Hebt u er urenlange luistersessies naar de beste sopranen en tenoren op zitten?
...

Hebt u er urenlange luistersessies naar de beste sopranen en tenoren op zitten? Wannes Cappelle:(lacht) Dat mocht niet van Nicolas! Hij wilde vermijden dat ik hen zou nabootsen. Hij wilde Schuberts liederen door een stem laten brengen die niet klassiek geschoold was. Oorspronkelijk zong Schubert de liederen ook zelf, in zijn huiskamer, begeleid door een zacht klinkende pianoforte. Hij componeerde trouwens ook op gitaar - eigenlijk was hij een singer-songwriter avant la lettre. Hoe hebben Nicolas Callot en u elkaar ontmoet? Cappelle: Aan de poort van de kleuterschool. Onze kinderen zijn elkaars beste vrienden, en hun ouders zijn gevolgd. (lacht) Als Nicolas een concert geeft, proberen we altijd te gaan. In de herfst van 2015 brachten hij en sopraan Hendrickje Van Kerckhove liederen van Edvard Grieg in deSingel. Dat was een openbaring voor me. Nadien raadde Nicolas me Schuberts liederen aan. Die mens is amper 31 jaar oud geworden maar scheef 600 liederen! Nicolas tipte me de 24-delige cyclus Winterreise, omdat het verhaal aanleunt bij de donkere teksten die ik zelf vaak schrijf: een jongeman wordt afgewezen, vertrekt op reis en ontmoet de dood. 'Ik ben benieuwd wat het zou geven als Wannes de liederen in het West-Vlaams zou vertalen', zei Nicolas' vrouw. Het klonk als een plan. Wanneer werd dat plan werkelijkheid? Cappelle: Toen ik in 2018 tafelde met Joost Fonteyne, de toenmalige directeur van Festival van Vlaanderen Kortrijk. Hij vroeg me om een programma samen te stellen voor de editie van 2019. Ik kon niets bedenken en het werd gênant stil, tot ik vertelde over het idee van Nicolas' vrouw. 'Verkocht!' klonk het enthousiast aan de overkant van de tafel. Op 24 februari 2019 brachten Nicolas en ik enkele liederen in Kortrijk. Dat smaakte naar meer. Dus maakte Nicolas een selectie voor een plaat: hij koos vrolijkere liederen zoals Heidenröslin, op een liefdesgedicht van Goethe, plus delen van Winterreise en de serenade Ständchen. Die liederen heb ik zo trouw mogelijk vertaald. Dat deed ik onder meer op de trein, met Schuberts partituur naast me, maar net zo goed zocht ik op de fietsostrade naar huis al peddelend naar de juiste woorden. En zo werd ' Komm, beglücke mich!', uit Ständchen, ' Kom, benevelt mie!' Waarom is dat nu ook de titel van de plaat? Cappelle: Omdat we hopen de luisteraar te 'benevelen'. Die uitwerking hebben de liederen ook op mij. Soms oefende ik tot twee uur 's nachts omdat ik er zo van genoot. Zodra ik de techniek onder de knie had - met dank aan mijn stemcoach Steve Dugardin - was het zalig om een woord lekker láááng te zingen. Nicolas begeleidt me op een pianoforte waarvan de hamertjes omhuld zijn met artisanaal gelooid hertenleer uit Oostenrijk, Schuberts geboorteland. Daarvoor is hij speciaal op wandelvakantie naar daar getrokken. Een beetje freaky, misschien. (lacht)In Heidenröslin zingt u ' Ge weet niet hoe da 'k smachte'. Waar smacht u op dit ogenblik naar? Cappelle: Naar rust, na drie jaar vol deadlines voor Grond, de Vier-serie die nu wordt gedraaid. En naar muziek maken op de buffetpiano die ik van Nicolas heb gekregen. Of mijn ervaring met Schubert erin zal sluipen? Zeker weten. Kom, benevelt mie! voelt als de eerste plaat van een nieuwe band. En die band wil zeker nog iets doen met de volledige Winterreise.