'Het onderwijspersoneel moet worden erkend als essentiële beroepsgroep die voorrang moet krijgen bij vaccinatie.' De voorstelling van de Belgische vaccinatiestrategie was nog maar net voorbij, of Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) liet al van zich horen. Op Twitter meldde hij meteen dat het personeel van zijn beleidsdomein voorrang moet krijgen. 'Leraren hebben een vroege vaccinatie nodig en hebben die ook verdiend.'
...

'Het onderwijspersoneel moet worden erkend als essentiële beroepsgroep die voorrang moet krijgen bij vaccinatie.' De voorstelling van de Belgische vaccinatiestrategie was nog maar net voorbij, of Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) liet al van zich horen. Op Twitter meldde hij meteen dat het personeel van zijn beleidsdomein voorrang moet krijgen. 'Leraren hebben een vroege vaccinatie nodig en hebben die ook verdiend.'Volgens het kabinet-Weyts hield de N-VA'er het pleidooi al een tijdlang binnen de regering. 'Maar nu is het logisch dat we dat extern maken. Leraren zullen zich bij het horen van het nieuws de vraag stellen of zij geen essentieel beroep hebben.' Weyts' collega Wouter Beke (CD&V) steunt de oproep. De minister van Welzijn vindt ook dat leraren onder de noemer 'essentiële publieke diensten' vallen. In het hele Vlaamse onderwijsveld werken zo'n 164.000 mensen. De politieke wil is er dus. De vraag is of de wens werkelijkheid wordt. Meerdere beroepsgroepen zullen in de rij staan om sneller gevaccineerd te worden. Over de voorrang van verzorgend personeel, ouderen in woonzorgcentra en risicopatiënten bestaat geen discussie. Het debat over welke beroepsgroepen deel uitmaken van de essentiële diensten moet nog losbarsten. De taskforce die de vaccinatiestrategie uittekende liet die vraag bewust onbeantwoord. De kwestie ligt zo gevoelig dat minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (SP.A) zelfs geen voorbeelden wilde geven in de Kamer. 'Dat zou tot allerlei debatten leiden', aldus Vandenbroucke. 'Er is ook nog tijd voor.' Toch zijn er al denkpistes voorhanden. Zo wordt al volop gedacht aan agenten en brandweerlui. Samen zijn zij goed voor zo'n 68.000 mensen. Maar wat met ander veiligheidspersoneel? Defensie heeft achter de schermen al aangegeven bereid te zijn om te helpen bij de distributie van het vaccin. De om en bij de 25.000 militairen zouden dus evengoed voorrang kunnen krijgen voor inenting. En dan zijn er ook nog de privébewakers en de inlichtingendiensten. Daar houdt het niet op. In het Verenigd Koninkrijk suggereert de nationale taskforce ook alle medewerkers van justitie als prioritaire patiënten - denk aan rechters, maar ook aan cipiers. Ook transportmedewerkers zouden in aanmerking kunnen komen, zoals vrachtwagenchauffeurs. In de Verenigde Staten worden ook landbouwers ingedeeld bij de essentiële beroepen. De Vlaamse werkgeversorganisatie Voka sprong snel op de kar. In een persbericht vroeg ze de regering dat de lijst met essentiële bedrijven 'niet verengd wordt ten opzichte van de voorbije maanden en voldoende ruim moet zijn zodat bedrijven niet stilvallen'. Volgens de Voka-woordvoerder gaat het onder meer om de energiesector - denk aan het personeel in de kerncentrales - en werknemers in de retailsector.De kwestie is afhankelijk van meerdere factoren. Zo is de overheid afhankelijk van de levering van de dosissen van verschillende farmaceutische bedrijven. 'Het tempo van het vaccineren zal afhangen van de producenten', zei premier Alexander De Croo (Open VLD) in de Kamer. Mocht er vertraging ontstaan, dan kan dat de uitrol beïnvloeden. Hoe meer beroepen als essentieel worden gerekend, hoe langer de wachttijden. Bij een onverwacht gunstigere situatie, is er dan weer meer mogelijk. In elk geval zullen de regeringen langs alle kanten aan de mouw worden getrokken. Daarbovenop komt de communautaire kwestie. De Vlaamse regering er alle belang bij om het onderwijspersoneel mee voorrang te geven. De knoop wordt echter federaal doorgehakt. Het dilemma komt vooral in de schoot terecht van Vandenbroucke en die van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V).