In 2050 zal de fabriek van ArcelorMittal België geen CO2 meer uitstoten, daar is ceo Manfred Van Vlierberghe van overtuigd. De coronacrisis heeft niets aan die ambitie veranderd, ook al had die een grote impact op de staalproducent. 'De afgelopen decennia hebben we de crisissen aan elkaar geregen,' vertelt Van Vlierberghe, 'maar wat we in het tweede kwartaal van vorig jaar hebben gezien, was toch nog van een andere orde. Belangrijke afnemers als Volvo en Audi hebben toen zeven weken stil gelegen en dat heeft ons pijn gedaan, want 40 procent van ons staal gaat naar de auto-industrie. Bovendien kun je onze installaties niet zomaar doen stoppen. Als je een cokesfabriek stillegt, is de schade onherstelbaar. Dus hadden wij altijd voldoende mensen nodig om de installaties draaiende te houden. Dat was op het hoogtepunt van de coronacrisis absoluut niet vanzelfsprekend. Om te vermijden dat te veel mensen door besmetting zouden uitvallen, hebben we toen regels opgelegd die nog strenger waren dan de overheidsmaatregelen.'
...

In 2050 zal de fabriek van ArcelorMittal België geen CO2 meer uitstoten, daar is ceo Manfred Van Vlierberghe van overtuigd. De coronacrisis heeft niets aan die ambitie veranderd, ook al had die een grote impact op de staalproducent. 'De afgelopen decennia hebben we de crisissen aan elkaar geregen,' vertelt Van Vlierberghe, 'maar wat we in het tweede kwartaal van vorig jaar hebben gezien, was toch nog van een andere orde. Belangrijke afnemers als Volvo en Audi hebben toen zeven weken stil gelegen en dat heeft ons pijn gedaan, want 40 procent van ons staal gaat naar de auto-industrie. Bovendien kun je onze installaties niet zomaar doen stoppen. Als je een cokesfabriek stillegt, is de schade onherstelbaar. Dus hadden wij altijd voldoende mensen nodig om de installaties draaiende te houden. Dat was op het hoogtepunt van de coronacrisis absoluut niet vanzelfsprekend. Om te vermijden dat te veel mensen door besmetting zouden uitvallen, hebben we toen regels opgelegd die nog strenger waren dan de overheidsmaatregelen.' Eind augustus lijkt het ergste leed nu geleden. 'De markt is opnieuw gezond', stelt de ceo. Toch is er nauwelijks tijd om te bekomen, want met de opwarming van het klimaat wacht een potentieel nog grotere crisis, en dat beseft Van Vlierberghe: 'Als bedrijfsleider, maar ook als mens. Ik rijd al een tijdje elektrisch, ook al is de technologie nog niet helemaal perfect. Deze zomer ben ik met mijn elektrische auto op reis gegaan. En ja, onderweg heb ik op een takelwagen gestaan. ( grijnst) De laadpaal was kapot.' Op klimaatactivisten zal uw elektrische auto wellicht niet veel indruk maken. Uw bedrijf is verantwoordelijk voor bijna 8 procent van de industriële uitstoot in dit land. Manfred Van Vlierberghe: Dat is juist, maar ik wil daar toch graag een paar kanttekeningen bij plaatsen. Om te beginnen: op die enkele vierkante kilometers van onze site produceren wij meer staal dan er in België, Luxemburg en een deel van Nederland wordt verbruikt. En staal hebben we nodig, al was het maar om windmolens of dijken te bouwen die nodig zijn om de gevolgen van de opwarming te bekampen. 'Jullie stoten meer CO2 uit dan de hele gemeente Zelzate', krijg ik soms te horen. Ook dat zal wel kloppen, maar die vergelijking is natuurlijk onzinnig. Een groot appartementsgebouw stoot minstens tien keer meer uit dan een villa, zelfs als in die villa geen enkele klimaatinspanning wordt geleverd. Daarnaast moet je ook rekening houden met ons product. Wij maken staal, en dat is samen met aluminium, cement, plastic en glas een van de vijf basismaterialen. In de industrie is de productie van die basismaterialen goed voor 95 procent van de mondiale CO2-uitstoot. ArcelorMittal in Gent stoot inderdaad honderden keer meer uit dan autofabrieken als Volvo of Audi. Maar daar is een logische verklaring voor. Een auto assembleren kan haast zonder CO2-uitstoot. Dat wordt een stuk complexer als je, zoals wij, een grondstof moet transformeren tot een basismateriaal. Bovendien is staalproductie in vergelijking met de productie van aluminium of plastic nog relatief klimaatvriendelijk. Een ton staal produceren zorgt gemiddeld voor 2 ton CO2-uitstoot. Dat is een lagere emissie dan die bij basismaterialen als aluminium en plastic. U belooft dat ArcelorMittal in 2050 klimaatneutraal zal zijn. Dat klinkt, met de huidige cijfers, als een utopie. Van Vlierberghe: En toch ben ik er honderd procent zeker van dat het ons zal lukken. Om te beginnen hebben we al een eindje van de weg afgelegd. De staalsector stoot per ton staal ongeveer 2 ton CO2 uit, maar wij behalen een gemiddelde van 1,7 ton. Dat komt onder meer omdat wij bijna maniakaal bezig zijn met energie-efficiëntie, al van lang voor het klimaatprobleem zo hoog op de agenda stond. Die bezorgdheid is nog gegroeid door de maatschappelijke druk én door het besef dat CO2 meer en meer een economische waarde krijgt. Minder CO2 uitstoten betekent niet alleen minder emissierechten betalen, het zorgt ook voor een aantrekkelijker product bij de klant, die meer en meer naar groen staal vraagt. Volgens experts is tot dusver vooral laaghangend fruit geplukt. Het echte werk moet nog beginnen. Van Vlierberghe: Dat is zo. Al mag ik toch zeggen dat we bij ArcelorMittal al even bezig zijn met het echte werk. De essentie van staal maken is: zuurstof wegnemen uit ijzererts. Vandaag gebruiken we daar vooral fossiele koolstof voor. Die fossiele koolstof, die de CO2-uitstoot genereert, vervangen door groene koolstof, dat wordt de allerbelangrijkste stap. Wij geloven daarbij in een combinatie van waterstof en circulaire koolstof. Met circulaire koolstof bedoel ik: kool die afkomstig is uit afvalhout en plasticafval. Afval bekijk ik niet alleen als een fundamenteel probleem, maar ook als een grote opportuniteit. Voor mij zijn dat de nieuwe mijnen. Neem nu houtafval. In België produceren we per hoofd jaarlijks ongeveer 50 kilo afvalhout. Van het minderwaardige afvalhout dat vandaag in verbrandingsovens verdwijnt, kunnen wij perfect biokool maken. Met die vorm van circulariteit kunnen we drie problemen tegelijk oplossen: het klimaatprobleem, het afvalprobleem én onze economische afhankelijkheid van andere landen. Wij hebben hier niet voor niets al concreet in geïnvesteerd. Volgend jaar willen we zo'n 120.000 ton biokool in onze hoogovens gebruiken. U sprak van een combinatie met waterstof. Waarom niet alleen waterstof? Van Vlierberghe: Je kunt niet alles oplossen met waterstof. Dat mag je de mensen niet wijsmaken. Waterstof is alleen groen als het geproduceerd wordt met groene elektriciteit. Maar vandaag wordt in ons land slechts 14 procent van de elektriciteit opgewekt door zon en wind. Als de industrie een groot deel van de hernieuwbare elektriciteit zou gebruiken voor de productie van groene waterstof, dan blijft er te weinig over voor processen waarvoor geen alternatief bestaat. Gevolg? De vergroening van de industrie door waterstof zou globaal tot een verhoging van de CO2-uitstoot leiden. Er zijn betere alternatieven voor de staalproductie dan waterstof? Van Vlierberghe: Op dit ogenblik wel. Als we in ons productieproces de cokes vervangen door aardgas, verkleint dat onze footprint met 70 procent. Nu al produceren we ongeveer 10 procent van ons staal met aardgas. Zolang maar een beperkt deel van de elektriciteit hernieuwbaar is, is aardgas de groenere keuze. Als we erin slagen om 80 procent groene elektriciteit op te wekken, bijvoorbeeld in 2040, krijg je een ander verhaal. Op dat ogenblik moeten en zullen we klaarstaan om gas te vervangen door waterstof. In afwachting daarvan zetten we ook in op andere technologie. Een eerste is CCU of carbon capture and utilisation. Dat gaat over technieken om de koolstof die je uitstoot te hergebruiken in nieuwe producten als methanol en bio-ethanol. Een andere is CCS of carbon capture and storage, waarbij je de CO2 capteert en vervolgens in de grond steekt. Die techniek is controversieel, maar ik vind niet dat het een taboe mag zijn. Het beruchte tipping point komt steeds dichterbij. Zodra we dat punt bereikt hebben, ontstaan er effecten waar we als mens geen enkele greep meer op hebben, en dan is het afgelopen. Om een grote catastrofe te vermijden werd in 2005 het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) bedacht: grote vervuilers betalen een geldbedrag voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Maar er zijn ook uitzonderingen. ArcelorMittal, bijvoorbeeld, krijgt het grootste deel van de emissierechten gratis. Van Vlierberghe: Je kunt het ook anders bekijken. Voor een derde van onze uitstoot moeten we wél betalen. Dat betekent dat we jaarlijks ongeveer 150 miljoen euro betalen. Terwijl niet-Europese bedrijven niets hoeven te betalen voor hun uitstoot. Zonder gratis emissierechten kan ArcelorMittal Gent niet overleven? Van Vlierberghe: Als we de volle pot zouden moeten betalen zijn we morgen dood. Kijk even om u heen. Deze kantoren zijn niet bepaald nieuw. Dat komt omdat wij nauwelijks marges hebben. Dat is bij andere Europese staalbedrijven niet anders. Die 150 miljoen die uw bedrijf betaalt komt terecht bij fondsen die de Green New Deal van de Europese Commissie moeten financieren. Hoe meer uitstootrechten u betaalt, hoe meer de EU de industrie kan helpen bij het innoveren. Van Vlierberghe: Maar als we de 150 miljoen die we nu aan het ETS geven zélf investeren in nieuwe technologie, zou onze transitie nog sneller gaan, daar ben ik zeker van. Het geld voor het Europese relancefonds, waar wij via het ETS een belangrijke bijdrage aan leveren, wordt straks verdeeld over verschillende projecten: van de aanleg van fietspaden over nieuwe infrastructuur tot - voor een klein deeltje - de vergroening van de industrie. Wij kunnen alleen maar hopen op een zo groot mogelijk deel van de koek. Dat zeg ik niet alleen uit eigenbelang. De industrie kan de grootste bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem. Een jongere die echt bezorgd is voor het klimaat kan, in plaats van in de bomen te klimmen, beter bij ons komen werken. De Europese Commissie werkt aan het zogenaamde Carbon Border Adjustment Mechanism, een soort importtaks voor niet-Europese industriële bedrijven die voor een gelijk speelveld moet zorgen. Zodra die taks is ingevoerd, vervalt het argument van oneerlijke concurrentie. Van Vlierberghe: Wij zijn uiteraard voorstander van die taks. Al hoop ik wel dat het geen taks met meer achter- dan voorpoortjes zal zijn. En hoe dan ook zal die taks voor niet-Europese bedrijven niet dezelfde impact hebben als het ETS op ons heeft. Stel dat zo'n bedrijf 5 procent naar Europa exporteert. Dan betaalt het voor de andere 95 procent nog altijd geen uitstootrechten. Dus ook na de invoering van die taks is het geen goed idee om ArcelorMittal voor alle uitstoot te laten betalen? Van Vlierberghe: Dat lijkt me niet realistisch. Kijk naar de economische realiteit. Het verbruik van staal is in Europa het afgelopen decennium gestabiliseerd. In dezelfde periode is er in onze sector voor 10 procent capaciteit gesloten. Het verschil laat zich verklaren door import. En de wereld is daar niet beter van geworden. Ook niet als het gaat over het klimaat. De CO2-emissie van de Europese staalbedrijven is het afgelopen decennium gedaald, maar die daling is tenietgedaan door de import. Met andere woorden: we moeten heel goed opletten dat we met goedbedoelde regelgeving niet het tegenovergestelde effect creëren. Als een Europees staalbedrijf verdwijnt, wordt dat staal de volgende dag ergens anders gemaakt, en zal de footprint van de industrie stijgen. Ondanks het ongelijke speelveld is ArcelorMittal blijkbaar nog altijd competitief. Van Vlierberghe: Ons staal is niet duurder dan niet-Europees staal omdat wij efficiënter zijn in ons proces. Ik heb het voorrecht gehad om twee jaar in Chicago te werken. De staalindustrie liep er decennia achterop. China, dat wereldwijd vandaag ongeveer 60 procent van het staal produceert, heeft een enorme inhaalbeweging gemaakt, maar op het vlak van productiviteit, technologie en efficiëntie lopen wij nog altijd voorop. Daardoor blijven we ook concurrentieel. Maar het is een broos evenwicht. China is nog altijd een staatseconomie. De sector kan er allerlei voordelen krijgen, boven op het voordeel dat Chinese bedrijven geen emissierechten hoeven te betalen. In 2015 zijn wij als directie zelf op straat gekomen om te pleiten voor maatregelen tegen China. Als antwoord heeft Europa een antidumpingmechanisme ingevoerd. Zonder die maatregel had dit gesprek mogelijk nooit plaatsgevonden. ArcelorMittal in Gent maakt deel uit van een multinational. Uw eigenaar Lakshmi Mittal kijkt wellicht eerder naar uw economische resultaat dan naar uw prestaties rond CO2-uitstoot. Van Vlierberghe:Dat is waar en niet waar. Wij hebben vestigingen in onder meer Kazachstan, de VS en Afrika. Niet al die vestigingen hebben dezelfde klimaatambities. Maar ook daar is de afgelopen vijf jaar veel veranderd in gunstige zin. De slechtste leerlingen van de klas worden systematisch gesloten. Er wordt, behalve naar de economische cijfers, dus ook naar de reductiecijfers gekeken. Bovendien heeft de groep haar bakermat in Europa, en is ze ook op Europa georiënteerd. Het zit niet in onze genen om Europa te verlaten. Natuurlijk kan het zo moeilijk worden dat onze eigenaar op een moment gedwongen zal zijn om te zeggen: dit gaat niet meer. Maar ik bekijk het positief. Het uitstootverhaal is vandaag ook een economisch verhaal, en niet alleen omdat wij voor de uitstoot moeten betalen. ArcelorMittal heeft vorig jaar als groep een Xcarb-label gelanceerd, een merk dat garantie op groen staal biedt. We geloven dat de klant bereid is daarvoor te betalen. Hoeveel meer is de klant volgens u bereid te betalen? Van Vlierberghe: Dat is een gevoelige vraag, maar ik denk dat de horde niet onoverkomelijk is. Groen staal is op dit ogenblik ongeveer 10 procent duurder. Stel dat een ton staal 1000 euro kost. Als er 1 ton staal in een auto gaat, zou een auto met groen staal dus 100 euro duurder zijn. Voor ons biedt dat mogelijkheden. Als de klant mee wil in ons verhaal, zou dat een beloning zijn voor de groene inspanningen die we al twintig jaar leveren, en kunnen we onze transitie nog versnellen. Uw verhaal veronderstelt vertrouwen, niet alleen van de klant maar ook van de samenleving. Zou het kunnen dat een verhaal als dat rond de vervuiling van chemiebedrijf 3M dat vertrouwen in de hele industrie schaadt? Van Vlierberghe: Dat is een pijnlijke zaak, en ik vind het ook helemaal terecht dat de media daar kritisch over berichten. Zoals het hier honderd jaar geleden ging, dat kan vandaag niet meer. Maar ik zou het sterk waarderen als de media met dezelfde aandacht zouden kijken naar wat er vandaag in de positieve zin gebeurt. Misschien ontstaat er dan ook een balans in het vertrouwen?