Hoewel ik in alle eerlijkheid misschien zou moeten toegeven dat ik het zachtjes dronken worden op een caféterras in de namiddagzon nog wel het meest mis, hou ik het er liever op dat ik naar niets méér terugverlang dan naar te gaan zwemmen. In betere tijden vergeleek ik mijn zwembeurten graag met het uitlaten van een hond, waarbij ik de hond ben die vaak na een hele dag te hebben binnen gezeten eindelijk wordt losgelaten in het water. Ook al doe ik - ja-ha - nog steeds mijn dagelijkse work-outs, en maak ik elke dag een wandeling...

Hoewel ik in alle eerlijkheid misschien zou moeten toegeven dat ik het zachtjes dronken worden op een caféterras in de namiddagzon nog wel het meest mis, hou ik het er liever op dat ik naar niets méér terugverlang dan naar te gaan zwemmen. In betere tijden vergeleek ik mijn zwembeurten graag met het uitlaten van een hond, waarbij ik de hond ben die vaak na een hele dag te hebben binnen gezeten eindelijk wordt losgelaten in het water. Ook al doe ik - ja-ha - nog steeds mijn dagelijkse work-outs, en maak ik elke dag een wandeling, toch voel ik dat zowel mijn lichaam als mijn hoofd het water begint te missen. Op de site van Knack schreef Sigrid Spruyt onlangs ook al een ode aan het zwemmen. Als vissers weer mochten vissen, vond zij dat ze weer buiten mocht gaan zwemmen. Ik ben een overtuigde binnenzwemmer. Meestal in de Veldstraat in Borgerhout voeg ik mij in een baantje waar vaak al meer dan vijf mensen aan het zwemmen zijn. Het moet er voor buitenstaanders haast machinaal uitzien op wat voor een manier zo veel mensen op zo'n kleine oppervlakte sporten - het zwemritme soms noodgedwongen op elkaar afgestemd. Voor mij is het evengoed een raadsel dat ik mij in zo'n benepenheid zo vrij kan voelen. Ik ben wel steeds beter geworden in het uitkiezen van zwemuren waarop er zo min mogelijk anderen aanwezig zijn, hoewel die andere zwemmers net een deel van de aantrekkingskracht zijn. Zwembaden behoren tot de weinige publieke ruimten waar zo veel verschillende mensen elkaar kruisen. 'Deze crisis bewijst: België is een lobbycratie', zei econoom Ive Marx onlangs in De Tijd. Niemand wil vergeten worden als er reddingsplannen worden uitgedacht. De cultuursector heeft dat ondertussen ook begrepen, en is in gang geschoten. Het lijkt te werken. Premier Sophie Wilmès had op de persconferentie na de Veiligheidsraad van vorige week een aardig woordje over voor cultuur, hoewel steun van de deelstaten moet komen. Hopelijk komt die er ook echt: de ramp die de cultuursector overkomt, is onvoorstelbaar. Zwemmers zijn, helaas, geen lobbyisten. Daarvoor zijn we te graag op onszelf. Nochtans, chloor houdt het virus tegen. Steven Van Gucht zei in ieder geval onlangs dat er geen enkele besmetting bekend is in zwembadwater, ook al zal het altijd en overal nodig zijn om anderhalve meter afstand te houden. Een gehaaide lobbyist kan wel wat aanvangen met zo'n chloorargument. Maar zoals het er nu naar uitziet, zullen zwembaden pas opengaan op hetzelfde moment als de Basic-Fits, onfrisse plekken van hel en verdoemenis. Alsof het ene zelfs maar in de verste verte iets met het andere te maken heeft.