'Wat is het om liberaal te zijn?' vroeg Alexander De Croo, een liberaal, zich afgelopen zondag op de televisie af. 'Er is weinig vrijheid als je geen gezondheid hebt.' Het was een welkom moment van rust na een politiek woelige week. In De zevende dag gaf de premier blijk van een politieke maturiteit die niemand had ontwaard in de blaag die in 2010 de regering deed vallen over Brussel- Halle-Vilvoorde, een kwestie waar de laatste jaren niet zo veel meer over vernomen is.
...

'Wat is het om liberaal te zijn?' vroeg Alexander De Croo, een liberaal, zich afgelopen zondag op de televisie af. 'Er is weinig vrijheid als je geen gezondheid hebt.' Het was een welkom moment van rust na een politiek woelige week. In De zevende dag gaf de premier blijk van een politieke maturiteit die niemand had ontwaard in de blaag die in 2010 de regering deed vallen over Brussel- Halle-Vilvoorde, een kwestie waar de laatste jaren niet zo veel meer over vernomen is. Eerder in de week had De Croo al sereen gereageerd op het meningsverschil tussen minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA), die de jongste verstrenging van de coronamaatregelen afkeurde, en minister-president Jan Jambon (N-VA), die de verstrenging mee had goedgekeurd. Het ene lid van de Vlaamse regering schoot dus het andere lid fluks in de rug, dat bij nader toezien ook nog eens een partijgenoot bleek. Achteraf gaven Jambon en Weyts te kennen dat ze elkaars beste vrienden zijn en blijven. Te midden van een verwoestende epidemie haalde Vlaanderen opgelucht adem bij zo veel ontroerende camaraderie. Nog vervelender voor De Croo was Georges-Louis Bouchez (MR), ook een liberaal, maar dan van de minder volwassen variant. Als voorzitter van de Franstalige liberalen brandde Bouchez de beslissingen van het Overlegcomité al af nog voor ze bij de bevolking goed en wel bekend waren geraakt: ze waren niet minder dan 'een drieledige mislukking'. In dat Overlegcomité heeft de MR nochtans verschillende vertegenwoordigers aan tafel. Ze hadden deze mislukking - als het al een mislukking was - dus perfect kunnen voorkomen. Het was het zoveelste staaltje van de vaste, maar al jarenlang funeste invulling van het partijvoorzitterschap. Bouchez is een opportunistische cowboy die altijd op zoek is naar applaus van de galerij - de eigen galerij, uiteraard, de rest kan stikken. Voor dit soort infantiele vrijbuiterij is het woord 'verneukeratief' nog te vriendelijk. Alexander De Croo bleef rustig. Zijn optreden in de Kamer was een combinatie van nuchterheid en parler vrai: 'Als we dit jaar één ding geleerd hebben, dan is het dat die pandemie geen politiek verdraagt.' Dat is een strakke oneliner, en hij klopt nog ook. Zolang de pandemie ons land gijzelt, valt er inderdaad niet te veel aan politiek te doen. Maar zodra er weer op 'play' kan worden geduwd, moet en zal de discussie losbarsten als nooit tevoren. Daarbij gaat het niet alleen om de begrotingsdiscipline: hoelang zal het nog duren voor de zure pausen van de austerity hun riedeltjes beginnen af te draaien? Het zal ook gaan over het gewicht van de overheid. Misschien hebben we nu eindelijk ingezien dat we die toch een beetje nodig hebben? Wie dit weekend de financieel-economische krant De Tijd opensloeg, kreeg niet die indruk. In een opvallend optimistisch bericht liet de krant weten dat de Belgische beursgenoteerde bedrijven de dividenden fors optrekken: ze laten 6,3 miljard naar de aandeelhouders vloeien. 'Bij veel bedrijven hielp de steun van de overheid', zo voegde ze nog net toe. De vraag blijft hoelang de geredde bedrijven dat zullen onthouden. In dezelfde krant heette het namelijk al dat ons 'economisch weefsel' robuuster is dan we hadden ingeschat, alsof de overheidssteun een detail was, of een boze droom om snel te vergeten. Dat was die steun nochtans helemaal niet: ze was beslissend. Het doet allemaal denken aan de vergeetachtigheid van de straffeloos gebleven bankiers na de financiële crisis van 2008. We gaan toch niet opnieuw vergeten dat het de collectieve solidariteit is, georganiseerd door de staat, die ons gered heeft? De BBC-documentaire Can't Get You Out of My Head is van het allerbeste wat er dit jaar op tv te zien is geweest. De zes afleveringen, die gratis te herbekijken zijn op YouTube, vormen samen een visueel essay over het opgefokte individualisme, dat ons van elk groter verhaal heeft ontdaan. In een interview in Knack deze week spreekt maker Adam Curtis van de 'permanente hysterie' die daar het gevolg van is. Kan de coronacrisis ons van de metafysische leegte verlossen? We kijken allemaal reikhalzend uit naar meer individuele vrijheid. Maar die zal er komen door en dankzij een goed begrepen collectieve verantwoordelijkheid. Nu én na de epidemie. 'Wat is het om liberaal te zijn?' is zelden zo'n acute vraag geweest.