Het was een onderbelicht hoogtepunt in de prachtige Belgische sportzomer van 2018: Emma Plasschaert won in het Deense Aarhus het wereldkampioenschap Laser Radial. De nieuwe leading lady van het Belgische zeilen doet daarmee beter dan haar illustere voorgangster Evi Van Acker, die tot haar spijt nooit wereldkampioen werd. 'De ontlading was minder groot dan ik op voorhand had gedacht', zegt Plasschaert, een goedlachse Oostendse van 25. 'Ik ging zo op in de wedstrijd dat het einde als een verrassing kwam: 'Ha, was dit al de laatste race? En ik heb gewonnen?!' Je moet een profzeiler zijn om te vatten hoe slopend zo'n WK is. Acht dagen in competitie, amper slapen van de spanning. Zo lang geconcentreerd blijven zuigt je emotioneel leeg.'
...

Het was een onderbelicht hoogtepunt in de prachtige Belgische sportzomer van 2018: Emma Plasschaert won in het Deense Aarhus het wereldkampioenschap Laser Radial. De nieuwe leading lady van het Belgische zeilen doet daarmee beter dan haar illustere voorgangster Evi Van Acker, die tot haar spijt nooit wereldkampioen werd. 'De ontlading was minder groot dan ik op voorhand had gedacht', zegt Plasschaert, een goedlachse Oostendse van 25. 'Ik ging zo op in de wedstrijd dat het einde als een verrassing kwam: 'Ha, was dit al de laatste race? En ik heb gewonnen?!' Je moet een profzeiler zijn om te vatten hoe slopend zo'n WK is. Acht dagen in competitie, amper slapen van de spanning. Zo lang geconcentreerd blijven zuigt je emotioneel leeg.' Eén profzeiler kon alvast min of meer plaatsen wat Plasschaert voelde: haar lief Matthew Wearn, lid van het Australische team, had net zilver gepakt op het WK Laser. #shewearsthepants twitterde Wearn achteraf. 'Voor de grap hadden we onderling gewed wie eerst wereldkampioen zou worden. Matt was zó blij voor mij en ik tegelijk teleurgesteld omdat hij er net naast had gegrepen. De weddenschap is trouwens nog niet beslecht. Matt is twee jaar jonger. Als hij dit jaar het WK wint, klopt hij mij alsnog. Maar of ik dan #hewearsthepants ga tweeten, weet ik nog niet.' ( lacht) 'Twijfels en faalangst zijn verdwenen. Nu nog meer een bitch worden', luidde uw analyse in Sport/Voetbalmagazine na het WK. Emma Plasschaert: Die wereldtitel heeft dingen veranderd. De buitenwereld verwacht voortaan meer, dat voel ik wel. Ik moet daar niet flauw over doen, want mijn eigen verwachtingen zijn ook gestegen. De drang om te winnen is sterker dan ooit. Iedereen wil winnen, maar zodra je het echt gesmaakt hebt, leef je anders naar een wedstrijd toe. Omdat je weet: het kan, en ik heb het zelf in de hand. Ik moet harder en meedogenlozer worden, vooral in competitie. Niet dat ik geen strijdlust of wilskracht bezit, maar mensen tegen de haren in strijken is tegen mijn natuur. Ik zet een masker op als ik zeil: nu hebben we Emma de Kille Zeilprof nodig, niet Emma het Sociale Dier dat graag met iedereen overeenkomt. Hard kunnen zijn wanneer het nodig is hoort ook bij het spel, al schijnt het makkelijker om een bitch te leren zich in te houden dan om een braaf meisje van zich af te doen bijten.Dat goedzakkerige: is dat niet iets erg Belgisch? Plasschaert: O ja, enorm. Nederlanders zien één rechte lijn naar de overwinning. Wie in de weg staat, zouden ze neerschieten. Daarom wint Nederland twintig medailles op de Spelen en wij maar zes. Ik was de voorbije seizoenen vooral te 'Belgisch' in de medal race, de slotdag waarop de podiumplekken worden verdeeld. Die is berucht voor zijn incidenten. Bij een aanvaring moet je een rood vlaggetje opsteken en veel misbaar maken, want de protesten worden op het water beslecht. Als je het niet laat overkomen alsof er een onaanvaardbare, schandalige fout werd gemaakt, durven ze je te vergeten. Lag het alleen daaraan? Of was u een choker, een sporter die op de cruciale momenten faalt? Plasschaert: Dat ook. Twijfel en angst om het podium te verliezen, gaven me tunnelvisie. Je begint scenario's te bedenken: als ik dat meisje achter me houd, pak ik die medaille, maar passeert die concurrente, dan wordt de stand zó. Allemaal verloren energie. En zodra je in rampscenario's denkt, komen ze uit. Plots presteert de hele Belgische sport uitzonderlijk sterk. Wat is daar de verklaring voor? Plasschaert: We hebben 'net-niet' gewisseld voor 'net-wel'. En de Belgen scoren in sporten waar we nog nooit iets hebben bereikt, zoals Nina Derwael in het turnen. Ik merk zeker een mentaliteitsverandering: de Belgen denken nu meer prestatiegericht. Misschien werd in het verleden de lat te laag gelegd: de Olympische Spelen halen was al heel goed. Als ik dat vergelijk met hoe ze bijvoorbeeld in Australië naar de zilveren medaille van Matthew kijken: het is niet eens zeker dat hij naar de Spelen mag. Over mijn ondersteuning mag ik niet klagen. Het team is de laatste jaren erg professioneel geworden, qua mentale begeleiding, fysiek en trainers. Het materiaal is een hoge uitgavepost die de federatie niet geheel kan coveren, maar daar heb ik begrip voor. De andere landenteams moeten evengoed op de centjes letten. In het zeilen is het nergens grote luxe. U hebt een originele manier om de kas te spijzen: u recycleert uw oude wedstrijdzeilen. Plasschaert: Een zeil kost 650 euro en gaat maar één wedstrijd mee. Nadien is de rek eruit en haal je er geen topprestaties meer mee. Dus wat doe je met al die zeilen? Doorverkopen? Daar voelde ik me slecht bij, want het is geen topzeil meer. Nu heb ik gelukkig een creatieve zus die er strandtassen en tablethoezen mee maakt. Dat die zeilen een nieuw leven krijgen, vind ik een leuke gedachte.Het zijn allemaal zeilen die in competitie zijn gebruikt, maar het zeil van het WK wordt niet gesneden. Dat houd ik. Hebt u eigenlijk een premie gekregen toen u wereldkampioen werd? Plasschaert: Nee. Dat budget is er jammer genoeg niet. En prijzengeld bestaat niet in het zeilen, vrees ik. Volgend jaar zijn het alweer Olympische Spelen. Naar verluidt wilt u zich niet uitspreken over medailles. Waarom niet? Plasschaert: Omdat ik bij Evi Van Acker heb gezien wat dat doet met een mens. Zij móést zogezegd een olympische medaille behalen, en dat heeft haar zeker niet geholpen. Ik ben wereldkampioen en sta hoog op de ranking. Waarschijnlijk gaat de pers ook van mij verwachten dat ik in Tokio op het podium sta. Ik heb geen invloed op wat de journalisten over mij schrijven, maar zelf ga ik de druk niet opvoeren. Hoe minder ik denk aan wat 'moet', hoe meer ik me kan concentreren op het zeilen zelf. Ik doe er alles voor, ik leef ervoor en tegelijk is het 'maar' sport, hè. Het is niet dat mijn ouders sterven als ik geen medaille behaal. Ik sprak Evi Van Acker na de Spelen van Rio. Voor haar is de wereld toen wél vergaan. Plasschaert: Zo voelt een sporter zich na zo'n ontgoocheling, maar ik denk dat Evi dat vandaag al in perspectief kan plaatsen. Tokio 2020 zit in mijn achterhoofd. Ik heb al in de olympische baai getraind. Het is water voor allrounders en dat ligt me: soms wilde golfslag, dan weer amper een golfje, soms aanlandige wind, dan weer aflandig. Af en toe passeren er tyfoons, maar als het te erg wordt, leggen ze de wedstrijd sowieso stil. Wat geeft u de grootste kick: zeilen of winnen? Plasschaert: Toch zeilen. Geef mij een zonnetje, acht tot tien knopen, warm weer maar niet té: dat is het paradijs. En dan denk ik aan de mensen die op kantoor zitten of aan andere atleten die kilometers malen in een zwembad of zich afbeulen in de gym. ( lacht) Ik heb de mooiste sport gekozen die er bestaat. Maar de tweestrijd uit je vraag is sowieso niet van toepassing, vind ik. Je kunt geen winnaar worden als je geen passie hebt. In 2015 zei u in Knack: 'Zodra de fun wegvalt, stuiken mijn resultaten in elkaar.' Plasschaert: Ik bedoelde niet dat ik alleen maar plezier wil maken. Wat ik niet leuk vind maar wel nodig is, kan ook fun zijn, wanneer je het met een positieve instelling doet. Maar als ik na al die opofferingen maar twintigste zou worden, dan blijft het niet plezierig. Ik schuif alles aan de kant voor het zeilen. Er moeten resultaten tegenover staan of het is uit balans. Laatst zei Marit Bouwmeester: 'Ik wilde dat ik in de gym zat, daar amuseer ik mij meer dan op het water.' Dat valt voor mij niet te vatten. De liefde voor de boot blijft voor mij de basis van alles. Kom op, dat zegt Bouwmeester om u zand in de ogen te strooien. Plasschaert: Nee, dat meent ze. Marit kickt op afzien, ik niet. Ik beul me af omdat het erbij hoort. Part of the deal. Net omdat het niet het leukste deel van de job is, brengt het mijn perfectionisme naar boven. Ik moet er alles aan gedaan hebben. Gek genoeg ben ik alleen in het zeilen zo. Met een 12 op 20 op een examen kan ik perfect leven (Plasschaert studeert voor industrieel ingenieur, nvdr), in de sport is alleen het beste goed genoeg. Wat maakt u een goeie zeilster? Plasschaert: Mijn neus voor de wind en mijn gezond verstand. Ik ben nogal conservatief in mijn keuzes waardoor ik vrij consistent ben. Op sommige dagen komt zeilen neer op tactiek. Waait de wind uit variabele richting, dan moet je op het juiste moment overstag gaan. Wie slecht gokt, verliest. Bij harde wind uit één richting draait het om snelheid. Niet twijfelen maar gáán, want wie nadenkt, komt te laat. Het is niet makkelijk om tussen die twee denkpatronen te switchen. Is zeilen een hongersport? Ik hoorde dat sommige zeilsters met hun gewicht spelen in functie van een bepaalde wedstrijd. Plasschaert: Laatst voeren we een race met amper wind. Een van de subtoppers, een Chinese, weegt amper 60 kilo: vlot een kilo of 8 minder dan de tegenstand. Zij was toen natuurlijk onverslaanbaar. Op de Spelen van Londen heeft iedereen juist kilo's bij gekweekt, want daar voorspelden ze een stijve bries. Ik hou er niet zo van om te goochelen met mijn gewicht. Je zult ook zien dat juist in races waar iedereen voor afviel, er vijf beaufort staat. Dan zijn we allemaal gesjareld. Is het een harde wereld? Hoe is het contact met de concurrentes? Plasschaert: We doen vriendelijk tegen elkaar maar ook niet té. Een concurrent wil je niet innig kennen. Hun pech is jouw geluk: daar moeten we niet flauw over doen. Verbroederen wordt gemeden. Helpt het om een lief te hebben die ook profzeiler is? Plasschaert: Je begrijpt elkaar, hè. Matthew zal nooit zagen omdat ik weg moet voor een training. Hij snapt dat een race zo slopend kan zijn dat je 's avonds niet de energie hebt om te praten. Plus: de tips van het Australische team zijn erg handig. Echt? Plasschaert: Nee, die krijg ik jammer genoeg niet. ( lacht) Maar ik verspreid die roddel graag, zodat mijn concurrentes denken dat ik een voordeel heb. De concurrentie is nog steeds dezelfde als die waarmee Evi Van Acker te kampen had: ik, Marit Bouwmeester en de Deense Anne-Marie Rindom vormen de top drie. Bij de vorige Spelen stond u zevende op de wereldranglijst en was u het aanstormende talent van de Laser Radial. Een land mag maar één zeilster afvaardigen en dat werd Evi Van Acker. Hoe groot was de teleurstelling? Plasschaert: Toen vond ik dat ik er goed mee omging, maar als ik nu terugkijk, dan heb ik daar toch onder geleden. Ik mocht zo goed varen als ik wou, de Spelen had ik nooit gehaald. Dat gevoel van onmacht remde mijn progressie. Ik had moeten redeneren: mijn tijd komt nog wel, profiteer hiervan om als een spons alle ervaring van Evi op te zuigen. Wij waren vrienden maar ook concurrenten. Een erg dubbel gevoel: je wenst haar het beste, maar je wilt zelf o zo graag nóg beter doen. Evi is nu mijn klankbord. We laten haar ervaring niet verloren gaan, maar een officiële coachingfunctie heeft ze niet. Dat zou haar ding niet zijn. Er was geen Belgische journalist mee toen u vorig jaar wereldkampioen werd. Plasschaert: Dat vond ik jammer. Niet dat ik op aandacht kick, maar ik voelde me toen toch niet gewaardeerd. En 't is niet dat die medaille compleet uit de lucht kwam vallen: als de journalisten een beetje hadden opgelet, dan hadden ze dit niet hoeven te missen. 'Je had pech dat het juist een druk sportweekend was', hoorde ik achteraf. Koen Naert won toen goud op het EK marathon en de Borlées op de 4x400 meter. Ter voorbereiding zag ik een paar zeilraces. Als leek is het niet makkelijk om de finesses van die sport te doorgronden. Plasschaert: Dat vind ik een magere verklaring voor het feit dat zeilen zo weinig aandacht krijgt. Het is niet omdat er minder volk kijkt dat het minder waarde heeft, toch? Vond u het vervelend dat u de top drie van de Sportvrouw van het Jaar niet haalde? Plasschaert: Nee, maar ik was wel ontgoocheld. De anderen hadden ook superprestaties geleverd, maar mijn wereldtitel is toch ook niet niks. De journalisten stemmen op wie ze kennen, zeker? Uw vader is schepen in Oostende voor CD&V. Zin om hem ooit op te volgen? Plasschaert:Never! ( lacht) Ik heb erg veel respect voor wat mijn pa doet, maar politiek is niks voor mij. Als je iets wilt veranderen, werkt de ene helft tegen en probeert de andere helft met de pluimen te gaan lopen. Geef mij maar de eenvoud van mijn zeilboot. Ik beslis en als het misloopt, kan ik niemand de schuld geven.