Wanneer we de geschiedenis van zowat alle emancipatiebewegingen in onze cultuur bestuderen, zien we dat het telkens ging om de moreel gerechtvaardigde eis naar meer gelijkheid: slaven en lijfeigenen vochten voor de erkenning van hun menselijke waardigheid tegen adel en clerus, protestanten beschouwden zichzelf terecht als even goede christenen vergeleken met de katholieke meerderheid, agnosten en atheïsten wilden niet langer als minderwaardig of verdacht worden behandeld tegenover hun gelovige medeburgers. Culturele en sociale bewegingen als het humanisme en de verlichting ontwikkelden de theoretische argumenten voor een emancipatie waar in principe ieder mens recht op had. Dit leidde tot bevrijdingsbewegingen als het socialisme en het feminisme, de strijd voor de rechten van niet-Europese volkeren en seksueel anders-geaarden. Mensen die van buitenaf een beetje lacherig doen over de zienderogen groeiende lijst van categorieën die hun rechten opeisen (LGBTQI +) vergissen zich, want deze lijst drukt slechts consequent uit wat we onszelf in 1789 en nog eens in 1948 beloofden met onze nationale en internationale verklaringen van de rechten van de mens.

We mogen de beweging voor gelijkheid niet laten saboteren.

Telkens opnieuw zijn burgers wakker geworden en hebben ze beseft dat ze er nog lang niet waren. Hun eigen groep niet, maar evenmin ontelbare andere groepen en individuen. Deze ontvoogdingsstrijd heeft mensenlevens gekost, want de heersende machten geven uiteraard niet graag hun privileges af: van door het leger neergeschoten stakers en betogers tot gebroodroofde activisten en - steeds meer - kritische journalisten en academici. Wie vergeet dat "mensenrechten veroverd worden en meestal niet geschonken", zoals een zwarte militant in New York me in 1968 zei, kent zijn eigen geschiedenis niet.

Wanneer we weten hoeveel geld, tijd en energie de dominante sociale machten besteden aan het in slaap sussen van de gewone burgers, "manufacturing consent," zoals Noam Chomsky dat noemt, is het bijna een mirakel dat er vandaag nog zoveel wakkere burgers rondlopen, van de Wall Street-bezetters die gewoon de waarheid spraken over het obscene verschil tussen de minder dan 1 procent reële machthebbers en de overige 99 %, tot de activisten die er terecht op wijzen dat er in de Verenigde Staten op zijn minst driemaal zoveel zwarten slachtoffer zijn van politiegeweld dan anderen. Wie dus beweert dat "Black Lives Matter" in feite zegt dat de andere slachtoffers niet tellen kent ofwel zijn statistieken niet of is te kwader trouw, en dat geldt voor iedere beweging die oog heeft voor de opvallende ongelijkheid tussen de burgers van dezelfde stad of hetzelfde land.

De vraag is echter, hoe we omgaan met mensen die zich over de aan de gang zijnde emancipatiebewegingen ergeren en het bestaande onrecht blijven steunen. Moeten we hen het zwijgen opleggen en daardoor in feite bewijzen dat we niet veel beter zijn dan zij? Ik denk van niet.

Ik geef een voorbeeld: mogen leden van minderheidsgroepen op een campus thuisblijven om hun protest kracht bij te zetten? Vanzelfsprekend.

Mogen die minderheidsgroepen ook beslissen dat niet-kleurlingen (blanken dus) niet langer welkom zijn op diezelfde campus? Met andere woorden: geeft de strijd voor de gelijkheid hen ook het recht om zélf mensen ongelijk te behandelen? Deze en vergelijkbare acties breiden zich de laatste tijd uit in de Angelsaksische wereld.

Ik denk dat we als verantwoordelijke en sociaal bewuste burgers wakker (woke) genoeg moeten zijn om de beweging voor gelijkheid niet te laten saboteren en perverteren.

In The Handmaid's Tale heeft de sociaal geëngageerde Canadese auteur Margaret Atwood geschetst hoe een coalitie van extreemrechtse reactionairen; zeg maar Trump-aanhangers, en extreem politiek correcte feministen onze samenleving stap voor stap in een totalitaire nachtmerrie zou kunnen doen omslaan. Het is een politieke science-fiction die echter zo akelig dicht bij tendensen in onze realiteit aansluit, dat we haar waarschuwing best niet negeren.

Ludo Abicht is kernlid van Vlinks.

Wanneer we de geschiedenis van zowat alle emancipatiebewegingen in onze cultuur bestuderen, zien we dat het telkens ging om de moreel gerechtvaardigde eis naar meer gelijkheid: slaven en lijfeigenen vochten voor de erkenning van hun menselijke waardigheid tegen adel en clerus, protestanten beschouwden zichzelf terecht als even goede christenen vergeleken met de katholieke meerderheid, agnosten en atheïsten wilden niet langer als minderwaardig of verdacht worden behandeld tegenover hun gelovige medeburgers. Culturele en sociale bewegingen als het humanisme en de verlichting ontwikkelden de theoretische argumenten voor een emancipatie waar in principe ieder mens recht op had. Dit leidde tot bevrijdingsbewegingen als het socialisme en het feminisme, de strijd voor de rechten van niet-Europese volkeren en seksueel anders-geaarden. Mensen die van buitenaf een beetje lacherig doen over de zienderogen groeiende lijst van categorieën die hun rechten opeisen (LGBTQI +) vergissen zich, want deze lijst drukt slechts consequent uit wat we onszelf in 1789 en nog eens in 1948 beloofden met onze nationale en internationale verklaringen van de rechten van de mens. Telkens opnieuw zijn burgers wakker geworden en hebben ze beseft dat ze er nog lang niet waren. Hun eigen groep niet, maar evenmin ontelbare andere groepen en individuen. Deze ontvoogdingsstrijd heeft mensenlevens gekost, want de heersende machten geven uiteraard niet graag hun privileges af: van door het leger neergeschoten stakers en betogers tot gebroodroofde activisten en - steeds meer - kritische journalisten en academici. Wie vergeet dat "mensenrechten veroverd worden en meestal niet geschonken", zoals een zwarte militant in New York me in 1968 zei, kent zijn eigen geschiedenis niet.Wanneer we weten hoeveel geld, tijd en energie de dominante sociale machten besteden aan het in slaap sussen van de gewone burgers, "manufacturing consent," zoals Noam Chomsky dat noemt, is het bijna een mirakel dat er vandaag nog zoveel wakkere burgers rondlopen, van de Wall Street-bezetters die gewoon de waarheid spraken over het obscene verschil tussen de minder dan 1 procent reële machthebbers en de overige 99 %, tot de activisten die er terecht op wijzen dat er in de Verenigde Staten op zijn minst driemaal zoveel zwarten slachtoffer zijn van politiegeweld dan anderen. Wie dus beweert dat "Black Lives Matter" in feite zegt dat de andere slachtoffers niet tellen kent ofwel zijn statistieken niet of is te kwader trouw, en dat geldt voor iedere beweging die oog heeft voor de opvallende ongelijkheid tussen de burgers van dezelfde stad of hetzelfde land. De vraag is echter, hoe we omgaan met mensen die zich over de aan de gang zijnde emancipatiebewegingen ergeren en het bestaande onrecht blijven steunen. Moeten we hen het zwijgen opleggen en daardoor in feite bewijzen dat we niet veel beter zijn dan zij? Ik denk van niet. Ik geef een voorbeeld: mogen leden van minderheidsgroepen op een campus thuisblijven om hun protest kracht bij te zetten? Vanzelfsprekend.Mogen die minderheidsgroepen ook beslissen dat niet-kleurlingen (blanken dus) niet langer welkom zijn op diezelfde campus? Met andere woorden: geeft de strijd voor de gelijkheid hen ook het recht om zélf mensen ongelijk te behandelen? Deze en vergelijkbare acties breiden zich de laatste tijd uit in de Angelsaksische wereld.Ik denk dat we als verantwoordelijke en sociaal bewuste burgers wakker (woke) genoeg moeten zijn om de beweging voor gelijkheid niet te laten saboteren en perverteren. In The Handmaid's Tale heeft de sociaal geëngageerde Canadese auteur Margaret Atwood geschetst hoe een coalitie van extreemrechtse reactionairen; zeg maar Trump-aanhangers, en extreem politiek correcte feministen onze samenleving stap voor stap in een totalitaire nachtmerrie zou kunnen doen omslaan. Het is een politieke science-fiction die echter zo akelig dicht bij tendensen in onze realiteit aansluit, dat we haar waarschuwing best niet negeren.