Hebt u recent nog een verjaardagsfeestje met kleine kinderen gehouden? Dan kon u maar beter sojamelk, glutenvrije cakejes en snoep zonder gelatine in huis hebben. Nadat ze eerst allemaal ADHD hadden, lijken kinderen nu massaal allergieën en voedselintoleranties te hebben. Kunnen kinderen inderdaad steeds moeilijker melk, noten of gluten verdragen? Of is het zoals zo vaak de schuld van de media, die voedings- en dieethypes aanblazen? Jasmine Leus, kinderarts in het Gentse ziekenhuis AZ Maria Middelares en het Leuvense UZ Gasthuisberg, is overtuigd: er zijn meer allergieën dan vroeger. 'De laatste tien jaar is het aantal aanmeldingen spectaculair gestegen. Wij kunnen bijna niet meer volgen, de wachtlijsten lopen op. Bovendien zien we almaar meer kinderen met ernstige symptomen.' Een voorbeeld is de gevaarlijke pinda-allergie, die wereldwijd in opmars is. In de Verenigde Staten is het aantal kinderen dat allergisch is aan pinda's tussen 1997 en 2008 gestegen van 0,4 naar 1,4 procent. Toch waarschuwt Leus ook voor overrapportering: 'Uit onze uitlokkingstests blijkt dat 5 à 8 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar allergisch is. Maar als je het aan de ouders vraagt, kom je op een veelvoud uit.' Leus wijt die scheeftrekking aan een gebrek aan kennis over allergieën. 'Mensen komen bijvoorbeeld foutief op het spoor van de koemelkallergie, terwijl hun kind eerder lactose-intolerant is. Dat is een wereld van verschil. Zo kan een kind dat lactose-intolerant is vaak geen twee glazen melk drinken bij het ontbijt, maar wel koekjes met koemelk mee-eten op de speelplaats.'
...

Hebt u recent nog een verjaardagsfeestje met kleine kinderen gehouden? Dan kon u maar beter sojamelk, glutenvrije cakejes en snoep zonder gelatine in huis hebben. Nadat ze eerst allemaal ADHD hadden, lijken kinderen nu massaal allergieën en voedselintoleranties te hebben. Kunnen kinderen inderdaad steeds moeilijker melk, noten of gluten verdragen? Of is het zoals zo vaak de schuld van de media, die voedings- en dieethypes aanblazen? Jasmine Leus, kinderarts in het Gentse ziekenhuis AZ Maria Middelares en het Leuvense UZ Gasthuisberg, is overtuigd: er zijn meer allergieën dan vroeger. 'De laatste tien jaar is het aantal aanmeldingen spectaculair gestegen. Wij kunnen bijna niet meer volgen, de wachtlijsten lopen op. Bovendien zien we almaar meer kinderen met ernstige symptomen.' Een voorbeeld is de gevaarlijke pinda-allergie, die wereldwijd in opmars is. In de Verenigde Staten is het aantal kinderen dat allergisch is aan pinda's tussen 1997 en 2008 gestegen van 0,4 naar 1,4 procent. Toch waarschuwt Leus ook voor overrapportering: 'Uit onze uitlokkingstests blijkt dat 5 à 8 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar allergisch is. Maar als je het aan de ouders vraagt, kom je op een veelvoud uit.' Leus wijt die scheeftrekking aan een gebrek aan kennis over allergieën. 'Mensen komen bijvoorbeeld foutief op het spoor van de koemelkallergie, terwijl hun kind eerder lactose-intolerant is. Dat is een wereld van verschil. Zo kan een kind dat lactose-intolerant is vaak geen twee glazen melk drinken bij het ontbijt, maar wel koekjes met koemelk mee-eten op de speelplaats.' Het onderzoek naar allergieën is zeker in de kindergeneeskunde nog jong, wat het gebrek aan breed verspreide kennis kan verklaren. Leus: 'De specialisatie kinderallergologie is geen erkende subdiscipline. Ik ben me daar als algemeen pediater tien jaar geleden op gaan toeleggen omdat wij onze patiëntenpopulatie zagen veranderen.' Jasmine Leus: Allergie is een ontstekingsreactie door een abnormaal antwoord van ons immuunsysteem op bepaalde eiwitstructuren, allergenen, die in of op ons lichaam terechtkomen en op zichzelf geen bedreiging vormen. Daarbij worden antistoffen, zogenaamde IgE's, aangemaakt. Wanneer die antistoffen zich met de allergenen binden, ontstaan symptomen in verschillende delen van het lichaam: de huid, de luchtwegen, het maag-darmstelsel en het hart-en bloedvatenstelsel. Die symptomen kunnen mild zijn, bijvoorbeeld een verstopping van de neus, maar ook levensbedreigende shockreacties zijn mogelijk. Intolerantie is geen reactie van het immuunsysteem. Het betekent dat je suikerstructuren niet voldoende kunt verwerken of verteren. De oorzaak daarvan is een gebrek aan enzymen. Neem nu lactose-intolerantie, de klassieker. Daarbij kan iemand moeilijk lactose of melksuiker verteren omdat hij te weinig lactase aanmaakt, het enzym dat de lactose verteert. Het tweede verschil is dat er bij allergie geen drempel is: zelfs de kleinste hoeveelheid van een allergeen kan een reactie opwekken. Lactose-intolerante kindjes kunnen zoals ik al zei geen volledig glas melk verdragen, maar wel koekjes met melk erin. Leus: Ja, allergie is gevaarlijker dan intolerantie en veroorzaakt ook meer diverse klachten. Intolerantie geeft maag-darmsymptomen: buikpijn, een opgezette buik, winderigheid en diarree. Dat is vervelend, maar nooit levensbedreigend. Allergie kan chronische, maar ook heel plotse klachten veroorzaken. De acute klachten ontstaan vaak binnen enkele minuten na contact met het allergeen. Het voordeel is dat we een groot deel van de allergieën kunnen opsporen via het bloed of met behulp van huidtests. Leus: Nee. Alleen de allergieën waarbij IgE-antistoffen worden aangemaakt, kunnen we via het bloed of de huid opsporen. Voedselallergieën vallen daar vaak onder, maar niet altijd. Een groot deel van de koemelkallergische kinderen, bijvoorbeeld. Simpel gezegd: wij zijn zeker dat ze last hebben van koemelk, maar we weten niet waarom. Leus: Omdat de kinderen beter zijn wanneer we het uit hun dieet halen. De hypothese is dat bij hen het allergologische mechanisme zich afspeelt op het niveau van de witte bloedcellen, niet op het niveau van de antistoffen. We kunnen in die gevallen alleen diagnosticeren op basis van symptomen. Gelukkig kunnen we die kinderen wel behandelen en hun klachten doen afnemen. De voorbije tien jaar hebben we steeds beter zicht gekregen op het mechanisme van allergieën. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kunnen we allergie al erg vroeg vaststellen, al vanaf drie maanden. Bovendien kunnen we nu heel precies de atopische mars in kaart brengen. Dat is een grafiek (zie afbeelding) die ons in staat stelt de atopische of allergische weg te voorspellen die een kind zal volgen. Gedurende de eerste levensjaren ontwikkelen de kinderen voornamelijk eczeem en voedselallergieën. Naarmate ze ouder worden, ontgroeien ze een aantal van de voedselallergieën en richt het afweersysteem zich tegen allergenen die in de lucht aanwezig zijn, zoals pollen en huisstofmijten. Daardoor kan allergisch astma ontstaan, en wat in de volksmond hooikoort heet. Die mars begint vanaf de eerste levensmaanden en loopt tot de leeftijd van vijftien jaar. We weten dus op welke leeftijd een kind uit een allergie kan groeien, of wanneer het kan evolueren naar allergisch astma - doorgaans rond drie, vier jaar. Als er in het ziekenhuis een twee maanden oude baby wordt binnengebracht met uitgebreid eczeem, dan kun je redelijk nauwkeurig voorspellen wat er zal gebeuren. Zo nemen we mensen stap voor stap mee in een preventieve therapie. Leus: Dat weten we nog niet precies. Er zijn wel een paar hypotheses, zoals veranderde voedingsgewoonten, de samenstelling van de darmflora of de hygiënehypothese. Die laatste wijst zaken als luchtvervuiling, sterk geïsoleerde huizen of te weinig verluchting aan als boosdoeners. Maar ook een te ver doorgedreven hygiëne kan meespelen, omdat het immuunsysteem dan te weinig wordt uitgedaagd. Leus: Er zijn chronische en acute symptomen. Een klassieker bij de chronische symptomen is eczeem: rode, droge huid die veel jeuk kan geven. Dat is op jonge leeftijd vaak een goede indicator voor allergie. Verder heb je moeilijk bijkomen in gewicht, braken na de voeding, of bloedige ontlasting. Vaak sukkelen baby's daar de eerste maanden mee. Maar er zijn ook kinderen die twee, drie jaar alles eten en plots een acute reactie ontwikkelen met braken, zwellingen, bloeddrukval of kortademigheid. Een echte shockreactie dus. In zulke gevallen is het heel belangrijk om het volledige plaatje te leggen, omdat die reacties vaak een onderdeel zijn van een groter geheel van symptomen. Daarom trekken wij veel tijd uit voor het eerste gesprek, zodat ouders het hele verhaal kunnen doen. Daarbij lopen we een uitgebreide checklist af: de huid, de luchtwegen, de voeding, alles bevragen we. Leus: Integendeel. Studies lijken eerder uit te wijzen dat het tot meer allergieën leidt als zwangere vrouwen of moeders die borstvoeding geven op dieet gaan. Het blijft aangeraden om tijdens een zwangerschap en de borstvoeding gevarieerd te eten en niet te diëten. Borstvoeding iszékereen goede preventieve maatregel, zeker in atopische families. Wij raden aan om minstens vier maanden alleen borstvoeding te geven, dus zonder extra flessenvoeding. Leus: Het is een samenspel. De atopische families maken veel meer antistoffen aan dan nodig, en geven dat zeker door. Maar ook omgevingsfactoren spelen mee. Luchtvervuiling, bijvoorbeeld: graspollen die met dieselpartikels zijn bevuild, gedragen zich allergologisch sterker dan niet-vervuilde. Maar hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk. Evenmin welke factor dominanter is. Wat vaststaat, is dat je het immuunsysteem genoeg moet uitdagen. Vandaar dat we zelfs bij kinderen met zware allergieën, zodra het immuunsysteem wat ontvankelijker wordt, proberen om de gewraakte allergenen te introduceren. Leus: Het is dubbel. Aangezien we er steeds meer over zullen horen, is het goed dat we er meer over spreken en schrijven. Ook in het licht van het groeiende aantal ernstige allergieën is het belangrijk dat mensen weten hoe ze moeten reageren op reacties. Wij krijgen ook steeds meer vragen van scholen en crèches. Die alertheid wekken we ook zelf op, door scholen te bellen om ze te melden dat die of die leerling wel degelijk een allergie heeft en dat ze die dus in de gaten moeten houden. Want door de overrapportering en de soms aangeblazen hypes dreig je het omgekeerde effect te krijgen: leerkrachten nemen het soms niet ernstig wanneer een kind zegt dat het iets niet mag eten. Leus: Allergieën zijn zeker een reden om het debat te voeren over health illiteracy, de ongeletterdheid over gezondheid. Je kunt veel levenskwaliteit winnen als je maar de juiste informatie krijgt. Jammer genoeg komen mensen vaak uit bij helers en charlatans. In het beste geval is dat duur tijdverlies. Ik hoor verhalen van mensen die 150 euro betalen voor tests met elektroden. Een druk op de knop, en uit een machine rolt dan een diagnose. Dat is natuurlijk quatsch. Maar het kan ook ronduit gevaarlijk zijn, want soms worden aan die nepdiagnoses zware diëten gekoppeld, waarbij talrijke voedingsmiddelen geschrapt worden. Dan schiet je met hagel, terwijl wij eerder scherpschutters moeten zijn. Zulke diëten kunnen tot ondervoeding en zelfs de dood leiden, zoals onlangs in het nieuws kwam. Ik heb ook al kinderen gezien wier eczeem maandenlang in stand werd gehouden door zalf op basis van pinda.Uit mijn test bleek dan dat ze daar allergisch voor zijn. Zulke behandelingen zijn niet zonder risico: slecht behandeld eczeem kan bijvoorbeeld doordringen tot in het bot. Mensen zijn zich daar onvoldoende bewust van. Leus: Dat klopt, en het raakt weer aan dat dubbele van onze reactie op de toename van de allergieën. Ik steek evenveel tijd in het ontkrachten van allergieën als in het behandelen ervan. Soms komen hier kinderen van vijf of zes jaar binnen met een lijst van producten die ze niet mogen eten, 'want hij is er allergisch aan'. Heel vaak gaan die mensen naar buiten met een veel korter lijstje. Het is onze plicht om een kind onnodige, dure en lastige diëten te besparen. Maar tegelijk moeten we allergieën wel ernstig nemen, ook op school, in de crèches enzovoort. Sommige kinderen kunnen sterven wanneer ze hun dieet niet volgen. Leus: Wie op zijn twaalfde nog allergisch is aan pinda's zal dat wellicht blijven. Maar bij koemelk- of kippeneiallergie zien we dat tot 90 procent van de kinderen eruit groeit vóór de leeftijd van vier jaar. Dat kan zelfs bij de extreme of gevaarlijke gevallen, zoals pinda-allergie. Daarvan dachten we vroeger dat het voor het leven was, maar nu vermoeden we dat ongeveer 20 procent van de jonge kinderen eruit kan groeien. Leus: De allergenen zelf. Bij pinda's en noten is de uitgroei veel kleiner dan bij koemelk en eieren. En je moet kind per kind bekijken. Het immuunsysteem verandert continu en richt zich constant op andere zaken. Daarom hameren wij op herevalueren en hertesten. Wanneer we een opening zien, kunnen we bepaalde voeding opnieuw aanbieden. Dat doen we meestal in het ziekenhuis, samen met onze diëtisten, omdat het voor veel kinderen een te groot risico is om het thuis te proberen. Zo mogen sommige kinderen die allergisch zijn aan eieren hier cake komen eten, tot zeven stukken na elkaar. (lacht) Als dat probleemloos lukt, dan mogen ze een paar maanden regelmatig bereidingen met ei eten. En dan maken wij opnieuw een evaluatie. Leus: De behandeling is vooral preventie. Wie last heeft van eczeem moet de huid anders behandelen: alleen katoen dragen, andere zeep gebruiken, geen wasverzachter gebruiken en de huid dagelijks insmeren. Wie last heeft van allergisch astma moet preventief puffen. En in het geval van voedselallergieën stellen we een dieet op en een rescue-schema, een stappenplan om zelf het kind te behandelen wanneer er een reactie komt. Leus: Voor omgevingsallergieën zoals graspollen- of huisstofmijtallergie bestaan er therapieën waarbij je gedurende drie jaar de inname van bepaalde stoffen opbouwt, bijvoorbeeld met injecties. Daarmee proberen we de allergie meer onder controle te krijgen. Dat doen we ook al bij kinderen. Voor voedingsallergieën bestaat dat nog niet, ook al verschenen er in de pers al hoeraberichten over een behandeling voor pinda-allergie. Daar wordt onderzoek naar gevoerd, maar het gebruik ervan is nog niet aan de orde. Leus: Dat is geen allergie maar een overgevoeligheidsreactie: een dermatologisch probleem waarbij geen antistoffen in het spel zijn. Uw vraag legt de vinger op de wonde: de basis van een goede behandeling is correcte diagnostiek. Zowel voor wie allergisch is als voor wie het niet is. Het is minstens zo belangrijk om iemand een onnodig dieet te besparen als om iemand een goed dieet voor te schrijven.