De beelden van een stikkende George Floyd die 16 keer roept dat hij niet kan ademen en uiteindelijk wezenloos blijft liggen - nog steeds de knie van de politieagent in zijn nek - zijn van de meest afschuwelijke die ik in mijn leven ooit heb gezien.

Het lijkt op eerste gezicht een erg Amerikaanse scène die weinig uitstaans met ons heeft. De versterkte SUV-politiewagen en de opzichtige badges op de uniformen lijken uit een film te komen. Maar het geweld is reëel. George Floyd is dood.

De beelden staan ver van het ideaalbeeld dat "all men are created equal," één van de slagzinnen van de Amerikaanse Onafhankelijksverklaring. En nog veel verder van wat er even later op volgt: dat iedere mens het onvervreemdbare recht heeft op "life, liberty and the pursuit of happiness".

Er loopt iets hartsgrondig mis wanneer politiemensen die bescherming moeten bieden zelf agressor worden. En er loopt nog meer mis als die agressie zich onevenredig hard richt op jonge, zwarte mannen. Maar het is vandaag te makkelijk om alleen maar naar de VS te wijzen.

Zijn wij vrij van racisme? Ook wij Europeanen moeten in de spiegel durven kijken.

Doen wij het beter? Zijn wij vrij van racisme? Kennen wij geen discriminatie op huidskleur of afkomst? Leven wij volgens de idealen van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, die goed een decennium na de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring bij ons het leven zag?

Ook wij Europeanen moeten in de spiegel durven kijken. Niet enkel in de Verenigde Staten is de balans tussen vrijheid, gelijkheid en de individuele zoektocht naar levensgeluk vandaag verstoord. Ook in Europa en in ons eigen land is dat zo.

Meer nog: misschien zijn er wel meer parallellen dan we zelf graag willen toegeven. Rond de periode dat de zwarte burgerrechtenbeweging in Amerika opgang begon te maken, rekruteerde ons land massaal arbeidsmigranten om het vuile werk in de mijnen op te knappen. De nood aan goedkope arbeid was hoog. Vandaag zien de kleinkinderen van de Amerikaanse burgerrechtenactivisten en de kleinkinderen van onze arbeidsmigranten zich geconfronteerd met hetzelfde obstakel: er is formeel gelijkheid voor de wet, maar geen gelijkheid in de praktijk. De hedendaagse versie van 'seperate but equal' onder het Jim Crow-regime.

In ons land werkt 10 procent van de hoogopgeleiden met sub-Sahararoots met een interim-contract, terwijl dat voor alle hoogopgeleide Belgen samen nog geen procent is. Dergelijke statistiek is minder schokkend dan de dood van George Floyd, maar deze en vele, vele andere statistieken zijn minstens even schrijnend.

Wie het slachtoffer is van discriminatie is niet vrij. Wie systematisch nul op het rekest krijgt bij het uitsturen van cv's, kan zijn of haar vleugels niet openslaan.

Wie het slachtoffer is van discriminatie, is niet vrij. Wie systematisch nul op het rekest krijgt bij het uitsturen van cv's, kan zijn of haar vleugels niet openslaan. Wie steevast de deur in het gezicht krijgt bij het uitgaan, is niet vrij, ook al zegt de wet van wel. Wie constant over zijn schouder moet kijken omdat de kans op een politiecontrole honderd keer groter is dan bij een witte medeburger, is geen vrij mens.

Tegen deze systemische onvrijheid kan geen enkel individu op - hoeveel energie en werkkracht je er ook tegen aan smijt. In 1967 - twee jaar na het invoeren van de Civil Rights Act - vroeg een reporter in alle sérieux aan Martin Luther King Jr. waarom zwarte Amerikanen het zoveel moeilijker hadden dan witte migranten: "is het niet gewoon omdat de "negro" zwart is?" Zonder met de ogen te knipperen en in alle rust antwoordde King dat zwarte Amerikanen ooit slaven waren die als vrije mensen nog altijd gestigmatiseerd werden omwille van hun huidskleur en die na hun vrijlating nooit dezelfde kansen hadden kregen - bijvoorbeeld gratis grond in het Westen en de Midwest - die de witte migranten wel te beurt vielen.

Meer dan een halve eeuw na dit interview oversteeg ook kersvers Open VLD-woordvoerder Zelfa Madhloum zichzelf en besloot geen klacht neer te leggen tegen de racistische bagger die ze de afgelopen dagen over zich heen kreeg. In alle kalmte zei ze: 'Ik ga me niet in een slachtofferrol laten duwen, het motiveert mij om nog beter mijn job te doen en het verhaal van voorzitter Egbert Lachaert te versterken.' Haar reactie, is net als die van King, extreem waardig, maar dit kan niet het enige antwoord zijn. We moeten de waardigheid van mensen als Zelfa gebruiken als startpunt voor de strijd tegen racisme en discriminatie - zowel openlijk als verborgen.

Deze strijd begint met het erkennen dat racisme niet relatief is. De nieuwe, volwaardige regering waar ons land dringend nood aan heeft, moet dan ook de anti-discriminatiewet updaten en verder aanscherpen vooral met oog op een betere afdwinging ervan. We moeten onder meer de praktijktesten verder uitbreiden en veralgemenen. Het parket moet extra middelen krijgen om discriminatie op basis van huidskleur, religie, geslacht, seksuele identiteit en geaardheid beter te vervolgen.

Discriminatie en racisme zijn van een morele achterlijkheid die ik niet langer in ons land wil zien. Het reduceert een mens tot haar of zijn huidskleur. Het begint met het ontzeggen van de toegang tot een café of club en het eindigt met een knie in de nek van iemand die om zijn dode moeder roept terwijl hij aan het stikken is. Bovendien, in ondergeschikte orde, betekent discriminatie een ongelofelijke verspilling van alle talent in ons land.

Amerika is België niet. Onze geschiedenis liep anders en er zijn grote maatschappelijke verschillen, maar naast alle verontwaardiging over George Floyd, moeten we ook naar de trieste menselijke parallel durven kijken en zeggen: ook bij ons is er nog veel werk.

Alexander De Croo is vicepremier en minister van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking.

De beelden van een stikkende George Floyd die 16 keer roept dat hij niet kan ademen en uiteindelijk wezenloos blijft liggen - nog steeds de knie van de politieagent in zijn nek - zijn van de meest afschuwelijke die ik in mijn leven ooit heb gezien.Het lijkt op eerste gezicht een erg Amerikaanse scène die weinig uitstaans met ons heeft. De versterkte SUV-politiewagen en de opzichtige badges op de uniformen lijken uit een film te komen. Maar het geweld is reëel. George Floyd is dood. De beelden staan ver van het ideaalbeeld dat "all men are created equal," één van de slagzinnen van de Amerikaanse Onafhankelijksverklaring. En nog veel verder van wat er even later op volgt: dat iedere mens het onvervreemdbare recht heeft op "life, liberty and the pursuit of happiness". Er loopt iets hartsgrondig mis wanneer politiemensen die bescherming moeten bieden zelf agressor worden. En er loopt nog meer mis als die agressie zich onevenredig hard richt op jonge, zwarte mannen. Maar het is vandaag te makkelijk om alleen maar naar de VS te wijzen. Doen wij het beter? Zijn wij vrij van racisme? Kennen wij geen discriminatie op huidskleur of afkomst? Leven wij volgens de idealen van de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, die goed een decennium na de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring bij ons het leven zag?Ook wij Europeanen moeten in de spiegel durven kijken. Niet enkel in de Verenigde Staten is de balans tussen vrijheid, gelijkheid en de individuele zoektocht naar levensgeluk vandaag verstoord. Ook in Europa en in ons eigen land is dat zo.Meer nog: misschien zijn er wel meer parallellen dan we zelf graag willen toegeven. Rond de periode dat de zwarte burgerrechtenbeweging in Amerika opgang begon te maken, rekruteerde ons land massaal arbeidsmigranten om het vuile werk in de mijnen op te knappen. De nood aan goedkope arbeid was hoog. Vandaag zien de kleinkinderen van de Amerikaanse burgerrechtenactivisten en de kleinkinderen van onze arbeidsmigranten zich geconfronteerd met hetzelfde obstakel: er is formeel gelijkheid voor de wet, maar geen gelijkheid in de praktijk. De hedendaagse versie van 'seperate but equal' onder het Jim Crow-regime. In ons land werkt 10 procent van de hoogopgeleiden met sub-Sahararoots met een interim-contract, terwijl dat voor alle hoogopgeleide Belgen samen nog geen procent is. Dergelijke statistiek is minder schokkend dan de dood van George Floyd, maar deze en vele, vele andere statistieken zijn minstens even schrijnend.Wie het slachtoffer is van discriminatie, is niet vrij. Wie systematisch nul op het rekest krijgt bij het uitsturen van cv's, kan zijn of haar vleugels niet openslaan. Wie steevast de deur in het gezicht krijgt bij het uitgaan, is niet vrij, ook al zegt de wet van wel. Wie constant over zijn schouder moet kijken omdat de kans op een politiecontrole honderd keer groter is dan bij een witte medeburger, is geen vrij mens. Tegen deze systemische onvrijheid kan geen enkel individu op - hoeveel energie en werkkracht je er ook tegen aan smijt. In 1967 - twee jaar na het invoeren van de Civil Rights Act - vroeg een reporter in alle sérieux aan Martin Luther King Jr. waarom zwarte Amerikanen het zoveel moeilijker hadden dan witte migranten: "is het niet gewoon omdat de "negro" zwart is?" Zonder met de ogen te knipperen en in alle rust antwoordde King dat zwarte Amerikanen ooit slaven waren die als vrije mensen nog altijd gestigmatiseerd werden omwille van hun huidskleur en die na hun vrijlating nooit dezelfde kansen hadden kregen - bijvoorbeeld gratis grond in het Westen en de Midwest - die de witte migranten wel te beurt vielen. Meer dan een halve eeuw na dit interview oversteeg ook kersvers Open VLD-woordvoerder Zelfa Madhloum zichzelf en besloot geen klacht neer te leggen tegen de racistische bagger die ze de afgelopen dagen over zich heen kreeg. In alle kalmte zei ze: 'Ik ga me niet in een slachtofferrol laten duwen, het motiveert mij om nog beter mijn job te doen en het verhaal van voorzitter Egbert Lachaert te versterken.' Haar reactie, is net als die van King, extreem waardig, maar dit kan niet het enige antwoord zijn. We moeten de waardigheid van mensen als Zelfa gebruiken als startpunt voor de strijd tegen racisme en discriminatie - zowel openlijk als verborgen. Deze strijd begint met het erkennen dat racisme niet relatief is. De nieuwe, volwaardige regering waar ons land dringend nood aan heeft, moet dan ook de anti-discriminatiewet updaten en verder aanscherpen vooral met oog op een betere afdwinging ervan. We moeten onder meer de praktijktesten verder uitbreiden en veralgemenen. Het parket moet extra middelen krijgen om discriminatie op basis van huidskleur, religie, geslacht, seksuele identiteit en geaardheid beter te vervolgen. Discriminatie en racisme zijn van een morele achterlijkheid die ik niet langer in ons land wil zien. Het reduceert een mens tot haar of zijn huidskleur. Het begint met het ontzeggen van de toegang tot een café of club en het eindigt met een knie in de nek van iemand die om zijn dode moeder roept terwijl hij aan het stikken is. Bovendien, in ondergeschikte orde, betekent discriminatie een ongelofelijke verspilling van alle talent in ons land. Amerika is België niet. Onze geschiedenis liep anders en er zijn grote maatschappelijke verschillen, maar naast alle verontwaardiging over George Floyd, moeten we ook naar de trieste menselijke parallel durven kijken en zeggen: ook bij ons is er nog veel werk.Alexander De Croo is vicepremier en minister van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking.