Belofte gemaakt en nagekomen: Commissievoorzitter, Ursula von der Leyen legde reeds bij aanvang van haar mandaat de nadruk op kinderen en gaf duidelijk aan dat ze een ware prioriteit zouden vormen in haar toekomstig beleid. Vandaag stelde de Europese Commissie effectief de nieuwe Europese Kinderrechtenstrategie 2021-2024 voor, de allereerste strategie waarin aandacht wordt besteed aan alle kinderen in Europa en daarbuiten.

Bovendien namen 10.000 kinderen in Europa vorig jaar deel aan de consultaties van de Europese Commissie om de nieuwe strategie vorm te geven. Zeggen dat onze kinderen en jongeren niet geëngageerd zijn, zou een complete leugen zijn. Deze consultatie leidde namelijk tot een schitterend resultaat. Zo ligt de focus op zes grote thema's: kinderparticipatie, sociale inclusie, de strijd tegen geweld, kindvriendelijke justitie, digitale rechten en kinderen in de wereld. Daarnaast stelt de Commissie een 'kindergarantie' voor om gelijke kansen te promoten. Dit laatste is ook niet onbelangrijk als je weet dat in 2019 bijna 18 miljoen kinderen in huishoudens leefden die het risico lopen op sociale uitsluiting of armoede. Met de kindergarantie doet de Commissie concrete aanbevelingen aan de lidstaten om kinderen gratis toegang te geven tot vroegtijdig onderwijs en zorg, schoolactiviteiten, ten minste één warme maaltijd per dag en gezondheidszorg. Om de garantie te kunnen implementeren moeten de lidstaten een coördinator aanstellen en een actieplan opstellen.

We moeten het hart van Europa voorzien van een kindreflex.

Nu is het wachten op de effectieve implementatie en daarvoor zal er structureel en financieel meer ingezet moeten worden. Kinderrechten moeten namelijk altijd en overal in acht worden genomen, op elk beleidsniveau. Dit lijkt misschien een evidentie, maar dat is het allerminst. Dat zien we sinds de start van de pandemie, maar ook in het migratiebeleid of de privacyregels bijvoorbeeld. Zo werden kinderen het hardst getroffen door de huidige gezondheidscrisis en werden hun belangen niet altijd ter harte genomen. Geconfronteerd met geen of beperkte toegang tot onderwijs, slachtoffers van geweld, misbruik en/of armoede, geen contact met vrienden en sommigen zelfs compleet geïsoleerd. Europa en de lidstaten doet ondertussen wel wat het kan om te verhelpen aan deze problemen, maar het had ook vroeger gekund.

In het migratiebeleid kan je die lijn doortrekken. Kinderen op de vlucht zijn de eersten die de prijs betalen. Kwetsbaar en soms alleen zwerven ze de wereld en Europa rond, op zoek naar een beter leven en zonder de nodige bescherming. 10.000 tot zelfs 30.000 van hen zouden zelfs vermist zijn en sommigen belandden in de handen van mensenhandelaars en dat is te wijten aan ons falend asiel -en migratiebeleid. Ook in dat algemene debat mogen we onze ogen niet sluiten voor de realiteit waarmee deze kinderen geconfronteerd worden. Des te belangrijker is het om in het formuleren van een antwoord de kindreflex te maken en kinderrechten ten integreren in het toekomstig asiel -en migratiebeleid.

Als laatste voorbeeld neem ik het privacy debat erbij. Een belangrijke discussie, maar één waarin we al te vaak de rechten van het kind vergeten. Zodanig zelfs dat de ePrivacyrichtlijn op 21 december 2020 in voege trad waardoor het gebruik van technologie in de opsporing van misbruik en uitbuiting online sindsdien niet meer mogelijk is. Pas heel laat werd aan de alarmbel getrokken en vandaag is er nog steeds geen akkoord over een tijdelijke afwijking. Meldingen van illegaal beeldmateriaal en grooming praktijken zijn vorig jaar verdubbeld, maar sinds de inwerkingtreding van de richtlijn ziet NCMEC, de Amerikaanse Child Focus, Europees gerelateerde meldingen van sociale media dalen met maar liefst 51 procent, omdat online dienstverleners geen technologie meer mogen inzetten om online seksueel misbruik of uitbuiting van kinderen op te sporen. Hierdoor blijven kinderen letterlijk in het donker en dat is onze verantwoordelijk.

Bovendien zijn dit maar enkele voorbeelden. Het beleid dat we voeren, op welk vlak dan ook, heeft immens grote gevolgen voor het leven van kinderen en daarom is het essentieel dat we een echte kindreflex inbouwen, in het hart van de Europese instellingen en beleidsvoering. De eerste stappen werden hiervoor gezet in 2000, toen het Europees Grondrechtenhandvest werd aangenomen waarin in artikel 24 specifiek naar de rechten van het kind verwijst. Maar, het zou nog tot 2009 duren voordat het handvest van kracht zou zijn.

Gelukkig bleef men niet bij de pakken zitten, want in 2006 communiceerde de Europese Commissie over de weg naar een Europese Kinderrechtenstrategie. Zo werd in 2007 de eerste coördinator voor kinderrechten in de Europese Commissie aangesteld om ervoor te zorgen dat kinderen in alle beleidsdomeinen geïntegreerd worden. Een zeer belangrijke stap, maar vandaag is er nood aan meer. Eén persoon kan immers moeilijk zo'n belangrijke verantwoordelijkheid dragen voor alle kinderen in onze Unie en daarbuiten. Hoe hard deze persoon ook werkt, dat kan zelfs Superwoman niet.

Samen met mijn collega's van de Intergroep voor Kinderrechten roep ik dan ook op om extra aandacht te schenken aan kinderen door hun rechten verder te integreren in alle beleidsdomeinen. Om dit daadwerkelijk te kunnen doen, dringen we aan op een volwaardig team van experten dat zich buigt over kinderrechten in alle beleidsdomeinen. Zo kan het gaan over specifieke kinderrechtenunits zowel in de Commissie als in de Europese dienst voor extern optreden (EEAS). Daarnaast kan een EU-vertegenwoordiger voor kinderrechten hun belangen en rechten verdedigen in de hele wereld en ervoor zorgen dat ook op dit niveau Europa een echte wereldspeler wordt voor kinderen. Het zijn deze actoren die ervoor kunnen zorgen dat de strategie werkelijkheid wordt en dat het niet bij dromen blijft. Nu is het aan Europa om deze mogelijkheid, een ware kindreflex waar te maken.

Hilde Vautmans is Europarlementslid (Open Vld, Renew) en Covoorzitter van de Intergroep voor kinderrechten in het Europees Parlement.

Belofte gemaakt en nagekomen: Commissievoorzitter, Ursula von der Leyen legde reeds bij aanvang van haar mandaat de nadruk op kinderen en gaf duidelijk aan dat ze een ware prioriteit zouden vormen in haar toekomstig beleid. Vandaag stelde de Europese Commissie effectief de nieuwe Europese Kinderrechtenstrategie 2021-2024 voor, de allereerste strategie waarin aandacht wordt besteed aan alle kinderen in Europa en daarbuiten.Bovendien namen 10.000 kinderen in Europa vorig jaar deel aan de consultaties van de Europese Commissie om de nieuwe strategie vorm te geven. Zeggen dat onze kinderen en jongeren niet geëngageerd zijn, zou een complete leugen zijn. Deze consultatie leidde namelijk tot een schitterend resultaat. Zo ligt de focus op zes grote thema's: kinderparticipatie, sociale inclusie, de strijd tegen geweld, kindvriendelijke justitie, digitale rechten en kinderen in de wereld. Daarnaast stelt de Commissie een 'kindergarantie' voor om gelijke kansen te promoten. Dit laatste is ook niet onbelangrijk als je weet dat in 2019 bijna 18 miljoen kinderen in huishoudens leefden die het risico lopen op sociale uitsluiting of armoede. Met de kindergarantie doet de Commissie concrete aanbevelingen aan de lidstaten om kinderen gratis toegang te geven tot vroegtijdig onderwijs en zorg, schoolactiviteiten, ten minste één warme maaltijd per dag en gezondheidszorg. Om de garantie te kunnen implementeren moeten de lidstaten een coördinator aanstellen en een actieplan opstellen. Nu is het wachten op de effectieve implementatie en daarvoor zal er structureel en financieel meer ingezet moeten worden. Kinderrechten moeten namelijk altijd en overal in acht worden genomen, op elk beleidsniveau. Dit lijkt misschien een evidentie, maar dat is het allerminst. Dat zien we sinds de start van de pandemie, maar ook in het migratiebeleid of de privacyregels bijvoorbeeld. Zo werden kinderen het hardst getroffen door de huidige gezondheidscrisis en werden hun belangen niet altijd ter harte genomen. Geconfronteerd met geen of beperkte toegang tot onderwijs, slachtoffers van geweld, misbruik en/of armoede, geen contact met vrienden en sommigen zelfs compleet geïsoleerd. Europa en de lidstaten doet ondertussen wel wat het kan om te verhelpen aan deze problemen, maar het had ook vroeger gekund. In het migratiebeleid kan je die lijn doortrekken. Kinderen op de vlucht zijn de eersten die de prijs betalen. Kwetsbaar en soms alleen zwerven ze de wereld en Europa rond, op zoek naar een beter leven en zonder de nodige bescherming. 10.000 tot zelfs 30.000 van hen zouden zelfs vermist zijn en sommigen belandden in de handen van mensenhandelaars en dat is te wijten aan ons falend asiel -en migratiebeleid. Ook in dat algemene debat mogen we onze ogen niet sluiten voor de realiteit waarmee deze kinderen geconfronteerd worden. Des te belangrijker is het om in het formuleren van een antwoord de kindreflex te maken en kinderrechten ten integreren in het toekomstig asiel -en migratiebeleid.Als laatste voorbeeld neem ik het privacy debat erbij. Een belangrijke discussie, maar één waarin we al te vaak de rechten van het kind vergeten. Zodanig zelfs dat de ePrivacyrichtlijn op 21 december 2020 in voege trad waardoor het gebruik van technologie in de opsporing van misbruik en uitbuiting online sindsdien niet meer mogelijk is. Pas heel laat werd aan de alarmbel getrokken en vandaag is er nog steeds geen akkoord over een tijdelijke afwijking. Meldingen van illegaal beeldmateriaal en grooming praktijken zijn vorig jaar verdubbeld, maar sinds de inwerkingtreding van de richtlijn ziet NCMEC, de Amerikaanse Child Focus, Europees gerelateerde meldingen van sociale media dalen met maar liefst 51 procent, omdat online dienstverleners geen technologie meer mogen inzetten om online seksueel misbruik of uitbuiting van kinderen op te sporen. Hierdoor blijven kinderen letterlijk in het donker en dat is onze verantwoordelijk.Bovendien zijn dit maar enkele voorbeelden. Het beleid dat we voeren, op welk vlak dan ook, heeft immens grote gevolgen voor het leven van kinderen en daarom is het essentieel dat we een echte kindreflex inbouwen, in het hart van de Europese instellingen en beleidsvoering. De eerste stappen werden hiervoor gezet in 2000, toen het Europees Grondrechtenhandvest werd aangenomen waarin in artikel 24 specifiek naar de rechten van het kind verwijst. Maar, het zou nog tot 2009 duren voordat het handvest van kracht zou zijn. Gelukkig bleef men niet bij de pakken zitten, want in 2006 communiceerde de Europese Commissie over de weg naar een Europese Kinderrechtenstrategie. Zo werd in 2007 de eerste coördinator voor kinderrechten in de Europese Commissie aangesteld om ervoor te zorgen dat kinderen in alle beleidsdomeinen geïntegreerd worden. Een zeer belangrijke stap, maar vandaag is er nood aan meer. Eén persoon kan immers moeilijk zo'n belangrijke verantwoordelijkheid dragen voor alle kinderen in onze Unie en daarbuiten. Hoe hard deze persoon ook werkt, dat kan zelfs Superwoman niet.Samen met mijn collega's van de Intergroep voor Kinderrechten roep ik dan ook op om extra aandacht te schenken aan kinderen door hun rechten verder te integreren in alle beleidsdomeinen. Om dit daadwerkelijk te kunnen doen, dringen we aan op een volwaardig team van experten dat zich buigt over kinderrechten in alle beleidsdomeinen. Zo kan het gaan over specifieke kinderrechtenunits zowel in de Commissie als in de Europese dienst voor extern optreden (EEAS). Daarnaast kan een EU-vertegenwoordiger voor kinderrechten hun belangen en rechten verdedigen in de hele wereld en ervoor zorgen dat ook op dit niveau Europa een echte wereldspeler wordt voor kinderen. Het zijn deze actoren die ervoor kunnen zorgen dat de strategie werkelijkheid wordt en dat het niet bij dromen blijft. Nu is het aan Europa om deze mogelijkheid, een ware kindreflex waar te maken.Hilde Vautmans is Europarlementslid (Open Vld, Renew) en Covoorzitter van de Intergroep voor kinderrechten in het Europees Parlement.