Het is 00.12 uur en ik bevind me op de E40 ter hoogte van het tankstation Drongen. Ik rijd met een snelheid van gemiddeld 110 kilometer per uur. Ik ben moe. Niet het soort moeheid dat verholpen wordt met een powernap of een keer 'goed doorslapen'. Mijn gemoed is moe. Mijn ziel is moe.
...

Het is 00.12 uur en ik bevind me op de E40 ter hoogte van het tankstation Drongen. Ik rijd met een snelheid van gemiddeld 110 kilometer per uur. Ik ben moe. Niet het soort moeheid dat verholpen wordt met een powernap of een keer 'goed doorslapen'. Mijn gemoed is moe. Mijn ziel is moe. Ik ben op de terugweg van Oostende, waar ik op Theater aan Zee die dag twee keer mijn eigen voorstelling ten tonele mocht voeren en tussenin ook nog eens te gast was in een panelgesprek over diversiteit. Mijn moeheid is nogal wiedes: de concentratie en de energie die het vergt om het podium te bestijgen en een publiek te proberen 'raken' voor 70 à 80 minuten maal drie volstaan om je moe te mogen noemen. Maar toch heb ik het over een andere moeheid. Het is een soort lege moeheid. Een eenzame leegte, die de meeste podiumartiesten vertrouwd is. Of het nu gaat om een theatervoorstelling, een concert of een lezing; publiek en artiest gaan voor een korte tijd een relatie aan, die louter bestaat in het hier en nu. De artiest geeft en het publiek geeft terug. Wat wordt gegeven kan positief of negatief beladen zijn, maar er ontstaat een uitwisseling. De artiest mag binnen de afgesproken periode het woord nemen, het publiek mag luisteren en reageren. Dat is de afspraak. De mondelinge, onuitgesproken overeenkomst. Ongeacht of het een 'goede' of een 'slechte' voorstelling was, is de artiest gezien en gehoord. Wanneer het applaus is uitgestorven is het verbond tussen publiek en artiest afgelopen. De magie wordt doorbroken, het decor wordt afgebroken en de volgende act wordt opgebouwd. De artiest is verbonden geweest en blijft alleen achter. Om dat gevoel van verbondenheid te rekken haasten veel artiesten zich na een performance naar de bar om lofbetuigingen en drank in ontvangst te nemen. Een simulacrum om de roes te rekken, een stoplap om het bloeden van het gemoed te stelpen. Meestal probeer ik na een voorstelling stil te verdwijnen. Mijn huid is te dun, nadien. Ik voel me beschroomd, omdat ik bekeken ben. Ik stap in mijn auto en zet zo luid mogelijk muziek op. Hiphop, trap, Zuid-Afrikaanse Soweto house, Braziliaanse favela funk... Muziek waar percussie centraal staat. In het Latijn betekent percutere doorslaan, doordringen. De drum is de herhaling die het bloed doet pompen.Het is de hartslag.Sla de haat uit het eigen lichaam.Geef het aan de drums.Die doortrillen en verstillen in mij.Ik tracht het gevoel van leegte te aanvaarden als een noodzakelijk kwaad. Omdat het bevestigt dat ik mij verbonden heb geweten.