Omwille van gekende redenen moest het hoger onderwijs het afgelopen jaar halsoverkop overschakelen van volle aula's naar een online klaslokaal. De digitale golf waarop het onderwijs nu surft, zal volgens uitgever en leerconsulent Acco niet snel breken. Sterker nog, zij zien 'blended learning', een combinatie on- en offline leren, als het ultieme onderwijsmodel van de toekomst.
...

Omwille van gekende redenen moest het hoger onderwijs het afgelopen jaar halsoverkop overschakelen van volle aula's naar een online klaslokaal. De digitale golf waarop het onderwijs nu surft, zal volgens uitgever en leerconsulent Acco niet snel breken. Sterker nog, zij zien 'blended learning', een combinatie on- en offline leren, als het ultieme onderwijsmodel van de toekomst. Acco voerde het afgelopen jaar onderzoek naar de manier waarop studenten en docenten de huidige onderwijssituatie ervoeren. Uit de resultaten blijkt volgens de leerconsulent dat beide groepen naar contactonderwijs verlangen, maar tegelijkertijd niet langer kiezen voor voltijds onderwijs op locatie. Blended learning biedt volgens Acco de ideale oplossing. 'Blended learning is een mix van "on campus" en online leren. Erg kort door de bocht, maar daar komt het wel op neer, zegt Nathalie Briessinck, uitgeefmanager van Acco. 'Het onderwijsmodel tracht de sterktes van offline contactonderwijs zo optimaal mogelijk te combineren met de voordelen van online onderwijs.'Vicky Adriaensen, de CEO van Acco, vult aan: 'Blended learning wil zowel de on- als offline leeromgeving versterken door de leerinhoud te combineren met activerende werkvormen. Daarbij wil het gebruik maken van digitale tools om het leerrendement van de studenten te verhogen.'Volgens Adriaensen is blended learning geen nieuw concept, maar maakte de pandemie er wel een hot topic van: 'Het verplichte thuisonderwijs van het afgelopen jaar heeft blended learning in een stroomversnelling gebracht. Dit is een uitgelezen moment om iedereen mee op de boot te krijgen, want het is niet alleen de toekomst, maar ook het nu. Het is al heel lang de beste oplossing', aldus Adriaensen. Maar wil iedereen wel op die kar springen? Adriaensen: 'In elke sector zijn er gedreven en minder gedreven mensen, dat is in het onderwijs niet anders. Natuurlijk heb je steeds early adopters en moet je wel een paar fases doormaken vooraleer iedereen mee is. De huidige situatie heeft de drempel om de stap te zetten in ieder geval kleiner gemaakt.' 'Mensen die op voorhand koudwatervrees hadden, moesten wel springen,' vervolgt Adriaensen. 'Ik ben ervan overtuigd dat docenten en leerlingen nu ook de voordelen van dit systeem ontdekten. Hopelijk verliezen we niet al te veel tijd met overtuigen van het nut van blended learning en kunnen we onze energie steken in de kwaliteitsverhoging van blended leerprojecten.' Het afgelopen jaar kreeg het onderwijs de kans om te reflecteren over zijn manier van werken. Volgens Adriaensen groeide bij docenten het besef dat ze hun onderwijs anders moeten gaan ontwerpen. 'Het gaat over een leertrajectontwerp dat uit verschillende elementen kan bestaan: face-to-face contactonderwijs, interactieve filmpjes, kennisbijeenkomsten, een-op-een coachingsessies enzovoort. Er zijn verschillende manieren om kennis vorm te geven in een blended learning oplossing.''Docenten leerden dat het daarom zinvol is om bijvoorbeeld leerstof aan de studenten te bezorgen via studiemateriaal of kennisclips, vervolgt de CEO van Acco. 'Op die manier kan er tijdens het onlinecontact dieper ingegaan worden op bepaalde elementen en kunnen leerlingen en docenten effectiever samenwerken en leren.' Volgens Acco zijn er verschillende voordelen verbonden aan de mix van face-to-face en digitaal onderwijs. Het zou studenten meer motiveren, hen efficiënter laten leren en hun leerprestaties verbeteren. Bovendien zou het zorgen voor een beter overzicht op de individuele vooruitgang. Briessinck: 'De combinatie zal de betrokkenheid van de leerlingen verhogen. Bovendien zal ook de leereffectiviteit toenemen, onder meer omdat studenten op hun eigen tempo zuivere kennis kunnen verwerven.' 'Studenten en docenten kunnen real life contacten benutten om in de diepte en interactief aan de slag te gaan', zegt Adriaensen. 'Tijdens onlinecontacten kunnen ze dan weer dingen doen die geen aanwezigheid van een prof vereisen. Bovendien kan dat op de plaats en het moment waar hen dat uitkomt. Heel erg op maat van de individuele student', aldus Adriaensen. Adriaensen beseft dat digitaal lesgeven ook beperkingen kent: 'Zomaar alles online doen, werkt niet. De motivatie bij studenten daalt wanneer een digitaal klaslokaal de aula vervangt en er geen aandacht is voor interactie en betrokkenheid.'Verschillende studenten en docenten pleiten voor een snelle en volledige terugkeer naar de campus. De boodschap van Acco staat daar haaks op, maar brengt ook goed nieuws. Adriaensen verwacht dat het hoger onderwijs zich nooit meer volledig in de aula's zal afspelen: 'Alle lessen in de aula is verleden tijd. Maar waar het onderricht plaatsvindt, doet er eigenlijk niet toe. Dit is geen pleidooi tegen lessen in de aula, want blended leren kan evengoed wel op locatie.'Wat dan met het mentale welbevinden van studenten? Het afgelopen jaar kwam dat aspect steeds vaker op de voorgrond. Studenten verloren motivatie en maakten duidelijk dat ze nood hebben aan onderwijs op de campus, maar kregen naar eigen zeggen weinig gehoor. Adriaensen ziet dat blended learning hier kansen biedt: 'Een juiste mix van on- en offline onderwijs zet in op een motivatieverbetering bij de studenten. Het is meer dan ooit duidelijk dat studenten nood hebben aan interactie, zowel met de medestudenten als met de docenten.' 'Nooit eerder was er zo veel aandacht voor het welbevinden van de studenten. Blended learning gaat op zich niet meer toezien op de mentale gezondheid van de studenten, maar het zorgt wel voor het actief nadenken over hun motivatie, de interactie met hen en hoe ze geactiveerd kunnen worden om een eigen leerproces in hand te namen. Dat zijn allemaal elementen die ervoor zorgen dat studenten zich goed en betrokken voelen', besluit Adriaensen.