'I'm late, I'm late! For a very important date! No time to say "Hello, goodbye!". I'm late, I'm late, I'm late!' Voor veel lezers zal het nerveuze witte konijn uit Alice in wonderland zeer herkenbaar zijn. Als u zelf zo'n chronische laatkomer bent, kunt u de roman van Lewis Caroll voortaan wel rustig uitlezen. Tenminste, als u hem in de bibliotheek van Halle (of all places) hebt uitgeleend. Daar heeft de bevoegde schepen zopas de bibliotheekboete afgeschaft. Vitten op iemand die een dag of zelfs een week te laat is, vinden ze daar 'niet meer van deze tijd'. En vooral: veel gedoe met rosse centjes. Maar vergis u niet: na twee weken valt er wel een factuur van tien euro in de bus. Het zal die (extreme) laatkomers leren! Want geef toe, als u zelf van het punctuele type bent, stoort u zich vast ook aan mensen die altijd te laat zijn. Of het nu in de bibliotheek, op restaura...

'I'm late, I'm late! For a very important date! No time to say "Hello, goodbye!". I'm late, I'm late, I'm late!' Voor veel lezers zal het nerveuze witte konijn uit Alice in wonderland zeer herkenbaar zijn. Als u zelf zo'n chronische laatkomer bent, kunt u de roman van Lewis Caroll voortaan wel rustig uitlezen. Tenminste, als u hem in de bibliotheek van Halle (of all places) hebt uitgeleend. Daar heeft de bevoegde schepen zopas de bibliotheekboete afgeschaft. Vitten op iemand die een dag of zelfs een week te laat is, vinden ze daar 'niet meer van deze tijd'. En vooral: veel gedoe met rosse centjes. Maar vergis u niet: na twee weken valt er wel een factuur van tien euro in de bus. Het zal die (extreme) laatkomers leren! Want geef toe, als u zelf van het punctuele type bent, stoort u zich vast ook aan mensen die altijd te laat zijn. Of het nu in de bibliotheek, op restaurant of op het werk is: steeds slagen zij erin om hijgend en puffend te komen aanlopen, volop zoekend naar gepaste excuses. Terwijl u denkt: zet die wekker gewoon een halfuurtje vroeger. Maar zo hard mag u niet zijn, vindt Ron Helpman, een psychotherapeut uit New York die van 'chronische laatheid' zijn specialisatie heeft gemaakt. De man heeft er zelfs een zelfhulpwebsite aan gewijd: lateness.org. Helpman vertelt via Skype dat een paar van zijn vrienden chronische laatkomers zijn. Hij vond er amper (wetenschappelijke) literatuur over, en besloot dus zelf het thema te onderzoeken. 'Vaak wordt gedacht dat laatkomers geen rekening houden met anderen. Maar ik zie amper of nooit mensen die te laat willen zijn. Meestal is het gewoon een kwestie van niet anders kunnen.' Ironisch genoeg ziet Helpman één groep die wel vaak bewust argeloos met tijd omspringt: medische professionals, en dan vooral psychotherapeuten. 'Daar zie ik toch vaak een soort arrogantie, hun cliënten mogen al blij zijn dat ze een afspraak krijgen. De wachttijd moeten ze er maar bijnemen.' Maar de meeste chronische laatkomers zijn idealisten, meent Helpman. Al heeft hij het niet over politiek idealisme. 'Ze verwachten dat de omstandigheden altijd ideaal zijn: een trein zonder vertraging, geen minuut file op de baan, geen parkeerproblemen, geen wachtrij aan de balie ... Deze mensen zijn het liefst precies op tijd, te vroeg komen zien ze als een mislukking. Terwijl punctuele mensen aanvaarden dat ze meestal te vroeg op hun bestemming zullen arriveren. Zij beseffen dat de wereld rondom hen (het openbaar vervoer, het verkeer, de anderen) verre van perfect getimed is, en hun planning is dus realistischer, vaak zelfs pessimistisch. Maar zij nemen daar vrede mee: als ze te vroeg zijn, kunnen ze rustig hun werk voorbereiden of nog een koffie drinken.' Nog een opvallend verschil dat Helpman op zijn website omschrijft: wanneer hij aan chronische laatkomers vraagt hoelang ze moeten reizen naar zijn praktijk, houden ze meestal alleen rekening met het concrete vervoer. Ze weten dat ze - in het ideale geval - twintig minuten moeten treinen, fietsen of autorijden. Terwijl punctuele mensen elk element in ogenschouw nemen: een parkeerplaats zoeken, van de trein naar de praktijk wandelen, rode lichten, enzovoort. Al is het volgens Helpman perfect mogelijk om iets aan die chronische laatheid te doen. Op zijn website geeft hij een handig stappenplan om punctueler te worden. Eerst moet u netjes opschrijven wat u allemaal moet doen voor u naar het werk vertrekt. Bij elke stap hoort een tijdsschatting. Al komt er meteen een waarschuwing bij: denk ook aan wachttijden! De puberdochter die de badkamer barricadeert, het checken van uw mails op het toilet, de koffiemachine die doorloopt. En een tweede waarschuwing: zijn die schattingen wel gebaseerd op de werkelijkheid? Of op uw ideaalbeeld (laatkomers zijn idealisten, weet u nog)? Vervolgens moet u buffers inbouwen: u vindt uw sleutels niet meteen, er is vertraging tussen Brussel-Noord en Brussel-Zuid, of een ongeval op de E40 tussen Aalst en Ternat. Tel die buffers bij de schatting, plus nog vijf minuten extra, kwestie van zeker te zijn. En ten slotte slaat u aan het experimenteren: doe een week lang een soort stresstest van uw leven. Is die geplande tijdsschatting voldoende? Of moet u de laatste meters naar kantoor nog altijd sprinten? In dat geval gaat u terug naar stap één. En u zet uw wekker een halfuurtje vroeger. Of u bouwt een extra badkamer voor de puberdochter, dat kan ook.