Zwerfvuil is een hardnekkig probleem in Vlaanderen. Het geeft niet enkel een onbehaaglijk gevoel om te moeten leven in een 'vuile omgeving', het brengt ook schade toe aan de natuur en het zorgt voor dierenleed.

Bovendien loopt de maatschappelijke kost voor steden en gemeenten jaarlijks op tot meer dan 100 miljoen euro. Dat de strijd tegen dit kwalijke fenomeen moet opgedreven worden, daarover is iedereen het eens.

Ondanks de jarenlange inzet op sensibilisering, opruimacties en handhaving blijven de cijfers troosteloos stijgen. Zo steeg de hoeveelheid zwerfvuil in 2019 zelfs met 14 procent. Dit staat in schril contrast met de doelstelling om tegen 2022 tot 20 procent minder zwerfvuil te hebben en om tegen 2025 95 procent van alle huishoudelijke verpakkingen te recycleren.

Waarom wordt niet nu concreet werk gemaakt van statiegeld of een alternatief beloningssysteem?

Extra aandacht voor handhaving is positief, maar een te nauwe focus is nefast voor de strijd die we voeren tegen zwerfvuil. Handhaving is één aspect om het probleem van zwerfvuil aan te pakken, maar is zeker niet zaligmakend. Het is onrealistisch om te verwachten dat de gewestelijke handhavers bijvoorbeeld op het platteland de zwerfvuilproblematiek gaan terugdringen met hogere GAS-boetes. Het blikje dat eindigt in de wei, wordt hiermee niet vermeden. Gaat er op elke landweg een vaststeller staan die vervuilers op heterdaad betrapt? Zelfs in de stad zullen er ogen te kort zijn.

In de praktijk zullen hogere boetes dan ook amper vooruitgang brengen. Ook inzetten op sensibilisering, zoals al jaren gebeurt, blijft belangrijk, maar het zal geen aardverschuiving meer veroorzaken. De overtuigden zijn overtuigd. Als we écht een verschil willen realiseren op het terrein moeten we harde ingrepen durven nemen in het begin van de keten.

Sneller durven schakelen

We moeten nu al extra maatregelen in overweging durven nemen om de doelstellingen, opgesteld in het Verpakkingsplan van de Vlaamse Regering, te halen.

We kunnen dan ook niet bij de pakken blijven zitten en apegapen naar een volgende evaluatie. Een pakket extra maatregelen en een versnelde evaluatie dringen zich op.

De versnelde evaluatie heeft minister Demir toegezegd, die komt er halfweg 2022. Maar alleen met extra handhavers is de kans bijzonder klein dat de nodige resultaten zullen bereikt worden. Waarom blijven extra preventieve maatregelen uit? Er is geen veelheid van methoden. Ofwel worden zwerfvuilgevoelige verpakkingen verboden, ofwel bind je de klanten zo sterk mogelijk aan de verpakking waardoor ze er spaarzamer mee omgaan. Een financiële binding is veelal een sterke stimulans.

Als bij deze versnelde evaluatie geen kering in de cijfers zijn vast te stellen, staat minister Demir sowieso voor de uitdaging om met de sector een statiegeldsysteem of een veralgemeend beloningssysteem operationeel te hebben in 2023. Passief toekijken hoe het de verkeerde richting opgaat is geen optie. Vlaanderen moet sneller durven schakelen om het probleem aan te pakken. Het is niet alleen erg onzeker als tactiek gezien de cijfers ondertussen wel blijven stijgen, er gaat bovendien kostbare tijd verloren. Als er geen extra preventieve maatregelen met zekerheid op succes mogelijk zijn, waarom wordt dan niet nu concreet werk gemaakt van statiegeld of een alternatief beloningssysteem?

Het invoeren van een meer ingrijpende maatregel zoals bijvoorbeeld statiegeld in samenwerking met de verschillende sectoren neemt veel tijd in beslag. Onze buurlanden Nederland en Duitsland geven aan dat de voorbereiding tot een jaar in beslag neemt.

Sigarettenpeuken

Zal de afvalproblematiek dan volledig opgelost worden met de mogelijke invoering van statiegeld? Nee, er blijven natuurlijk ook problemen met bijvoorbeeld kauwgom en sigarettenpeuken. Anderzijds zien we dat de laatste jaren de ballonvervuiling sterk is teruggedrongen en productinnovatie heeft ongetwijfeld ook nog marge. Waarom geen biologisch afbreekbare kauwgom en filters voor sigaretten? Dit kan anderzijds geen excuus zijn voor de slechte cijfers, hooguit een motivatie voor een productgerichte aanpak. Enkel een verscherpt preventief beleid, blijvende sensibilisering én extra handhaving zullen de trend kunnen doen keren.

Zwerfvuil is een hardnekkig probleem in Vlaanderen. Het geeft niet enkel een onbehaaglijk gevoel om te moeten leven in een 'vuile omgeving', het brengt ook schade toe aan de natuur en het zorgt voor dierenleed. Bovendien loopt de maatschappelijke kost voor steden en gemeenten jaarlijks op tot meer dan 100 miljoen euro. Dat de strijd tegen dit kwalijke fenomeen moet opgedreven worden, daarover is iedereen het eens. Ondanks de jarenlange inzet op sensibilisering, opruimacties en handhaving blijven de cijfers troosteloos stijgen. Zo steeg de hoeveelheid zwerfvuil in 2019 zelfs met 14 procent. Dit staat in schril contrast met de doelstelling om tegen 2022 tot 20 procent minder zwerfvuil te hebben en om tegen 2025 95 procent van alle huishoudelijke verpakkingen te recycleren.Extra aandacht voor handhaving is positief, maar een te nauwe focus is nefast voor de strijd die we voeren tegen zwerfvuil. Handhaving is één aspect om het probleem van zwerfvuil aan te pakken, maar is zeker niet zaligmakend. Het is onrealistisch om te verwachten dat de gewestelijke handhavers bijvoorbeeld op het platteland de zwerfvuilproblematiek gaan terugdringen met hogere GAS-boetes. Het blikje dat eindigt in de wei, wordt hiermee niet vermeden. Gaat er op elke landweg een vaststeller staan die vervuilers op heterdaad betrapt? Zelfs in de stad zullen er ogen te kort zijn. In de praktijk zullen hogere boetes dan ook amper vooruitgang brengen. Ook inzetten op sensibilisering, zoals al jaren gebeurt, blijft belangrijk, maar het zal geen aardverschuiving meer veroorzaken. De overtuigden zijn overtuigd. Als we écht een verschil willen realiseren op het terrein moeten we harde ingrepen durven nemen in het begin van de keten.We moeten nu al extra maatregelen in overweging durven nemen om de doelstellingen, opgesteld in het Verpakkingsplan van de Vlaamse Regering, te halen. We kunnen dan ook niet bij de pakken blijven zitten en apegapen naar een volgende evaluatie. Een pakket extra maatregelen en een versnelde evaluatie dringen zich op. De versnelde evaluatie heeft minister Demir toegezegd, die komt er halfweg 2022. Maar alleen met extra handhavers is de kans bijzonder klein dat de nodige resultaten zullen bereikt worden. Waarom blijven extra preventieve maatregelen uit? Er is geen veelheid van methoden. Ofwel worden zwerfvuilgevoelige verpakkingen verboden, ofwel bind je de klanten zo sterk mogelijk aan de verpakking waardoor ze er spaarzamer mee omgaan. Een financiële binding is veelal een sterke stimulans.Als bij deze versnelde evaluatie geen kering in de cijfers zijn vast te stellen, staat minister Demir sowieso voor de uitdaging om met de sector een statiegeldsysteem of een veralgemeend beloningssysteem operationeel te hebben in 2023. Passief toekijken hoe het de verkeerde richting opgaat is geen optie. Vlaanderen moet sneller durven schakelen om het probleem aan te pakken. Het is niet alleen erg onzeker als tactiek gezien de cijfers ondertussen wel blijven stijgen, er gaat bovendien kostbare tijd verloren. Als er geen extra preventieve maatregelen met zekerheid op succes mogelijk zijn, waarom wordt dan niet nu concreet werk gemaakt van statiegeld of een alternatief beloningssysteem? Het invoeren van een meer ingrijpende maatregel zoals bijvoorbeeld statiegeld in samenwerking met de verschillende sectoren neemt veel tijd in beslag. Onze buurlanden Nederland en Duitsland geven aan dat de voorbereiding tot een jaar in beslag neemt.Zal de afvalproblematiek dan volledig opgelost worden met de mogelijke invoering van statiegeld? Nee, er blijven natuurlijk ook problemen met bijvoorbeeld kauwgom en sigarettenpeuken. Anderzijds zien we dat de laatste jaren de ballonvervuiling sterk is teruggedrongen en productinnovatie heeft ongetwijfeld ook nog marge. Waarom geen biologisch afbreekbare kauwgom en filters voor sigaretten? Dit kan anderzijds geen excuus zijn voor de slechte cijfers, hooguit een motivatie voor een productgerichte aanpak. Enkel een verscherpt preventief beleid, blijvende sensibilisering én extra handhaving zullen de trend kunnen doen keren.