Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Dit is toch iets anders dan elkaar buiten ontmoeten', zegt Zehra Sayin terwijl we sleutelen aan het volume van onze videoverbinding. 'En het is dan nog juist zo'n stralende ochtend ook.' De geplande boswandeling hebben we ingeruild voor Zoom, in de plaats van bomen heeft ze een witte muur met een houtsnede achter zich. Veel krullen en inkepingen, hier en daar een rozet. Een souvenir uit Thailand, zo te horen, waar haar man en zij enkele jaren geleden op vakantie waren. Deze zomer bleef Sayin dichter bij huis. Ze ging op bezoek bij haar schoonfamilie in het Franse Baskenland en verbleef enkele dagen aan de Côte d'Azur. 'We hebben veel gewandeld, veel gerust, lekker gegeten: het heeft deugd gedaan.' Niets te vroeg, want Sayin heeft intense jaren achter de rug. Sinds ze in 2015 aan het hoofd kwam van Special Olympics Belgium, de non-profitorganisatie voor atleten met een verstandelijke beperking, raast ze door de dagen. En met succes: de grootste financiële putten zijn gedicht, het aantal sporters is opgetrokken tot om en nabij de twintigduizend en met enkele geslaagde reclamecampagnes - onder meer die waarin Kevin De Bruyne, Kim Gevaert en Jean-Michel Saive werden afgebeeld als zichzelf, maar dan met het syndroom van Down en de slogan: 'Verdienen wij nu minder supporters?' - heeft ze van Special Olympics een sterk, aantrekkelijk merk gemaakt, nu ook bekend bij het grote publiek. 'Zehra heeft een ongelooflijke energie, zelden meegemaakt', vertelde Piet Steel, voorzitter van uw raad van bestuur, me. 'Ze gaat geregeld in het rood.' Zehra Sayin: Ik heb heel veel energie, ja. Mijn osteopaat zei het onlangs ook: 'Hoe jij om negen uur 's ochtends al zo veel energie kunt hebben, ik begrijp het niet.' Ik ben zo geboren, het is mijn temperament. Ik zie het als een voordeel in mijn werk: ik hak snel knopen door, voel me het best in crisissituaties of op momenten waarop je beslissingen moet nemen. Ik wil geen tijd verliezen, ook niet in mijn dagelijks leven. Ik geloof dat elke seconde belangrijk is en dat we iets niet tot morgen moeten uitstellen als we het ook nu meteen kunnen doen. Mijn vader en mijn broer zijn ook zo, het is iets familiaals, geloof ik. In uw werk hamert u vaak op het belang van de familie van de sporter. Hebt u zelf voldoende oog voor uw familie? Sayin: Oog wel, tijd niet altijd. (lacht) Ik woon vlak bij mijn ouders in Evere, we delen hetzelfde binnenhof, maar ik zie hen niet voldoende. We bellen dagelijks, maar in drukke periodes - en het is altijd druk bij mij - ga ik maar één keer om de drie weken langs. Ik neem te weinig tijd om samen te eten of rustig bij te praten, ik geef het toe. Maar als ik er ben, geef ik hen wel alle aandacht. Alhoewel, ik moet eerlijk zijn: niet zo lang geleden heeft mijn moeder zich kwaad gemaakt omdat ik tijdens een van mijn weinige bezoekjes toch een telefoontje voor het werk had gepleegd. Dat heeft me aan het denken gezet. Ik moet inderdaad wat meer tijd nemen voor mezelf en mijn familie. Als ik bij hen ben, zet ik mijn telefoon voortaan dus op vliegtuigmodus. Hoelang is het geleden dat u een hele dag offline bent geweest? Sayin: (denkt lang na) Tijdens mijn vakantie heb ik drie dagen mijn mails niet gelezen, telt dat? Op de andere dagen was ik er toch elke dag minstens een uur mee bezig, terwijl mijn man ging lopen of zo. 'Zehra is een nogal atypische vrouw om mee samen te zijn', zei uw man. Sayin: (lacht) Hij heeft gelijk. Ik ben eigenlijk altijd aan het werk. Als ik al eens ziek of moe ben, zegt hij: ga toch maar naar je werk, daar zul je je wel beter voelen. En hij heeft gelijk, zodra ik werk voel ik me meestal niet meer moe of ziek. (lacht) We werken allebei veel te veel, het is altijd veel te druk. Om je een idee te geven: ik heb gemakkelijk acht tot tien meetings per dag en drie avonden in de week een fundraising- of een networkingevenement. Veel ben ik dus niet thuis. Ik heb ook geen hobby's, behalve reizen misschien. Ik sport niet, ik schilder niet, ik dans niet. Mijn vrienden en mijn man zie ik honderden verschillende dingen uitproberen, maar ik zit gewoon zo niet in elkaar. In het weekend gaan we soms eens wandelen, maar dat gebeurt nu ook weer niet zo vaak. Hoe komt u tot rust? Sayin: (denkt na) Door te geven, denk ik. Iedere keer wanneer ik voel dat ik me nuttig heb gemaakt voor andere mensen voel ik een soort rust over me neerdalen. En door te slapen. Dat is het enige moment waarop ik alles kan vergeten. In het weekend slaap ik altijd uit, ongegeneerd, dan moet er mij niemand lastigvallen. En we zijn ook op zoek naar een woning buiten Brussel, in Keerbergen of zo. Ik woon al mijn hele leven in de stad, maar nu begin ik toch te merken dat ik graag wat meer in het groen zou wonen. Het zou fijn zijn om thuis wat meer rust te vinden, 's avonds en in het weekend. U bent ook voorzitter van Collectif Huma, een humanistisch fotografencollectief, en houdt toezicht op een weeshuis in Benin. Draagt u net als Atlas het gewicht van de wereld op uw schouders? Sayin: Mijn osteopaat, hij weer, zei dat onlangs ook. Ik heb al een tijdje last van nekpijn en hij maakte dezelfde opmerking: 'De rol van Atlas is niet evident, Zehra.' (denkt na) Ik heb een groot gevoel voor engagement. Dat is het resultaat van mijn opvoeding, denk ik, mijn papa heeft het zo dikwijls herhaald: mensen helpen, iets geven, iets betekenen voor de ander, is goed. Als ik eens een dag vrij heb, is mijn eerste spontane reactie niet: ach, eindelijk, ik ga nu eens rustig ademhalen. Nee, ik denk integendeel: wie kan ik, of kunnen wij, vandaag helpen? Is er iemand uit onze vriendenkring die emotionele steun nodig heeft? Is er een atleet die alleen woont en wat hulp kan gebruiken? Op zulke momenten vergeet ik alles en voel ik veel positieve energie. Het gebeurt heel zelden dat ik last heb van negatieve gevoelens, bijna nooit. En het woord 'stress', dat ken ik niet. Niemand verplicht mij tot iets en ik doe het allemaal met veel plezier, dat scheelt enorm in je beleving. Maar uw nek zit wel geblokkeerd. Sayin: De laatste maanden wel, ja, voor het eerst in mijn leven. Zou ik oud aan het worden zijn? (lacht) Mijn lichaam moet de stress dus wel voelen, ik besef het nu ook. Ik moet mijn lichaam dringend wat meer ruimte geven, wat meer plaats, anders zal ik in de toekomst nog meer pijn hebben. U hebt de ziekte van Lyme. In hoeverre bepaalt dat uw dagelijks leven? Sayin: Tegenwoordig amper nog, maar het is zwaar geweest. Zes jaar geleden heb ik de diagnose gekregen en toen had ik het erg moeilijk: ik had veel last van geheugenverlies, terwijl ik normaal gesproken juist heel goed ben met cijfers, data en rekeningnummers. Ik was moe, kon niet goed meer zien, kon me niet meer concentreren, kon mijn tanden niet meer zelf poetsen en ik moest heel veel medicatie nemen, met acht verschillende soorten antibiotica per dag. Met wat afstand, nu het beter gaat, kan ik ook de voordelen van die periode inzien. Mijn omgeving was vrij hard voor mij - ' Allee Zehra', zei mijn vader toen ik vertelde dat ik zelfs geen deur meer kon openen, omdat ze te zwaar was. 'Is dat nu zo erg? Neem gewoon wat meer tijd, dat lukt toch ook?' Door die ingesteldheid, omdat niemand medelijden had, heb ik mijn hoofd niet laten hangen en ben ik vooruit blijven kijken. Vandaag heeft de ziekte amper nog impact op mijn leven. Mijn spieren doen altijd pijn, maar ik heb manieren gevonden om daarmee om te gaan. Ik probeer er niet aan te denken, en zolang de pijn niet te erg is, lukt dat ook. Ik heb er vrede mee dat de pijn voor de rest van mijn leven bij me zal blijven. (zwijgt even) Nu ik er zo over nadenk, ik bescherm mezelf heel vaak: tegen negatieve mensen, tegen twijfel, tegen pijn. Het moeilijkst is om niet paranoïde te worden ten opzichte van je eigen lichaam, om niet bij elk pijntje te denken dat de situatie weer aan het verslechteren is. Door zo veel te werken, geef ik ook minder aandacht aan elk lichamelijk ongemak. U durft uw vrouwelijke charmes al eens in de strijd te werpen, hebt u in eerdere interviews gezegd. Maar nadat bij u de ziekte van Lyme werd vastgesteld, bent u twintig kilo bijgekomen en ging u twijfelen aan uzelf. Hecht u zo aan uiterlijke schoonheid?Sayin: Dat valt wel mee, maar twintig kilo in een paar maanden is echt veel. Ik was nog te jong, vond ik, en ik ben altijd slank geweest. Ik was ook bang dat ik in mijn job minder goede resultaten zou boeken. Ik was op dat moment marketingverantwoordelijke voor heel Europa en moest veel presentaties geven. En laten we eerlijk zijn: daarbij gebruikt elke vrouw haar lichamelijke charmes, bewust of onbewust. Maar wat bleek: mijn resultaten bleven gelijk, ze werden zelfs wat beter. Ik kon het ook puur met mijn intelligentie, dat was een hele opluchting. Nu geloof ik nog meer in de kracht van mijn verstand dan toen, op mijn negenentwintigste, toen ik nog meer belang hechtte aan de kracht van het lichaam. Kennelijk heeft Jacques Rogge, oud-voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, u ooit gevraagd of er al ooit iemand nee tegen u heeft durven te zeggen? Sayin: Op een vergadering met de Raad van Wijzen van Special Olympics was dat. Mijn antwoord was kort: 'Nee.' (lacht) Ik heb destijds een specialisatie gevolgd in the psychology of persuasion, en blijkbaar heb ik in die opleiding goed opgelet. Overtuigen is mijn job, op een zo spontaan mogelijke manier welteverstaan. Ik communiceer heel vaak met mezelf, ik stel mezelf veel vragen. 'Wil ik dit doen? Of juist niet?' En door die dialoog met mezelf twijfel ik nooit. Ik ben streng voor mezelf, gigantisch, en ook voor mijn omgeving. Maar ik geloof ook gemakkelijk in andere mensen, ik geef gemakkelijk vertrouwen. Dan krijg je veel gedaan, denk ik. 'Zehra voelt zich in alle kringen thuis', zei Piet Steel nog. Sayin: Dat klopt, mijn man zegt dat ook vaak. Onze organisatie is gelinkt aan de familie Kennedy in Amerika en bij hen - of bij de koning en de koningin, waar ik niet zo lang geleden op audiëntie mocht - voel ik me even comfortabel als bij onze sporters. Ik toon diplomatie als het nodig is, maar ik ben niet snel onder de indruk.U komt uit een bescheiden gezin. Hoe zag uw jeugd eruit? Sayin: Heel goed, ik heb een fijne en stabiele jeugd gehad. Mijn vader was verantwoordelijke housekeeper bij Holiday Inn en mijn moeder werkte als poetsvrouw bij de Europese Commissie. Ze zijn elk afzonderlijk naar België gekomen, op hun drieëntwintigste en veertiende, en ze hebben ons drieën - ik heb nog een zus en een broer - er altijd voor behoed om helemaal op te gaan in de lokale Turkse gemeenschap in Brussel. Er kwamen de hele tijd vrienden over de vloer, daar niet van, maar ze wilden ons tonen dat er meer was dan dat. Tot mijn vijfde hebben ze bijvoorbeeld geen woord Turks tegen mij gesproken, zodat ik perfect Frans kon, en de Turkse televisie stond thuis nooit op. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat iemand me vroeg of ik het moeilijk had gehad met mijn integratie. 'Welke integratie?' antwoordde ik. (lacht) Ik voel me Belg. Als ik over Turkije spreek, zeg ik 'zij'. Als ik over België spreek 'wij'. Dat zegt alles. Mijn ouders hebben ons alle kansen gegeven, zonder ons druk op te leggen. Als we niets met die kansen hadden gedaan, was het ook goed geweest. Maar we hebben ze gegrepen, de kansen, we zijn alledrie in het buitenland gaan studeren en hebben alledrie een mooie carrière in de bedrijfswereld opgebouwd. Ik ben mijn ouders daar nog altijd dankbaar om. Onbewust wil ik hen in alles wat ik doe waarschijnlijk trots maken, tonen dat ze gelijk hadden toen. Beschouwt u zichzelf als een rolmodel? Sayin: Meer en meer, ja. Zeker voor de jongeren uit de Turkse gemeenschap in ons land, en in Brussel in het bijzonder. Voor jonge mensen die grote keuzes moeten maken: welke studies ze beginnen, of ze wel in België willen blijven... Ik wil hen tonen dat je afkomst geen belemmering hoeft te zijn op de arbeidsmarkt, dat ze door goed te studeren en hard te werken integendeel heel wat kunnen bereiken in dit land. En los van mijn afkomst wil ik ook tonen dat mijn generatie, tussen de dertig en de veertig laten we zeggen, ongelooflijk veel mooie dingen kan realiseren. Ook op het vlak van goede doelen of non-profit. Je hoeft niet per se einde carrière te zijn om je daarvoor te engageren. Het is aan ons om de wereld te veranderen. Maar zelf kinderen krijgen is uw grootste angst, hebt u ooit gezegd. Sayin: Die angst is ondertussen al verminderd, gelukkig. Ik heb altijd gezegd dat ik eerst veel wilde reizen met mijn man en wilde investeren in mijn carrière, en dan pas over kinderen wilde nadenken. Ik ben nu 35, mijn man en ik zijn tien jaar samen, ik denk er stilaan anders over. Als ik in de toekomst kijk, zie ik mezelf als een ceo van een of ander interessant bedrijf, maar ook als mama. Het zal zoeken zijn naar een goede balans tussen de twee, en ook naar een evenwicht tussen mijn lichaam en mijn geest, maar dat moet wel lukken. Al zal het wel in mijn tempo moeten blijven gebeuren, dat spreekt voor zich. (lacht)