Hoewel ik dit jaar dertig word, heb ik geen enkele aflevering van Dertigers op Eén gezien. Ik zal het binnenkort allemaal zelf moeten uitzoeken, en iets zegt me dat dat me nog wel zal lukken. Fernand Van Damme, chef homozaken van De Morgen, schreef onlangs wel een enthousiaste recensie over Dertigers, of toch in ieder geval een ode aan twee personages: Alex en Elias, een homokoppel. Van Damme prijst ze omdat ze 'niet inspirerend, niet boeiend, en al zeker niet provocerend' zijn. Dat vindt hij een verademing. De meeste ho...

Hoewel ik dit jaar dertig word, heb ik geen enkele aflevering van Dertigers op Eén gezien. Ik zal het binnenkort allemaal zelf moeten uitzoeken, en iets zegt me dat dat me nog wel zal lukken. Fernand Van Damme, chef homozaken van De Morgen, schreef onlangs wel een enthousiaste recensie over Dertigers, of toch in ieder geval een ode aan twee personages: Alex en Elias, een homokoppel. Van Damme prijst ze omdat ze 'niet inspirerend, niet boeiend, en al zeker niet provocerend' zijn. Dat vindt hij een verademing. De meeste homo's op televisie zijn volgens Van Damme te excentriek, te zonderling. U hoeft vast ook weinig moeite te doen om zelf een voorbeeldje te verzinnen. 'Hun fantasie', stelt Van Damme daarentegen goedkeurend vast over Alex en Elias, 'reikt niet verder dan een blowjob op de keukentafel.' Ik heb ook een hekel aan alle clichés die nog altijd over homo's bestaan, en een nog grotere hekel aan homo's die zelf lijken te denken dat er iets is wat ons toch creatiever, gesofistikeerder of kunstzinniger maakt dan eenvoudige hetero's. Maar ik moest weer aan die recensie denken toen ik naar Pose zat te kijken, de reeks die Ryan Murphy vorige zomer afleverde. Het verhaal speelt zich af tijdens de jaren tachtig in New York en gaat over de balls die daar toen werden gehouden. Een beetje hetzelfde onderwerp als van Paris is burning: transgenders - die er allemaal geweldig uitzien -, holebi's en ander queer volk strijden tijdens die balls met elkaar. Wie de meeste uitstraling heeft en zich het best heeft verkleed, wint. Een van hen is Damon Richards, gespeeld door Ryan Jamaal Swain: een zwarte jongen, op straat gezet door zijn vader, dakloos en dromend van een carrière als danser, waar hij gelukkig wel het talent voor heeft. Het is, met andere woorden, zo ongeveer het meest klassieke oerverhaal voor homoseksuele personages. En het werkt weer, voor de zoveelste keer: ik huil als Damon denkt dat hij aids heeft, ik ben opgelucht als hij toegelaten wordt tot de dansschool. Pose is ontzettend goed en mooi gemaakt, dat tilt zo'n cliché als Damon op tot iets hogers. Zijn dromen kunnen niettemin niet méér verschillen van de mijne, die ook niet al te inspirerend, boeiend en al zeker niet provocerend zijn. Er zijn dagen dat ik zelfs al wegdroom bij een blowjob aan de keukentafel. Maar zullen de jongens die vroeger voor hun dromen moesten vechten, niet altijd interessantere en spannendere personages blijven dan de gezapige mannen die homo's vandaag geworden zijn? Ik hoef mezelf echt niet op televisie te zien.