De directies van Belgische ziekenhuizen zijn niet te spreken over de manier waarop de overheid de eerste coronagolf heeft aangepakt. Dat blijkt uit een enquête van Artsenkrant. Het weekblad vroeg de algemeen directeurs en hoofdartsen van 62 Belgische ziekenhuizen naar hun ervaringen tijdens de eerste golf en de lessen die ze daaruit hebben getrokken.
...

De directies van Belgische ziekenhuizen zijn niet te spreken over de manier waarop de overheid de eerste coronagolf heeft aangepakt. Dat blijkt uit een enquête van Artsenkrant. Het weekblad vroeg de algemeen directeurs en hoofdartsen van 62 Belgische ziekenhuizen naar hun ervaringen tijdens de eerste golf en de lessen die ze daaruit hebben getrokken. Zo goed als iedereen die dit voorjaar de touwtjes in handen had, krijgt een slecht rapport. De zwakste leerling van de klas is overduidelijk Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V), die 2,3 op 10 krijgt. Toenmalig minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) doet het met 3,9 op 10 iets minder slecht, en Philippe De Backer (Open VLD), die de nationale covid-19-taskforce leidde, krijgt 4,6. Dan doet de ambtenarij het beter. De federale overheidsdienst Volksgezondheid en het Riziv zijn geslaagd - met de hakken over de sloot, weliswaar. Ook het gezondheidsinstituut Sciensano mag van de ziekenhuizen overgaan. De meeste hoofdartsen en algemeen directeurs hebben vragen bij de bevoegdheidsverdeling op het vlak van gezondheidszorg. Liefst 98 procent vindt het nergens voor nodig dat België negen gezondheidsministers heeft. 70 procent denkt dat één excellentie zou volstaan, de rest zou nog kunnen leven met twee, drie of desnoods vier. De behoefte aan meer efficiëntie is de belangrijkste reden waarom 83 procent van de ziekenhuisdirecties vindt dat de gezondheidszorg weer helemaal moet worden gefederaliseerd. Hun redenen daarvoor zijn opvallend gelijklopend. Ze snakken naar een uniform systeem en eenheid van commando. Meer dan eens benadrukken ze dat versnippering funest is en dat de huidige situatie alleen maar verwarring creëert. Er is ook sprake van te veel kapiteins en onlogische bevoegdheidsverdelingen. Samengevat zijn de reacties één luide roep om harmonisering, efficiëntie en duidelijkheid. Sommige directeurs en hoofdartsen geven nog mee dat ze in de eerste plaats graag zouden zien dat gezondheidszorg op één bevoegdheidsniveau wordt gebracht. Welk niveau dat is, vinden ze van ondergeschikt belang. Waarom dan niet alles regionaliseren? 'De competenties zitten federaal', klinkt het. 'Op regionaal niveau ontbreken ze schromelijk.' De enquête van Artsenkrant peilde ook naar de werking van de ziekenhuizen tijdens de eerste coronagolf. Vanzelfsprekend werden ze toen met heel wat uitdagingen geconfronteerd. Zo goed als alle leidinggevenden zeggen dat de pandemie een ingrijpende impact had. Gevraagd naar de grootste moeilijkheid, noemt 74 procent - alweer - het reactievermogen van de autoriteiten. Dat ze nieuwe procedures moesten creëren en de patiëntenstromen uiteen moesten houden, ervoer het gros als een groot tot heel groot probleem. Wat het werk tijdens die eerste golf ook erg bemoeilijkte, was het gebrek aan geschikt materiaal. Meer dan 80 procent van de ziekenhuizen ondervond grote tot heel grote moeilijkheden doordat er in het begin onvoldoende mondmaskers, handschoenen en beschermende kledij voor het personeel waren. 42 procent meldt ook een tekort aan medicatie voor de dienst intensieve zorg en 18 procent een problematisch gebrek aan beademingsapparatuur. Tijdens de eerste golf was er in de ziekenhuizen ook een tekort aan mensen. Dat kwam vooral doordat heel wat medewerkers ziek werden of in quarantaine moesten. Bijna een op de drie bevraagden noemt dat een groot probleem. Maar ook in normale tijden is er duidelijk meer personeel nodig: 98 procent vindt dat het aantal verpleegkundigen per afdeling omhoog moet. De hoofdartsen en directieleden scharen zich ook achter de Belgen die in de lente nog avond na avond voor het zorgpersoneel applaudisseerden. Meer dan 88 procent is het ermee eens dat de job van verpleegkundige moet worden opgewaardeerd, en 90 procent zou graag zien dat hun arbeidsomstandigheden worden verbeterd. De toestroom van coronapatiënten had een grote impact op de werking van de niet-covidafdelingen in de ziekenhuizen. Een op de vier directies stelt dat de kwaliteit van de zorg tijdens de eerste golf minder goed was dan anders; een op de drie geeft aan dat het medische aanbod tijdelijk werd afgebouwd. Volgens 66 procent was er minder aandacht voor patiënten die om andere redenen dan een coronabesmetting zorg nodig hadden. Dat kwam in de eerste plaats doordat de overheid de ziekenhuizen had opgeroepen om niet-urgente zorg uit te stellen. Maar er waren ook heel wat mensen die hun doktersafspraak zelf afbelden, omdat ze bang waren in het ziekenhuis besmet te raken. Zelfs op de spoeddiensten, die gewoon voort bleven werken, meldden zich veel minder patiënten aan. Zo goed als alle Belgische ziekenhuizen vielen op een fractie van hun normale werking terug. Eind maart al luidde onder meer het UZ Brussel de alarmbel: het baarde de spoedartsen zorgen dat ze veel minder patiënten met andere kwalen dan een coronabesmetting te zien kregen. Heel wat mensen zouden met name klachten die op een hartaanval kunnen wijzen lang hebben genegeerd. Dat blijkt ook uit de enquête van Artsenkrant. Volgens de deelnemers heeft de eerste coronagolf vooral impact gehad op cardiologische zorg. Veel hartinfarcten werden laat vastgesteld of zelfs helemaal gemist. Hetzelfde geldt voor neurologische problemen: nogal wat beroertes werden niet of laat gediagnosticeerd. Kankerbehandelingen werden dan weer vaak uitgesteld, waardoor de wachtlijsten aangroeiden. Door al die late diagnosen en door uitgestelde onderzoeken, behandelingen en screenings verwacht 80 procent van de bevraagden dat het aantal ziekten de komende jaren zal toenemen. Drie vierde gelooft dat die tendens nog zal worden aangewakkerd door de stijging van aandoeningen die een gevolg zijn van het coronavirus zelf. Er is ook goed nieuws. De enquête vond plaats in september, nog voor de tweede coronagolf oplaaide, maar naar eigen zeggen hebben de directeurs en hoofdartsen van Belgische ziekenhuizen veel uit de eerste golf geleerd. Een op de drie geeft aan dat ze de procedures die dit voorjaar zijn uitgewerkt ook zullen kunnen gebruiken bij volgende coronagolven. Volgens nog eens 67 procent kan dat met enkele aanpassingen. Waarschijnlijk zijn die procedures intussen overal opnieuw ingesteld. De ziekenhuizen zouden nu ook tegen nieuwe virussen gewapend zijn. 94 procent van de bevraagden beweert dat ze dankzij de ervaringen tijdens de coronacrisis beter voorbereid zijn op een pandemie.