Dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA overal ter wereld elektronische communicatie onderschepte met de hulp van internetbedrijven, en dat de Belgisch- Marokkaanse terrorist Abdelkader Belliraj een informant van de Staatsveiligheid was: het zijn maar twee voorbeelden van geclassificeerde informatie die al is uitgelekt.
...

Dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA overal ter wereld elektronische communicatie onderschepte met de hulp van internetbedrijven, en dat de Belgisch- Marokkaanse terrorist Abdelkader Belliraj een informant van de Staatsveiligheid was: het zijn maar twee voorbeelden van geclassificeerde informatie die al is uitgelekt. Wie in België documenten met de stempel 'vertrouwelijk', 'geheim' of 'zeer geheim' wil inkijken, heeft daarvoor een veiligheidsmachtiging nodig. Mensen met zo'n machtiging die zulke geclassificeerde informatie lekken, riskeren vijf jaar gevangenis. Media die ze openbaar maken, kunnen daarvoor niet vervolgd worden. Maar dat dreigt binnenkort te veranderen. Op 3 mei, kort voor de verkiezingen, besprak de ministerraad een voorontwerp van wet dat de bestaande classificatieregels wijzigt. De tekst werd goedgekeurd op voorstel van minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR). De Nationale Veiligheidsoverheid, die bevoegd is voor de beveiliging van geclassificeerde informatie, valt immers onder de federale overheidsdienst Buitenlandse Zaken. In haar persbericht over de kwestie liet de regering één belangrijk punt onvermeld: ook mensen zonder veiligheidsmachtiging die geclassificeerde informatie openbaar maken wil ze voortaan straffen. Er zou een geldboete tot 5000 euro op komen te staan. Het kabinet-Reynders legde het voorontwerp onder meer voor aan de Raad van State en het Comité I, dat de Belgische inlichtingendiensten controleert. Eind juni bezorgden beide instellingen hun adviezen. Het Comité I noemt de nieuwe strafbaarstelling 'verregaand'. Het vraagt de politici 'zorgvuldig te onderzoeken' of ze geen inbreuk betekent op 'andere fundamentele democratische belangen zoals de freedom of speech, het recht van verdediging of het recht op informatie en vrije meningsuiting'. De Raad van State wijst erop dat het voorontwerp moeilijkheden zou kunnen opleveren in het licht van artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), 'in het bijzonder het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie'. Daarover bestaat Europese rechtspraak waar de Belgische wetgever recent wél rekening mee hield: bij de omzetting van de Europese richtlijn rond bedrijfsgeheimen heeft ons land expliciet toegevoegd dat die wetgeving geen afbreuk doet aan 'de vrijheid en het pluralisme van de media'. In de nieuwe classificatiewetgeving zou de wetgever een soortgelijke formulering 'kunnen overwegen', aldus de Raad van State in zijn advies. Op voorwaarde, weliswaar, dat de geclassificeerde informatie verspreidt wordt met het oog op het algemeen openbaar belang. Ook professor mediarecht Dirk Voorhoof, emeritus hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Universiteit van Kopenhagen, verwijst naar het EVRM. 'De rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg beschermt journalisten en klokkenluiders, zelfs als ze geheime en geclassificeerde informatie openbaar hebben gemaakt.' 'In 2013 gaf het hof Roemenië ongelijk in een belangrijk arrest over zo'n zaak', zegt Voorhoof. Een werknemer van de Roemeense inlichtingendienst had in de pers interne onregelmatigheden aangekaart en werd daarom veroordeeld. Maar Straatsburg oordeelde dat Roemenië had nagelaten om uit te leggen waaróm de informatie in kwestie 'top secret' was. Bovendien, zo stelde het hof in zijn arrest, is het in een democratie belangrijk dat illegale activiteiten binnen een inlichtingendienst worden onthuld, belangrijker dan de behoefte om het publieke vertrouwen in die instelling te behouden.Voorhoof wijst erop dat het nieuwe wetsartikel een ' chilling effect dreigt te hebben - als dat al niet het oogmerk is. Het dreigt maatschappelijk verantwoorde journalistieke rapportering en rapportering door ngo's of andere onderzoekers of publieke waakhonden af te schrikken. Gezien andere rechtspraak door Straatsburg kan dat op zich al strijdig zijn met het EVRM.' De professor merkt ten slotte op dat het wetsartikel 'eigenlijk helemaal overbodig en te breed-repressief is'. Hetzelfde voorontwerp voorziet namelijk ook al in een wetsartikel dat een gevangenisstraf invoert voor mensen zonder veiligheidsmachtiging die 'met kwaadwillig opzet of met het oogmerk om te schaden geclassificeerde informatie op niet-geëigende wijze aanwenden'. Pol Deltour, nationaal secretaris van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België, is erg bezorgd over het nieuwe voorontwerp. 'Goed dat Knack dit heeft opgemerkt, want de nieuwe strafbaarstelling gaat veel te ver. De omschrijving omvat volgens de letter ook journalisten. Ze dreigt elke democratische controle van staatsactiviteiten onmogelijk te maken.' 'Ofwel viseert de regering met deze bepaling veiligheidsfunctionarissen en niet meteen journalisten. Dan gaat het om een verregaande slordigheid in de redactie van de tekst die meteen moet worden rechtgezet. Ofwel viseert ze ook journalisten - en dan gaat het om een ontoelaatbare aanval op de persvrijheid. Als journalistenvereniging tekenen we daarom formeel protest aan tegen de beoogde wetswijziging. Eerst bij de regering, en indien nodig ook bij het parlement en het Grondwettelijk Hof.' Op zijn minst, vindt Deltour, moet de aanpassing die de Raad van State suggereert worden toegevoegd. 'Dat zou duidelijker maken dat je journalisten die op een verantwoordelijke manier berichten over essentiële staatszaken niet kunt vervolgen of straffen, zonder dat ze telkens eerst naar Straatsburg moeten om hun gelijk te halen. Meer fundamenteel getuigen alle nieuwe strafbaarstellingen van een fors terugplooien van de overheid op zichzelf. Elke communicatie over veiligheidszaken, ook de maatschappelijk verantwoorde, wordt kaltgestellt.' Deltour vreest dat ook 'goedbedoelende klokkenluiders' daarvan het slachtoffer dreigen te worden. Deltour: 'Op zich moeten het kunnen dat een overheid geclassificeerde informatie achterhoudt. Als de plannen van de inval in Normandië vooraf in de pers waren verschenen, waren we nooit bevrijd van de nazi's. Maar de overheid moet goed verantwoorden waarom ze dat doet, en duidelijk maken waarom de vrijheid van informatie wordt beknot. Dat gebeurt hier niet.' En wat vindt de Staatsveiligheid zelf? Is het nieuwe wetsartikel een aanval op de persvrijheid? 'We erkennen de persvrijheid als een belangrijk democratisch recht. Het moet beschermd worden en kan niet zonder meer ingeperkt worden', zegt een woordvoerder van de Staatsveiligheid. 'De nieuwe strafbaarstellingen moeten voorkomen dat informatie die de veiligheid van de burgers in het gedrang brengt publiek wordt gemaakt. Het is niet de bedoeling om kritische opmerkingen over de werking van onze dienst te censureren. Het is de taak van de wetgever om een afweging te maken tussen de persvrijheid en de veiligheid van de burgers.' Zijn de persvrijheid en de veiligheid van de burgers dan tegengesteld aan elkaar? Over die vraag zal het nieuwe federale parlement zich nu moeten buigen.