Een mooie analyse van Jeroen De Preter en Jeroen Zuallaert in de jongste Knack raakt een punt aan dat velen aanvoelen maar niet helemaal kunnen plaatsen en anderen met de moed der wanhoop blijven ontkennen: Vlaanderen is een feit.

Voor de twee auteurs lijkt het dat het kamp van de confederalisten de bovenhand neemt op de belgicisten die moegestreden stilaan de strijd opgeven. Dat kan, want die strijd is dan ook geheel zinloos. De staat België heeft haar beste tijd gehad. Of beter: ze is voorbijgestreefd. Ze heeft haar dienst bewezen en haar taak volbracht, namelijk die van buffer tussen de Europese (wereld)machten van de 19e eeuw. Die tijd ligt nu ver achter ons en na twee wereldoorlogen, een koude oorlog en een Europees samenwerkingsproject is de macht van de traditionele staat flink afgenomen. Zelfs 'klassiekers' als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk moeten zich weren om nog een rol van betekenis te kunnen spelen op het wereldtoneel.

Tegelijk zien we in verschillende van die klassieke staten een versterkte tendens naar onafhankelijkheid opkomen. Daar wordt overal anders op gereageerd, van wat sommigen als nauwelijks verholen staatsterrorisme beschouwen tegenover de Catalanen in Spanje, tot breed gedragen en open dialoog met de Schotten in Groot-Brittannië. In België verloopt het zoals alles altijd verloopt: hortend en stotend, struikelend en rollend, traag maar toch zeker. Via de ene staatshervorming over de andere verlegt de macht zich steeds meer naar de regio's en verdampt stilaan de federale constructie, als het ware als een natuurlijke, bijna organische evolutie.

We mogen daar best fier op zijn, hoe we er in dit kleine land op een vredevolle manier met de vele, vaak grote tegenstellingen weten om te gaan. De emoties laaien al eens hoog op, de grote woorden worden niet geschuwd, maar al bij al slagen we er altijd in om tot een overeenkomst te komen. Oké, meestal is dat dan een overeenkomst waar in se niemand helemaal gelukkig mee is, maar dat sterkt ons dan weer om verder te strompelen naar de volgende overeenkomst. Wie blijft strompelen, zal echter ooit moeten toegeven aan de zwaartekracht en vallen. Dat is wellicht wat er nu met België aan het gebeuren is, de strompelende staat die op vallen staat.

Vooruitziend nationalisme

Nu hoeven we niet bang te zijn voor die val. Het enige dat we moeten doen, is ons erop voorbereiden. Het is niet omdat je over een mogelijke toekomst zonder België nadenkt, dat je dan een separatist bent. Er is niets mis met vooruitziendheid, toch? Laten we er dus gerust van uitgaan dat Vlaanderen ooit op eigen benen komt te staan. Dat kan snel gaan, dat kan traag gaan, maar gezien de steeds maar groter wordende impasses op federaal vlak, is het zeker geen gekke gedachte meer. In dat geval zijn er nog vele opties mogelijk. Het confederale model van de N-VA kan er één van zijn, maar het zou toch bijzonder jammer én dom zijn om niet meer mogelijkheden te onderzoeken.

Het doet dan ook plezier om in bovenvermeld artikel te lezen dat ook niet door de Vlaamse strijd gepokt en gemazelde mensen en verenigingen als B-Plus en de Paviagroep zich over die toekomst beraden. Er wordt nagedacht over de zin van regionaliseren en de onzin van herfederaliseren, en omgekeerd. Het is, net als de gestage vorming van Vlaanderen, met haar eigen grenzen, parlement en regering, een positieve en hoopgevende evolutie. Wie weet verenigen al deze denkgroepen zich een dezer dagen in een nieuwe, opgefriste Vlaamse beweging. Eentje die zich niet per se vastbijt in de strijd tegen België, maar zich bovenal toelegt op de toekomst van Vlaanderen. Een toekomst die niet afhangt van met welke leeuwenvlag er gezwaaid wordt of wat er allemaal in een canon dient neergeschreven te worden, maar een toekomst die er voor het belang van alle burgers is en waar alle burgers kunnen en willen deel van uitmaken.

Weg met angst

Een toekomst ook die niet vanuit angst vertrekt. Belgicisten, hoe stil ze volgens de vaststelling van bovengenoemde auteurs ook mogen zijn, schermen toch vooral met doembeelden die het splitsen of uiteenvallen van België doen lijken op een sociaal en economisch Armageddon. Aan de andere kant krijgen we van de huidige Vlaams-nationalistische politieke voortrekkers te horen dat datzelfde Armageddon ons net te wachten staat als we niet het heft in eigen Vlaamse handen nemen en ons losmaken van die geldverslindende Walen. Met zulke negatieve gedachten kan je geen sterke, hechte gemeenschap opbouwen. Kort door de bocht, lijkt België samenhouden dan op het angstig samenhokken in een schuilkelder en Vlaanderen onafhankelijk maken op het in paniek wegrennen zonder te weten waar naartoe.

Meer nog dan dat confederalisten de hoge tonen voeren in het debat, zoals beide Jeroenen in hun stuk aangeven, is het wellicht zo dat er stilaan een meerderheid groeit die niet gelooft in angst, maar eerder de mogelijkheden ziet van een nieuw staatsbestel. Wellicht groeit het besef dat er meer toekomstmuziek klinkt in het uitbouwen van een nieuwe Vlaamse natie dan in het (nog maar eens proberen) hervormen van een oude vastgeroeste Belgische staat. Wellicht zien meer en meer mensen die evolutie ook als een vooruitgang, in tegenstelling tot de complete immobilisatie die er nu is.

Want waarschijnlijk lukt het deze keer nog wel om min of meer overeind te blijven en een federale regering bij elkaar te strompelen, maar als de moeizame tendens van de jongste regeringsvormingen zich doorzet, is het niet zo absurd te denken dat het in 2024 wel heel moeilijk zou kunnen worden, of misschien zelfs niet meer lukt. En dan kan je toch maar beter goed voorbereid zijn. Laten we dus onze geesten opengooien en kijken hoe we Vlaanderen kunnen versterken, hoe we ervoor kunnen zorgen dat we niet in een Brexit-chaos terechtkomen en vooral hoe we ervoor kunnen zorgen dat Vlaanderen een moderne, gastvrije, inclusieve, vooruitstrevende en sociale natie wordt. Daarvoor hoeven we België niet per se te laten vallen, we kunnen het ook gewoon rustig opzij leggen.

Tom Garcia is kernlid van Vlinks.