'Natuurlijk mag je je enthousiasme laten zien, maar als je erin doorslaat, gaat het irriteren. Je lijkt op een hyperactieve peuter die zojuist stiekem de dubbele espresso van zijn moeder achterover heeft geslagen.' En: 'Terwijl je als auteur je boodschap een gevoel van urgentie of belang probeert mee te geven, is het enige resultaat dat je lezer je betweterig, onbeschoft of arrogant zal vinden.'
...

'Natuurlijk mag je je enthousiasme laten zien, maar als je erin doorslaat, gaat het irriteren. Je lijkt op een hyperactieve peuter die zojuist stiekem de dubbele espresso van zijn moeder achterover heeft geslagen.' En: 'Terwijl je als auteur je boodschap een gevoel van urgentie of belang probeert mee te geven, is het enige resultaat dat je lezer je betweterig, onbeschoft of arrogant zal vinden.'U las zonet twee stukjes taaladvies, respectievelijk van Trea ten Kate (Ten Kate Communicatie) en Koen Lauwereyns (KLA-4 Communicatie). Allebei gruwen ze ervan: te veel uitroeptekens in e-mails, blogs en tweets. Lauwereyns plaatste boven zijn tekst zelfs een fragment uit het schilderij 'De Schreeuw' van Edvard Munch. Zo afschrikwekkend kan een uitroepteken blijkbaar zijn. De Amerikaanse auteur Elmore Leonard schreef in zijn befaamde 10 Rules of Writing dat per 100.000 woorden proza hooguit drie uitroeptekens mogen worden gebruikt. En zijn collega F. Scott Fitzgerald vergeleek het gebruik ervan met 'lachen met je eigen mop'. Die ergernis is niet uit de lucht gegrepen. Zeker sinds de komst van nieuwe communicatievormen, zoals e-mail en WhatsApp, wordt uitvoerig met uitroeptekens gestrooid. 'Bij online communicatie willen gebruikers zo veel mogelijk de stijl en het tempo van gesproken taal benaderen', vertelt Freek Van de Velde, hoogleraar Nederlandse Taalkunde (KU Leuven). 'Wanneer we spreken, kunnen we onder meer aan de hand van intonatie, gezichtsuitdrukkingen en handgebaren veel duidelijk maken. Daarom zijn veel mensen bang om te telefoneren: ze kunnen de ander niet zien. Bij geschreven taal is het risico om verkeerd begrepen te worden nog groter. Als je enkel neutrale informatie moet delen, is dat geen drama. Maar bij uitvoerige conversaties is het belangrijk om een bepaalde toon te markeren. Emoji's kunnen daarbij helpen. En ook uitroeptekens zijn een glijmiddel om bepaalde boodschappen soepeler over te dragen.' Hoe vaak mensen zulke communicatieve 'glijmiddelen' gebruiken, varieert sterk per leeftijd, weet Van de Velde. 'Met artificiële intelligentie kun je vrij goed voorspellen hoe oud iemand is op basis van zijn online conversaties. Op die manier worden zelfs oudere pedofielen, die zich voordoen als jongeren, ontmaskerd.' Maar ook geslacht speelt een rol: uit onderzoek blijkt dat vrouwen opvallend meer uitroeptekens gebruiken dan mannen. Dat is niet zo verbazingwekkend, vindt Van de Velde. 'Uit psychologisch onderzoek weten we dat vrouwen hoger scoren op het kenmerk "zachtmoedigheid". Gemiddeld vinden vrouwen het belangrijker om communicatie vlot te laten verlopen. Uit de sociolinguïstiek weten we bovendien dat vrouwen taalveranderingen sneller oppikken. Daar zijn uiteenlopende verklaringen voor bedacht. Een van de wat gewaagdere hypotheses is evolutionair: eeuwen geleden werden vrouwen nog "geschaakt" of uitgehuwelijkt en moesten ze bij hun schoonfamilie intrekken, die soms enkele dorpen verderop woonde. Zelfs bij kleine afstanden had je toen nog veel grotere taalverschillen, waardoor vrouwen dus ook meer hun best moesten doen om die nieuwe taalvariëteiten onder de knie te krijgen.' De laatste tijd lijkt dat (onschuldige) uitroepteken bijna een politieke lading te krijgen. Zo verscheen in The Wall Street Journal een stuk met de duidelijke titel ' She's Not Mad. She's Just Not Using Exclamation Points.' ('Ze is niet boos. Ze gebruikt gewoon geen uitroeptekens.') Volgens de journalist worden vrouwelijke managers die het zonder uitroeptekens doen, gezien als koud. Maar als ze er te veel gebruiken, zijn ze niet ernstig genoeg. Terwijl dat bij mannen veel minder een rol speelt. Moet elke vrouw het uitroepteken dan maar in de koelkast stoppen, uit protest tegen het patriarchaat? De meningen zijn verdeeld, maar Van de Velde vindt alvast van niet. 'Ik vrees dat de impact van zo'n actie beperkt zal zijn, want er spelen zoveel andere factoren mee. En bovendien: wat vriendelijkheid in een (online) conversatie kan heus geen kwaad, of je nu een man of een vrouw bent.'