In Frankrijk staan sinds 8 september veertien mannen - onder wie tien Belgen - terecht voor hun aandeel in de terroristische aanslagen in Parijs op 13 november 2015. De aanvallen werden opgeëist door Islamitische Staat en kostten het leven aan 130 mensen. Eerder kwamen de slachtoffers al getuigen, met hun verhalen vol afschuw en hoop. De beschuldigden zelf kwamen ook al aan het woord over hun leven voor de aanslagen. Daarna was het de beurt aan toenmalig president François Hollande, gevolgd door Franse politieagenten die vertelden over een 'allesbehalve lineair onderzoek'.

Nu is het dus de beurt aan de Belgische antiterreurdiensten om terug te blikken op hun samenwerking met de Franse politie. Tijdens het proces omschreef de voormalige procureur van Parijs, François Molins, de samenwerking als 'voorbeeldig', maar Hollande schetste een ander beeld. Hij benadrukte dat de vlucht van de verdachte Salah Abdeslam naar België na de feiten 'niet de verantwoordelijkheid was van Frankrijk', maar wel 'die van een ander land'. Vanaf morgen/donderdag tot en met woensdag 8 december zullen de Belgische speurders via videoconferentie vanuit België hun relaas doen. Er staan meer dan zeventig hoorzittingen gepland.

De agenten zullen getuigen met onbedekt gezicht, maar wel een codenaam gebruiken om hun identiteit te beschermen. Deze beslissing nam Jean-Louis Périès, de voorzitter van het hof, niet zomaar, maar kwam er op expliciet verzoek van Belgisch federaal procureur Frédéric Van Leeuw. Aan deze beslissing gingen achter gesloten deuren heel wat verhitte debatten vooraf tussen de advocaten van de verdediging en burgerlijke partijen. Maar de anonimiteit van de Belgische agenten garanderen was voor Van Leeuw een absolute vereiste om hen te laten getuigen, zowel om juridische als veiligheidsredenen. Een Belgische wet van 2016, geïnspireerd door de Franse wetgeving, garandeert namelijk de anonimiteit van de speciale en antiterreureenheden. Ook de Franse leden van de antiterrorismeafdeling getuigden anoniem in Parijs. 'Dat is niet meer dan normaal', zo stelt Eric Van Duyse, woordvoerder van het federaal parket. 'De onderzoekers van de Belgische en Franse eenheden doen hetzelfde werk en worden aan dezelfde risico's blootgesteld.'

De verdediging haalde als argument aan dat hun identiteit toch al vermeld werd onderaan de processen-verbaal die tijdens het onderzoek werden opgesteld. 'Maar moeten ze daarom extra risico lopen?', vraagt Van Duyse zich af. 'Bovendien: er zijn de feiten en er is de wet', zegt hij. 'En de wet verbiedt ons om de namen van de politiemensen die onder codenaam werken, bekend te maken. Want onze mensen werken vandaag nog altijd aan gevoelige dossiers en de minste fout zou hen, hun families en hun dossier in gevaar brengen', benadrukt de woordvoerder aan persagentschap Belga. Volgens enkele advocaten van de verdediging is het respectloos tegenover de slachtoffers dat de Belgische agenten vanuit Brussel zullen getuigen, ook al zijn ze amper een treinrit van Parijs verwijderd. 'Maar alle werk dat de speurders tijdens het onderzoek hebben verzet, terwijl ze ter plaatse bleven slapen zodat ze op elk moment beschikbaar waren, toont het enorme respect van de agenten tegenover de slachtoffers', aldus de woordvoerder van het federaal parket. 'De rest is puur pragmatisch: is het nodig om hen naar Parijs te halen terwijl dat veel tijd en geld kost, en bovendien midden in een coronapandemie, als je hetzelfde resultaat kan bereiken via videoconferentie?'

Na het verhoor van de Belgische antiterreureenheden zal het hof luisteren naar de getuigenissen van familieleden van de overleden terroristen. Op de beklaagdenbank is Salah Abdeslam de enige die de terreurcommando's in Parijs heeft overleefd. De dertien anderen worden vervolgd voor hun aandeel in de voorbereiding van de aanslagen, de ontsnapping van Salah Abdeslam en het willen deelnemen aan de aanslagen.

In Frankrijk staan sinds 8 september veertien mannen - onder wie tien Belgen - terecht voor hun aandeel in de terroristische aanslagen in Parijs op 13 november 2015. De aanvallen werden opgeëist door Islamitische Staat en kostten het leven aan 130 mensen. Eerder kwamen de slachtoffers al getuigen, met hun verhalen vol afschuw en hoop. De beschuldigden zelf kwamen ook al aan het woord over hun leven voor de aanslagen. Daarna was het de beurt aan toenmalig president François Hollande, gevolgd door Franse politieagenten die vertelden over een 'allesbehalve lineair onderzoek'. Nu is het dus de beurt aan de Belgische antiterreurdiensten om terug te blikken op hun samenwerking met de Franse politie. Tijdens het proces omschreef de voormalige procureur van Parijs, François Molins, de samenwerking als 'voorbeeldig', maar Hollande schetste een ander beeld. Hij benadrukte dat de vlucht van de verdachte Salah Abdeslam naar België na de feiten 'niet de verantwoordelijkheid was van Frankrijk', maar wel 'die van een ander land'. Vanaf morgen/donderdag tot en met woensdag 8 december zullen de Belgische speurders via videoconferentie vanuit België hun relaas doen. Er staan meer dan zeventig hoorzittingen gepland. De agenten zullen getuigen met onbedekt gezicht, maar wel een codenaam gebruiken om hun identiteit te beschermen. Deze beslissing nam Jean-Louis Périès, de voorzitter van het hof, niet zomaar, maar kwam er op expliciet verzoek van Belgisch federaal procureur Frédéric Van Leeuw. Aan deze beslissing gingen achter gesloten deuren heel wat verhitte debatten vooraf tussen de advocaten van de verdediging en burgerlijke partijen. Maar de anonimiteit van de Belgische agenten garanderen was voor Van Leeuw een absolute vereiste om hen te laten getuigen, zowel om juridische als veiligheidsredenen. Een Belgische wet van 2016, geïnspireerd door de Franse wetgeving, garandeert namelijk de anonimiteit van de speciale en antiterreureenheden. Ook de Franse leden van de antiterrorismeafdeling getuigden anoniem in Parijs. 'Dat is niet meer dan normaal', zo stelt Eric Van Duyse, woordvoerder van het federaal parket. 'De onderzoekers van de Belgische en Franse eenheden doen hetzelfde werk en worden aan dezelfde risico's blootgesteld.' De verdediging haalde als argument aan dat hun identiteit toch al vermeld werd onderaan de processen-verbaal die tijdens het onderzoek werden opgesteld. 'Maar moeten ze daarom extra risico lopen?', vraagt Van Duyse zich af. 'Bovendien: er zijn de feiten en er is de wet', zegt hij. 'En de wet verbiedt ons om de namen van de politiemensen die onder codenaam werken, bekend te maken. Want onze mensen werken vandaag nog altijd aan gevoelige dossiers en de minste fout zou hen, hun families en hun dossier in gevaar brengen', benadrukt de woordvoerder aan persagentschap Belga. Volgens enkele advocaten van de verdediging is het respectloos tegenover de slachtoffers dat de Belgische agenten vanuit Brussel zullen getuigen, ook al zijn ze amper een treinrit van Parijs verwijderd. 'Maar alle werk dat de speurders tijdens het onderzoek hebben verzet, terwijl ze ter plaatse bleven slapen zodat ze op elk moment beschikbaar waren, toont het enorme respect van de agenten tegenover de slachtoffers', aldus de woordvoerder van het federaal parket. 'De rest is puur pragmatisch: is het nodig om hen naar Parijs te halen terwijl dat veel tijd en geld kost, en bovendien midden in een coronapandemie, als je hetzelfde resultaat kan bereiken via videoconferentie?' Na het verhoor van de Belgische antiterreureenheden zal het hof luisteren naar de getuigenissen van familieleden van de overleden terroristen. Op de beklaagdenbank is Salah Abdeslam de enige die de terreurcommando's in Parijs heeft overleefd. De dertien anderen worden vervolgd voor hun aandeel in de voorbereiding van de aanslagen, de ontsnapping van Salah Abdeslam en het willen deelnemen aan de aanslagen.