'De regering-Michel kan nog twee jaar regeren en staat nu voor de fundamentele keuze. Ofwel moddert ze verder aan, ofwel maakt ze werk van structurele ingrepen die dit land nodig heeft', aldus Wim Moesen. 'Dat schrijnende schouwspel in de Kamer waarbij premier Charles Michel (MR) zijn coalitiepartners opriep om meer eenheid te tonen, is misschien het kantelmoment, laat het ons hopen. Ik hoop dat de regering ernstig werk maakt van die drie werven, maar ze het allerbelangrijkste niet over het hoofd ziet: de hervorming van de personenbelasting. Daar moet de regering-Michel werk van maken.'

Loonkosten moeten omlaag, nettoloon moet omhoog

De regering-Michel verlaagde al de patronale bijdrage van 33 naar 25 procent en dat was een goed beslissing, want dankzij de lagere loonkosten nam onze concurrentiekracht toe, aldus Moesen: 'Het is een economische wetmatigheid: als de loonkosten dalen, neemt de vraag naar werknemers toe, en komen er jobs bij. Maar naast de vraag naar arbeid is er ook het aanbod van arbeid: willen de mensen werken, langer werken, meer werken?

Heel belangrijke factor hierin is het nettoloon. Als het nettoloon stijgt, wordt het de moeite waard om te gaan werken en groeit het aanbod van werknemers. Ook dat is een economische wetmatigheid. Hier heeft de regering-Michel te weinig aan gedaan: het nettoloon van de mensen is nauwelijks gestegen. En dan laat ik het feit dat ze meer moeten uitgegeven, bijvoorbeeld door de btw-verhoging op elektriciteit, nog buiten beschouwing.'

'Werken bevrijdt mensen van verveling, ondeugd, en armoede'

Moesen vindt het cruciaal dat de regering-Michel er voor zorgt dat ons nettoloon gevoelig stijgt. 'Want was is ons groot probleem? Onze werkzaamheidsgraad, het percentage van de bevolking tussen 18 en 65 jaar dat werkt, ligt te laag. Bij ons is dat 67 procent, de rest is werkloos, ziek, met brugpensioen... De gemiddelde werkzaamheidsgraad in Europa is 73 procent, in buurlanden is het 77 procent, in Scandinavië meer dan 80 procent. Die werkzaamheidsgraad krijg je gevoelig omhoog als je én de loonkosten laat dalen én het nettoloon verhoogt.

Budgettair heeft dat een dubbel effect: de overheid moet minder uitkeren aan werkloosheid, ziekte, invaliditeit, brugpensioenen, én ze ontvangt meer geld want de mannen en vrouwen die werken, betalen bijdragen. Werken is trouwens niet alleen goed voor het overheidsbudget, maar ook voor je eigenwaarde en welbehagen. Voltaire wist het al: werk bevrijdt mensen van drie rampen: verveling, ondeugd en armoede.'

'De regering-Michel kan nog twee jaar regeren en staat nu voor de fundamentele keuze. Ofwel moddert ze verder aan, ofwel maakt ze werk van structurele ingrepen die dit land nodig heeft', aldus Wim Moesen. 'Dat schrijnende schouwspel in de Kamer waarbij premier Charles Michel (MR) zijn coalitiepartners opriep om meer eenheid te tonen, is misschien het kantelmoment, laat het ons hopen. Ik hoop dat de regering ernstig werk maakt van die drie werven, maar ze het allerbelangrijkste niet over het hoofd ziet: de hervorming van de personenbelasting. Daar moet de regering-Michel werk van maken.'De regering-Michel verlaagde al de patronale bijdrage van 33 naar 25 procent en dat was een goed beslissing, want dankzij de lagere loonkosten nam onze concurrentiekracht toe, aldus Moesen: 'Het is een economische wetmatigheid: als de loonkosten dalen, neemt de vraag naar werknemers toe, en komen er jobs bij. Maar naast de vraag naar arbeid is er ook het aanbod van arbeid: willen de mensen werken, langer werken, meer werken? Heel belangrijke factor hierin is het nettoloon. Als het nettoloon stijgt, wordt het de moeite waard om te gaan werken en groeit het aanbod van werknemers. Ook dat is een economische wetmatigheid. Hier heeft de regering-Michel te weinig aan gedaan: het nettoloon van de mensen is nauwelijks gestegen. En dan laat ik het feit dat ze meer moeten uitgegeven, bijvoorbeeld door de btw-verhoging op elektriciteit, nog buiten beschouwing.'Moesen vindt het cruciaal dat de regering-Michel er voor zorgt dat ons nettoloon gevoelig stijgt. 'Want was is ons groot probleem? Onze werkzaamheidsgraad, het percentage van de bevolking tussen 18 en 65 jaar dat werkt, ligt te laag. Bij ons is dat 67 procent, de rest is werkloos, ziek, met brugpensioen... De gemiddelde werkzaamheidsgraad in Europa is 73 procent, in buurlanden is het 77 procent, in Scandinavië meer dan 80 procent. Die werkzaamheidsgraad krijg je gevoelig omhoog als je én de loonkosten laat dalen én het nettoloon verhoogt. Budgettair heeft dat een dubbel effect: de overheid moet minder uitkeren aan werkloosheid, ziekte, invaliditeit, brugpensioenen, én ze ontvangt meer geld want de mannen en vrouwen die werken, betalen bijdragen. Werken is trouwens niet alleen goed voor het overheidsbudget, maar ook voor je eigenwaarde en welbehagen. Voltaire wist het al: werk bevrijdt mensen van drie rampen: verveling, ondeugd en armoede.'