Moet ik hier dan weer zo'n zeikerige column over schrijven?' vroeg ik achteraf, geeuwend. 'Alstublieft, ja', zei mijn gezelschap, dat zich minstens evenveel had verveeld met Till It's Over van Skagen als ik. Ik zal het u dan maar kort uitleggen: het is theater met Clara van den Broek en Valentijn Dhaenens, maar ook een installatie van de Amerikaanse kunstenaar Richard Jackson. Van den Broek tast woordeloos een landschap af waar net een oorlog heeft plaatsgevonden of toch minstens een orkaan is gepasseerd...

Moet ik hier dan weer zo'n zeikerige column over schrijven?' vroeg ik achteraf, geeuwend. 'Alstublieft, ja', zei mijn gezelschap, dat zich minstens evenveel had verveeld met Till It's Over van Skagen als ik. Ik zal het u dan maar kort uitleggen: het is theater met Clara van den Broek en Valentijn Dhaenens, maar ook een installatie van de Amerikaanse kunstenaar Richard Jackson. Van den Broek tast woordeloos een landschap af waar net een oorlog heeft plaatsgevonden of toch minstens een orkaan is gepasseerd, en komt na een hele tijd Dhaenens tegen, die ze vervolgens ook maar aftast. Het probleem: tekst is er nauwelijks of niet, de bewegingen van de acteurs zijn niet heel zinderend, en het decor, dat met enige verbeelding ook voor een kinderspeeltuin kan doorgaan, is lang niet fascinerend genoeg om vijf kwartier te blijven boeien. Er zijn aangenamere activiteiten op een zaterdagavond. De vraag na zo'n voorstelling is altijd dezelfde: hoe konden de makers ervan denken dat dit interessant, prikkelend, of in ieder geval onderhoudend genoeg is voor het publiek? Ze hebben vast veel meer theater gezien dan ik, dus waarom zijn ze niet in staat om in te schatten wanneer bezoekers afhaken? In dit geval hadden al na een klein kwartiertje de alarmbellen moeten afgegaan. Het enige antwoord dat ik kon vinden is dat die makers amper of zelfs helemaal niet met het publiek bezig zijn. Televisie is een medium waarbij zo ongeveer het omgekeerde geldt. Alles wat wordt bedacht en uiteindelijk geproduceerd, wordt haast gemaakt vanuit het gezichtspunt van de kijkers. Televisie is veel en veel duurder dan theater, en kijkers kunnen ook eenvoudiger wegzappen dan theaterbezoekers. Het gevolg is dat zo goed als alles wat voor televisie gemaakt wordt een zekere vertrouwdheid uitstraalt. Zelfs de meest briljante reeksen hebben meestal een herkenbare opbouw. Niemand durft alle televisiewetten ter discussie te stellen, dus er wordt ook maar zelden iets gemaakt wat compleet verrast. Aardiger gesteld is de vrijheid van theatermakers veel groter dan die van hun collega's bij de televisie. Ze kunnen veel meer experimenteren, en dus soms ook echt verrassen. Dat kan geweldig zijn op een manier die televisie nooit zal zijn. Maar ik moet wel even diep nadenken om me de laatste voorstelling te herinneren die me zo'n gevoel gaf. Het kan dus ook omgekeerd uitpakken, en vervelend zijn op een manier die de televisie nooit zou halen. Theater blijft een wilde gok.