In het kader van het Europese coronaherstelfonds van 750 miljard euro, maakt België tot en met 2026 aanspraak op een Europese pot geld van bijna zes miljard euro aan subsidies. Daarvoor moest elke lidstaat een nationaal herstelplan indienen dat in lijn ligt met de doelstellingen van de Europese Unie.
...

In het kader van het Europese coronaherstelfonds van 750 miljard euro, maakt België tot en met 2026 aanspraak op een Europese pot geld van bijna zes miljard euro aan subsidies. Daarvoor moest elke lidstaat een nationaal herstelplan indienen dat in lijn ligt met de doelstellingen van de Europese Unie. Afgelopen woensdag werd de inhoud van het Belgische plan vastgelegd en twee dagen later op het digitale Overlegcomité goedgekeurd. Het was staatssecretaris voor de Relance Thomas Dermine (PS) die als federale verantwoordelijke het 707 pagina's tellende document vrijdag symbolisch ging overhandigen aan het Berlaymontgebouw, de hoofdzetel van de Europese Commissie in Brussel. Wanneer zowel de Europese Commissie als de lidstaten groen licht geven, gaat de bal aan het rollen. De Europese miljarden moeten voor een trendbreuk zorgen. Sinds de eeuwwisseling heeft ons land nauwelijks overheidsinvesteringen gedaan: waar België gemiddeld 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan publieke investeringen uitgeeft, ligt dat gemiddelde in de rest van de Europese Unie doorgaans een procentpunt hoger. Op twintig jaar tijd kijken we in Europees verband aan tegen een investeringsachterstand van 70 miljard euro. Met behulp van het herstelplan is het de bedoeling om dat aandeel tegen 2024 op te krikken tot 3,5 procent, goed voor een totaalbedrag van 13,1 miljard euro. Tegen 2030 moet het percentage zelfs omhoog tot 4 procent van het bbp. Het Belgische plan stelt 87 investeringsprojecten en 34 hervormingsprojecten voor en draait in grote lijnen rond zes assen: duurzaamheid, digitalisering, mobiliteit, inclusiviteit, productiviteit en openbare financiën. De Europese Commissie verwacht dat minstens 37 en 20 procent van de middelen naar respectievelijk duurzaamheid en digitalisering gaat. België toont zich echter ambitieuzer en mikt op 57 en 31 procent. Een kleine 3,4 miljard moet passen in het kader van de Europese Green Deal, 1,85 miljard gaat volgens Dermine naar de digitale omslag.Van de kleine zes miljard euro gaat ruim een derde naar duurzaamheid. In totaal wil ons land meer dan een miljard in de renovatie en verduurzaming van publieke gebouwen en sociale woningen steken. Ook wordt er 450 miljoen uitgetrokken voor een offshore energie-eiland dat tegen 2025 klaar moet zijn. Tot slot wil België 600 miljoen in nieuwe en groene technologieën zoals waterstof pompen en staat er een hervorming van de fiscaliteit rond fossiele brandstoffen in de steigers. Een andere grote brok is mobiliteit, goed voor 1,3 miljard euro. De komende zes jaar gaat er ongeveer 420 miljoen naar de (her)aanleg van nieuwe voet- en fietspaden, waarvan 345 miljoen in Vlaanderen. Onder meer het Schumanplein in de Europese wijk in Brussel ondergaat een aanzienlijke transformatie. Met een som van 210 miljoen euro moet zowel de Vlaamse als de Brusselse busvloot vergroenen en is het plan om tegen 2026 80.000 publieke en private laadpunten voor elektrische wagens te voorzien. Verder gaat 627 miljoen naar de verbetering en uitbreiding van het aanbod van het openbaar vervoer, onder meer naar de uitbreiding van het metro- en tramnetwerk in Charleroi en Luik. De derde hoofdmoot is de verhoging van de productiviteit met een investeringsbedrag van een miljard euro. In het kader van opleidingsinitiatieven maakt het plan gewag van een 'leer- en loopbaanoffensief' voor Vlaanderen, een Europese school voor biotechnologie in Wallonië en een algemene herstelstrategie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vlaanderen wil verder 280 miljoen euro in Onderzoek en Ontwikkeling steken, terwijl Wallonië ruim 110 miljoen in de uitrol van een circulaire economie steekt. Ook de verlaging van de lasten op arbeid - overeengekomen in het regeerakkoord - wordt in het herstelplan opgenomen. En dan is er nog digitalisering, waar de komende vijf jaar ruim 750 miljoen euro in wordt gepompt, waarvan een kleine 80 miljoen in de cyberveiligheidcomponent en 100 miljoen in snelle digitale netwerken zoals de aanleg van glasvezelkabels en de uitbouw van het 5G-netwerk. De grootste brok van dat geld, 580 miljoen euro, gaat naar de digitalisering van het openbaar bestuur. Zo wordt er 85 miljoen uitgetrokken voor de digitalisering van Justitie en gaat 48 miljoen naar de transitie op regionaal en lokaal niveau. Vlaanderen trekt in totaal 120 miljoen uit. Doorheen het ingediende plan krijgen gelijke kansen en gender een aanzienlijke portie aandacht. Zo wordt er geïnvesteerd in kinderopvang om de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt te verhogen. Ook de aanleg van fietsinfrastructuur en slimme verkeerslichten wordt aangeduid als maatregelen met een 'positief effect op gendergelijkheid' - uit onderzoek is namelijk gebleken dat vrouwen minder vaak de fiets gebruiken en zich minder veilig voelen op de tweewieler dan mannen wanneer fietspaden niet van de rijbaan gescheiden zijn.