Hij is de held van onze tijd. De ceo uit Silicon Valley die tijdens een Ted Talk het belang van innovatie, dynamisme en flexibiliteit bejubelt. Innovatie en disruptie - het idee dat oude zakenmodellen radicaal omgegooid moeten worden - zijn de nieuwe standaard, bedrijven als Uber of Amazon de belangrijkste voorbeelden daarvan.
...

Hij is de held van onze tijd. De ceo uit Silicon Valley die tijdens een Ted Talk het belang van innovatie, dynamisme en flexibiliteit bejubelt. Innovatie en disruptie - het idee dat oude zakenmodellen radicaal omgegooid moeten worden - zijn de nieuwe standaard, bedrijven als Uber of Amazon de belangrijkste voorbeelden daarvan.Maar dat is slechts schijn, beweert de Amerikaanse econoom Tyler Cowen. In zijn nieuwste boek The Complacent Class (De zelfgenoegzame klasse) schrijft Cowen dat Amerikanen de afgelopen decennia afkerig zijn geworden van verandering. De gevolgen zijn groot: door het toegenomen immobilisme dreigt de Amerikaanse economie helemaal vast te lopen.Die lethargie ziet Cowen in alle lagen van de samenleving. Vooreerst zijn er de armere groepen. In de twintigste eeuw trokken miljoenen Afro-Amerikanen van het zuiden van de VS naar het noorden, op zoek naar betere jobs. Vandaag is dat soort interne migratie sterk teruggevallen - armere mensen blijven vaker in hun economisch onderpresterende regio wonen. Daarnaast zijn de massabewegingen die pleiten voor emancipatie grotendeels stilgevallen. Vandaag is er Black Lives Matter dat ijvert voor de rechten van zwarten, maar in de jaren zestig en zeventig was de burgerrechtenbeweging veel militanter. Natuurlijk, zo zegt Cowen, is het goed dat er geen grote rassenrellen meer zijn, maar dat de protesten zoveel makker verlopen, is een symptoom van een dieperliggend probleem. Armere mensen hebben de hoop opgegeven dat er voor hen een betere toekomst weggelegd is. Onbegrijpelijk is dat niet: allerlei studies hebben uitgewezen dat de sociale mobiliteit in de Verenigde Staten gevoelig is afgenomen. Dat gebrek aan vooruitzichten verklaart volgens Cowen ook het succes van de Amerikaanse president Donald Trump. Niet dat Cowen veel vertrouwen heeft in het presidentschap van Trump - of in figuren als de Democraat Bernie Sanders. Zowel Trump als Sanders kijken vol nostalgie terug naar een Amerika dat definitief verdwenen is en zijn daardoor blind voor de toekomst.'Of de sociale mobiliteit in België is afgenomen weten we eigenlijk niet', zegt Matthias Somers van de denktank Minerva. 'Echte cijfers hebben we niet. Er zijn wel een aantal zorgwekkende indicatoren. Zo blijft de scholingsgraad van ouders een goede voorspeller voor de scholingsgraad van hun kinderen. Tegelijkertijd is de ongelijkheid bij ons kleiner, wat opklimmen in principe makkelijker maakt.' Maar Somers waarschuwt tegen onheilsprofeten als Cowen. 'We besteden veel aandacht aan sociale mobiliteit. Dat begrijp ik, het is belangrijk dat mensen onderdaan de ladder kunnen opklimmen. Maar als de mobiliteit groot is, kun je ook makkelijker naar beneden donderen en dat leidt tot veel onzekerheid.'Cowen is het scherpst voor de succesvolle groepen. Die zijn zo bang om hun voorrechten kwijt te spelen dat ze bewust en onbewust allerlei strategieën hebben ontwikkeld om de samenleving immobiel te maken.Somers ziet iets gelijkaardigs bij ons gebeuren. 'Veel mensen uit de middenklasse vrezen dat hun kinderen of zijzelf het minder goed zullen hebben. Die angst stemt niet altijd overeen met de feiten. Op veel vlakken doen we het erg goed in België en West-Europa.'Volgens Cowen sluiten de gegoede klassen zich door die angst steeds meer af van de werkelijkheid. Zo trouwen mensen met hetzelfde socio-economische profiel steeds vaker met elkaar. Typerend zijn datingapps waardoor hoogopgeleide grootverdieners enkel nog met elkaar in contact komen.Daarnaast hokt de boven- en de hogere middenklasse steeds meer samen. In de Verenigde Staten is de segregatie naar inkomen drastisch toegenomen. Economisch dynamische steden als New York of San Francisco - waar Silicon Valley zich bevindt - worden steeds ontoegankelijker voor de minder fortuinlijken. Dat de vastgoedprijzen stijgen, komt deels door het natuurlijke mechanisme van vraag en aanbod.Maar de prijzen worden ook kunstmatig de hoogte ingejaagd. Door de gentrificatie van de steden - het opwaarderen van buurten met parken, hippe winkels en het opleggen van strikte, vaak dure bouwvoorschriften - worden armere mensen uit de dynamische regio's verdreven. Ook daardoor vinden ze moeilijker een beloftevolle job. Ironisch genoeg, zo merkt Cowen met enig venijn op, zijn het de meest progressieve streken waar de segregatie enorm is toegenomen. Het is volgens Cowen dan ook geen wonder, dat veel progressieven zich niet konden voorstellen dat Trump de verkiezingen kon winnen, want ze wisten simpelweg niet wat er leefde in de rest van Amerika. Bovendien zorgen die bubbels van gelijkgezinden ervoor dat we gemakzuchtig worden en niet meer openstaan voor alles wat nieuw en ander is. En ook dat belemmert innovatie.Het fenomeen van de gentrificatie speelt bij ons niet, stelt professor Marc De Vos (UGent) van de denktank Itinera. 'Wij hebben net het omgekeerde probleem. Onze steden worstelen met marginaliteit en een middenklasse die wegvlucht omdat de multiculturele realiteit niet goed werkt.' Bovendien betwijfelt De Vos of gentrificatie wel zo'n probleem is. 'Moeten Amerikanen het erg vinden dat Silicon Valley bestaat? Natuurlijk niet, want daar is veel economische ontwikkeling.'Ook de jobmarkt wordt steeds minder toegankelijk. Dat een dokter lang moet studeren voor zijn diploma, is begrijpelijk zegt Cowen. Maar ook om een kapsalon of een restaurant te beginnen moet je tegenwoordig een getuigschrift hebben en daardoor wordt het moeilijker om een eigen zaak te beginnen.Hoewel we de mond vol hebben van de flexibilisering van de arbeidsmarkt, neemt de jobstabiliteit alsmaar toe. Volgens Cowen ontstaat er een bovenlaag van extreem winstgevende bedrijven die een steeds groter deel van de koek opeisen. Wie bij Google of Facebook een job weet te bemachtigen is steeds minder geneigd om in een nieuw risicovol project te stappen. Want ondanks onze obsessie met startups, zo zegt Cowen, hebben die het steeds moeilijker om hun plaats te veroveren. Zeker in de technologiesector zijn een aantal reuzen zo dominant geworden dat nieuwelingen nauwelijks nog een kans hebben.De Vos is het daar tot op zekere hoogte mee eens. 'Het is veel makkelijker geworden om initiatief te nemen. Door het internet en de globalisering kun je mondiaal ondernemen zonder allerlei fysieke barrières. Maar het klopt dat het aantal startups en de concurrentiegraad in een aantal sectoren zorgwekkend is. Bedrijven als Facebook of Uber rekenen erop dat zij zo'n netwerk hebben uitgebouwd dat nieuwe spelers dat nooit kunnen evenaren. En als er toch uitdagers opstaan, worden die vaak overgenomen.'Cowen stelt vast dat de politiek hier tekort geschoten is. Sinds de Reagan-jaren heeft de Amerikaanse overheid veel gedereguleerd. Daardoor is de macht van concurrentieauthoriteiten, die monopolies moeten tegengaan, uitgehold.Op dat vlak doet Europa het beter, zegt De Vos. 'De Europese Unie treedt sterker op tegen monopolievorming. Zeker sinds de bankencrisis heeft de Europese Commissie geleerd dat een grote concentratie tot problemen leidt.'Er is nog een andere manier waarop de Amerikaanse staat een van de grootste veroorzakers van immobilisme is, zegt Cowen. De overheid pompt steeds meer geld in de sociale zekerheid, waardoor er minder overblijft voor investeringen. Bovendien blijft er ook minder over om vrijelijk te besteden en daardoor kan de overheid zich niet kan aanpassen aan de uitdagingen van de toekomst.'Ook het budget van de Belgische overheid is alsmaar meer gepredestineerd door beloftes uit het verleden', bevestigt Marc De Vos. 'Een groot deel van de uitgaven liggen vast en door de vergrijzing wordt dat deel groter. Maar heel dramatisch zijn de cijfers niet, zeker omdat mensen dankzij de sociale zekerheid meer kunnen consumeren. En dat stimuleert de economie.' Toch is er nog een ander probleem, stelt De Vos. 'België heeft een bijzonder hoge staatsschuld. Om dat te financieren investeert de overheid al decennia minder in infrastructuur en onderzoek.'Matthias Somers wijst er wel op dat de infrastructuurproblemen urgenter zijn in Amerika. 'In sommige staten kan de overheid zelfs geen basale voorzieningen regelen. Ik heb een jaar gestudeerd in Indiana. Daar lagen de energieleidingen bovengronds. Als het sneeuwde viel de stroom geregeld uit. Daarom moesten bedrijven zelf investeren in stroomgeneratoren.'Somers betwijfelt bovendien of grote investeringen in de sociale zekerheid tot lethargie leiden. 'Mensen zullen net meer geneigd zijn om te innoveren als er een goed werkend vangnet is. Als je een eigen zaak begint en je kan nergens op terugvallen als het misloopt, zullen mensen net minder risico's nemen.'Gaat het doembeeld van Cowen ook op voor ons land? Somers is sceptisch. 'Vandaag zijn er dertig procent meer startende ondernemers dan in 2005. Ik denk niet dat wij zo zelfgenoegzaam zijn.'De Vos betwijfelt zelfs of het beeld in de VS zo grimmig is als Cowen denkt. 'Misschien zijn er vandaag minder startups in de VS dan vroeger. Maar je moet ook kijken naar de kwaliteit van de nieuwe bedrijven en dat kan je moeilijk meten. Bovendien zijn er een aantal superondernemers en die hebben de grootste impact op onze welvaart. Daarvan heb je er veel meer in de VS dan bij ons. Want het ondernemersklimaat blijft daar gunstiger dan bij ons. De Belgische overheid probeert dat te stimuleren, maar er is ook een sociale en culturele dimensie aan ondernemen. En daar doen de Amerikanen het beter.'