Twee reddingen waren er nodig. Twee. Een in 2008, en een in 2011. Wie anno 2017 de reconstructie moet maken van de teloorgang van Dexia, zal de superlatieven niet schuwen. De Frans-Belgische moloch, bestuurd door mega-ego's met nul verantwoordelijkheidsbesef, nam megarisico's. Als Belgen hebben we het geweten. Gerold door de Fransen, hangt ons land - en dus elk van haar onderdanen- vast aan een waarborgregeling van ongeveer 45 miljard euro waarbij we nog voor tientallen jaren het gros van het risico's voor de afwikkeling van zombiebank Dexia 'mogen' dragen.

Bij de redding van Dexia bank werd ook haar Belgische dochter voor een bedrag van 4 miljard euro overgekocht. 4 miljard euro. Een zware pil. Dexia Bank Belgie vervelde en werd Belfius. En Belfius, dat lelijke eendje, groeide onder de geruststellende vleugels van de Belgische bescherming als overheidsbank, op 6 jaar uit tot een mooie zwaan.

Bijna een decennium lang heeft de Belgische bevolking tegen wil en dank Dexia onder haar hoede genomen, gebroed op een oplossing. Uit de as van de fiscale ruïnes van toen, is een overheidsbank ontstaan die terug stabiel is. Een bank met een sterke lokale verankering, en heel veel potentieel voor onze economie, voor onze gezinnen, bedrijven en lokale besturen. .

Maar gek genoeg keek onze regering vanaf dag 1 weg. Erger nog, niet alleen is er nu al jaren sinds de overname een stuitend gebrek aan interesse, er is ook geen enkele visie of ambitie omtrent de rol die Belfius in ons land zou kunnen spelen. Liever wil de regering de bank zo snel mogelijk privatiseren.

Na jaren noodgedwongen inspringen blijkt privatiseren het ordewoord van deze regering. En dat het hen menens om de bank van de hand te doen, bleek al eerder uit de meerjarenbegroting: de dividenden uit Dexia zijn inschreven tot 2017. In de begroting 2017 is niks meer voorzien.

Belfius is al 6 jaar van ons. We hebben die aankoop gezamenlijk en letterlijk heel duur betaald. De redding van de banken heeft onze staatsschuld doen exploderen, en onze begroting doen ontsporen. Europa en ons land kozen voor draconische besparingen in het zog daarvan. In ruil voor die tocht door de woestijn door de voltallige bevolking, kan je op zijn minst inspraak verwachten over de toekomst van de bank.

Vandaag is Belfius voor onze regering niet meer of minder dan een cash-cow, een financiële melkkoe met jaarlijkse dividenden dienen om de begroting te stutten. verder kijken we er niet naar om. De top van de bank heeft maar 1 richtlijn: de bank verder saneren om ze aantrekkelijk te maken voor een overnemer. In dat vooruitzicht is het begrijpelijk dat de huidige CEO, Mark Rasiére, een gedeeltelijke privatisering door een beursgang verkiest boven het scenario volledig terecht te komen in handen van een grotere speler.

Maar het kan ook anders. De beslissing om, geheel of gedeeltelijk, de bank te privatiseren is immers een politieke keuze. Dat is ook de analyse van 8 financiële experts die in opdracht van Johan Van Overtveldt een expertenrapport maakten over de financiële sector[1] waaronder Geert Noels en de recent overleden Luc Coene.

De meerderheidspartijen maken die keuze op ideologische basis: die van de liberale visie van een 'small government', en beperkte overheid die dus geen overheidsbanken moet aanhouden. Ze trachten dit te verkopen aan hun achterban met het argument dat politici niet moeten bankieren, en dat de belangenvermenging moet worden beperkt. Dat laatste klopt natuurlijk: Dexia was een kluwen van belangenvermenging en dat was mede de reden dat het zo is kunnen ontsporen.

Maar au fond is dit een vals argument: het vaststellen van sociale en ecologische richtlijnen, in sé het instellen van een duidelijke maatschappelijke opdracht, voor een 100% overheidsbank die binnen dat kader onafhankelijk en professioneel wordt bestuurd door experten kan bezwaarlijk gelijk gesteld worden aan zelf bankieren. En het wordt natuurlijk totaal schizofreen als dezelfde partijen die dit argument aanhalen tot op vandaag vrolijk verder gaan met politieke benoemingen, ook in de financiële sector.

Waarom maken we de keuze voor de toekomst van Belfius niet gewoon op basis van wat werkt? Van modellen die hun deugdelijkheid bewezen hebben? Het rapport dat Geert Noels en co schreven merkte terecht op dat bij de afweging niet enkel met de directe opbrengst voor de staatskas rekening mag houden, maar ook moet gekeken worden naar de maatschappelijke impact. Privatisering brengt immers na een initiële opbrengst als 'onze-shot'operatie ook andere gevolgen met zich mee.

Kijk maar naar het verhaal van BNP Paribas van 2015, waar vlak na de schrapping van duizenden banen een monsterdividend van 2 miljard werd uitgekeerd van de Belgische dochter aan het moederbedrijf in Frankrijk. We hebben er dan ook alle belang bij om goed doordacht te kiezen.

Wat dan met het argument van het verlagen van de schuldgraad? Een terechte bezorgdheid, aangezien onze staatsschuld half 2015 liefst 428 miljard euro, zijnde 106,6% van het BBP, bedraagt. Alleen gaat een eenmalige maatregel als de verkoop van Belfius maar een beperkte impact : het terugkrijgen van de inleg van 4 miljard euro heeft een bruto impact van minder dan 1%

De vele indirecte kosten die met een verkoop gepaard zouden gaan, zou de netto-opbrengst wel eens kunnen overschrijden. Overname brengt gangbaar herstructureringen met zich mee. Een grondige herstructurering van de kantoren en het personeel, banenverlies en dus ook impact op de overheidsinkomsten en -uitgaven, en een mogelijks hogere financieringskost voor de lokale overheden die sterk aangesloten zijn bij Belfius: het is niet moeilijk de gevolgen te verbeelden. De enige vraag is hoever ze zullen gaan.

Maar laat ons de doemscenario's achterwege houden. Groen wil Belfius behouden als overheidsbank niet omwille van wat we mogelijks zouden kunnen verliezen, maar vooral ook, om wat we zouden kunnen winnen.

Groen wil Belfius behouden als overheidsbank en haar, naar het voorbeeld van buitenlandse overheidsbanken, beginnen gebruiken als hefboom voor ons relancebeleid. Belfius als overheidsbank is namelijk een ideale motor voor een echt investeringsbeleid. Daarnaast kan een Belfius in overheidshanden, via haar unieke know-how, ook een bijzondere meerwaarde blijven betekenen voor de lokale overheden.

Het zou toch al te gek zijn, om, in tijden waarin onze samenleving en economie snakt naar investeringen, terwijl premier Michel zelf een oproep doet naar een ambitieus investeringsprogramma, én de EU met 'het Plan Juncker' een ambitieus investeringsplan klaar heeft waar ze expliciet de medewerking van overheidsbanken voor vraagt, tegelijk onze enige overheidsbank van de hand te doen en de kans om er zo'n NPB[2] van te maken, gewoon te laten schieten?

Wat ons betreft is het ideale voorbeeld om voor ogen te houden het Duitse KFW. KfW (Kreditanstalt für Wiederaufbau) is een Duitse overheidsbank met hoofdkwartier in Frankfurt die gespecialiseerd is in het opzetten en financieren van infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten. De bank werd in 1948 opgericht om de middelen uit het toenmalige Marshall Plan te beheren. KFW is voor 80% eigendom van de Duitse federale overheid en voor 20% in handen van de zestien Duitse deelstaten.

Toen in 2009, ten gevolge van de wereldwijde financiële crisis, het Duitse bbp kromp met 4,7%, en Duitsland in de diepste economische en financiële crisis wierp sedert 1932, deed de federale regering beroep op KfW om een sterk contra-cyclisch investeringsbeleid op te starten. Die strategische keuze bleek een voltreffer. KfW verleende meer steun aan ondernemingen, gemeentes en gezinnen dan ooit tevoren, en bereikte recordniveaus qua financieringsvolume. Dat beleid zorgde er mee voor dat Duitsland de crisis veel beter doorstond dan de meeste andere EU-landen.

KFW is ondertussen internationaal een van dé voorbeeldbanken met vele onderscheidingen. Ze haalt topscores bij de sustainability rating agencies, vormt een belangrijke aanvulling op de Duitse ontwikkelingssamenwerking, is qua gezinsvriendelijkheid en aantrekkelijkheid een begeerde werkgever. Het is naar voorbeeld van deze bank dat we de unieke rol van een staatsbank in handen willen nemen en Belfius willen laten ontwikkelen tot een echte NPB, die een duurzame investeringsbank en financiële partner wordt van burgers, bedrijven en lokale overheden, en een spil van een groen en contracyclisch investeringsbeleid.

[1]https://www.febelfin.be/sites/default/files/InDepth/hleg_report_-_the_future_of_the_belgian_financial_sector.pdf

[2] Tot op vandaag zijn er 8 NPB's , uit onder andere Duitsland, Frankrijk en Spanje, die reeds ingestemd hebben met de co-financiering van projecten en investeringsplatformen uit het Juncker-plan, en dit voor een bedrag van 34 miljard €.

Twee reddingen waren er nodig. Twee. Een in 2008, en een in 2011. Wie anno 2017 de reconstructie moet maken van de teloorgang van Dexia, zal de superlatieven niet schuwen. De Frans-Belgische moloch, bestuurd door mega-ego's met nul verantwoordelijkheidsbesef, nam megarisico's. Als Belgen hebben we het geweten. Gerold door de Fransen, hangt ons land - en dus elk van haar onderdanen- vast aan een waarborgregeling van ongeveer 45 miljard euro waarbij we nog voor tientallen jaren het gros van het risico's voor de afwikkeling van zombiebank Dexia 'mogen' dragen. Bij de redding van Dexia bank werd ook haar Belgische dochter voor een bedrag van 4 miljard euro overgekocht. 4 miljard euro. Een zware pil. Dexia Bank Belgie vervelde en werd Belfius. En Belfius, dat lelijke eendje, groeide onder de geruststellende vleugels van de Belgische bescherming als overheidsbank, op 6 jaar uit tot een mooie zwaan. Bijna een decennium lang heeft de Belgische bevolking tegen wil en dank Dexia onder haar hoede genomen, gebroed op een oplossing. Uit de as van de fiscale ruïnes van toen, is een overheidsbank ontstaan die terug stabiel is. Een bank met een sterke lokale verankering, en heel veel potentieel voor onze economie, voor onze gezinnen, bedrijven en lokale besturen. . Maar gek genoeg keek onze regering vanaf dag 1 weg. Erger nog, niet alleen is er nu al jaren sinds de overname een stuitend gebrek aan interesse, er is ook geen enkele visie of ambitie omtrent de rol die Belfius in ons land zou kunnen spelen. Liever wil de regering de bank zo snel mogelijk privatiseren. Na jaren noodgedwongen inspringen blijkt privatiseren het ordewoord van deze regering. En dat het hen menens om de bank van de hand te doen, bleek al eerder uit de meerjarenbegroting: de dividenden uit Dexia zijn inschreven tot 2017. In de begroting 2017 is niks meer voorzien. Belfius is al 6 jaar van ons. We hebben die aankoop gezamenlijk en letterlijk heel duur betaald. De redding van de banken heeft onze staatsschuld doen exploderen, en onze begroting doen ontsporen. Europa en ons land kozen voor draconische besparingen in het zog daarvan. In ruil voor die tocht door de woestijn door de voltallige bevolking, kan je op zijn minst inspraak verwachten over de toekomst van de bank. Vandaag is Belfius voor onze regering niet meer of minder dan een cash-cow, een financiële melkkoe met jaarlijkse dividenden dienen om de begroting te stutten. verder kijken we er niet naar om. De top van de bank heeft maar 1 richtlijn: de bank verder saneren om ze aantrekkelijk te maken voor een overnemer. In dat vooruitzicht is het begrijpelijk dat de huidige CEO, Mark Rasiére, een gedeeltelijke privatisering door een beursgang verkiest boven het scenario volledig terecht te komen in handen van een grotere speler. Maar het kan ook anders. De beslissing om, geheel of gedeeltelijk, de bank te privatiseren is immers een politieke keuze. Dat is ook de analyse van 8 financiële experts die in opdracht van Johan Van Overtveldt een expertenrapport maakten over de financiële sector[1] waaronder Geert Noels en de recent overleden Luc Coene. De meerderheidspartijen maken die keuze op ideologische basis: die van de liberale visie van een 'small government', en beperkte overheid die dus geen overheidsbanken moet aanhouden. Ze trachten dit te verkopen aan hun achterban met het argument dat politici niet moeten bankieren, en dat de belangenvermenging moet worden beperkt. Dat laatste klopt natuurlijk: Dexia was een kluwen van belangenvermenging en dat was mede de reden dat het zo is kunnen ontsporen. Maar au fond is dit een vals argument: het vaststellen van sociale en ecologische richtlijnen, in sé het instellen van een duidelijke maatschappelijke opdracht, voor een 100% overheidsbank die binnen dat kader onafhankelijk en professioneel wordt bestuurd door experten kan bezwaarlijk gelijk gesteld worden aan zelf bankieren. En het wordt natuurlijk totaal schizofreen als dezelfde partijen die dit argument aanhalen tot op vandaag vrolijk verder gaan met politieke benoemingen, ook in de financiële sector.Waarom maken we de keuze voor de toekomst van Belfius niet gewoon op basis van wat werkt? Van modellen die hun deugdelijkheid bewezen hebben? Het rapport dat Geert Noels en co schreven merkte terecht op dat bij de afweging niet enkel met de directe opbrengst voor de staatskas rekening mag houden, maar ook moet gekeken worden naar de maatschappelijke impact. Privatisering brengt immers na een initiële opbrengst als 'onze-shot'operatie ook andere gevolgen met zich mee. Kijk maar naar het verhaal van BNP Paribas van 2015, waar vlak na de schrapping van duizenden banen een monsterdividend van 2 miljard werd uitgekeerd van de Belgische dochter aan het moederbedrijf in Frankrijk. We hebben er dan ook alle belang bij om goed doordacht te kiezen. Wat dan met het argument van het verlagen van de schuldgraad? Een terechte bezorgdheid, aangezien onze staatsschuld half 2015 liefst 428 miljard euro, zijnde 106,6% van het BBP, bedraagt. Alleen gaat een eenmalige maatregel als de verkoop van Belfius maar een beperkte impact : het terugkrijgen van de inleg van 4 miljard euro heeft een bruto impact van minder dan 1%De vele indirecte kosten die met een verkoop gepaard zouden gaan, zou de netto-opbrengst wel eens kunnen overschrijden. Overname brengt gangbaar herstructureringen met zich mee. Een grondige herstructurering van de kantoren en het personeel, banenverlies en dus ook impact op de overheidsinkomsten en -uitgaven, en een mogelijks hogere financieringskost voor de lokale overheden die sterk aangesloten zijn bij Belfius: het is niet moeilijk de gevolgen te verbeelden. De enige vraag is hoever ze zullen gaan. Maar laat ons de doemscenario's achterwege houden. Groen wil Belfius behouden als overheidsbank niet omwille van wat we mogelijks zouden kunnen verliezen, maar vooral ook, om wat we zouden kunnen winnen. Groen wil Belfius behouden als overheidsbank en haar, naar het voorbeeld van buitenlandse overheidsbanken, beginnen gebruiken als hefboom voor ons relancebeleid. Belfius als overheidsbank is namelijk een ideale motor voor een echt investeringsbeleid. Daarnaast kan een Belfius in overheidshanden, via haar unieke know-how, ook een bijzondere meerwaarde blijven betekenen voor de lokale overheden. Het zou toch al te gek zijn, om, in tijden waarin onze samenleving en economie snakt naar investeringen, terwijl premier Michel zelf een oproep doet naar een ambitieus investeringsprogramma, én de EU met 'het Plan Juncker' een ambitieus investeringsplan klaar heeft waar ze expliciet de medewerking van overheidsbanken voor vraagt, tegelijk onze enige overheidsbank van de hand te doen en de kans om er zo'n NPB[2] van te maken, gewoon te laten schieten? Wat ons betreft is het ideale voorbeeld om voor ogen te houden het Duitse KFW. KfW (Kreditanstalt für Wiederaufbau) is een Duitse overheidsbank met hoofdkwartier in Frankfurt die gespecialiseerd is in het opzetten en financieren van infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten. De bank werd in 1948 opgericht om de middelen uit het toenmalige Marshall Plan te beheren. KFW is voor 80% eigendom van de Duitse federale overheid en voor 20% in handen van de zestien Duitse deelstaten. Toen in 2009, ten gevolge van de wereldwijde financiële crisis, het Duitse bbp kromp met 4,7%, en Duitsland in de diepste economische en financiële crisis wierp sedert 1932, deed de federale regering beroep op KfW om een sterk contra-cyclisch investeringsbeleid op te starten. Die strategische keuze bleek een voltreffer. KfW verleende meer steun aan ondernemingen, gemeentes en gezinnen dan ooit tevoren, en bereikte recordniveaus qua financieringsvolume. Dat beleid zorgde er mee voor dat Duitsland de crisis veel beter doorstond dan de meeste andere EU-landen.KFW is ondertussen internationaal een van dé voorbeeldbanken met vele onderscheidingen. Ze haalt topscores bij de sustainability rating agencies, vormt een belangrijke aanvulling op de Duitse ontwikkelingssamenwerking, is qua gezinsvriendelijkheid en aantrekkelijkheid een begeerde werkgever. Het is naar voorbeeld van deze bank dat we de unieke rol van een staatsbank in handen willen nemen en Belfius willen laten ontwikkelen tot een echte NPB, die een duurzame investeringsbank en financiële partner wordt van burgers, bedrijven en lokale overheden, en een spil van een groen en contracyclisch investeringsbeleid. [1]https://www.febelfin.be/sites/default/files/InDepth/hleg_report_-_the_future_of_the_belgian_financial_sector.pdf[2] Tot op vandaag zijn er 8 NPB's , uit onder andere Duitsland, Frankrijk en Spanje, die reeds ingestemd hebben met de co-financiering van projecten en investeringsplatformen uit het Juncker-plan, en dit voor een bedrag van 34 miljard €.