Federaal procureur Van Leeuw wil het assisenproces afschaffen omdat de behandeling van de aanslagen te Brussel en te Zaventem niet doenbaar is. Daar kan je het grootste begrip voor opbrengen. Eén proces met 13 beklaagden, 900 betrokken partijen en 3.000 schuldvragen is erg moeilijk te organiseren. Aan de andere kant is er het debat over assisen zelf, en dat gaat over waarden en principes en niet over de organisatorische elementen. Vraag is of er geen tussenoplossing is die het één van het ander gescheiden houdt: enerzijds de vraag over de schuld en boete en anderzijds de behandeling van de schade. De federale procureur krijgt de steun van de gehele N-VA: die wil al langer assisen vervangen door een criminele kamer van beroepsmagistraten.

Hoe komt het toch dat de assisenprocedure die, onbetwist, de standaard procedure is in de Engelstalige landen, niet alleen voor de zwaarste maar voor de meeste misdrijven, bij ons moet verdwijnen? Zou dat enkel ingegeven zijn door praktische overwegingen? Feit is dat de behandeling voor een volksjury verplicht tot de meest grondige werkwijze: het "voorlopig" vooronderzoek moet volledig worden over gedaan, getuigen moeten worden gehoord, en iedereen krijgt ruim de tijd om zijn zeg te doen. Dat is bij een behandeling door een strafkamer van beroepsrechters niet het geval. Hoewel het daar ook kan, en het ook daar eigenlijk zou moeten, is deze dagelijkse afhandeling veelal geëvolueerd tot de beantwoording van de enkele vraag of de vordering van het parket al of niet moet gevolgd worden. Voor het horen van de onderzoeksrechter en de speurders, van de getuigen of experten is er geen tijd. Dat maakt dat het vooronderzoek, dat slechts voorlopig is omdat het geheim en niet tegensprekelijk is, zo goed als het definitief onderzoek wordt en er bij de openbare en tegensprekelijke behandeling geen mogelijkheid is om wat geheim en eenzijdig is gedaan, tegen te spreken.

Wordt de vraag om Assisen af te schaffen enkel ingegeven door praktische overwegingen?

Zelfs in de poging van de justitieminister Geens om assisen te wijzigen bleef de behandeling van de zwaarste feiten, moord, overheind. Dat een aanslag op het Volk best door het Volk zelf wordt beoordeeld verhoogt de vereiste om de aanslagen voor assisen te brengen. Dat er ook daarin technisch-juridische elementen zijn en voor de beoordeling ervan er een goede kennis van de wetgeving is vereist mag geen reden zijn om enkel op beroepsmagistraten beroep te doen. Er zijn zelfs overwegingen die aanzetten om die elementen juist wél aan een volksjury voor te leggen. De vervolging en het onderzoek in terrorisme dossiers wordt immers gekenmerkt door een bijzondere wijze van opsporing en onderzoek.

In dergelijke dossiers is er geen scheiding meer tussen de gerechtelijke en de bestuurlijke onderzoekswijze: de politie- en inlichtingendiensten zijn er in werkzaam op hetzelfde terrein en met dezelfde afgeschermde bijzondere methoden. Deze gemengde actie onder leiding van het federaal parket roept heel wat vragen op die reeds lang zonder duidelijk antwoord bleven: waar ligt de grens tussen het gerechtelijke en het bestuurlijke, wie heeft welke bevoegdheden, welke is de bewijswaarde en hoe kunnen de in het geheim gestelde onderzoekshandelingen in een openbare behandeling worden getoetst? Het zijn elementen die reeds meermaals o.a. in de Turkse dossiers (Erdal en Kimyongür) aan bod kwamen. Het belang van deze vragen mag niet worden onderschat. Het gaat hier om een erg fundamentele aangelegenheid: de afweging van de vervolging en het onderzoek in terrorisme aan de principes van het eerlijk proces dat openbaar moet zijn, waarbij er een wapengelijkheid is tussen het openbaar ministerie en de verdediging, en waarbij de rechter een daadwerkelijk toezicht moet houden op de behoorlijkheid.

Indien enkel magistraten-specialisten zich hierover moeten uitspreken is de kans groot dat het debat minder betwist en de beoordeling vlotter zal gaan maar dat zijn slechts enkele elementen van een goede justitie.

De vraag tot ernstige bestraffing van de zwaarste feiten leidt echter wel meer de aandacht af van de vraag welke actie daartoe toelaatbaar is: kan je voor de bestrijding van terrorisme de grote principes opzij zetten, en gooi je, als je dat doet, het kind niet met het badwater buiten? Hetzelfde facet van justitie was ook in het euthanasie proces aanwezig: is de wijze waarop justitie deze dossiers aanpakt in overeenstemming met het algemeen maatschappelijk draagvlak? Aan wat kan je nog houvast hebben indien het doel, bestraffing, alle middelen "heiligt"?

Er zijn dus belangrijke elementen die aanzetten om de behandeling van de strafrechtelijke elementen, de beoordeling van de schuld en boete en van de behoorlijkheid van de opsporing en het onderzoek, in ieder geval, voor een grondig debat voor een assisenjury te brengen. Dat sluit niet uit dat de behandeling van de burgerlijke elementen, de schadevergoeding, nadien voor andere burgerlijke rechtbanken kan worden gebracht. Organisatorisch geeft dat ook heel wat meer mogelijkheden om die dossiers in de normale werking van verschillende rechtbanken te brengen. Het is zelfs de vraag of voor deze wijze van afdoening een Grondwetsherziening noodzakelijk is.

De vraag tot afschaffing van assisen is ook geen alleenstaand geval maar de uiting van een algemeen fenomeen: de miskenning van de eens in manifesten beloofde burgerrechten en de herleiding van de macht tot enkele beleidsmakers. In de politieke besluitvorming is dat reeds langer zo: binnen de partijen beslist het politbureau wat de "vertegenwoordigers" moeten stemmen. In het strafrechtelijk beleid is het enkel de justitieminister die persoonlijk beslist over de richtlijnen die door de procureurs verplicht moeten worden opgevolgd. Als nu ook de burger uit zijn gerechtelijke bevoegdheid wordt gezet is de cirkel rond: alles in handen van de uitvoerende macht. Als je daar de andere voorstellen van de N-VA, de vervanging van de door de rechter bevolen huiszoekingen en aanhoudingen door "bestuurlijke" beslissingen, aan toevoegt wordt de eis van de N-VA voor een eigen Vlaamse justitie erg benauwd: dat gaat Polen en Hongarije voorbij.

Federaal procureur Van Leeuw wil het assisenproces afschaffen omdat de behandeling van de aanslagen te Brussel en te Zaventem niet doenbaar is. Daar kan je het grootste begrip voor opbrengen. Eén proces met 13 beklaagden, 900 betrokken partijen en 3.000 schuldvragen is erg moeilijk te organiseren. Aan de andere kant is er het debat over assisen zelf, en dat gaat over waarden en principes en niet over de organisatorische elementen. Vraag is of er geen tussenoplossing is die het één van het ander gescheiden houdt: enerzijds de vraag over de schuld en boete en anderzijds de behandeling van de schade. De federale procureur krijgt de steun van de gehele N-VA: die wil al langer assisen vervangen door een criminele kamer van beroepsmagistraten. Hoe komt het toch dat de assisenprocedure die, onbetwist, de standaard procedure is in de Engelstalige landen, niet alleen voor de zwaarste maar voor de meeste misdrijven, bij ons moet verdwijnen? Zou dat enkel ingegeven zijn door praktische overwegingen? Feit is dat de behandeling voor een volksjury verplicht tot de meest grondige werkwijze: het "voorlopig" vooronderzoek moet volledig worden over gedaan, getuigen moeten worden gehoord, en iedereen krijgt ruim de tijd om zijn zeg te doen. Dat is bij een behandeling door een strafkamer van beroepsrechters niet het geval. Hoewel het daar ook kan, en het ook daar eigenlijk zou moeten, is deze dagelijkse afhandeling veelal geëvolueerd tot de beantwoording van de enkele vraag of de vordering van het parket al of niet moet gevolgd worden. Voor het horen van de onderzoeksrechter en de speurders, van de getuigen of experten is er geen tijd. Dat maakt dat het vooronderzoek, dat slechts voorlopig is omdat het geheim en niet tegensprekelijk is, zo goed als het definitief onderzoek wordt en er bij de openbare en tegensprekelijke behandeling geen mogelijkheid is om wat geheim en eenzijdig is gedaan, tegen te spreken. Zelfs in de poging van de justitieminister Geens om assisen te wijzigen bleef de behandeling van de zwaarste feiten, moord, overheind. Dat een aanslag op het Volk best door het Volk zelf wordt beoordeeld verhoogt de vereiste om de aanslagen voor assisen te brengen. Dat er ook daarin technisch-juridische elementen zijn en voor de beoordeling ervan er een goede kennis van de wetgeving is vereist mag geen reden zijn om enkel op beroepsmagistraten beroep te doen. Er zijn zelfs overwegingen die aanzetten om die elementen juist wél aan een volksjury voor te leggen. De vervolging en het onderzoek in terrorisme dossiers wordt immers gekenmerkt door een bijzondere wijze van opsporing en onderzoek. In dergelijke dossiers is er geen scheiding meer tussen de gerechtelijke en de bestuurlijke onderzoekswijze: de politie- en inlichtingendiensten zijn er in werkzaam op hetzelfde terrein en met dezelfde afgeschermde bijzondere methoden. Deze gemengde actie onder leiding van het federaal parket roept heel wat vragen op die reeds lang zonder duidelijk antwoord bleven: waar ligt de grens tussen het gerechtelijke en het bestuurlijke, wie heeft welke bevoegdheden, welke is de bewijswaarde en hoe kunnen de in het geheim gestelde onderzoekshandelingen in een openbare behandeling worden getoetst? Het zijn elementen die reeds meermaals o.a. in de Turkse dossiers (Erdal en Kimyongür) aan bod kwamen. Het belang van deze vragen mag niet worden onderschat. Het gaat hier om een erg fundamentele aangelegenheid: de afweging van de vervolging en het onderzoek in terrorisme aan de principes van het eerlijk proces dat openbaar moet zijn, waarbij er een wapengelijkheid is tussen het openbaar ministerie en de verdediging, en waarbij de rechter een daadwerkelijk toezicht moet houden op de behoorlijkheid.Indien enkel magistraten-specialisten zich hierover moeten uitspreken is de kans groot dat het debat minder betwist en de beoordeling vlotter zal gaan maar dat zijn slechts enkele elementen van een goede justitie.De vraag tot ernstige bestraffing van de zwaarste feiten leidt echter wel meer de aandacht af van de vraag welke actie daartoe toelaatbaar is: kan je voor de bestrijding van terrorisme de grote principes opzij zetten, en gooi je, als je dat doet, het kind niet met het badwater buiten? Hetzelfde facet van justitie was ook in het euthanasie proces aanwezig: is de wijze waarop justitie deze dossiers aanpakt in overeenstemming met het algemeen maatschappelijk draagvlak? Aan wat kan je nog houvast hebben indien het doel, bestraffing, alle middelen "heiligt"?Er zijn dus belangrijke elementen die aanzetten om de behandeling van de strafrechtelijke elementen, de beoordeling van de schuld en boete en van de behoorlijkheid van de opsporing en het onderzoek, in ieder geval, voor een grondig debat voor een assisenjury te brengen. Dat sluit niet uit dat de behandeling van de burgerlijke elementen, de schadevergoeding, nadien voor andere burgerlijke rechtbanken kan worden gebracht. Organisatorisch geeft dat ook heel wat meer mogelijkheden om die dossiers in de normale werking van verschillende rechtbanken te brengen. Het is zelfs de vraag of voor deze wijze van afdoening een Grondwetsherziening noodzakelijk is.De vraag tot afschaffing van assisen is ook geen alleenstaand geval maar de uiting van een algemeen fenomeen: de miskenning van de eens in manifesten beloofde burgerrechten en de herleiding van de macht tot enkele beleidsmakers. In de politieke besluitvorming is dat reeds langer zo: binnen de partijen beslist het politbureau wat de "vertegenwoordigers" moeten stemmen. In het strafrechtelijk beleid is het enkel de justitieminister die persoonlijk beslist over de richtlijnen die door de procureurs verplicht moeten worden opgevolgd. Als nu ook de burger uit zijn gerechtelijke bevoegdheid wordt gezet is de cirkel rond: alles in handen van de uitvoerende macht. Als je daar de andere voorstellen van de N-VA, de vervanging van de door de rechter bevolen huiszoekingen en aanhoudingen door "bestuurlijke" beslissingen, aan toevoegt wordt de eis van de N-VA voor een eigen Vlaamse justitie erg benauwd: dat gaat Polen en Hongarije voorbij.