We zijn gedoemd om als een soort Romeo en Julia op leeftijd naar elkaar te staan zwaaien. Ik beneden in de tuin van het woonzorgcentrum, hij boven op het balkon van zijn kamer.' Dat vertelde Renée Van Hekken (67) in april vorig jaar in Knack. Haar man, kunstschilder Jos Laureys (76), was een paar maanden eerder noodgedwongen naar wzc Hof De Beuken in Ekeren verhuisd en door de coronamaatregelen was ze voor het eerst in veertig jaar van hem gescheiden. 'Omdat ik geen kinderen of andere familieleden heb, stond ik overal alleen voor', zegt ze. 'Ik voelde me door alles en iedereen verlaten.' Op haar getuigenis kwamen ontzettend veel reacties van lezers die met haar meeleefden of zich in haar verhaal herkenden.
...

We zijn gedoemd om als een soort Romeo en Julia op leeftijd naar elkaar te staan zwaaien. Ik beneden in de tuin van het woonzorgcentrum, hij boven op het balkon van zijn kamer.' Dat vertelde Renée Van Hekken (67) in april vorig jaar in Knack. Haar man, kunstschilder Jos Laureys (76), was een paar maanden eerder noodgedwongen naar wzc Hof De Beuken in Ekeren verhuisd en door de coronamaatregelen was ze voor het eerst in veertig jaar van hem gescheiden. 'Omdat ik geen kinderen of andere familieleden heb, stond ik overal alleen voor', zegt ze. 'Ik voelde me door alles en iedereen verlaten.' Op haar getuigenis kwamen ontzettend veel reacties van lezers die met haar meeleefden of zich in haar verhaal herkenden. Ondertussen heeft Van Hekkens leven een wending genomen die ze een jaar geleden nooit had kunnen bevroeden. 'Als een feniks ben ik uit mijn as herrezen', vertelt ze. Al is ze daarvoor eerst wel door een diep dal moeten gaan, want toen ze haar man na twee maanden eindelijk weer mocht bezoeken, bleek hij erg achteruit te zijn gegaan. Hij was veel afgevallen en kon ook niet meer stappen. 'Dat was schrikken, want vóór het bezoekverbod maakte hij nog wandelingen in de gang of door de tuin', zegt zijn vrouw. 'Nu had hij wel een agressieve vorm van alzheimer, maar ik ben ervan overtuigd dat zijn motoriek ook is verslechterd doordat hij zo lang in zijn kamer moest blijven. Daarnaast heeft ook het gebrek aan contact en aanrakingen zijn ziekteproces ongetwijfeld versneld. Toen ik hem terugzag, zat hij al helemaal opgesloten in zijn eigen wereld. Daar viel niet meer in binnen te dringen, wat ik ook deed.' Op 23 juli 2020 overleed Jos Laureys in het woonzorgcentrum waar hij nog geen halfjaar had gewoond. 'Natuurlijk is het verschrikkelijk om je partner te verliezen', zegt Van Hekken. 'Maar eigenlijk had ik jaren eerder al afscheid van hem genomen. Door zijn ziekte was de man met wie ik mijn leven al die jaren had gedeeld gaandeweg helemaal verdwenen. Tegen het eind was er totaal niets meer van hem over. Toch leek hij zich net voor zijn dood nog zorgen over mij te maken. Op de een of andere manier besefte hij dat hij me achter zou moeten laten. Walter, zijn beste vriend, die me in de laatste maanden van zijn leven vaak naar het woonzorgcentrum vergezelde, heeft hem toen beloofd dat hij voor me zou zorgen. Ik ben ervan overtuigd dat die woorden Jos rust hebben gegeven.' Midden in de coronazomer zat Renée dus in haar eentje in hun grote huis tussen alle kunstwerken van haar overleden man. Veertig jaar lang hadden ze onder één dak gewerkt. Zij schreef haar boeken, hij maakte zijn schilderijen. 'Al die tijd leefden we heel harmonieus samen', vertelt ze. 'Dat werkte doordat we elkaar genoeg vrijheid gunden. Twee dagen per week ging Jos weg. Dan ging hij op café en logeerde hij een nachtje bij een vriend in de stad. Daarna zetten we onze dagelijkse routine weer gewoon verder. Nooit vroeg ik hem wat hij in die dagen precies had gedaan.' Een paar jaar geleden veranderde hun vertrouwde manier van leven abrupt toen Jos kort na elkaar twee hersenbloedingen kreeg. Schilderen lukte hem daarna niet meer. Wel tekende hij soms nog en was hij vaak urenlang met zijn potloden en kleurboeken in de weer. Op den duur slaagde hij er zelfs niet meer in om zijn jas aan te trekken of zijn hoed op te zetten. Doordat hij zich amper nog verstaanbaar kon maken, werd hij soms ook heel opstandig. 'Uiteindelijk bleek de ziekte van Alzheimer de boosdoener te zijn', vertelt Renée Van Hekken. 'Daarna ging het snel van kwaad tot erger. Jos werd incontinent, gedroeg zich vaak agressief en kon onmogelijk nog alleen thuis blijven. Van zijn vrouw werd ik zijn verpleegster.' Nog altijd waren ze elk uur van de dag samen. Zelfs nog meer dan vroeger, want Jos werkte niet meer in zijn atelier en verdween ook nooit meer voor een paar dagen van de radar. 'Hij was totaal van mij afhankelijk', zegt zijn vrouw. 'Om het allemaal nog een beetje leefbaar te houden, had ik een vaste dagindeling opgesteld: ontbijten, wandelen, winkelen, terrasje doen, kleuren,... Van zeven uur 's ochtends tot ik hem om acht uur 's avonds in bed deed, waren we de hele tijd samen.' Jos schilderde dan misschien niet meer, zijn vrouw bleef wel schrijven. Terwijl hij naast haar aan de tafel platen inkleurde, hield zij haar dagboek bij. Ondertussen heeft ze die notities uitgegeven in de vorm van drie prozabundels. Het laatste deel van de trilogie, De briefschrijfster, verscheen begin dit jaar. 'Schrijven is wat me drijft en wat me overeind houdt', zegt ze. 'Zeker toen ik Jos steeds meer aan het verliezen was.' Het huis in Ekeren, waar het kunstenaarskoppel de laatste jaren van Jos' leven woonde, was vroeger een fietsherstelplaats. Ze installeerden er een schildersatelier en een ruimte waar ze salonconcerten en lezingen organiseerden. Maar de allermooiste plek van het huis is de idyllische binnentuin, waar Jos' as tussen de rozelaars werd verstrooid. 'Na zijn dood wist ik niet wat ik met dit grote huis aan moest', vertelt Van Hekken. 'Mijn eerste idee was om het te verkopen en naar de kust te verhuizen of hier in Ekeren een loft te zoeken, maar uiteindelijk leek dat me toch niet ideaal. Ons huis bleef aan me trekken. Dus ben ik beginnen te broeden op een mogelijke invulling van al de ruimte die ik hier heb. Zo kwam ik op het idee om een kunstgalerie te beginnen.' Half maart opende galerie Walden haar deuren. Naast de schilderijen van Jos Laureys wordt er telkens voor een beperkte periode werk van kunstenaressen tentoongesteld. 'Het is geen toeval dat ik vooral vrouwen een kans geef', legt Van Hekken uit. 'Veel kunstenaressen durven hun werk elders niet tentoon te stellen. Dat komt doordat sommige galeriehouders vrouwen denigrerend of zelfs onbeschoft behandelen. Alsof hun werk minder waard zou zijn dan dat van mannen. Daarom wil ik hun een veilige plek bieden waar ze in alle vriendelijkheid worden ontvangen. Wie goed is, krijgt van mij een kans.' De geëxposeerde werken hangen in het atelier en ook in het woonhuis zelf. 'Ik ben ervan overtuigd dat Jos dit ook had gewild: dat ons huis wordt gebruikt om zijn werk samen met dat van anderen tentoon te stellen', zegt Renée Van Hekken. Tussen de schilderijen en beelden worden nu ook juwelen getoond. Die zijn van de hand van Walter Van Wetswinkel, de oude vriend van Jos die ondertussen de nieuwe liefde van Renée is geworden. Net zoals ze vroeger zat te schrijven terwijl Jos aan het schilderen was, doet ze dat nu terwijl Walter aan zijn kunst werkt. 'Toen ik eenzaam en verlaten in de tuin van het woonzorgcentrum naar Jos stond te zwaaien, had ik geen idee dat ik zo snel afscheid van hem zou moeten nemen', zegt ze. 'Maar ook niet dat het leven daarna nog zo veel moois voor mij in petto kon hebben. Voor mij was het voorbije coronajaar bevreemdend, verschrikkelijk en prachtig tegelijk.'