut, de ultieme job. Maar ik heb ze nooit gevonden. Wist ik veel dat ze allang uitgestorven waren. De lift van Abeltje had nog een oude harmonicadeur: om beter naar de wereld te kijken.In de jaren van tante Annie werden gebouwen nog op maat van de lift gemaakt, waren het nog echte kunstwerken. De lift nemen was een avontuur. Vandaag moeten al die liften verdwijnen, onder het valse mom van veiligheid. De liftmaffia, leerde ik, is misschien wel de goorste die er bestaat. Dankzij hen zien alle liften er vandaag hetzelfde uit: heel saai en lelijk, vooral. Ze ruiken niet meer naar glamour. De lift nemen is niet langer een gebeurtenis. Zo worden er ook geen jeugdboeken als Abeltje meer geschreven. Een boek dat destijds ook een beetje de toekomst voorspelde: Annie M.G. Schmidt verzon in 1953 dat merkwaardige personage Jozias Tump. Een vertegenwoordiger in mottenballen die president van een bananenrepubliek wordt. Vijfenzestig jaar later wordt Abeltje elke dag verfilmd. Live op alle televisiezenders.