Hij mist haar toch zo. Elke keer als ik Hilaire (86) zie, begint hij erover. Hoe erg hij zijn Mieke mist nu zij naar een woonzorgcentrum is verhuisd en hij alleen in hun huurflatje is achtergebleven. Elke dag gaat hij met de bus naar haar toe om een zoveel mogelijk tijd met haar door te brengen. Dan leest hij zijn Mieke de krant voor, eten ze samen, kijken ze naar hun favoriete soap en houden ze vooral heel lang elkaars hand vast. Meer dan zestig jaar hebben ze samengeleefd tot een beroerte daar een eind aan maakte. Daardoor kan Mieke niet meer thuis wonen. Zelf sukkelt Hilaire ook met zijn gezondheid: hij wankelt op zijn benen, ziet niet meer zo goed, heeft hartproblemen. Maar dat volstaat niet voor een plek in het rusthuis. 'Ach, we zouden toch geen twéé rusthuisfacturen kunnen betalen', zucht hij. 'Er blijft nu al amper genoeg over om van te leven.'
...

Hij mist haar toch zo. Elke keer als ik Hilaire (86) zie, begint hij erover. Hoe erg hij zijn Mieke mist nu zij naar een woonzorgcentrum is verhuisd en hij alleen in hun huurflatje is achtergebleven. Elke dag gaat hij met de bus naar haar toe om een zoveel mogelijk tijd met haar door te brengen. Dan leest hij zijn Mieke de krant voor, eten ze samen, kijken ze naar hun favoriete soap en houden ze vooral heel lang elkaars hand vast. Meer dan zestig jaar hebben ze samengeleefd tot een beroerte daar een eind aan maakte. Daardoor kan Mieke niet meer thuis wonen. Zelf sukkelt Hilaire ook met zijn gezondheid: hij wankelt op zijn benen, ziet niet meer zo goed, heeft hartproblemen. Maar dat volstaat niet voor een plek in het rusthuis. 'Ach, we zouden toch geen twéé rusthuisfacturen kunnen betalen', zucht hij. 'Er blijft nu al amper genoeg over om van te leven.'Dat iemand vrijwillig naar een woonzorgcentrum wil verhuizen, vindt u wellicht vreemd. De meesten van ons zijn net doodsbang om er te belanden. Sterker nog: stoer beweren we dat ze ons een spuitje moeten geven als de dag komt dat we echt niet meer thuis kunnen wonen. Dat komt vooral door de verhalen in de media over bewoners die bij het minste gefixeerd worden, onder de pillen zitten en al om vier uur in bed worden gelegd voor de nacht. Nochtans zijn dat excessen - in veruit de meeste rusthuizen is de zorg behoorlijk. Al zouden ze wel wat meer inspanningen mogen leveren om ervoor te zorgen dat bewoners zich er thuis voelen en hun kamer als hun eigen territorium kunnen beschouwen. Nu voelt een verhuizing naar een woonzorgcentrum doorgaans nog te veel als een opname aan.Onze collectieve afkeer van woonzorgcentra komt de overheid op zich niet zo slecht uit, want elk rusthuisbed kost haar geld. Dat zal de opeenvolgende ministers van Welzijn wel hebben gesterkt in hun overtuiging dat elke Vlaming zo lang mogelijk thuis moet kunnen blijven. Nu is het natuurlijk alleen maar positief dat er inspanningen worden geleverd om mensen tot hun laatste snik in hun eigen huis te laten wonen, maar dan wel op voorwaarde dat ze dat zelf willen. En dat is dus niet altijd zo. Hilaire is bijlange niet de enige tachtigplusser die dolgraag naar een woonzorgcentrum zou willen, maar dat niet kan. Sommigen willen er - net als hij - intrekken om bij hun geliefde te zijn, anderen voelen zich thuis niet meer op hun gemak of willen de eenzaamheid ontvluchten. Stel je voor dat je elke dag om zeven uur 's ochtends door een thuisverpleegster uit bed wordt gehaald om te worden gewassen en aangekleed. Vervolgens helpt ze je in je luie stoel voor het raam of voor de tv, waar een van haar collega's je twaalf uur later weer uit komt halen om je in bed te leggen. Sommige mensen verkiezen dat scenario nog altijd boven het woonzorgcentrum, maar er zijn er ook die veel liever onder de mensen zouden zijn.Alleen hebben ze die keuze vaak niet. Om te beginnen moet je doorgaans al zwaar zorgbehoevend zijn om er nog binnen te raken. Veruit de meeste plaatsen zijn immers voorbehouden voor zware zorgprofielen, die niet toevallig het best gesubsidieerd worden. Is er wel plek voor je, dan moet je je dat ook nog kunnen veroorloven. Afgelopen week bleek uit cijfers van het Agentschap Zorg en Gezondheid dat de gemiddelde prijs van een rusthuiskamer vorig jaar met 2,5 procent is gestegen tot 1.790 euro per maand. Daarnaast kunnen woonzorgcentra nog supplementen aanrekenen voor allerlei diensten en producten, zoals telefonie, de was, een kapbeurt of geneesmiddelen. Doordat de prijs van een rusthuis de voorbije jaren veel sterker steeg dan de levensduurte, is het armoederisico van de bewoners nu groter dan dat van bejaarden die nog thuis wonen. Liefst 75 procent heeft niet genoeg aan zijn pensioen en eventuele andere inkomsten, zoals huuropbrengsten of interesten, om de rusthuisfactuur te betalen. Elke maand komen ze 30 tot 600 euro tekort. Geen wonder dat sommigen dan maar thuis blijven wonen. Zoals Hilaire, die de directrice van het woonzorgcentrum onlangs voorstelde om de tuin te onderhouden in ruil voor korting op de rusthuisfactuur. 'Ik weet niet wat een mens anders nog kan doen om het rusthuis te verdienen', zegt hij. De directrice zou erover nadenken.