.

De stock van gist stokt in de supermarkt. De Belg wil blijkbaar bakken in quarantaine. Maar met de rest van de voedselbevoorrading gaat het uitstekend. De voedingssector slaagt erin om iedereen van eten en drinken te voorzien. Aanvankelijk was er een stormloop met lege rekken tot gevolg. Dat sommige rekken vandaag nog leeg zijn is een kwestie van aanvullen. Aan voedsel is er geen gebrek.

En toch wordt er voedselschaarste gepreekt. Sommige academici en activisten pleiten voor voedselsoevereiniteit. In een open brief vragen ze de regering-Wilmès voor de oprichting van een interfederale task force die een veerkrachtig voedselbeleid voor ons land moet plannen en invoeren, volgens verschillende crisisscenario's en voor het geval de internationale handel de voedselvoorziening van de Belgen onvoldoende kan garanderen. Ze vragen eveneens dat de Nationale Veiligheidsraad rekening houdt met de mogelijkheid om zaad te verstrekken aan de burgers met het doel op korte termijn een eigen groentetuin op te zetten.

Er is wel degelijk nood aan een veerkrachtig voedselbeleid, de landbouwsector staat immers voor heel wat uitdagingen waaronder klimaatsverandering, de vergrijzing van de sector, een groeiende wereldbevolking en de bedreiging van de biodiversiteit. Een pleidooi voor voedselsoevereiniteit zal deze uitdagingen echter niet het hoofd bieden.

Waarom lokale landbouw en uw moestuin niet volstaan.

Voedselsoevereiniteit, of zelfvoorziening, is een illusie, zowel in Vlaanderen als elders in de wereld. Het is niet haalbaar, en bovendien niet wenselijk. Het Departement Landbouw van de Vlaamse overheid maakte eerder al de nodige berekeningen. Er is gewoon niet genoeg grond in Vlaanderen. Daarenboven zou zelfvoorziening leiden tot gebrek aan afwisseling. Het globale voedselsysteem zorgt immers het jaar rond voor de nodige variatie in ons dieet. Massaal overschakelen op een vegetarisch dieet om de vraag naar grond te beperken is vandaag evenmin realistisch. Bovendien is heel wat grond die nu voor veeteelt wordt gebruikt niet geschikt om gewassen op te verbouwen voor directe menselijke consumptie. Het hoeft geen betoog dat we het kappen van onze schaarse bossen niet in overweging nemen.

Het klinkt misschien vreemd maar ons voedselsysteem is efficiënt omdat we voedsel produceren op die plaatsen die er het meest geschikt voor zijn. De internationale handel brengt inderdaad voedselkilometers met zich mee. Die voedselkilometers wegen echter niet op tegen het voordeel van efficiënt bodemgebruik. Hoe minder efficiënt we met onze landbouwgronden omspringen, hoe meer bos gekapt moet worden om eenzelfde productie te realiseren. Dat is logisch, en die stelling geldt uiteraard ook op globaal niveau.

Bovenstaande redenering verklaart ook deels waarom België een aantal landbouwproducten op grote schaal exporteert. De Belgische landbouw is bijzonder productief, en daar mogen onze landbouwers best trots op zijn. Het probleem zijn de prijzen. De prijs van onze landbouwproducten weerspiegelt niet de reële kost, en al zeker niet de milieukosten. Het verklaart hoe we jaarlijks tonnen soja kunnen invoeren om tot veevoeder te verwerken. Zo houden we natuurlijk wel ons vlees betaalbaar en beperken we het lokale bodemgebruik voor veeteelt.

Seizoensarbeid vormt een ander voorbeeld van het internationaal kader waarin de landbouw vandaag functioneert. Kwaliteitsvolle producten dreigen verloren te gaan omdat er een gebrek aan werkkrachten is op het veld. De huidige maatregelen waarbij tijdelijk werklozen in de sector aan de slag kunnen, zullen hopelijk een effect hebben, maar het is geen oplossing voor de lange termijn. Ook hier ligt een deel van de oplossing in correcte verloning en eerlijke prijzen voor landbouwproducten.

Iedereen zou er op termijn wel bij varen mocht de prijs van voedsel de reële kost weerspiegelen. Laat ons daar werk van maken.

Dan rest de vraag welke lessen er wel te trekken zijn uit de huidige crisis. Er is uiteraard niets mis met de toegenomen aandacht voor de lokale boer of boerin. Er gaapt nog steeds een diepe kloof tussen boer en burger. Maar de vraag is of de interesse in landbouw zal overleven eens de crisis voorbij is en het jachtige leven het opnieuw overneemt? Een emotionele oproep tot meer lokale landbouw en voedselsoevereiniteit brengt geen zoden aan de dijk. Laat staan dat het voor gist in de winkelrekken zal zorgen.

Een duurzame oplossing voor de sector vereist een grondig voedseldebat. Iedereen zou er op termijn wel bij varen mocht de prijs van voedsel de reële kost weerspiegelen. Laat ons daar werk van maken. Een weldoordachte CO2-taks op landbouwproducten zou bijvoorbeeld het evenwicht kunnen herstellen. Het zou positief zijn mochten beleidsmakers - bij voorkeur op internationaal niveau, maar minstens op het Europese niveau - de huidige crisis aangrijpen als momentum voor een degelijk voedseldebat, in plaats van nationaal en lukraak te pleiten voor zelfvoorziening. De sector heeft nood aan een duidelijk kader op lange termijn met heel concrete maatregelen in de juiste richting op korte termijn. Maatregelen moeten duurzaam zijn en toekomstgericht, zonder de sociale en economische realiteit uit het oog te verliezen.

Tessa Avermaete is bio-ingenieur en onderzoeker aan de Sustainable Food Economies Research Group van de KU Leuven.

Gerard Govers is professor geografie aan de KU Leuven.

Olivier Honnay is landbouwkundig ingenieur en professor conservatiebiologie aan de KU Leuven.

Wannes Keulemans is coördinator van de metaforum-werkgroep voedselzekerheid en professor emeritus plantenbiotechniek van de KU Leuven.

.De stock van gist stokt in de supermarkt. De Belg wil blijkbaar bakken in quarantaine. Maar met de rest van de voedselbevoorrading gaat het uitstekend. De voedingssector slaagt erin om iedereen van eten en drinken te voorzien. Aanvankelijk was er een stormloop met lege rekken tot gevolg. Dat sommige rekken vandaag nog leeg zijn is een kwestie van aanvullen. Aan voedsel is er geen gebrek.En toch wordt er voedselschaarste gepreekt. Sommige academici en activisten pleiten voor voedselsoevereiniteit. In een open brief vragen ze de regering-Wilmès voor de oprichting van een interfederale task force die een veerkrachtig voedselbeleid voor ons land moet plannen en invoeren, volgens verschillende crisisscenario's en voor het geval de internationale handel de voedselvoorziening van de Belgen onvoldoende kan garanderen. Ze vragen eveneens dat de Nationale Veiligheidsraad rekening houdt met de mogelijkheid om zaad te verstrekken aan de burgers met het doel op korte termijn een eigen groentetuin op te zetten. Er is wel degelijk nood aan een veerkrachtig voedselbeleid, de landbouwsector staat immers voor heel wat uitdagingen waaronder klimaatsverandering, de vergrijzing van de sector, een groeiende wereldbevolking en de bedreiging van de biodiversiteit. Een pleidooi voor voedselsoevereiniteit zal deze uitdagingen echter niet het hoofd bieden.Voedselsoevereiniteit, of zelfvoorziening, is een illusie, zowel in Vlaanderen als elders in de wereld. Het is niet haalbaar, en bovendien niet wenselijk. Het Departement Landbouw van de Vlaamse overheid maakte eerder al de nodige berekeningen. Er is gewoon niet genoeg grond in Vlaanderen. Daarenboven zou zelfvoorziening leiden tot gebrek aan afwisseling. Het globale voedselsysteem zorgt immers het jaar rond voor de nodige variatie in ons dieet. Massaal overschakelen op een vegetarisch dieet om de vraag naar grond te beperken is vandaag evenmin realistisch. Bovendien is heel wat grond die nu voor veeteelt wordt gebruikt niet geschikt om gewassen op te verbouwen voor directe menselijke consumptie. Het hoeft geen betoog dat we het kappen van onze schaarse bossen niet in overweging nemen. Het klinkt misschien vreemd maar ons voedselsysteem is efficiënt omdat we voedsel produceren op die plaatsen die er het meest geschikt voor zijn. De internationale handel brengt inderdaad voedselkilometers met zich mee. Die voedselkilometers wegen echter niet op tegen het voordeel van efficiënt bodemgebruik. Hoe minder efficiënt we met onze landbouwgronden omspringen, hoe meer bos gekapt moet worden om eenzelfde productie te realiseren. Dat is logisch, en die stelling geldt uiteraard ook op globaal niveau. Bovenstaande redenering verklaart ook deels waarom België een aantal landbouwproducten op grote schaal exporteert. De Belgische landbouw is bijzonder productief, en daar mogen onze landbouwers best trots op zijn. Het probleem zijn de prijzen. De prijs van onze landbouwproducten weerspiegelt niet de reële kost, en al zeker niet de milieukosten. Het verklaart hoe we jaarlijks tonnen soja kunnen invoeren om tot veevoeder te verwerken. Zo houden we natuurlijk wel ons vlees betaalbaar en beperken we het lokale bodemgebruik voor veeteelt. Seizoensarbeid vormt een ander voorbeeld van het internationaal kader waarin de landbouw vandaag functioneert. Kwaliteitsvolle producten dreigen verloren te gaan omdat er een gebrek aan werkkrachten is op het veld. De huidige maatregelen waarbij tijdelijk werklozen in de sector aan de slag kunnen, zullen hopelijk een effect hebben, maar het is geen oplossing voor de lange termijn. Ook hier ligt een deel van de oplossing in correcte verloning en eerlijke prijzen voor landbouwproducten. Dan rest de vraag welke lessen er wel te trekken zijn uit de huidige crisis. Er is uiteraard niets mis met de toegenomen aandacht voor de lokale boer of boerin. Er gaapt nog steeds een diepe kloof tussen boer en burger. Maar de vraag is of de interesse in landbouw zal overleven eens de crisis voorbij is en het jachtige leven het opnieuw overneemt? Een emotionele oproep tot meer lokale landbouw en voedselsoevereiniteit brengt geen zoden aan de dijk. Laat staan dat het voor gist in de winkelrekken zal zorgen. Een duurzame oplossing voor de sector vereist een grondig voedseldebat. Iedereen zou er op termijn wel bij varen mocht de prijs van voedsel de reële kost weerspiegelen. Laat ons daar werk van maken. Een weldoordachte CO2-taks op landbouwproducten zou bijvoorbeeld het evenwicht kunnen herstellen. Het zou positief zijn mochten beleidsmakers - bij voorkeur op internationaal niveau, maar minstens op het Europese niveau - de huidige crisis aangrijpen als momentum voor een degelijk voedseldebat, in plaats van nationaal en lukraak te pleiten voor zelfvoorziening. De sector heeft nood aan een duidelijk kader op lange termijn met heel concrete maatregelen in de juiste richting op korte termijn. Maatregelen moeten duurzaam zijn en toekomstgericht, zonder de sociale en economische realiteit uit het oog te verliezen. Tessa Avermaete is bio-ingenieur en onderzoeker aan de Sustainable Food Economies Research Group van de KU Leuven.Gerard Govers is professor geografie aan de KU Leuven.Olivier Honnay is landbouwkundig ingenieur en professor conservatiebiologie aan de KU Leuven.Wannes Keulemans is coördinator van de metaforum-werkgroep voedselzekerheid en professor emeritus plantenbiotechniek van de KU Leuven.