Aan de heer Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers,

Aan de dames en heren Voorzitters van de Fracties,

Mijnheer de Kamervoorzitter,

Dames en heren Fractievoorzitters,

We sturen u deze open brief om u onze bezorgdheden te laten kennen over het uitrollen van de covid-tracking onder de bevolking met het oog op het indijken van de epidemie. Hiervoor is op 4 mei jongstleden een Koninklijk Besluit (KB) gepubliceerd met een duurtijd van een maand. De ondertekenaars van deze brief zijn van mening dat dit KB niet in overeenstemming is met de fundamentele rechten.

We moeten het virus tracken, niet de burgers.

Indien het zo is dat tracking noodzakelijk lijkt te zijn om te kunnen overgaan tot het versoepelen van de lockdownmaatregelen, dan is het al even noodzakelijk om duidelijke bakens uit te zetten die de doeltreffendheid van de tracking moeten verzoenen met de bescherming van rechten en vrijheden. Om het kort samen te vatten: we moeten het virus tracken, niet de burgers!

Deze bakens zijn de volgende:

1. Transparantie organiseren om het vertrouwen van de burger te winnen.

Alleen een wettelijk kader dat overeenstemt met de bescherming van het privéleven kan dit vertrouwen scheppen. Het vertrouwen van de burgers is cruciaal om een draagvlak te verkrijgen. Vertrouwen krijg je niet door het op te leggen, maar door transparantie. Vertrouwen kan er alleen komen indien de burger een duidelijk inzicht heeft in wat men doet met zijn gegevens, voor welk doel men deze gegevens nodig heeft en indien hij de garantie krijgt dat hij in geen enkel geval aan ook maar enige dwang kan onderworpen worden, die bijvoorbeeld van een call center zou uitgaan.

2. Gegevensbescherming zien als een hulp, niet als een hinderpaal.

Hieruit volgt dat een kader voor gegevensbescherming een steunmaatregel is bij het indijken van de epidemie. Een dergelijk kader laat immers toe om, in een periode van gezondheidscrisis, onze fundamentele rechten en individuele vrijheden te bevestigen en zo het draagvlak bij de burger te garanderen.

3. Alleen noodzakelijke gegevens inzamelen, voor een beperkte duur.

Alleen strikt noodzakelijke gegevens, nodig om noodzakelijke personen te informeren, mogen ingezameld worden. Gegevens die het identificeren van mensen kunnen mogelijk maken moeten vernietigd worden van zodra ze niet meer nodig zijn (namelijk na één maand). Alleen gegevens die anoniem gemaakt zijn, of afdoende verborgen achter een pseudoniem, mogen later nog gebruikt worden voor onderzoeksdoeleinden, in een strikt respect voor de wettelijke normen.

4. Geen rijksregisternummers inzamelen.

Dit nummer is nergens voor nodig en het zou zelfs gevaarlijk zijn het in te zamelen, omdat het mogelijk maakt een database aan te leggen met gegevens over een persoon (in materies van fiscaliteit of sociale zekerheid).

5. De politieke verantwoordelijkheid duidelijk organiseren.

Eén duidelijk aangeduid persoon moet op vragen kunnen antwoorden en de werking van het systeem kunnen uitleggen. Verantwoordelijkheid toekennen, ook hiervoor, is een democratische plicht.

De ondertekenaars van deze brief menen dat de op 4 mei gepubliceerde tekst deze vijf bakens niet respecteert en vragen aan het Parlement een wettelijk kader in te stellen dat wel conform is met het respect voor de privacy.

Om een transparant parlementair debat mogelijk te maken, om de inspraak van de burger te versterken en omdat de tijd dringt is een beperkt comité van experten samengekomen om, ter attentie van het Parlement, een tekst uit te werken die deze vijf bakens vertaalt in een ontwerp van wetsvoorstel. Deze tekst wil een constructief alternatief bieden aan de huidige tekst van het Koninklijk Besluit en wil een basis zijn voor bespreking in het kader van een waarachtig democratisch debat over dit onderwerp.

We danken u voor de aandacht die u zal willen schenken aan deze brief en bieden u onze achtingsvolle groeten aan.

Eerste ondertekenaars,

Olivia Vervet, Ligue des droits humains, voorzitter

Kati Verstrepen, voorzitter Liga voor Mensenrechten

Elise Degrave, Universiteit Namen, juriste

Franck Dumortier, Universiteit Namen

Aan de heer Voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers,Aan de dames en heren Voorzitters van de Fracties,Mijnheer de Kamervoorzitter,Dames en heren Fractievoorzitters,We sturen u deze open brief om u onze bezorgdheden te laten kennen over het uitrollen van de covid-tracking onder de bevolking met het oog op het indijken van de epidemie. Hiervoor is op 4 mei jongstleden een Koninklijk Besluit (KB) gepubliceerd met een duurtijd van een maand. De ondertekenaars van deze brief zijn van mening dat dit KB niet in overeenstemming is met de fundamentele rechten.Indien het zo is dat tracking noodzakelijk lijkt te zijn om te kunnen overgaan tot het versoepelen van de lockdownmaatregelen, dan is het al even noodzakelijk om duidelijke bakens uit te zetten die de doeltreffendheid van de tracking moeten verzoenen met de bescherming van rechten en vrijheden. Om het kort samen te vatten: we moeten het virus tracken, niet de burgers!Deze bakens zijn de volgende:1. Transparantie organiseren om het vertrouwen van de burger te winnen.Alleen een wettelijk kader dat overeenstemt met de bescherming van het privéleven kan dit vertrouwen scheppen. Het vertrouwen van de burgers is cruciaal om een draagvlak te verkrijgen. Vertrouwen krijg je niet door het op te leggen, maar door transparantie. Vertrouwen kan er alleen komen indien de burger een duidelijk inzicht heeft in wat men doet met zijn gegevens, voor welk doel men deze gegevens nodig heeft en indien hij de garantie krijgt dat hij in geen enkel geval aan ook maar enige dwang kan onderworpen worden, die bijvoorbeeld van een call center zou uitgaan.2. Gegevensbescherming zien als een hulp, niet als een hinderpaal.Hieruit volgt dat een kader voor gegevensbescherming een steunmaatregel is bij het indijken van de epidemie. Een dergelijk kader laat immers toe om, in een periode van gezondheidscrisis, onze fundamentele rechten en individuele vrijheden te bevestigen en zo het draagvlak bij de burger te garanderen.3. Alleen noodzakelijke gegevens inzamelen, voor een beperkte duur.Alleen strikt noodzakelijke gegevens, nodig om noodzakelijke personen te informeren, mogen ingezameld worden. Gegevens die het identificeren van mensen kunnen mogelijk maken moeten vernietigd worden van zodra ze niet meer nodig zijn (namelijk na één maand). Alleen gegevens die anoniem gemaakt zijn, of afdoende verborgen achter een pseudoniem, mogen later nog gebruikt worden voor onderzoeksdoeleinden, in een strikt respect voor de wettelijke normen.4. Geen rijksregisternummers inzamelen.Dit nummer is nergens voor nodig en het zou zelfs gevaarlijk zijn het in te zamelen, omdat het mogelijk maakt een database aan te leggen met gegevens over een persoon (in materies van fiscaliteit of sociale zekerheid).5. De politieke verantwoordelijkheid duidelijk organiseren.Eén duidelijk aangeduid persoon moet op vragen kunnen antwoorden en de werking van het systeem kunnen uitleggen. Verantwoordelijkheid toekennen, ook hiervoor, is een democratische plicht.De ondertekenaars van deze brief menen dat de op 4 mei gepubliceerde tekst deze vijf bakens niet respecteert en vragen aan het Parlement een wettelijk kader in te stellen dat wel conform is met het respect voor de privacy.Om een transparant parlementair debat mogelijk te maken, om de inspraak van de burger te versterken en omdat de tijd dringt is een beperkt comité van experten samengekomen om, ter attentie van het Parlement, een tekst uit te werken die deze vijf bakens vertaalt in een ontwerp van wetsvoorstel. Deze tekst wil een constructief alternatief bieden aan de huidige tekst van het Koninklijk Besluit en wil een basis zijn voor bespreking in het kader van een waarachtig democratisch debat over dit onderwerp.We danken u voor de aandacht die u zal willen schenken aan deze brief en bieden u onze achtingsvolle groeten aan.Eerste ondertekenaars,Olivia Vervet, Ligue des droits humains, voorzitterKati Verstrepen, voorzitter Liga voor MensenrechtenElise Degrave, Universiteit Namen, juristeFranck Dumortier, Universiteit Namen