Vorige week verscheen het Drugs Rapport 2019 opgesteld door het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving in Lissabon. België was hierin opvallend aanwezig. Niet alleen omdat ons land goed is in het aanleveren van betrouwbare cijfers, maar ook omdat op veel vlakken onze cijfers hoog waren. Alvast een pluim voor de speurders die in de Antwerpse haven in 2017 45 ton cocaïne onderschepten, een Europees record. Investeren in het opsporingsapparaat helpt. Wat de productie betreft van amfetamine en XTC is ons land samen met Nederland en Polen marktleider, als je dat zo mag noemen. Daar blijven de vangsten echter wat achter, behalve dan van het gevaarlijk afval van de drugslabs.

We weten wat effectief is op vlak van drugpreventie, maar de middelen ontbreken om het in de praktijk uit te werken.

Het Europees rapport vertelt meer over de aantallen gebruikers en de risico's. Hoewel de parameters van het cannabisgebruik lichtjes dalen blijft het aantal behandelingen dat wordt gestart voor deze problematiek het hoogst. De meest uitgesproken stijging vinden we echter terug bij de hulpvragen voor cocaïneverslaving. De meting van afbraakproducten na cocaïnegebruik in het afvalwater van grote steden is alarmerend hoog. Antwerpen spant de kroon: 771 milligram per dag per 1000 inwoners. In 2016 scoorde Antwerpen het hoogst, vòòr Amsterdam, Londen en Barcelona. We zien dat onze steden niet alleen hoog scoren voor cocaïne maar ook voor amfetamine wat wijst op een vermenging van gebruikersgroepen. Dat voorspelt niet veel goeds: Cocaïne is duur, wat de opstap naar het gebruik afremt, amfetamine is dat niet.

Het Drugsrapport legt nog een aantal zorgwekkende trends bloot. De zogenaamde 'Uber-isering' van de verkoop. Het aantal gebruikers is zo groot dat de concurrentie loont. Het wordt de gebruiker erg gemakkelijk gemaakt. Via een sms wordt de bestelling aan huis gebracht en dat binnen het half uur. Welke andere sector biedt zo een service? De prijs per gram blijft constant maar 5 kopen is 4 betalen. Dat zet cocaïnegebruikers aan om 'vrienden' te overhalen en zelf gratis de dure drug te kunnen blijven gebruiken. Welke sector kan dergelijke ambassadeurs inzetten?

De illegale verkoop weet zich goed en wijd vertakt te organiseren. Het neussnoepje is trendy en het zwengelt het gebruik aan van alcohol en andere producten zoals van ketamine. Uit onderzoek weten we dat vermoedelijk een relatief kleine groep de meeste cocaïne gebruikt, 20% snuift 80% van de cocaïne. Zij kennen de nadelige gevolgen: schade aan de neus en de longen, hartklachten, impotentie. Maar ze zijn afhankelijk geworden van dat product en zien geen uitweg. Waar kunnen ze terecht? Wie helpt hen de kwalijk gevolgen ervan te voorkomen?

Naast de handhaving van het verbod, de repressie, is het maatschappelijke antwoord preventie. Door specifieke interventies het gebruik te ontraden, te beperken of gezondheidsschade te vermijden.

Preventie moet zich richten naar de leefwereld van jongeren vòòr ze gebruiken, om zich te wapenen tegen een aanbod dat vroeg of laat hun pad kruist, om weerbaarheid te ontwikkelen, enz. Maar preventie moet tegelijkertijd ook ouders en opvoeders de nodige ondersteuning bieden. Zij zijn hiervoor belangrijke sleutelfiguren ook al gaat het over jongvolwassenen.

Daarnaast bestaan er selectieve en geïndiceerde preventiemethodieken, voor mensen die met drugs bezig zijn, ermee willen experimenteren, gevoelig zijn voor kicks en uitdagingen. Bedoeling is hier om de risico's te beperken, om gerichte en relevante informatie te geven. Een voorbeeld daarvan is het 'Safe 'n Sound'-project dat men kan tegenkomen op de festivalweides. Goed initiatief maar helaas beperkt in zijn mogelijkheden.

Maar vooral moeten er inspanningen worden geleverd in zowat alle maatschappelijke settings en structuren (lokaal beleid, onderwijs, jeugdwerk, sportsector, bedrijven, ...) om een beleidsmatige aanpak uit te tekenen, met duidelijke regels en afspraken (geen gebruik door jongeren, geen gebruik in het verkeer), gedragen door en met inspraak van alle betrokkenen. Educatie, zorg en begeleiding en omgevingsinterventies horen eveneens in thuis in zo'n beleid. Niet-gebruik is hierbij steeds de eerste keuze, maar tegelijkertijd moeten we er rekening mee houden dat drugs van alle tijden zijn en dat mensen die ervoor kiezen om te gebruiken, veilige tools vinden om de risico's zo klein mogelijk te houden. Gezondheid en veiligheid voor gebruiker, omgeving en de brede samenleving komen hier op de eerste plaats. Voor jongeren en kwetsbare groepen (vb. kinderen van ouders met een afhankelijkheidsprobleem, psychische kwetsbare groepen), zijn extra bijzondere beschermende maatregelen nodig. Ook snelle detectie van eventuele problemen en vroeginterventie zijn nodig en effectief. Daarin heeft opnieuw elke intermediair een rol te spelen.

We weten wat effectief is op het vlak van preventie. Wat ontbreekt zijn voldoende middelen om dit in de praktijk uit te werken.

Op het overzicht van de Algemene Cel Drugsbeleid zien we dat 1 % van de overheidsuitgaven voor alcohol- tabak én drugs naar preventie gaat. Dat is 40 keer minder dan wat er aan handhaving en repressie wordt besteed wat dan nog van jaar tot jaar toeneemt.

Politici hebben in de afgelopen maanden het belang van de preventie benadrukt als oplossing om de vraag naar drugs te doen dalen en het problematisch alcoholgebruik te beperken. We verwachten dan ook dat het belang van preventie in de beleidsplannen en in de toegemeten middelen zal terug te vinden zijn.

Preventie zou het eerste antwoord op de drugproblematiek moeten zijn en gaat hand in hand met een goed uitgebouwd en laagdrempelig zorgaanbod (van vroeginterventie tot langdurige zorg). Repressie, gericht op de aanbodszijde, is de derde pijler, die binnen een performant drugbeleid zijn plaats heeft.

Paul Van Deun is klinisch psycholoog. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen. Hij schreef ook het boek 'Het Gekaapte Brein, verslavingsgedrag beter begrijpen'.