Met stijgende verbazing hebben Wim Moesen en Paul De Grauwe geluisterd naar de budgettaire plannen van de Vlaamse regering-Jambon. 'Een regeerakkoord zou toch wat meer mogen zijn dan een mooi verhaal met allerlei lekkers voor de achterban', zegt Moesen. 'Je moet als regering toch ook zeggen wat het zal kosten en waar je het geld vandaan zult halen. Dat heeft Jambon niet duidelijk gemaakt.' De Grauwe: 'Ze zeggen dat ze een begrotingsevenwicht willen in 2021. Maar waarop is dat gebaseerd? Ach, het zijn loze woorden. Vlaanderen verdient beter.'
...

Met stijgende verbazing hebben Wim Moesen en Paul De Grauwe geluisterd naar de budgettaire plannen van de Vlaamse regering-Jambon. 'Een regeerakkoord zou toch wat meer mogen zijn dan een mooi verhaal met allerlei lekkers voor de achterban', zegt Moesen. 'Je moet als regering toch ook zeggen wat het zal kosten en waar je het geld vandaan zult halen. Dat heeft Jambon niet duidelijk gemaakt.' De Grauwe: 'Ze zeggen dat ze een begrotingsevenwicht willen in 2021. Maar waarop is dat gebaseerd? Ach, het zijn loze woorden. Vlaanderen verdient beter.' Op de faculteit Economie van de KU Leuven lagen hun kantoren tegenover elkaar. 'Onze deuren stonden altijd open en we liepen vaak bij elkaar binnen', vertelt Moesen. 'Paul had de beste koffie. En hij had ook chocolaatjes.' Beide heren halen herinneringen op aan hun levendige discussies, 'maar we hebben nooit gevochten', verzekert De Grauwe. Volgende week - vóór 15 oktober - moet België zijn begroting overhandigen aan de Europese Commissie. Het is uitkijken wat die daarover zal zeggen, zeker nu er federaal nog een regering moet worden gevormd. En anderzijds is er het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), dat ervoor zorgt dat de rente historisch laag staat. Dat is interessant voor iedereen met veel schulden, zoals de Belgische overheid. Hoe zal de Europese Commissie reageren? Wim Moesen: België staat bij Europa bekend als budgettaire belhamel. Ons land trekt zich niet al te veel aan van de Europese begrotingsregels. We hadden beloofd dat ons tekort dit jaar op 1 procent van het bruto binnenlands product zou uitkomen voor onze gezamenlijke overheden, dus het federale België plus de gewesten, gemeenschappen en lokale overheden. We zullen volgende week moeten toegeven dat het tekort 1,6 procent bedraagt.Paul De Grauwe: We kunnen schuilen achter de brede rug van een land als Frankrijk, dat flirt met een tekort van 3 procent en haast evenveel schulden heeft als België. Moesen: Bovendien zit België met een regering in lopende zaken. Het is nog gebeurd dat Europa dan gewoon akte nam van de voorgestelde pro-formabegroting. Is een regering in lopende zaken goed of niet goed voor de overheidsfinanciën? Moesen: Niet goed. De Grauwe: Dat hangt ervan af, Wim. Toen we 541 dagen nodig hadden om de regering-Di Rupo te vormen, in 2010-2011, kwam ons dat goed uit. Terwijl heel Europa zwaar bespaarde, deden wij dat niet omdat een regering in lopende zaken die ingrijpende maatregelen moeilijk kon nemen. Het gevolg was dat al die landen met die bezuinigingen door een diepere recessie zijn moeten gaan dan België. Moesen: Als de vorming van de federale regering blijft aanslepen, verschijnt er vroeg of laat weer een artikel in de Financial Times, worden financiële markten ongerust en gaan ze weer meer rente vragen als België wil lenen. Dat is mijn grote zorg. Tijdens die 541 dagen is de rente voor België met 3 procent gestegen, Paul. Drie procent! De Grauwe: De rente is toen in veel landen gestegen. Ik acht de kans daartoe nu klein. De financiële markten weten ook dat een regering in lopende zaken geen zotte dingen kan doen. Moesen: Het probleem is niet zozeer dat we geen regering hebben maar dat bij een lange regeringsvorming de ongerustheid over het uiteenvallen van het land opnieuw zal toenemen. Daar maken de financiële markten zich grote zorgen over. Want wie zal dan de overheidsschuld afbetalen? Daardoor zijn we extra kwetsbaar. Misschien zal Europa wel een subtiel signaal geven dat we toch het best snel een regering vormen. Maar ik zie ook dat Europa een budgettaire bocht aan het nemen is. Een budgettaire bocht? Moesen: Ja, een hele belangrijke zelfs. In het Verdrag van Maastricht werd in 1992 afgesproken dat het begrotingstekort van de lidstaten niet meer dan 3 procent van het bbp mag bedragen en de overheidsschuld niet meer dan 60 procent van het bbp. Europa ziet nu in dat die regels te ingewikkeld zijn. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met de toekomstige groei en die kan niemand precies voorspellen. Bovendien zijn de regels niet afdwingbaar. Een hele reeks landen, zoals Frankrijk en België, respecteren de Maastrichtnormen al jaren niet meer. De Grauwe: De 3 procentregel is ook gewoon dom. Waarom 3 procent? Vanwege de Heilige Drievuldigheid? Die drie is een puur arbitrair cijfer, daar is niets wetenschappelijks aan. En als je verkozen bent tot president van Frankrijk en je hebt een beetje gestudeerd, dan volg je die regel natuurlijk niet! Verstandige mensen onderwerpen zich niet aan domme regels. Komt Europa met soepelere begrotingsregels? Moesen: Het zal niet meer zozeer kijken naar het begrotingstekort en de overheidsschuld, maar veeleer een uitgavennorm hanteren: de uitgaven mogen volgend jaar met zoveel procent toenemen. Daar ben ik ook voorstander van. Landen met een laag tekort en weinig schuld, zoals Nederland en de Scandinavische landen, hanteren al zo'n uitgavenorm. In Zweden, bijvoorbeeld, is er een politiek onafhankelijke instelling die de regering adviseert hoeveel ze de volgende twee, drie jaren mag uitgeven. Binnen die norm kan de regering dan beslissen waaraan ze het geld zal besteden. De Grauwe: De meeste landen in de eurozone hebben zo'n onafhankelijke instelling, een fiscal council, die de regering adviseert en het begrotingstraject uittekent. En dat advies wordt meestal gevolgd. België heeft dat niet. Wij hebben wel de Hoge Raad van Financiën, maar die is niet echt onafhankelijk, daarin zitten vertegenwoordigers van politieke partijen, werkgevers- en werknemersorganisaties... Moesen: Zo'n onafhankelijke instelling moet er zeker komen. En als we serieus met onze overheidsfinanciën willen omgaan, moet de minister van Financiën, verantwoordelijk voor de inkomsten, dezelfde persoon zijn als de minister van Begroting, verantwoordelijk voor de uitgaven. Zo is dat in alle landen. In afwachting van zo'n uitgavenorm gaat het zelfs niet meer over een begrotingstekort van maximaal drie procent. Een begroting moet tegenwoordig steeds in evenwicht zijn. Moesen: In de loop der jaren is men in Europa inderdaad nóg strenger geworden en gaan streven naar een schwarze Null, een zwarte nul, een begroting in evenwicht. Niet toevallig een Duitse term, want onze oosterburen houden daar het felst aan vast. Maar ook bij ons ben je steeds vaker gaan horen dat een begroting in evenwicht moet zijn. En zeker na 2011. Eerst hadden de overheden rond 2008 de banken moeten redden en daardoor nam de overheidsschuld haast overal toe met 7 tot 12 procent. Daarna volgde de schuldencrisis, waarbij landen als Griekenland gered moesten worden. Toen zijn ze in Europa beginnen te panikeren en hebben ze gezegd: we mogen geen tekort meer hebben, we moeten onze begroting in evenwicht afsluiten. De Grauwe: Dat is een van de grootste flaters die Europa heeft begaan. Er werd toen gezwaaid met een paper van Alberto Alesina, een econoom van Harvard University. Hij betoogde dat saneringen opnieuw vertrouwen zouden wekken bij de burgers en bedrijven. Die zouden dan meer gaan consumeren en investeren, zodat de economie er weer bovenop kwam. Iemand als Olli Rehn, toen eurocommissaris voor de Economische en Monetaire Unie, dweepte daarmee. Onder druk van Europa zijn alle EU-lidstaten gaan besparen en gebeurde het tegenovergestelde van wat Alesina had voorspeld: de felle bezuinigingen duwden ons nog dieper in de put en Europa kwam in een tweede recessie terecht. Dus een begroting in evenwicht... De Grauwe:... is een dwaas idee. En dwaze ideeën moeten bestreden worden. Moesen: Ik vind die schwarze Null ook fundamenteel verkeerd omdat je met daarmee je economie kraakt, het helpt je niet vooruit. Dat wil niet zeggen dat je geen budgettaire discipline aan de dag moet leggen, maar je moet dat wel doen voor de juiste zaken. Waarvoor moet er wel begrotingsdiscipline gelden? Moesen: Voor de lopende uitgaven. Hier komen we bij mijn stokpaardje: de gouden financieringsregel. Voor lopende uitgaven, zoals de lonen van de ambtenaren, mag je niet gaan lenen. Die moet je financieren met lopende inkomsten en dat zijn vooral de belastingontvangsten. Daarvoor geldt de begrotingsdiscipline, daar mag je niet van afwijken. In het verleden is dat wel gebeurd. Onze politici zijn gaan lenen voor lopende uitgaven. Jarenlang was het begrotingstekort groter dan de uitgaven voor publieke investeringen, zoals wegen en gebouwen. Voor zulke publieke investeringen mag je wél lenen, omdat ze bijdragen tot de productiviteit en de economische groei. Dus zelfs België, met een schuldgraad van meer dan 100 procent, mag zich nog dieper in schulden steken? De Grauwe: Ja, natuurlijk. Om zulke publieke investeringen te financieren, mag je bijkomende schulden aangaan. Moesen: Die publieke investeringen hebben twee positieve effecten op de economie. Op korte termijn jagen ze de economie aan, want er wordt beton gestort, gebouwd en gerenoveerd, kortom er is economische activiteit. En op lange termijn zorgen ze voor minder files, betere lucht en properder water. Ook dat is weer goed voor de economie, en eigenlijk voor de hele samenleving. De schulden zullen onze kinderen en kleinkinderen toch moeten afbetalen? De Grauwe: Dat is een primitieve argumentatie. Onze kinderen erven niet alleen schulden, maar ook betere wegen, bruggen die niet instorten, tunnels waarvan de plafonds niet naar beneden vallen, zuivere lucht enzovoorts. Die kinderen zullen dus héél gelukkig zijn dat wij vandaag die schulden zijn aangegaan. Als we naar de gezondheid van een bedrijf kijken, houden we toch ook niet alleen rekening met de schulden? We kijken toch ook naar wat daartegenover staat? Als we denken dat de investeringen in de toekomst voldoende zullen opbrengen om die schulden af te betalen, is er toch geen probleem? Moesen: Bij ongewijzigd beleid heeft Vlaanderen volgend jaar een tekort van 600 miljoen euro. Dat is zonder de investeringen in de Oosterweelverbinding rond Antwerpen, die men steeds buiten beeld houdt, al wil Europa allicht dat we die wel meerekenen. Tel die erbij en je komt aan een tekort van 1,1 miljard. Als ik alle investeringen van de Vlaamse overheid optel die bijdragen tot de economische groei, in wegenwerken, havens enzoverder, kom ik aan 1,8 miljard. Met andere woorden: Vlaanderen voldoet volgend jaar makkelijk aan de gouden financieringsregel. De Grauwe: Van mij zou Vlaanderen zich dus meer in de schulden mogen steken. Als het dat geld maar gebruikt om goede investeringen te doen. Het begrotingsevenwicht van de regering-Jambon in 2021 is een contraproductieve fetisj. En hoe zit dat voor België? Moesen: Dit jaar zal het tekort 1,6 procent van het bbp zijn, volgend jaar 2,2 procent en als ik de publieke investeringen optel, kom ik ook net aan 2,2 procent van het bbp. België schuurt dus aan tegen de gouden financieringsregel. Het is opletten geblazen. Hoe erg is een begrotingstekort van 2,2 procent? De Grauwe: Helemaal niet erg! Zeker vandaag niet, nu de rente zo laag staat. In de jaren tachtig, toen de rente hoog stond en onze schuld opliep tot meer dan 130 procent van het bbp, konden we ons geen tekorten permitteren. Toen moest België zelfs lenen om de interesten te kunnen afbetalen. Dat deed onze schuld stijgen, waardoor we nog meer moesten gaan lenen om onze interesten af te betalen. Dat was de fameuze rentesneeuwbal. Maar nu zien we het tegenovergestelde effect, we hebben een omgekeerde rentesneeuwbal: de rente staat uiterst laag, we betalen steeds minder interesten en als we geen gekke dingen doen, daalt onze schuld automatisch. Daarom kunnen we ons nu een tekort veroorloven. Moesen: Natuurlijk is een hoge staatsschuld niet goed, maar die mag ons er niet van weerhouden nieuwe schulden aan te gaan voor de verbetering van onze infrastructuur. Het is nu of nooit. Hoezo? Moesen: Je kunt tegen bijna nul procent lenen en er zijn héél veel overheidsprojecten die een socio-economisch rendement hebben dat veel hoger ligt dan nul procent. Als de rente 3 procent of meer zou bedragen, krijg je een heel ander verhaal. Aan mijn studenten heb ik dat altijd uitgelegd door de vergelijking te maken met het hoogspringen: weinigen kunnen over 1,5 meter springen, zei ik altijd, maar als je de lat op 45 centimeter legt, kan zelfs uw docent erover. De lat ligt nu laag, waarop wachten we nog om erover te springen? Ja, waarop? De Grauwe: Het grote probleem is dat we in Europa - en zeker in België - met een groot spaaroverschot zitten. Er is veel geld, maar gezinnen en bedrijven potten het op, ze investeren te weinig omdat ze geen vertrouwen hebben in de toekomst. De brave spaarder krijgt nauwelijks rente op zijn spaargeld en ziet door de inflatie zijn koopkracht zelfs dalen. De Grauwe: Omdat hij te veel spaart! Ik herhaal: de rente staat zo laag omdat de mensen te veel sparen. Ik zeg niet dat de spaarder stom is. Nee, het is als individu heel rationeel om te sparen als je niet veel vertrouwen hebt in de toekomst. Maar als iedereen spaart, als dat collectief gebeurt, is dat niet meer rationeel. Dan raakt de economie in het slop en is een zeer lage rente het logische gevolg. En dan schiet iedereen op het rentebeleid van de Europese Centrale Bank. Ook veel Vlaamse economen hebben zich bij die kudde gevoegd. Maar de ECB is niet het probleem, zij doet er juist alles aan om de rente op te krikken en pompt veel geld in de economie in de hoop dat iedereen weer gaat investeren en de rente zal stijgen. Dat wil maar niet lukken en de ECB is onderhand aan het eind van haar Latijn, ze kan niet meer zo veel doen. Wie kan er dan nog wel iets aan doen? De Grauwe: De overheid! De overheid moet zeggen: ik ben optimistisch, kijk naar mij, ik investeer in openbaar vervoer, in alternatieve energie enzoverder. De overheid is de enige die ons nog uit het pessimisme kan halen dat ons verlamt. Zij moet investeren en dan zullen de bedrijven en gezinnen volgen. In landen als Duitsland en Nederland is schulden maken nog steeds des duivels en met de duivel kun je geen compromissen sluiten. Ook bij ons zijn er nog altijd te veel beleidsmensen die zeggen: dat kunnen we niet, dat mogen we niet. Maar natuurlijk kan het. En het mag als je het doet! Moesen: Het is nu inderdaad aan de overheden, want de ECB heeft geen droog poeder meer. We zijn het er allemaal over eens dat de klimaatverandering een gigantische uitdaging is en dat een energietransitie zich opdringt. De overheden zouden daar nu massaal in moeten investeren.' Kunnen we met die lage rente dan ook niet investeren om enkele andere problemen de wereld uit te helpen, zoals de armoede? Moesen: Als je zomaar geld aan armen geeft, heeft dat alleen maar een kortetermijnbestedingseffect: ze kunnen meer geld uitgeven. Je kunt beter mikken op doelgerichte uitgaven die ook een gunstig structureel effect op langere termijn hebben, zoals de bouw van sociale woningen. Daarmee stimuleer je niet alleen de economie, maar laat je ook die mensen in betere omstandigheden wonen, wat veel gunstige effecten heeft. De Grauwe: Ja, waarom zouden we als overheid daarvoor geen geld lenen, als we zo het armoedeprobleem kunnen aanpakken?