Werknemers die arbeidsongeschikt zijn door ziekte of een ongeval krijgen normaal gezien eerst een periode gewaarborgd loon. Daarna, tijdens de zogenaamde primaire arbeidsongeschiktheid, vallen ze terug op een (lagere) arbeidsongeschiktheidsuitkering. Na een jaar wordt dat een invaliditeitsuitkering. Maar uit de MLOZ-studie, bij ruim 10.000 leden in arbeidsongeschiktheid en invaliditeit, blijkt dat patiënten naast inkomensverlies dus ook bijna 1.500 euro aan remgelden en supplementen zelf betalen tijdens de primaire arbeidsongeschiktheid. Dat is vijf keer meer dan de gemiddeld 285 euro die de leden van de MLOZ tussen 20 en 64 jaar in het algemeen betalen. Patiënten zouden zelf ongeveer 10 à 15 procent van hun totale jaarlijkse gezondheidskosten betalen. Die zijn het grootst tijdens de primaire arbeidsongeschiktheid: gemiddeld 14.059 euro. Daarvan gaat 6.750 euro op aan het verblijf in het ziekenhuis en 1.830 euro aan geneesmiddelen. Ervoor bedragen de totale jaarlijkse kosten 4.184 euro, tijdens de invaliditeit 7.020 euro. "De aanwezigheid van chronische aandoeningen bij mensen in arbeidsongeschiktheid verklaart deze hoog oplopende kosten voor een groot deel. Want bij het begin van hun primaire arbeidsongeschiktheid leed meer dan een op de twee personen in invaliditeit al aan een chronische aandoening", zeggen de MLOZ in een communiqué. Volgens de MLOZ vertegenwoordigen ziekenhuissupplementen bijna de helft van de persoonlijke bijdragen. Ze pleiten er daarom voor om chronisch zieken beter te beschermen tegen hoog oplopende supplementen. Ook drukken de MLOZ op het belang van het aanpakken van bepaalde bronnen van sociale ongelijkheid. Zo pleiten ze voor het optrekken van de vervangingsinkomens tot de armoedegrens. Tot slot is een gecoördineerd actieplan nodig van de behandelende arts, arbeidsarts en adviserend arts om gezondheidsproblemen bij het begin aan te pakken. (Belga)