'Zodra het kan, wil ik weer het veld op', zegt Zelfa Madhloum terwijl ze haar dochter de borst geeft. Door de bevalling is ze er even uit, maar normaal fluit ze de wedstrijden van de jongens U21 in de regio Antwerpen en is ze grensrechter in tweede provinciale. Op de boekenkast liggen gele en rode kaarten die, zo grapt haar echtgenoot, af en toe ook in huiselijke kring worden uitgedeeld. De 32-jarige amateurref wil graag reclame maken voor wat zij 'een geweldige hobby' noemt. 'Ik kan het iedereen aanraden om scheidsrechter te worden of het op zijn minst te proberen. Je zult veel leren over jezelf. Het heeft mijn leven verrijkt. Maar wanneer ik dat zeg, bekijken de mensen me alsof ik van Mars kom.'
...

'Zodra het kan, wil ik weer het veld op', zegt Zelfa Madhloum terwijl ze haar dochter de borst geeft. Door de bevalling is ze er even uit, maar normaal fluit ze de wedstrijden van de jongens U21 in de regio Antwerpen en is ze grensrechter in tweede provinciale. Op de boekenkast liggen gele en rode kaarten die, zo grapt haar echtgenoot, af en toe ook in huiselijke kring worden uitgedeeld. De 32-jarige amateurref wil graag reclame maken voor wat zij 'een geweldige hobby' noemt. 'Ik kan het iedereen aanraden om scheidsrechter te worden of het op zijn minst te proberen. Je zult veel leren over jezelf. Het heeft mijn leven verrijkt. Maar wanneer ik dat zeg, bekijken de mensen me alsof ik van Mars kom.' Hoe bent u erin gerold? Zelfa Madhloum: Ik heb op school de film Bend It Like Beckham gezien. Voetbal vond ik leuk - wie niet? - maar pas na die film besefte ik dat ik als meisje ook zelf kon spelen. Ik belandde bij Davo Puurs, een lokaal clubje. Op mijn zestiende zei mijn trainer dat ik 'het temperament had om scheidsrechter te worden'. Het leek me wel een uitdaging. Ik volgde een cursus en legde het scheidsrechtersexamen af. In een grote zaal met alleen maar mannen. Mijn begin als ref was allesbehalve makkelijk. Ik moest wedstrijden fluiten van jongens die vijf jaar ouder waren dan ik. Begin er maar aan, als zestienjarige meid. Het was lastig om mijn autoriteit te laten gelden, en de commentaren waren natuurlijk niet min. Maar zodra het lukte, was ik apetrots. Is het geen erg eenzame hobby? U staat alleen op dat veld. Madhloum: Bij elke beslissing is één kamp ontgoocheld. Je kunt onmogelijk voor iedereen goeddoen en bent vaak de gebeten hond. Maar oké, dat is de aard van het spel. Zolang het binnen de perken blijft, kan ik uitingen van frustratie goed verdragen. Welke wedstrijden fluit u het liefst? Madhloum: Die bij de jeugd. Het geeft me een goed gevoel om jonge spelers een echte wedstrijd te gunnen, met arbiter. Deels doe ik het uit maatschappelijk engagement, om iets terug te geven. Maar het is ook fijn om een spannende, sportieve wedstrijd mee te maken, in het heetst van de strijd. Ook de scheidsrechter gaat daarin op, en het voelt heerlijk. Een hele wedstrijd alleen maar bezig zijn met voetbal en even aan niets anders denken, dat maakt je hoofd leeg. Het is vermoeiend en ontspannend tegelijk. Een scheidsrechter heeft een bepaalde uitstraling nodig. Die is niet iedereen gegeven. Madhloum: Je moet sterk in je schoenen staan. Sommigen hebben dat van nature, maar je kunt er ook aan werken. In scheidsrechterscursussen wordt er sterk op gehamerd dat je je verzorgd kleedt. De eerste indruk telt: je begint aan een wedstrijd zodra je de club binnenstapt. Aan die ervaringen heb ik veel gehad in het leven buiten het voetbal. Beroepen die gezag moeten afdwingen krijgen het almaar moeilijker. Vraag dat maar aan agenten of leraars. Madhloum: Klopt, en voor mij is het dubbel zo moeilijk. Een vrouw, in de macho mannenwereld die het voetbal nog steeds is, en bovendien een vrouw met een migratieachtergrond. Voetbal is de onderbuik van de maatschappij. De omgangsvormen zijn geregeld ruw. Wat er vanaf de zijlijn naar me geroepen wordt, kun je niet in Knack publiceren. Raken die beledigingen u? Madhloum: Ik neem ze niet persoonlijk. Voetbal is emotie. Ik speel zelf ook, en dan foeter ik weleens op de ref. Een voetballer die getackeld wordt, zal de scheidsrechter de volle laag geven, maar zoiets neem je hem niet kwalijk. Voor zulke dingen kweek je een olifantenvel. Heel anders is het wanneer een trainer een arbiter begint uit te schelden. Dat slaat over op de spelers en dan krijg je heel vervelende wedstrijden. De clubcultuur bepaalt veel. Ik herinner me een wedstrijd waarbij een trainer ongenadig inhakte op zijn spelers. Tienjarige voetballertjes werden uitgemaakt voor het vuil van de straat. Je zag hen ineenkrimpen. Ik heb die jongens bij een hoekschop apart genomen en gezegd: 'Trek er je niets van aan en speel gewoon jullie spel.' Ze stonden toen 3-0 achter en het is uiteindelijk 3-3 geworden. Een paar bemoedigende woorden maken een wereld van verschil. Pas op, bij sommige clubs zijn zulke situaties ondenkbaar. De scheidsrechter wordt er op handen gedragen. Maar bij andere clubs ben je de vijand. Wellicht is vloeken op de scheidsrechter een uitlaatklep voor frustratie. Madhloum: In zekere mate klopt dat. Maar je kunt boos zijn en toch nog respect hebben. Daar mag gerust steviger rond gesensibiliseerd worden. Het geroep en getier langs de zijlijn is nooit grappig of origineel. Het is boertige, onbehouwen praat. Voor ik te negatief klink: natuurlijk krijg ik soms complimentjes na een wedstrijd. Maar een lelijk woord blijft langer hangen. Wat is het ergste dat u hebt meegemaakt? Platgestoken banden of zelfs klappen? Madhloum: Niets van zulke proporties. Wel werd ik eens opgewacht door twee spelers die me de weg versperden. Heel intimiderend. Ik heb moeten dreigen dat ik de politie zou bellen. Dat is uitzonderlijk, mag ik hopen? Madhloum: Zulke dingen gebeuren niet elke week, maar toch te vaak, en je moet klaar zijn om ermee om te gaan. Eén keer werd het me te veel. Bij een Brusselse club sloten ze me op in de kleedkamer. Ik zat een uur vast, terwijl de spelers op de deur bonkten. Dat was beangstigend, en het ergste was dat ik niemand had om mijn hart bij te luchten. Ik floot toen nog niet zo lang en mijn begeleiders waren zeventigers, die niet geneigd leken om te luisteren. De omkadering is gelukkig wel verbeterd. Na dat incident ben ik eventjes gestopt. Waarom bent u herbegonnen? Niet voor het geld. Madhloum: Geen enkele scheidsrechter doet het voor de centen. We krijgen 25 euro, een verplaatsingsvergoeding en een drankje van de club. Wanneer ik vertel wat ik meemaak in het voetbal, krijg ik altijd de reactie: 'Waarom doe je dat jezelf aan, Zelfa?' Het is moeilijk onder woorden te brengen. Uit liefde voor de sport. Dat klinkt melig, zeker? Voetbal verbindt mensen. Het is de volkssport nummer één en een perfecte weerspiegeling van de samenleving. In sommige clubs is de armoede zichtbaar. Men zegt vaak dat mensen uit kansengroepen moeilijk bereikbaar zijn, maar in het voetbal tref je ze week na week langs of tussen de lijnen. De politiek moet meer aandacht besteden aan wat er in kleine voetbalclubs borrelt. Bent u een strenge ref? Madhloum: De eerste minuten wel. Pas wanneer je de wedstrijd onder controle hebt, kun je iets door de vingers zien. Snel beslissen helpt, en je mag vooral niet twijfelen. Op tv tonen ze vaak spelsituaties die op een millimeter aankomen, maar dat maak je in het amateurvoetbal zelden mee. De vervelendste fases gebeuren achter je rug. De arbiter kan onmogelijk zien wat er aan de hand is, terwijl de toeschouwers ontploffen. Als ouders van de elitejeugd van Anderlecht en Club Brugge langs de lijn over de rooie gaan, vliegt hun zoon de volgende match naar de bank. Madhloum: Dat wist ik niet, maar ik vind het een zeer goed idee. Het is geen toeval dat juist de professionele, goed gestructureerde clubs het op die manier aanpakken. Het zou prachtig zijn als je die regel kon veralgemenen. Wat doet u als een speler racistische beledigingen naar het hoofd geslingerd krijgt? Madhloum: Een speler die dat zijn tegenstander lapt, krijgt meteen rood. Hetzelfde voor homofobe praat. Lastiger is het wanneer het publiek over de schreef gaat. De procedure is dat je de clubafgevaardigde vraagt om de toeschouwers te bedaren, maar dat is voor die man geen simpele opdracht. Incidenten meld ik in mijn scheidsrechtersverslag. De club kan dan een boete krijgen. Tegen spelers die het meemaken, zal ik niet veel zeggen. Troosten is niet mijn taak als scheidsrechter en ik vrees dat het de schelders nog zou ophitsen. Ik vermoed dat veel voetballers met een migratieachtergrond stoppen door racisme. Dat is bijzonder jammer. Vooral in de amateurafdelingen is de situatie schrijnend. Daar moet dringend structureel iets aan worden gedaan. De Belgische Voetbalbond lanceerde onlangs een actieplan. Er kwam een extra vakje op het scheidsrechtersblad om discriminatie te melden. Dat is een kleine, goede stap, maar daarmee redden we het natuurlijk niet. Het punt is dat voetbal de samenleving weerspiegelt, behalve op de plekken waar de beslissingen vallen. De diversiteit van het voetbalveld zie je niet terug in de bestuurskamer of bij de trainers. Meer diversiteit zou meer begrip opleveren. Het is 2021: tijd voor die shift. Je hebt natuurlijk de harde racisten, maar achter hen staan een hoop meelopers die ze zonder veel nadenken napraten. Die mensen moet je aanspreken, want zij beseffen niet hoezeer racistische beledigingen kwetsen. Er zijn zesjarigen die uitgescholden worden voor aap of vuile zwarte. Iedereen ziet het, hoort het, weet het en toch gebeurt er niks. Men focust op de verschillen tussen mensen, terwijl het fundament moet zijn dat we respect hebben voor elkaar. Tegen rauwe discriminatie moet harder worden opgetreden, maar je kunt het pas uitbannen als iedereen aan boord is. De hele samenleving. Er is een groot tekort aan scheidsrechters. Hoe druk zijn uw weekends? Madhloum: Als ik wil, kan ik fluiten van zaterdagochtend tot zondagavond. Clubs zijn wanhopig op zoek naar arbiters. Toen mijn dochter drie dagen oud was - we lagen nog in het ziekenhuis - sms'te een clubbestuurder: 'Proficiat met de geboorte. Ben je dit weekend beschikbaar?' Uiteindelijk zal het tekort aan arbiters de voetbalmacho's tot inkeer brengen: er wordt zo veel talent afgestoten dat zij hun hobby niet meer zullen kunnen beoefenen. Het is logisch dat weinig vrouwen of mensen met een migratieachtergrond scheidsrechter durven te worden: je zult onprettige situaties meemaken, zo is het momenteel nu eenmaal. Toch mogen we niet te snel denken dat het hopeloos is. Het vrouwenvoetbal zit in de lift omdat de Voetbalbond er al jaren sterk op inzet. Verandering is stuurbaar, als je echt moeite doet. We hebben rolmodellen nodig, zoals de Française Stéphanie Frappart, die in de Champions League floot. Tijdens haar wedstrijd zaten er meisjes voor de tv die dachten: dat wil ik ook. Er zijn nieuwe beschuldigingen tegen profscheidsrechter Sébastien Delferière. Hij zou wedstrijden in eerste klasse hebben vervalst. Straalt dat af op het hele korps? Madhloum: Het besmeurt onze reputatie, al hoop ik dat mensen inzien dat de vergrijpen van één man niks afdoen aan de belangeloze inzet van duizenden goedmenende vrijwilligers. Corruptie in het voetbal is sowieso verschrikkelijk, maar wanneer er een scheidsrechter betrokken is, raakt het mij nog meer. De ref is neutraal. Je hoeft het niet altijd eens te zijn met wat hij of zij beslist, maar je moet ze wel blind kunnen vertrouwen.