...

Walter van den Broeck:Dolores Vital y Garcia is een van mijn twee oma's. Zij woonde in de Filipijnen en had Spaans, Mexicaans en Filipijns bloed. Ze was bloedmooi en moest van haar vader met mijn grootvader Peter trouwen. Die maakte carrière in de Filipijnen. Hoe een jongen uit Lichtaart daar verzeilde? Hij studeerde aanvankelijk voor missionaris - die opleiding was gratis - maar in 1900 stierven zijn vader en grootvader kort na elkaar. Plots moest hij de kost verdienen voor zijn oude moeder die niets meer bezat dan wat huisraad en een geit. Hij trok naar Amerika. Tijdens die reis ontdekte hij dat hij geen zeebenen had... (lacht) Eens aangekomen werd hem geadviseerd zich in te schrijven als soldaat. Hij werd naar de Filipijnen gestuurd, waar de oorlog tussen Spanje en de Filipijnen ten einde liep. Daar trad hij toe tot de Amerikaanse bezettingsadministratie en werd 'provinciaal schatbewaarder'. Hij ontmoette Dolores die stiekem verliefd was op de welgestelde politicus Joaquín Luna... Van den Broeck: Ik schreef hier al over in mijn roman Aantekeningen van een stambewaarder (1978). Nu vond ik op het internet extra informatie die ik verwerkte in het stuk. Het is een well-made play waarin mijn grootvader, mijn grootmoeder en haar minnaar afstevenen op het moment waarop mijn grootvader de affaire ontdekt. 'Gulle dacht nu toch nie da ge mee Juulke van de kleermaker uit Lichtaart zijn kloten kunt spelen omdat gulle uit een duurdere broek geschud zijt dan hij?' laat ik hem zeggen. Dat is de enige keer dat hij dialect praat. Dolores en Joaquín praten in de jij-vorm. Mijn grootvader laat ik in de gij-vorm spreken omdat zijn Spaans niet perfect was. Hij verhuisde terug naar de Kempen met zijn zevenjarige zoon - mijn vader - en zijn anderhalf jaar oud dochtertje. Dolores, haar kinderen en haar kleinkinderen heb ik nooit ontmoet. Maar door de omzwervingen van mijn voorouders kan ik zeggen dat de zon nooit ondergaat in onze familie. (lacht)Van den Broeck: Ik kreeg gaandeweg inzicht in de karakters van Dolores en mijn grootvader en hun relatie. 'Je moeder was een hoer en ze is dood', zei hij altijd tegen zijn kinderen. Tot Dolores hem schreef... Die brieven vond ik ooit terug tussen het linnen. Mijn oma noch opa gaan vrijuit. Hij heeft met mijn vader dingen gedaan waarvoor je nu opgesloten wordt... Door dit verhaal begon ik mijn vader - op wie ik zo kwaad ben geweest voor wat hij ons, al dan niet dronken, aandeed - beter te begrijpen. Opgroeien zonder moeder en met een bullebak als vader, dat is een handicap. Het is geen moraalstuk hé? Ik laat de feiten zien. In het decor worden echte foto's geprojecteerd. Mijn verhaal kan een toeschouwer prikkelen om ook zijn of haar levensverhaal vanuit een ander perspectief te bekijken. Van den Broeck: Ja! Ik schreef dit stuk puur voor mijn plezier. Maar Foe de Tejatre is een nieuw amateurgezelschap uit mijn buurt en er spelen mensen mee die ik al straffe dingen heb zien doen. Ik vroeg hen of ze iets in dit stuk zagen. Ze stortten er zich met géén geld en alle passie op. Dat ontroert me. En dat is typisch voor liefhebbers. Bovendien verstaan ze de kunst om een tekst - klassieker of nieuw werk - te doen glinsteren zonder er de schaar in te zetten. En hun opvoering van Dolores glanst!