'Op mensen met echte kwaliteiten doet men alleen in roerige tijden een beroep,' schreef Niccolò Machiavelli, 'in rustige tijden daarentegen tellen niet de kwaliteiten, maar het aanzien dat voortvloeit uit rijkdom en familiebanden.' In haar boek over de Florentijnse renaissancedenker brengt filosofe Tinneke Beeckman die gedachte expliciet in verband met de tijden van vandaag, die niet rustig zijn. Ze stelt scherp op jobs die niet het hoogste aanzien genieten: de lerares die kwetsbare kinderen probeert op te leiden, de vuilnisman die het oude papier en het gft ophaalt. Het is de 'noodzaak' van de crisis of, in Machiavelli's vocabulaire, de necessità, die als geen andere omstandigheid aan het licht brengt welke mensen nuttig werk doen. Wanneer onmiddellijk en alert optreden vereist is, wordt duidelijk welke beroepen er echt toe doen, en wie de praatjesmakers zijn. Vanzelfsprekend staat Beeck...

'Op mensen met echte kwaliteiten doet men alleen in roerige tijden een beroep,' schreef Niccolò Machiavelli, 'in rustige tijden daarentegen tellen niet de kwaliteiten, maar het aanzien dat voortvloeit uit rijkdom en familiebanden.' In haar boek over de Florentijnse renaissancedenker brengt filosofe Tinneke Beeckman die gedachte expliciet in verband met de tijden van vandaag, die niet rustig zijn. Ze stelt scherp op jobs die niet het hoogste aanzien genieten: de lerares die kwetsbare kinderen probeert op te leiden, de vuilnisman die het oude papier en het gft ophaalt. Het is de 'noodzaak' van de crisis of, in Machiavelli's vocabulaire, de necessità, die als geen andere omstandigheid aan het licht brengt welke mensen nuttig werk doen. Wanneer onmiddellijk en alert optreden vereist is, wordt duidelijk welke beroepen er echt toe doen, en wie de praatjesmakers zijn. Vanzelfsprekend staat Beeckman ook stil bij 'de verpleegster die verzorgt tijdens een pandemie'. Het is na negen maanden coronacrisis, een slordige vijfhonderd jaar na Machiavelli, voor iedereen helder. De zorgverleners, die de afgelopen jaren zo vaak hun 'witte woede' naar de straat moesten brengen om hun penibele werkomstandigheden aan te klagen, kregen door het virus eindelijk het respect dat ze altijd al verdienden. Verderop in dit blad zegt de Gentse longarts Eva Van Braeckel hoe dat moed gaf. 'Het klinkt misschien raar,' zegt ze, 'maar tijdens de eerste golf zag je dat veel zorgverleners weer plezier kregen in hun job. Mensen die daarvoor symptomen van een burn-out hadden, blaakten plots van energie.' Behalve de erkenning die de verpleging kreeg, en de adrenaline van de noodsituatie, noemt Van Braeckel het wegvallen van de administratieve lasten als een belangrijke reden voor die opstoot van energie. Bureaucratie, die vanzelf uitdijende ellende, werd in een tijd van noodzaak zonder al te veel plichtplegingen overboord gekieperd. Omdat iedereen beseft dat ingevulde formulieren niet de essentie zijn, maar de rotzooi van een staatsapparaat dat de eigen burgers niet meer durft te vertrouwen. Waarom applaudisseerden we in de lente voor de helden van de zorg? Was dat applaus imitatiegedrag, omdat we in onze Facebookfeed ontroerende filmpjes te zien kregen van Italianen die zich vanaf hun balkon de ziel uit het lijf zongen? Was het uit verveling, omdat we ons in de lockdown niet goed blijf wisten met onszelf? Wilden we orde in de chaos scheppen, met de oudste truc op aarde: een ritueel? Was het uit een niet minder oud verlangen naar samenhorigheid, een woord dat zelfs powerpointpresentaties niet kapot kregen? Het applaus verstomde met de kou en de donkerte van de winter, maar ook in de lente botste het geïmproviseerde dankjewel al op hard cynisme. Omdat er mensen klapten die zich niet aan de maatregelen hielden. Omdat we de ramp in de woonzorgcentra niet hebben vermeden, en aanvankelijk zelfs niet hadden opgemerkt. Maar vooral omdat je van applaus niet kunt eten. Ondertussen heeft de regering een aardige geste gedaan, waardoor het zorgpersoneel gemiddeld zes procent extra loon zal ontvangen. Niet alleen de federale regering deed dat, maar ook de Vlaamse regering-Jambon, die op dat punt meer krediet verdient dan ze tot nog toe kreeg. Maar de grootste erkenning zat niet in het applaus, of de extra aanwervingen, maar in de focus van de strijd tegen SARS-CoV-2: de ziekenhuisopnames. Dé maat, waar niet alleen dit land zijn beleid op afstemde maar heel Europa, was niet het aantal besmettingen, en zelfs niet het aantal doden, maar de capaciteit van onze ziekenhuizen. Dat cijfer bepaalde het ritme en de kracht van de coronamaatregelen, omdat we tot elke prijs één toestand wilden vermijden: een slagveld op de spoeddienst en chaos op intensieve zorg. Zeker in het voorjaar richtten de virologen zich op dat cruciale getal en bevestigden daarmee impliciet, en met brede instemming, wat we allemaal een beetje vergeten waren: hoe dierbaar de verzorgingsstaat ons is. De Knack-redactie kiest dit jaar voor de zorgverleners, in de ruime zin van dat woord, als de mensen van het jaar, op vier verschillende covers. Omdat verpleegkundigen grenzen hebben verlegd. Omdat zorgkundigen tot het uiterste zijn gegaan om mensen op het einde van hun leven te helpen. Omdat poetshulpen in ziekenhuizen en woonzorgcentra het land overeind hebben gehouden. Omdat we dit jaar, meer dan in andere jaren, begrepen wat belangrijk is.