De onderhandelingen over de zware beroepen liepen onlangs met een sisser af in de privésector. Voor de ambtenaren daarentegen liep het overleg nog voort. Die gesprekken leidden donderdag tot een oriëntatienota. Daarin staat welk mechanisme zal gebruikt worden om vast te stellen wie een zwaar beroep uitoefent, en wat de gevolgen zullen zijn.

Dat zal gebeuren aan de hand van vier criteria: fysiek zwaar werk (bijvoorbeeld lasten tillen), een belastende werkorganisatie (ploegen, nachtwerk), een verhoogd veiligheidsrisico en mentale en emotionele belasting.

Vooral dat laatste zorgde er voor dat in de privésector het overleg mislukte. Vincent Van Quickenborne, de pensioenspecialist van Open VLD, uitte in het verleden al bedenkingen bij het opnemen van psychische werkbelasting als criterium.

Voor de Vlaamse liberalen moest de focus veeleer liggen op zware taken, zoals nachtwerk en fysiek zwaar werk. Voor het Kamerlid kan mentale en emotionele belasting een element zijn in het bepalen van de zwaarte van een taak, maar is dat alleen niet voldoende. 'Je kan onmogelijk iedereen die stress heeft vervroegd met pensioen sturen', aldus Van Quickenborne vrijdag. 'Voor ons maakt het deel uit van een geheel en dat zullen we nu met de rest van de krijtlijnen constructief bekijken aan de regeringstafel'.

Onderwijzers claimen titel

Intussen hebben de christelijke onderwijsvakbonden al laten weten dat het beroep van onderwijzer erkend moet worden als zwaar beroep. 'Onderwijzers ondervinden meer dan bovengemiddeld stress', aldus de bonden.

'Het is een job met veel verantwoordelijkheid en veel contacten, een werk zonder einde', aldus Marianne Coopman, algemeen secretaris van het christelijk onderwijzersverbond. De bonden eisen dat de 160.000 onderwijzers in Vlaanderen erkenning krijgen als uitoefeners van een zwaar beroep. Die moet in de plaats komen van de voordelige pensioenberekening waar ze vandaag al van genieten.

Vooraleer iemand vervroegd met pensioen kan, moet hij of zij wel minstens 60 jaar zijn en al vijf jaar een zwaar beroep uitoefenen.

De onderhandelingen over de zware beroepen liepen onlangs met een sisser af in de privésector. Voor de ambtenaren daarentegen liep het overleg nog voort. Die gesprekken leidden donderdag tot een oriëntatienota. Daarin staat welk mechanisme zal gebruikt worden om vast te stellen wie een zwaar beroep uitoefent, en wat de gevolgen zullen zijn. Dat zal gebeuren aan de hand van vier criteria: fysiek zwaar werk (bijvoorbeeld lasten tillen), een belastende werkorganisatie (ploegen, nachtwerk), een verhoogd veiligheidsrisico en mentale en emotionele belasting. Vooral dat laatste zorgde er voor dat in de privésector het overleg mislukte. Vincent Van Quickenborne, de pensioenspecialist van Open VLD, uitte in het verleden al bedenkingen bij het opnemen van psychische werkbelasting als criterium. Voor de Vlaamse liberalen moest de focus veeleer liggen op zware taken, zoals nachtwerk en fysiek zwaar werk. Voor het Kamerlid kan mentale en emotionele belasting een element zijn in het bepalen van de zwaarte van een taak, maar is dat alleen niet voldoende. 'Je kan onmogelijk iedereen die stress heeft vervroegd met pensioen sturen', aldus Van Quickenborne vrijdag. 'Voor ons maakt het deel uit van een geheel en dat zullen we nu met de rest van de krijtlijnen constructief bekijken aan de regeringstafel'. Intussen hebben de christelijke onderwijsvakbonden al laten weten dat het beroep van onderwijzer erkend moet worden als zwaar beroep. 'Onderwijzers ondervinden meer dan bovengemiddeld stress', aldus de bonden.'Het is een job met veel verantwoordelijkheid en veel contacten, een werk zonder einde', aldus Marianne Coopman, algemeen secretaris van het christelijk onderwijzersverbond. De bonden eisen dat de 160.000 onderwijzers in Vlaanderen erkenning krijgen als uitoefeners van een zwaar beroep. Die moet in de plaats komen van de voordelige pensioenberekening waar ze vandaag al van genieten. Vooraleer iemand vervroegd met pensioen kan, moet hij of zij wel minstens 60 jaar zijn en al vijf jaar een zwaar beroep uitoefenen.