Na haar werk voor en achter de schermen in de lokale, Vlaamse en federale politiek, zegt Yasmine Kherbache (SP.A) de politiek vaarwel. Ooit werkte ze als kabinetschef voor ministers Frank Vandenbroucke en Ingrid Lieten (beiden SP.A). Nadien bekleedde ze die rol op het kabinet van premier Elio Di Rupo (PS). Vandaag zetelt ze nog als een van de negen SP.A-Kamerleden. Maar heel binnenkort trekt ze de deur van de Wetstraat achter zich dicht. Donderdagavond schoof het parlement haar naar voren als opvolger van rechter Erik Derycke, die met pensioen gaat.

U kreeg zowaar de vereiste tweederdemeerderheid achter u.

Yasmine Kherbache: Ik ben heel dankbaar en vereerd met die voordracht. De stap naar het Hof is een positieve keuze. Ik had eigenlijk geen reden om de politiek te verlaten. Toen ik in mei in de Kamer belandde, voelde dat als thuiskomen. Maar de jurist in mij kon de unieke kans om rechter te worden bij het Grondwettelijk Hof niet laten liggen. Ik vind het Hof het hoogste orgaan.

Is het eigenlijk nog van deze tijd dat we politici benoemen tot rechters?

Kherbache: In heel wat grondwettelijke hoven is er een mix van rechters met een academische of rechterlijke achtergrond en rechters met een politieke achtergrond. De wetgever heeft destijds expliciet gekozen voor die mix, net om een gouvernement des juges te vermijden. Die mix is volgens mij een meerwaarde. Bovendien zijn de rechters aangeduid door minstens een tweederdemeerderheid in het parlement en kunnen ze dus rekenen op een breed draagvlak.

Volgens critici begeeft dat Hof zich te vaak op het politieke terrein. Is die kritiek terecht?

Kherbache: Als je kijkt naar rechtspraak van de afgelopen 35 jaar, dan kenmerkt het Hof zich door een voorzichtige aanpak. Het Grondwettelijk Hof heeft de reputatie om voorzichtig te zijn en in de luwte te werken. Een aanpak die ook wordt gewaardeerd.

'Als kabinetschef van Di Rupo hebben we de toestand na 541 dagen gedeblokkeerd.' © Belga

Volgens Theo Francken (N-VA) zorgt het zogenaamde stand-still principe ervoor dat het Hof regeringen kan beletten om drempels in te bouwen in de sociale zekerheid. 'Een ondemocratische drempel', noemt hij het.

Kherbache: Het stand-still principe is geen absoluut principe. Het stelt voorop dat men sociale vooruitgang en individuele bescherming niet zomaar kan terugdraaien. Maar je kan als politiek nog altijd hervormingen doorvoeren - zolang die niet disproportioneel zijn.

In Antwerpen ben ik onder moeilijke omstandigheden begonnen.

U deed afstand van uw Algerijnse nationaliteit, die u via uw vader kreeg. 'Dat stellen wij zeer op prijs', zei fractieleider Peter De Roover (N-VA) daarover. Was dat een tegemoetkoming naar de N-VA, zodat die voor uw voordracht stemde?

Kherbache: Die beslissing heeft niets te maken met de N-VA en ze was ook geen voorwaarde om als rechter aan de slag te gaan. Ik wou hiermee het signaal geven dat enkel mijn Belgische nationaliteit van tel is voor mij. Dat zeg ik trouwens al jaren, maar om elke twijfel weg te nemen doe ik afstand van de Algerijnse nationaliteit.

Raadt u andere politici aan om hun tweede nationaliteit op te geven?

Kherbache: Dit was mijn persoonlijke keuze. Het is aan anderen om dat voor zichzelf uit te maken.

In de wandelgangen wordt gefluisterd dat uw benoeming deel uitmaakte van de onderhandelingen voor de Antwerpse coalitie tussen N-VA, SP.A en Open VLD. Klopt dat?

Kherbache: Dat kan ik formeel niet bevestigen. Bij benoemingen speculeert men wel vaker over zulke dingen.

Hoe kijkt u terug naar uw tijd in de Antwerpse gemeenteraad?

Kherbache: In Antwerpen ben ik onder moeilijke omstandigheden begonnen. De SP.A zat in 2012 voor het eerst in 70 jaar in de oppositie. Daarnaast waren er interne strubbelingen in de afdeling. Maar ik heb ondanks die elementen steeds doorgezet en ik heb altijd aangegeven dat ik deel wilde uitmaken van een positief verhaal. Nu staat er met Jinnih Beels, Tom Meeuws en Karim Bachar een nieuw team waar ik trots op ben.

U wordt vaak omschreven als een politica met veel potentieel, maar bij wie dat niet volledig tot uiting kwam. 'Wellicht voelde ze zich nooit helemaal thuis in de rol van politiek boegbeeld', schreef De Standaard.

Kherbache: En toch kijk ik tevreden terug op mijn carrière van vijftien jaar. Ik heb kunnen samenwerken met sterke ministers als Franck Vandenbroucke en Elio Di Rupo. Ik heb kunnen meewerken aan belangrijke doorbraken, zoals die van het kunstenaarsstatuut, dat dertig jaar geblokkeerd zat. Daarna heb ik mijn steentje bijgedragen aan een grondige bijsturing van Oosterweel. Als kabinetschef van Di Rupo hebben we de toestand na 541 dagen gedeblokkeerd en hebben we historische beslissingen genomen rond het eenheidsstatuut en Brussel-Halle-Vilvoorde.

Ik heb altijd mijn eigen stijl gehad. Vriend en vijand kent me als iemand die communiceert vanuit de inhoud. Ik speel nooit op de man, altijd op de bal. Het kan dat die stijl niet aanslaat bij sommigen. Maar ik ben altijd trouw gebleven aan mezelf. Ik heb mij nooit een stijl laten aanspreken.

Ik zie dat onafhankelijke media, wetenschappers en rechters worden aangevallen.

Wat voor partij laat u achter?

Kherbache: De afgelopen jaren heeft SP.A een moeilijke periode achter de rug. De vernieuwing die John Crombez heeft opgestart wordt nu wel doorgezet door Conner Rousseau. Ik heb er alle vertrouwen in.

Zijn leeftijd is geen issue voor u?

Kherbache: Ik heb leeftijd nooit relevant gevonden. Ik ben als twintiger in een internationaal advocatenkantoor gesmeten, dat was ook niet evident. We mogen trouwens niet vergeten dat de heropbouw van een partij niet gebeurt door één persoon.

Yasmine Kherbache, Jinnih Beels, Tom Meeuws

De vraag is of Rousseau de rust kan doen wederkeren. De afgelopen jaren hakte de familie-Tobback bijvoorbeeld ongenadig in op Crombez.

Kherbache: Ik denk dat het belangrijk is om stevige discussies intern te voeren om daarna met de uitkomst naar buiten te komen.

Tot slot: volgens sommigen staat onze rechtsstaat onder druk. Bent u het daarmee eens?

Kherbache: Ja. Ik zie ook dat onafhankelijke media, wetenschappers en rechters worden aangevallen. Ik wil geen namen of partijen noemen, het gaat eerder om een algemene teneur. Al wil ik ook aanstippen dat de rechtstaat hier nog niet zo hevig onder druk staat als elders in Europa.

Los daarvan is er wel te weinig besef over het belang van de rechtstaat, van onze vrijheid en democratie. Dat belang uit het oog verliezen is ook gevaarlijk.