Toen de bekende Nederlandse schrijver Tommy Wieringa daags na de rellen met migrantenjongeren op de Anspachlaan en het Muntplein zijn nieuwe boek kwam voorstellen, deelde hij in een column de volgende bedenking. 'Je gunt Brussel een burgemeester met de statuur van een Eberhard van der Laan, die pijnlijke conclusies niet uit de weg ging maar begreep dat als je van zulke jongens verantwoordelijke burgers wilt maken, je ze daartoe zult moeten opvoeden.'
...

Toen de bekende Nederlandse schrijver Tommy Wieringa daags na de rellen met migrantenjongeren op de Anspachlaan en het Muntplein zijn nieuwe boek kwam voorstellen, deelde hij in een column de volgende bedenking. 'Je gunt Brussel een burgemeester met de statuur van een Eberhard van der Laan, die pijnlijke conclusies niet uit de weg ging maar begreep dat als je van zulke jongens verantwoordelijke burgers wilt maken, je ze daartoe zult moeten opvoeden.' Woorden die Luckas Vander Taelen, auteur van boeken over Brussel, en Youssef Kobo, CD&V-politicus van Marokkaanse origine, als muziek in de oren klinken. Vander Taelen en Kobo hebben elkaar vóór dit interview nog nooit ontmoet. De scherpe islamcriticus en de felle woordvoerder van een jonge generatie allochtone intellectuelen zouden het in principe over veel oneens kunnen zijn. Maar in hun diagnose van de Brusselse ziekte blijken ze opvallend gelijkgestemd. Wat loopt er nu precies mis in Brussel? Luckas Vander Taelen: Het gaat om onwaarschijnlijk slecht bestuur op alle vlakken, nu al dertig jaar aan een stuk. De rellen van de voorbije weken zijn daarvan het resultaat. Vergeet ook niet dat de Brusselse bevolking sinds 2000 met ruim 200.000 mensen is toegenomen. Brussel, met zijn zwakke centrale gezag, zijn 19 lokale besturen en 6 politiezones, is daar niet op voorbereid. Wat vandaag ook tot uiting komt, is het bedroevend lage niveau van de Brusselse politieke klasse. Brussel heeft betere politici nodig. Er zijn geen leidersfiguren die - zoals de burgemeesters van Parijs, Londen, Barcelona of New York - hun stempel op de stad kunnen drukken.Youssef Kobo: Heel wat misstanden in Brussel zijn bovendien jaren geleden al aangeklaagd. Journaliste Hind Fraihi waarschuwde tien jaar geleden al voor de radicale islam in Molenbeek. Zij werd toen weggezet als een racist en een nestbevuiler. Jaren later heeft ze helaas gelijk gekregen. In een aantal Brusselse gemeenten loopt er veel verkeerd, maar de politici lijken geen greep te hebben op hun stad. Nogal wat grote terreuraanslagen van de voorbije jaren hadden een band met Brussel. Men weet in kringen van islamterroristen dat je er makkelijk onder de radar kunt blijven. Niemand weet immers wat er gebeurt in Brussel. Met het zogenaamde Kanaalplan is een stap vooruit gezet, maar de vraag is of de middelen wel toereikend zijn voor de uitdagingen waarmee Brussel is geconfronteerd. Luckas had het over de bevolkingsexplosie van de voorbije tien jaar, maar de volgende tien jaar komen er nog eens 200.000 mensen bij. Dat schept grote uitdagingen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, huisvesting, veiligheid, en ga zo maar door. Deze stad kraakt letterlijk in haar voegen. En de Brusselse politieke klasse onderneemt nauwelijks iets. Vander Taelen: De herrieschoppers, die afkomstig waren uit gemeentes als Vorst, Molenbeek, Anderlecht en Brussel, deden in tegenstelling tot de politici wel aan samenwerking over de gemeentegrenzen heen. Wat ik ook niet begrijp, is dat Brussels burgemeester Philippe Close (PS), die tijdens de rellen op de Anspachlaan in Parijs een rugbymatch bijwoonde, geen plaatsvervangend burgemeester heeft aangewezen die de politie had kunnen coördineren. Stel je voor dat er doden waren gevallen bij die brand in de meubelzaak op de Anspachlaan. Wie had daarvoor in Brussel dan politieke verantwoording moeten afleggen? Burgemeester Close zei dat hij de vinger aan de pols hield. Vander Taelen: O ja? Door wat sms'jes heen en weer te sturen? Close had zich moeten laten vervangen. Waarnemers en politici wijzen toch vooral op het manke politieoptreden. Vander Taelen: Natuurlijk is er veel misgegaan bij de politie. Als de helft van de manschappen afwezig is vanwege zondagsdienst, omdat er de volgende dag een betoging tegen Theo Francken is, als de dienstdoende commissaris thuis is op het moment van het uitbreken van de rellen, als er geen plan klaarligt om spontane rellen aan te pakken, als men over het hoofd ziet dat er een belangrijke voetbalwedstrijd plaatsvindt en als de politie het internet nog niet heeft ontdekt, mag je niet verbaasd zijn dat het misloopt. Maar de echte verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de politici die het lokale veiligheidsbeleid uitstippelen. Politici moeten, zeker in een grootstad, vooruitziend zijn, want shit happens nu eenmaal. En dan moet je klaar staan, maar Brussel stond niet klaar. Kobo: Wat ik heb opgevangen, is dat er een reële dreiging was dat de rellen zouden uitbreiden naar andere delen van Brussel. Het was voor de politie daarom dansen op een slappe koord. Bij een te hard optreden, hadden de zaken nog meer uit de hand kunnen lopen. Ik was die zaterdagavond toevallig in Brussel. Op het Beursplein zag ik in eerste instantie vooral feestende jongeren met Marokkaanse en Tunesische vlaggen. Op dat moment hing er nog een leuke sfeer. Maar tussen de feestvierders doken ineens jongeren op met hoody's en sjaals voor hun gezicht. Die begonnen met flessen naar de ordetroepen te gooien. Tien minuten lang hebben de agenten de projectielen ontweken en niet gereageerd. Vervolgens werd er gegooid met verkeersborden, palen, bakstenen - ik zag alles door de lucht vliegen. Dan is de politie beginnen te chargeren en heeft ze het waterkanon ingezet. Maar de moeilijkheid voor de politie was dat er op dat plein ook nog veel gewone feestvierders aanwezig waren. Vervolgens ontstond er een kat-en-muisspel tussen relschoppers en politie, waarbij de politie duidelijk onderbemand was. Vander Taelen: Dit krijg je als door een jarenlang laks beleid de rotte appels nooit uit de groep zijn verwijderd. Terwijl het gaat om een relatief kleine groep provocateurs en een in principe beheersbaar probleem. Een goed geleide politiemacht haalt die kereltjes die Youssef zaterdagavond heeft gezien zo uit de massa. Maar in Brussel laat men de zaken altijd op hun beloop. Toen in Anderlecht en Molenbeek bussen van De Lijn met stenen werden bekogeld, haalde de burgemeester van Anderlecht de schouders op. Er is geen enkel besef van urgentie in Brussel. Ik vind dat wraakroepend. De grote meerderheid van de allochtonen wordt zo ook keer op keer in een kwaad daglicht gesteld, door het gedrag van een paar honderd klootzakjes, om het met de woorden van Youssefs partijgenoot Sammy Mahdi te zeggen. Kobo: Er is geen respect meer voor ordehandhavers. Maar wat wil je ook? Er is die zaterdag op de Anspachlaan zelfs niemand opgepakt. Ik geloof ook nooit dat de politie met behulp van camerabeelden veel van die baldadige jongens alsnog zal kunnen aanhouden. Die zaten goed weggestopt onder hun sjaals en capuchons. Vander Taelen: Dat worden, net zoals drugsdealers, negatieve rolmodellen.In Brussel heb je heel veel allochtone politici. Kunnen zij niet als positief rolmodel fungeren? Kobo: Toch wel, maar Brussel heeft gewoon veel te veel politici voor een stad met één miljoen inwoners. Ik ben in Brussel achter de schermen politiek actief geweest. Ook in de meest banale dossiers moet je met zo veel instellingen en politieke niveaus samenwerken, dat je er moedeloos van wordt. De gemeenten, de gemeenschappen, het gewest, het federale niveau - het is zo'n warboel dat je als politicus nauwelijks impact hebt. Vander Taelen: Een neveneffect van het feit dat Brussel zo'n verwarde indruk geeft, is dat jonge Brusselaars zich niet met hun stad kunnen identificeren. Niemand weet wie de Brusselse minister-president is, de meesten weten niet eens wat 'minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest' betekent. Noem dat toch gewoon een burgemeester en zorg ervoor dat die de lijnen kan uitzetten, en dat er naar hem wordt geluisterd. Neem de problemen in het onderwijs in Brussel. Er is geen enkele politicus die met voldoende gewicht kan zeggen: en nu gaan we eindelijk eens een van de grootste problemen in Brussel aanpakken, namelijk het feit dat veel jongeren de school verlaten zonder diploma of talenkennis - ze kunnen vaak niet eens correct schrijven. In de vijf woorden tellende Facebook-oproep van die Brusselse rapper om de Lemonnierlaan na de wedstrijd van Marokko in vuur en vlam te zetten, stonden twee joekels van taalfouten. Kobo: Die rapper met zijn kalasjnikovs en de overspannen reacties op sociale media zijn voor mij uitingen van typische straatcultuur, waaruit veel woede tegenover de samenleving blijkt. Die woede die ik ook sterk gevoeld heb toen ik na de aanslagen in Parijs en Brussel regelmatig in Brusselse scholen ging spreken. Veel Brusselse jongeren kunnen bij niemand terecht. Hun ouders zijn zelf nog hun weg aan het zoeken in de samenleving en kunnen hen niet de nodige backing bezorgen. Die jongeren zitten met prangende vragen over de Mohammedcartoons, over de oorlog in Syrië, over de westerse samenleving. Je moet ze bijvoorbeeld heel duidelijk uitleggen wat een concept als vrije meningsuiting inhoudt, want ze hebben vaak een tekort aan sociale vaardigheden en te weinig inzicht in de fundamenten van onze samenleving. Vander Taelen: Ik denk vaak aan die arme leerkrachten, die slecht betaald zijn en in moeilijke omstandigheden moeten lesgeven. Die hebben vaak niet de energie en zijn ook niet goed opgeleid om onnozelaars die bijvoorbeeld zeggen dat de evolutietheorie niet spoort met de Koran van antwoord te dienen. Een extra probleem is dat men in het Franstalig onderwijs, op grond van doorgeschoten politieke correctheid, de problemen lang heeft onderkend en niet snel genoeg heeft ingegrepen. Vanwaar die afkeer van jongeren voor onze samenleving? Kobo: Ik ben bij veel van die Brusselse jongeren thuis geweest. Ik ken hun situatie en de armoede waarin ze opgroeien. Duizenden jongeren hebben geen toekomstperspectief, voelen zich losers en lopen verloren in onze samenleving. In gemeenten als Molenbeek, Schaarbeek, Anderlecht zien die gasten dan drugdealers die snel geld verdienen en met een dikke auto rondrijden. Of ze zien een vriend die salafist wordt en die ineens veel aanzien binnen de gemeenschap krijgt. Ze kijken daar naar op en dan kan het snel ontsporen. Treft de Marokkaanse gemeenschap zelf ook schuld voor die ontspoorde jongeren? Kobo: Natuurlijk wel. Zo had de Marokkaanse gemeenschap veel vroeger alarm moeten slaan over de infiltratie van bepaalde moskeeën door oproerkraaiers en kritischer moeten staan tegenover conservatieve strekkingen binnen de islam die in de moslimgemeenschap haast geruisloos veld hebben gewonnen. Maar die allochtone jongeren hebben vaak geen ankerpunt. Ze hebben ook het gevoel dat ze constant op hun identiteit worden aangevallen. Alsof hun Marokkaanse cultuur en hun godsdienst de oorzaken van al hun problemen zijn. Feit is dat er dertig jaar lang nauwelijks is geïnvesteerd in de allochtone gemeenschap en dat de sociaaleconomische achterstelling enorm is. Van alle geïndustrialiseerde landen heeft België de grootste kloof tussen autochtonen en allochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. We zien dat het structureel fout gaat en dat we paardenmiddelen zullen moeten inzetten. Helaas durft geen enkele politicus daarvoor te pleiten. Deze jongeren zullen later nochtans onze pensioenen moeten betalen. Vander Taelen: Er zou iemand moeten opstaan met nationaal gezag die zegt: 'Brussel is de toekomst van België maar de stad staat op ontploffen. Als we nu niet massaal investeren en de nodige institutionele hervormingen doorvoeren, gaat het slecht aflopen.' Kobo: Veel politici weten wel wat de noden van Brussel zijn, maar krijgen dat niet verkocht bij hun achterban in Vlaanderen of Wallonië. Vander Taelen: Aan de andere kant willen Brusselse politici zelf ook niet dat het hier verandert. Die 19 burgemeesters willen elk jaar hun burgemeestersbal blijven organiseren. Het verschil tussen Franstalige en Nederlandstalige reacties na de rellen vond ik in dat licht frappant. De Franstalige verslaggeving over de rellen was weggestopt binnenin de krant, en de focus lag godbetert meestal op de N-VA. Béatrice Delvaux schreef in Le Soir weliswaar een uitstekend hoofdcommentaar, maar de titel luidde: 'Van de problemen in Brussel wordt een communautaire kwestie gemaakt.' Maar waarom is dat zo? Omdat de Franstaligen de problemen weigeren te benoemen. Alleen de Vlamingen zeggen dat het zo niet verder kan. De Franstaligen zijn zodanig geobsedeerd door de N-VA, dat ook als die partij in verband met Brussel spijkers met koppen slaat, zij dat uit alle macht zullen bestrijden. Kobo: Ik had verwacht dat de aanslagen van 22 maart iedereen wakker zouden schudden. Maar men blijft zich aan Franstalige kant met hand en tand verzetten tegen een eengemaakte politiezone, in weerwil van vernietigende analyses van het Brusselse veiligheidsbeleid, ook in internationale kranten als The New York Times en The Washington Post. Maar zelfs op het moment dat Brussel zijn prestige als Europese hoofdstad dreigt te verliezen, hebben Franstalige Brusselse politici niet het verstand om in te grijpen. Vander Taelen: Ik ben een paar jaar schepen geweest in Vorst. Je zit daar in een veel te groot gemeentehuis te vergaderen, met veel te veel schepenen, die vaak totaal zinloze bevoegdheden hebben. In mijn gemeente was er een schepen van Sport en van Crèches. Kun je je dat voorstellen? Maar je zult dat nooit hervormd krijgen, want al die schepenen, ook al hebben ze niets om handen, houden vast aan hun mandaat zoals een roofdier aan zijn prooi. De Vlamingen hebben een kapitale fout gemaakt door alles in te zetten op de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, in plaats van het extra geld waar Brussel om vroeg te gebruiken om de fusie van de Brusselse gemeenten door te drukken. De rellen met migrantenjongeren dreigen de verdeeldheid in de samenleving nog te vergroten. Kobo: Het is een herkenbaar fenomeen. Als incidenten door een minderheidsgroep worden veroorzaakt, krijgen die veel meer aandacht dan als de meerderheidsgroep het te bont maakt. Er waren dit jaar ook rellen met voetbalhooligans, maar die hebben niet tot heftige maatschappelijke debatten geleid. Vander Taelen: Dat klopt, maar je moet uitkijken dat je op die manier de gebeurtenissen in Brussel niet minimaliseert. Kobo: Zeker niet, maar ik word het eindeloos surplacen in die multiculturele debatten stilaan beu. De meeste jonge allochtonen willen echt iets maken van hun leven en knokken om vooruit te raken, maar dat wordt door de politiek of de media niet opgepikt. Ik zie een hele nieuwe generatie allochtonen opstaan, die heus wel openstaat voor kritiek en bereid is een mea culpa te slaan. Maar de succesverhalen in de allochtone gemeenschap - ik ken hier in Brussel een aantal allochtone captains of industry - worden te weinig in de verf gezet. Vander Taelen: Maar er is een groot verschil qua visie tussen Vlamingen en Franstaligen en dat speelt Brussel parten. Aan Franstalige kant durft men de allochtone gemeenschap niet voor haar verantwoordelijkheid te plaatsen. Toen de Molenbeekse schepen Annalisa Gadaleta (Groen) een aantal problemen aankaartte, denk aan de importbruiden uit Marokko, werd ze door de PS extreemrechts genoemd en nam haar zusterpartij Ecolo afstand. Over de rellen van zaterdagavond valt op sommige websites te lezen dat het om een provocatie van de politie ging. Hier in Brussel spelen dus nog andere krachten mee, die zelfs het door en door positieve discours van Youssef Kobo niet zullen aanvaarden. De Franstalige kinderrechtencommissaris Bernard De Vos schreef vorige week dat het onderwijs de apartheid in België versterkt en dat de frustratie daarover tot rellen leidt. Sorry, er is zeker een groot probleem in het onderwijs, maar er heerst echt geen apartheid in België en allochtone jongeren zulke boodschappen meegeven is totaal verkeerd. Kobo: Je moet er wel rekening mee houden dat veel jongeren vandaag het gevoel hebben, hoe subjectief ook, dat ze als boksbal worden gebruikt. Tegelijk horen ze van sommige krachten in de eigen gemeenschap: je wordt slecht behandeld, iedereen is tegen je. Dat versterkt hun negatieve denken. Ze hebben geen zelfvertrouwen, gaan niet solliciteren, beginnen niet aan hogere studies en keren de samenleving de rug toe. De relschoppers van vorige week hebben een afkeer van onze samenleving. Heeft Donald Trump dan toch gelijk en is Brussel inderdaad een 'hellhole'? Kobo: Brussel is een prachtige, bruisende stad. Vander Taelen: Klopt, maar voor buitenstaanders heeft Brussel wel degelijk het imago van een hellhole en dat kun je ze niet kwalijk nemen. Mensen komen op een zaterdagavond naar het centrum van Brussel voor een avondje uit en zien de voetgangerszone vol liggen met laveloze bedelaars en drugsverslaafden. Volgende week begint de kerstmarkt. Vlamingen en Walen die de beelden van de rellen op tv hebben gezien, zullen twee keer nadenken voor ze naar Brussel komen. En als ik hoor hoe ook hier in Brussel mensen vaak zonder nuance tegen migranten tekeergaan, word ik toch een beetje bang. Maar ik denk wel dat de recente gebeurtenissen de Vlaamse partijen in Brussel in de kaart zullen spelen. Mensen als Bianca Debaets (CD&V) en Pascal Smet (SP.A) durven tenminste te zeggen waar het op staat. Wat een contrast met het optreden van iemand als Alain Courtois (MR), eerste schepen van de stad Brussel, in De afspraak. Hoe zien jullie de toekomst van Brussel? Vander Taelen: Ik woon hier nog altijd heel graag en vind het multiculturele karakter van Brussel juist plezierig. Alleen mag je de problemen niet onder het tapijt vegen. Ik wil niet vervallen in een soort euforie over de multiculturele samenleving. Zeven jaar geleden heb ik een boek geschreven met als titel Brussel! de tijdbom tikt verder. Maar ik geloof dat je tijdbommen kunt ontmantelen. De boodschap die ik aan jongeren in Brussel wil meegeven is: plus est en vous. Je kunt in dit land alles bereiken wat je wilt. Ik heb ooit gepleit voor een contract. Wij bieden de Brusselse jongeren fantastisch onderwijs, in ruil daarvoor zorgen zij ervoor dat ze er het beste van maken. Het moet van twee kanten komen. Als een van die dingen wegvalt, is het naar de kloten. Je kunt niet jongeren slecht onderwijs bieden en dan zeggen dat ze maar een baan moeten vinden. Kobo: Ik heb een heilig vertrouwen in de toekomst van de Brusselse jeugd. Nogmaals: we staan voor een dijkbreuk van allochtoon talent. Vander Taelen: Maar dan kunnen wij het ons niet veroorloven dat die positieve beweging om zeep wordt geholpen door een paar idioten. Die rellen maken zo veel kapot. Dat dit kan gebeuren in deze stad, maakt me heel boos. Maar dat neem ik uiteindelijk de Brusselse politici veel meer kwalijk dan die paar honderd allochtone klootzakjes.