Onlangs maakte ik voor het eerst een account aan op Instagram. Ik had net het geweldige No Filter van Sarah Frier gelezen, waarin ze het verhaal vertelt van dat bedrijf en vooral van de kleinzielige ruzietjes die de oprichters met Mark Zuckerberg moeten uitvechten. Daten mag ook nog altijd niet natuurlijk, maar mensen stalken op sociale media gelukkig wel.
...

Onlangs maakte ik voor het eerst een account aan op Instagram. Ik had net het geweldige No Filter van Sarah Frier gelezen, waarin ze het verhaal vertelt van dat bedrijf en vooral van de kleinzielige ruzietjes die de oprichters met Mark Zuckerberg moeten uitvechten. Daten mag ook nog altijd niet natuurlijk, maar mensen stalken op sociale media gelukkig wel. Ik moet zeggen dat het mezelf wat heeft verrast, maar in 2021 ben ik blijkbaar nog in staat om me te verbazen over het niveau van veel posts. Vooral de zogenaamde stories zijn revelerend: berichten zijn dat die na verloop van tijd vanzelf verdwijnen, een mogelijkheid die ondertussen zowel Facebook als Twitter heeft nagemaakt. Zo'n functie is heel aantrekkelijk voor sociale media die steeds maar meer, meer, meer willen, want er staat werkelijk geen rem op wat mensen daar delen. Anything goes. Ook vrienden die ik graag zie, of andere mensen die ik hoog heb zitten, delen ongegeneerd de meest banale foto's en ervaringen. Heeft het gesneeuwd? Iedereen naar buiten in de kou voor een sneeuwfoto of -video. Het hoeft niets origineels te zijn, als er maar iets van wit op staat. Zonder sneeuw is evengoed het meest onopmerkelijke landschapje, en zelfs het bereiden van een eenvoudige maaltijd of maar het aanklikken van een muzieknummertje op Spotify voldoende om de wereld erover in te lichten. De mensen om me heen leiden klaarblijkelijk een doodvervelend leven, en willen niets liever dan dat wij dat weten. Ze zullen het zelf wel weer op corona steken. Ik moet eraan denken terwijl ik Tiny Love Stories lees, oftewel True Tales of Love in 100 Words or Less. Het is een Valentijnscadeautje dat ik mezelf al rond de kerst kocht, en het verzamelt de liefdesverhaaltjes die elke week in The New York Times staan. (Het is een variatie op Modern Love, waar ik eerder al over schreef.) Een allerschattigst, lief boekje is het, en het zit 'm vooral in die beknoptheid: honderd woorden, meestal minder. Vaak gaat het ook maar over kleine onnozelheden, zoals twee geliefden die dezelfde naam hebben, de liefde voor een kat of een vrouw die het geluk heeft dat iedereen denkt dat haar man haar zoon is. Maar minstens even vaak blijken diezelfde honderd woorden genoeg voor iemand om het grootste verhaal uit zijn of haar leven te vertellen. Dan gaat het over het terugvinden van een verloren broer, de geslachtsverandering van iemands partner, of het missen van een kind. In een zee van stories zijn zo'n 100 woorden van liefde, vriendschap, wanhoop of rouw een daad van ontroerende bescheidenheid.