Sinds de affaire rond Amerikaans producent Harvey Weinstein is wereldwijd een golf aan onthullingen en getuigenissen van slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag ontstaan. Daar kunnen natuurlijk vragen bij worden gesteld. Zou een even grote #metoo-beweging het licht gezien hebben als niet Gwyneth Paltrow en Angelina Jolie, maar vrouwen in minder geprivilegieerde posities het woord namen? Zouden deze vrouwen überhaupt gehoord worden? Zo verenigen de stemmen in de #metoo-beweging zich weliswaar rond de gender-as, maar maakt een verschil in onder meer sociale klasse dat die emancipatiebewegingen op hun beurt niet vrij zijn van interne machtsverschillen.

Wat hebben Hollywood en Vlaanderen, racisme en seksuele intimidatie gemeen?

Het valt beslist toe te juichen dat vrouwen (en ook mannen) die het slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik of intimidatie in toenemende mate de stilte doorbreken. Dat vergt moed (ik zou zeggen: dat vergt ballen, maar helaas is zelfs onze taal niet vrij van gender bias). Niet in het minst omdat in de meeste gevallen de geloofwaardigheid van het slachtoffer in vraag wordt gesteld.

Hoewel ze zich achteraf verontschuldigde, stelde de met Harvey bevriende modeontwerpster Donna Karan bijvoorbeeld vragen bij de wijze waarop wij vrouwen ons presenteren en kleden: 'are we asking for it?' Maar ook subtielere vormen van victim blaming vinden plaats wanneer we (mezelf inclusief) ons afvragen waarom de vrouwen in eerste instantie zo lang het stilzwijgen bewaarden? Voor we er erg in hebben, zijn de pijlen zo niet langer gericht op de dader maar op het slachtoffer.

Zo zijn talrijke stemmen meteen na de eerste berichten over Bart De Pauw op sociale media en nieuwspagina's er als de kippen bij om de vrouwen als leugenachtige verleiders en aandachtshoeren te bestempelen. VRT-CEO Lembrechts, en niet Bart, zou zijn boekje te buiten zijn gegaan.

De Pauw is het slachtoffer van een heksenjacht, menen enkele bekende Vlamingen. Hoewel het goed is sensatiebeluste media te herinneren aan het vermoeden van onschuld, kan niet anders dan opvallen hoe, net als in Hollywood, ook in Vlaanderen in de bres wordt gesprongen voor vermeende daders en de geloofwaardigheid van de gemaakte aantijgingen getorpedeerd of minstens in twijfel wordt getrokken.

Die mechanismen herken ik overigens niet enkel in mijn hoedanigheid van vrouw en onderzoekster, maar ook in mijn hoedanigheid als Vlaming met een migratieachtergrond.

Ook in het anti-racismedebat wordt victim blaming namelijk steevast ingezet om de relevantie en credibiliteit van de stemmen van minderheden onderuit te halen. Als je al de moed en energie bijeen sprokkelt om melding te maken van een racistisch incident, is het een kwestie van tijd voor het slachtoffer van het voorval ervan wordt beschuldigd in een slachtofferrol te kruipen.

Net als in gevallen van seksuele intimidatie blijft de vermeende dader of het institutionele mechanisme daardoor doorgaans buiten schot. De moeilijke gesprekken worden niet gevoerd.

Toen enkele jaren geleden 'Daily Racism', het project van activist en auteur Bleri Leshi duizenden getuigenissen over racisme in Vlaanderen aan de man wilde brengen via sociale media, waren courante reacties dat het om overdrijvingen ging, dat het vast niet de bedoeling was geweest, dat het vermeende slachtoffer de situatie verkeerd had geïnterpreteerd.

Slachtoffers van racisme en seksisme kunnen de handen in elkaar slaan.

Maar ook onze regering blinkt uit in victimblaming. Zo vinden, respectievelijk minister en staatssecretaris Gelijke Kansen, Liesbeth Homans en Zuhal Demir dat racisme al te vaak als excuus wordt gebruikt, en zijn volgens de Antwerpse burgervader Bart De Wever ongeveer alle '-ismen' relatief.

Systematisch wordt aan slachtoffers van seksuele intimidatie en racisme duidelijk gemaakt dat ze de hand dringend in eigen boezem moeten steken: 'are they asking for it?' Zij delen in de klappen van het zogenaamde victim blaming: een strategie die erop gericht is een elitaire, witte, heteroseksuele, patriarchale status quo te behouden en andersluidende stemmen te marginaliseren en monddood te maken, en de noodzakelijke debatten in de kiem te smoren.

Maar net door de kwalijke gevolgen van victim blaming te identificeren en het gedeelde lot bij elkaar te herkennen, kunnen slachtoffers van racisme en seksisme de handen in elkaar slaan, allianties smeden, en de strijd tegen racisme en seksueel misbruik op die manier wederzijds versterken. Because no, we are not asking for it.