Iedereen weet het, huren is duur. Op de privé-huurmarkt variëren de prijzen gemiddeld tussen de € 550 en € 1200. Dat is een zeer grote hap uit het inkomen van de mensen. Tel hierbij de sterk stijgende energie- en waterkosten en er blijft voor de doorsnee Vlaming niet veel over op het einde van de maand. Een sociale huurwoning is dan ook voor velen die geen eigen woning kunnen kopen, een zegen: een huurprijs naar gelang je inkomen (tussen de € 140 en € 1000/maand) en levenslange woonzekerheid. De wachtlijst voor sociale huurwoningen steeg de afgelopen tijd naar ongekende hoogten.

In het huidige beleid voor sociaal wonen zitten enkele pijnpunten:

Er valt een grote groep uit de boot; namelijk de werkende, alleenstaande Vlaming. Wie een sociale woning wil, dient aan inkomensvoorwaarden te voldoen. De inkomensgrens ligt lager voor alleenstaanden dan voor koppels en mensen met gezinslast. Het belastbaar inkomen van de alleenstaande is vaak te hoog om een sociale woning te kunnen huren. Tegelijkertijd is zijn netto inkomen te laag om op de privé-markt te huren.

De sociale huurder met een beter inkomen (die bij toewijzing van de sociale woning voldeed aan de inkomensvoorwaarden maar nu meer verdient) betaalt een hogere huur en zorgt zo dat degene met een vervangingsinkomen minder huur betaalt. Een mooi principe. Toch zit er een grote onrechtvaardigheid in het berekeningssysteem: de huurprijs wordt berekend op het belastbaar inkomen. Van het belastbaar inkomen uit werk worden nog veel belastingen afgehouden. Wat er uiteindelijk netto op de bankrekening van de werkende huurder verschijnt, is vaak niet zo veel meer dan wat de andere huurders ontvangen. De huurprijs van de werkende huurder ligt, in verhouding tot zijn netto inkomen, dan ook veel hoger dan de huurprijs van de andere huurders.

Controle van eigendommen in het buitenland is momenteel onbestaand. Huisvestingsmaatschappijen hebben als enig werkmiddel een verklaring op erewoord die, zelfs binnen de EU, niet geverifieerd kan worden. Enkel eigendommen in België worden perfect gecontroleerd. Dit heeft een bizar effect: eigenaars die een kleine, zeer oude woning bezitten en te arm zijn om op de privé-markt te huren, kunnen zich niet inschrijven op de wachtlijst voor een sociale woning. Wie 5 woningen in Oostenrijk bezit, kan -zonder dat de huisvestingsmaatschappij dit kan achterhalen- levenslang een sociale woning huren. Een gigantische onrechtvaardigheid in een Vlaanderen waar steeds grotere bevolkingsgroepen leven met roots of connecties in het buitenland en open grenzen binnen de EU.

Ook de taaltest is een maat voor niets: de kandidaat-huurder die slecht of geen Nederlands spreekt, heeft standaard de juiste documenten van het Huis van het Nederlands en wordt op deze basis dus nooit een sociale woning geweigerd. Of taal ook effectief een reden tot weigering zou moeten zijn, is een heel andere discussie.

Vanaf 1 maart gaan de wijzigingen in het beleidskader sociaal wonen van kracht. De meest ingrijpende opgesomd: levenslang wonen wordt vervangen door een eerste contract van 9 jaar dat daarna 3 jaarlijks wordt herbekeken, zittende huurders hebben na 2021 geen recht meer om hun huurwoning te kopen, huurders mogen geen gedeeltelijke eigendommen meer bezitten of geen woning of perceel in een vennootschap. Hiermee worden de lange wachtlijsten aangepakt, de pijnpunten blijven.

Wat zullen de aanpassingen nog teweeg brengen?

De werkende Jan met de pet zal op termijn helemaal verdwijnen uit de sociale huurwoningen. Degenen die toch een sociale woning kunnen huren, zullen bij één van de 9- of 3-jaarlijkse controles hun woning verliezen. Wanneer ze geen personen meer ten laste hebben en werken, vallen ze boven de inkomensgrenzen waaraan ze nu steeds moeten blijven voldoen. Ze moeten verplicht verhuizen naar de dure privé-huurmarkt. Dit wil ook zeggen: op termijn geen sociale huurders meer die hogere huren betalen om de lagere huren te compenseren. Hoe gaat dit opgevangen worden? Hogere minimumhuren? Verplicht fusioneren van huisvestingsmaatschappijen? Ontslagen? Sociale huurwoningen van veel slechtere kwaliteit?

Welke sociale huurder gaat er nog investeren in een woning waarvan hij nooit zeker weet of hij deze zal mogen blijven bewonen? De slecht onderhouden woningen en bijgevolg de kosten om deze (veel vaker dan nu) terug in orde te brengen, zullen sterk stijgen.

En wat met de sociale mix? Op dit moment is er in de meeste sociale woonwijken een goede mix van ouderen, jonge gezinnen, werkenden, mensen die van een vervangingsinkomen leven, verschillende culturen. De wijzigingen zullen getto's creëren: wijken waar iedereen van een vervangingsinkomen leeft, veel sociale overlast, ontstaan van aparte gemeenschappen die geen enkele connectie meer hebben met de leefwereld van andere Vlamingen, gepensioneerden die door de overlast bijna verplicht zullen worden toch op de dure privémarkt te huren...

Qua werkloosheidsval kan dit ook tellen: na de wijzigingen loont het veel minder om te werken eens je sociale huurder bent. De regering die aankondigde dat de sociale zekerheid een springplank en geen hangmat is, stuurt met deze wijzigingen aan op exact het tegenovergestelde. Welke werkstimulans zal de sociale huurder nog hebben als werken in vele gevallen het verlies van een financieel zeer voordelige sociale huurwoning veroorzaakt?

Grote winnaar van de wijzigingen is duidelijk de Vlaming die een vervangsinkomen geniet. Hij zal in de toekomst veel minder lang op een sociale woning moeten wachten. Ideaal voor gepensioneerden en invaliden. Nefast voor de inzet, integratie en werkmotivatie van alle anderen die een vervangingsinkomen genieten.

Grote verliezer van de wijzigingen is duidelijk en alweer de werkende Jan Modaal. Na alle besparingen die voornamelijk ten koste van hem werden doorgevoerd, is een betaalbare, sociale woning nu ook niet meer voor hem.

Dit is in schril contrast met de wijzigingen in het beleidskader sociaal wonen Wallonië. Daar werd de inkomensgrens beduidend opgetrokken om zo veel mogelijk mensen het recht op een betaalbare, degelijke sociale woning te garanderen. Die Walen zijn zo gek nog niet.

Evelien Beeldens is kernlid van Vlinks

Iedereen weet het, huren is duur. Op de privé-huurmarkt variëren de prijzen gemiddeld tussen de € 550 en € 1200. Dat is een zeer grote hap uit het inkomen van de mensen. Tel hierbij de sterk stijgende energie- en waterkosten en er blijft voor de doorsnee Vlaming niet veel over op het einde van de maand. Een sociale huurwoning is dan ook voor velen die geen eigen woning kunnen kopen, een zegen: een huurprijs naar gelang je inkomen (tussen de € 140 en € 1000/maand) en levenslange woonzekerheid. De wachtlijst voor sociale huurwoningen steeg de afgelopen tijd naar ongekende hoogten.Er valt een grote groep uit de boot; namelijk de werkende, alleenstaande Vlaming. Wie een sociale woning wil, dient aan inkomensvoorwaarden te voldoen. De inkomensgrens ligt lager voor alleenstaanden dan voor koppels en mensen met gezinslast. Het belastbaar inkomen van de alleenstaande is vaak te hoog om een sociale woning te kunnen huren. Tegelijkertijd is zijn netto inkomen te laag om op de privé-markt te huren. De sociale huurder met een beter inkomen (die bij toewijzing van de sociale woning voldeed aan de inkomensvoorwaarden maar nu meer verdient) betaalt een hogere huur en zorgt zo dat degene met een vervangingsinkomen minder huur betaalt. Een mooi principe. Toch zit er een grote onrechtvaardigheid in het berekeningssysteem: de huurprijs wordt berekend op het belastbaar inkomen. Van het belastbaar inkomen uit werk worden nog veel belastingen afgehouden. Wat er uiteindelijk netto op de bankrekening van de werkende huurder verschijnt, is vaak niet zo veel meer dan wat de andere huurders ontvangen. De huurprijs van de werkende huurder ligt, in verhouding tot zijn netto inkomen, dan ook veel hoger dan de huurprijs van de andere huurders. Controle van eigendommen in het buitenland is momenteel onbestaand. Huisvestingsmaatschappijen hebben als enig werkmiddel een verklaring op erewoord die, zelfs binnen de EU, niet geverifieerd kan worden. Enkel eigendommen in België worden perfect gecontroleerd. Dit heeft een bizar effect: eigenaars die een kleine, zeer oude woning bezitten en te arm zijn om op de privé-markt te huren, kunnen zich niet inschrijven op de wachtlijst voor een sociale woning. Wie 5 woningen in Oostenrijk bezit, kan -zonder dat de huisvestingsmaatschappij dit kan achterhalen- levenslang een sociale woning huren. Een gigantische onrechtvaardigheid in een Vlaanderen waar steeds grotere bevolkingsgroepen leven met roots of connecties in het buitenland en open grenzen binnen de EU.Ook de taaltest is een maat voor niets: de kandidaat-huurder die slecht of geen Nederlands spreekt, heeft standaard de juiste documenten van het Huis van het Nederlands en wordt op deze basis dus nooit een sociale woning geweigerd. Of taal ook effectief een reden tot weigering zou moeten zijn, is een heel andere discussie.Vanaf 1 maart gaan de wijzigingen in het beleidskader sociaal wonen van kracht. De meest ingrijpende opgesomd: levenslang wonen wordt vervangen door een eerste contract van 9 jaar dat daarna 3 jaarlijks wordt herbekeken, zittende huurders hebben na 2021 geen recht meer om hun huurwoning te kopen, huurders mogen geen gedeeltelijke eigendommen meer bezitten of geen woning of perceel in een vennootschap. Hiermee worden de lange wachtlijsten aangepakt, de pijnpunten blijven.De werkende Jan met de pet zal op termijn helemaal verdwijnen uit de sociale huurwoningen. Degenen die toch een sociale woning kunnen huren, zullen bij één van de 9- of 3-jaarlijkse controles hun woning verliezen. Wanneer ze geen personen meer ten laste hebben en werken, vallen ze boven de inkomensgrenzen waaraan ze nu steeds moeten blijven voldoen. Ze moeten verplicht verhuizen naar de dure privé-huurmarkt. Dit wil ook zeggen: op termijn geen sociale huurders meer die hogere huren betalen om de lagere huren te compenseren. Hoe gaat dit opgevangen worden? Hogere minimumhuren? Verplicht fusioneren van huisvestingsmaatschappijen? Ontslagen? Sociale huurwoningen van veel slechtere kwaliteit?Welke sociale huurder gaat er nog investeren in een woning waarvan hij nooit zeker weet of hij deze zal mogen blijven bewonen? De slecht onderhouden woningen en bijgevolg de kosten om deze (veel vaker dan nu) terug in orde te brengen, zullen sterk stijgen.En wat met de sociale mix? Op dit moment is er in de meeste sociale woonwijken een goede mix van ouderen, jonge gezinnen, werkenden, mensen die van een vervangingsinkomen leven, verschillende culturen. De wijzigingen zullen getto's creëren: wijken waar iedereen van een vervangingsinkomen leeft, veel sociale overlast, ontstaan van aparte gemeenschappen die geen enkele connectie meer hebben met de leefwereld van andere Vlamingen, gepensioneerden die door de overlast bijna verplicht zullen worden toch op de dure privémarkt te huren... Qua werkloosheidsval kan dit ook tellen: na de wijzigingen loont het veel minder om te werken eens je sociale huurder bent. De regering die aankondigde dat de sociale zekerheid een springplank en geen hangmat is, stuurt met deze wijzigingen aan op exact het tegenovergestelde. Welke werkstimulans zal de sociale huurder nog hebben als werken in vele gevallen het verlies van een financieel zeer voordelige sociale huurwoning veroorzaakt? Grote winnaar van de wijzigingen is duidelijk de Vlaming die een vervangsinkomen geniet. Hij zal in de toekomst veel minder lang op een sociale woning moeten wachten. Ideaal voor gepensioneerden en invaliden. Nefast voor de inzet, integratie en werkmotivatie van alle anderen die een vervangingsinkomen genieten. Grote verliezer van de wijzigingen is duidelijk en alweer de werkende Jan Modaal. Na alle besparingen die voornamelijk ten koste van hem werden doorgevoerd, is een betaalbare, sociale woning nu ook niet meer voor hem.Dit is in schril contrast met de wijzigingen in het beleidskader sociaal wonen Wallonië. Daar werd de inkomensgrens beduidend opgetrokken om zo veel mogelijk mensen het recht op een betaalbare, degelijke sociale woning te garanderen. Die Walen zijn zo gek nog niet.Evelien Beeldens is kernlid van Vlinks