'Een wetenschapper weet niet altijd het antwoord', zei Rik Torfs onlangs. Of om het met de woorden van de legendarische natuurkundige Richard Feynman te zeggen, 'We need to teach how doubt is not to be feared but welcomed and discussed. It's OK to say, "I don't know."'Men kan zich dan ook afvragen waarom we vandaag de dag, op een moment dat wetenschappers meer dan ooit in de media verschijnen en ons dagelijkse leven bepalen, zo weinig twijfel horen. Meer nog, we horen vrijwel enkel zekerheden, ook al lijken die zekerheden vrij snel te veranderen in de tijd.

De natuurkunde heeft altijd gelijk, zo vertel ik elk jaar aan mijn studenten. Zo stelt de natuurkunde bijvoorbeeld dat een verandering steeds met een kracht gepaard gaat. Maar als de deeltjes van een gas zich spontaan verspreiden, omdat deze zich kriskras bewegen en er dus meer deeltjes van veel naar weinig dan van weinig naar veel bewegen, werkt er echt geen 'echte' kracht op deze deeltjes. Geen nood volgens de natuurkunde, die een symbolische 'diffusiekracht' invoert die een zogezegde kracht uitoefent op individuele deeltjes, gericht van 'dichtbezette' gebieden naar 'dunbezette' gebieden.

Waarom horen we vandaag zo weinig twijfel?

Met andere woorden, de natuurkunde maakt haar eigen gelijk. Dat hoeft op zich niet echt een probleem te zijn, en biedt ontegensprekelijk het voordeel dat verschillende verschijnselen op een eenvormige manier worden beschreven. Maar het betekent wel dat men alles bekijkt en verklaart vanuit een onderliggend paradigma, een bias waarvan men zich niet altijd volledig bewust is. En het in vraag stellen en herbekijken van een dergelijk paradigma is een zeer moeizaam proces, dat met enorme weerstand van de gezaghebbende wetenschappers gepaard gaat, stelde Thomas Kuhn reeds in 1962.

Zelden hebben we zo vaak en met zo veel nadruk de woorden gehoord 'luister naar de wetenschappers' en 'luister naar de data' als de laatste maanden. Maar ook deze bewierookte wetenschappers van vandaag, de virologen, kijken naar de sars-CoV-2 data vanuit een impliciet onderliggend paradigma. Tot dit paradigma behoren bijvoorbeeld het positief effect van lockdowns en mondmaskers. En als het aantal infecties groot blijkt te zijn, ondanks de strikte lockdowns en verplichte mondmaskers, wordt er eenvoudig gesteld dat dit anders nog veel groter zou geweest zijn. Met andere woorden, het paradigma lijkt eerder gebruikt te worden om de data te duiden, dan dat de data aangewend wordt om het paradigma te verifiëren. Wat impliciet ook deel uitmaakt van dit heersend paradigma, is het negeren van diverse nadelige effecten van de lockdowns op de volksgezondheid. Nochtans, als de volksgezondheid primeert zoals men zegt, zou je verwachten dat men alle mogelijke negatieve effecten van de lockdowns op de volksgezondheid beschouwt. Denk bijvoorbeeld aan de effecten van massaal jobverlies, bijna explosief stijgende echtscheidingen, talloze additionele faillissementen, langdurige eenzaamheid met bijhorende depressies, en het ontzeggen van toegang tot scholen aan kansarme kinderen. Dit alles samen lijkt toch vrijwel zeker een belangrijk negatief effect op de volksgezondheid te gaan hebben, een effect waarvan we vandaag niet zeker zijn dat het kleiner zal zijn dan dat van de pandemie zelf.

Zoals Thomas Kuhn reeds stelde in "The Structure of Scientific Revolutions", kunnen we in het algemeen niet verwachten van de gezaghebbende wetenschappers, de experten zouden we vandaag zeggen, dat ze hun eigen paradigma's in vraag stellen. Daarom is het zo belangrijk om twijfel toe te laten in het maatschappelijk debat, en meer aandacht te hebben voor alternatieve stemmen. Maar we horen vandaag juist zeer weinig alternatieve meningen, meer nog, ze worden vaak geweerd of in een negatief daglicht gesteld met het argument dat ze niet van experten afkomstig zijn.

Als anekdotisch voorbeeld van een dergelijk iemand die de experten in vraag stelt, kunnen we bijvoorbeeld Elon Musk vermelden. Hij wordt vaak verguisd omdat hij aan het debat deelneemt zonder expert te zijn. Maar als je iets van de man moet zeggen, is het dat hij herhaaldelijk bewezen heeft paradigma's van de gangbare experten in vraag te stellen en zelfs compleet van de kaart te vegen. Zo stelden de experten van de automobielsector dat het onmogelijk was om elektrische auto's te maken met voldoende actieradius, en dat ze zeker niet grootschalig geproduceerd konden worden. Experten in de ruimtevaart stelden dan weer dat het onmogelijk was om raketten verticaal te laten landen, laat staan op een in de oceaan drijvend ponton. En voor beide sectoren stelden de experten in de bedrijfskunde dat het absolute waanzin was om aan verticale integratie te doen en je bedrijf niet te laten leiden door mensen met MBA-diploma's.

De grote moeilijkheid of drempel om een heersend paradigma in vraag te stellen, is dat je moet aantonen dat een alternatief paradigma niet zo dramatisch verkeerd of zelfs apocalyptisch is als het dominante paradigma laat uitschijnen. Maar die kans krijg je vrijwel nooit in een wereld die door het gangbare paradigma wordt gedomineerd. Gelukkig is er een land, Zweden genaamd, dat momenteel het paradigma van een aanpak zonder lockdowns en mondmaskers de test van de realiteit laat doorstaan. En die realiteit lijkt in Zweden helemaal niet zo apocalyptisch te zijn als ons door het gangbare paradigma wordt voorgehouden.

Het is helemaal niet de bedoeling om in deze bijdrage een vergelijking in effectiviteit te maken tussen de verschillende aanpakken. Dat zou buiten mijn expertise vallen. Bovendien kan de lezer rustig zelf naar de cijfers en grafieken kijken die voor de verschillende landen aanwezig zijn op het Internet.

Wel wil ik pleiten voor het aan bod laten komen van twijfel en alternatieve paradigma's in het maatschappelijk debat. En om in het kader van dit debat bijvoorbeeld stil te staan bij een interessante zin die onlangs in de krant verscheen. 'In Zweden kijken ze naar kwalijke gevolgen van de verspreiding, zoals de overbelasting van de gezondheidszorg en de oversterfte. Hier is het doel om het virus in alle leeftijds- en bevolkingsgroepen in te dijken en te smoren.'

Sinds wanneer gaat het niet meer over de kwalijke gevolgen van de pandemie, vroeg ik me ineens af. En gaan we dan ook onze economie en maatschappij compleet plat leggen en ruineren om de griep en verkoudheid in te dijken en te smoren? Gelukkig, denk ik dan, dat onze voorouders dat alvast nooit gedaan hebben.

Laten wij dan ook het huidige debat open en ernstig voeren, al was het maar voor diegenen waarvan wij de voorouders zullen zijn, voor onze kleinkinderen.

Herwig Mannaert is burgerlijk ingenieur en doctor in de toegepaste wetenschappen, en gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Van 2011 tot 2018 vice-decaan van de faculteit bedrijfskunde en economie van de UA. Sinds 2011 is hij opleidingsverantwoordelijke van de opleiding handelsingenieur. Daarnaast is hij mede-oprichter van twee bedrijven, NSX BV (een spin-off bedrijf van de UA dat tools maakt om duurzame software te maken en te onderhouden) en Cast4All NV (een bedrijf dat software monitoring oplossingen maakt voor duurzame energie).

'Een wetenschapper weet niet altijd het antwoord', zei Rik Torfs onlangs. Of om het met de woorden van de legendarische natuurkundige Richard Feynman te zeggen, 'We need to teach how doubt is not to be feared but welcomed and discussed. It's OK to say, "I don't know."'Men kan zich dan ook afvragen waarom we vandaag de dag, op een moment dat wetenschappers meer dan ooit in de media verschijnen en ons dagelijkse leven bepalen, zo weinig twijfel horen. Meer nog, we horen vrijwel enkel zekerheden, ook al lijken die zekerheden vrij snel te veranderen in de tijd.De natuurkunde heeft altijd gelijk, zo vertel ik elk jaar aan mijn studenten. Zo stelt de natuurkunde bijvoorbeeld dat een verandering steeds met een kracht gepaard gaat. Maar als de deeltjes van een gas zich spontaan verspreiden, omdat deze zich kriskras bewegen en er dus meer deeltjes van veel naar weinig dan van weinig naar veel bewegen, werkt er echt geen 'echte' kracht op deze deeltjes. Geen nood volgens de natuurkunde, die een symbolische 'diffusiekracht' invoert die een zogezegde kracht uitoefent op individuele deeltjes, gericht van 'dichtbezette' gebieden naar 'dunbezette' gebieden. Met andere woorden, de natuurkunde maakt haar eigen gelijk. Dat hoeft op zich niet echt een probleem te zijn, en biedt ontegensprekelijk het voordeel dat verschillende verschijnselen op een eenvormige manier worden beschreven. Maar het betekent wel dat men alles bekijkt en verklaart vanuit een onderliggend paradigma, een bias waarvan men zich niet altijd volledig bewust is. En het in vraag stellen en herbekijken van een dergelijk paradigma is een zeer moeizaam proces, dat met enorme weerstand van de gezaghebbende wetenschappers gepaard gaat, stelde Thomas Kuhn reeds in 1962.Zelden hebben we zo vaak en met zo veel nadruk de woorden gehoord 'luister naar de wetenschappers' en 'luister naar de data' als de laatste maanden. Maar ook deze bewierookte wetenschappers van vandaag, de virologen, kijken naar de sars-CoV-2 data vanuit een impliciet onderliggend paradigma. Tot dit paradigma behoren bijvoorbeeld het positief effect van lockdowns en mondmaskers. En als het aantal infecties groot blijkt te zijn, ondanks de strikte lockdowns en verplichte mondmaskers, wordt er eenvoudig gesteld dat dit anders nog veel groter zou geweest zijn. Met andere woorden, het paradigma lijkt eerder gebruikt te worden om de data te duiden, dan dat de data aangewend wordt om het paradigma te verifiëren. Wat impliciet ook deel uitmaakt van dit heersend paradigma, is het negeren van diverse nadelige effecten van de lockdowns op de volksgezondheid. Nochtans, als de volksgezondheid primeert zoals men zegt, zou je verwachten dat men alle mogelijke negatieve effecten van de lockdowns op de volksgezondheid beschouwt. Denk bijvoorbeeld aan de effecten van massaal jobverlies, bijna explosief stijgende echtscheidingen, talloze additionele faillissementen, langdurige eenzaamheid met bijhorende depressies, en het ontzeggen van toegang tot scholen aan kansarme kinderen. Dit alles samen lijkt toch vrijwel zeker een belangrijk negatief effect op de volksgezondheid te gaan hebben, een effect waarvan we vandaag niet zeker zijn dat het kleiner zal zijn dan dat van de pandemie zelf.Zoals Thomas Kuhn reeds stelde in "The Structure of Scientific Revolutions", kunnen we in het algemeen niet verwachten van de gezaghebbende wetenschappers, de experten zouden we vandaag zeggen, dat ze hun eigen paradigma's in vraag stellen. Daarom is het zo belangrijk om twijfel toe te laten in het maatschappelijk debat, en meer aandacht te hebben voor alternatieve stemmen. Maar we horen vandaag juist zeer weinig alternatieve meningen, meer nog, ze worden vaak geweerd of in een negatief daglicht gesteld met het argument dat ze niet van experten afkomstig zijn. Als anekdotisch voorbeeld van een dergelijk iemand die de experten in vraag stelt, kunnen we bijvoorbeeld Elon Musk vermelden. Hij wordt vaak verguisd omdat hij aan het debat deelneemt zonder expert te zijn. Maar als je iets van de man moet zeggen, is het dat hij herhaaldelijk bewezen heeft paradigma's van de gangbare experten in vraag te stellen en zelfs compleet van de kaart te vegen. Zo stelden de experten van de automobielsector dat het onmogelijk was om elektrische auto's te maken met voldoende actieradius, en dat ze zeker niet grootschalig geproduceerd konden worden. Experten in de ruimtevaart stelden dan weer dat het onmogelijk was om raketten verticaal te laten landen, laat staan op een in de oceaan drijvend ponton. En voor beide sectoren stelden de experten in de bedrijfskunde dat het absolute waanzin was om aan verticale integratie te doen en je bedrijf niet te laten leiden door mensen met MBA-diploma's.De grote moeilijkheid of drempel om een heersend paradigma in vraag te stellen, is dat je moet aantonen dat een alternatief paradigma niet zo dramatisch verkeerd of zelfs apocalyptisch is als het dominante paradigma laat uitschijnen. Maar die kans krijg je vrijwel nooit in een wereld die door het gangbare paradigma wordt gedomineerd. Gelukkig is er een land, Zweden genaamd, dat momenteel het paradigma van een aanpak zonder lockdowns en mondmaskers de test van de realiteit laat doorstaan. En die realiteit lijkt in Zweden helemaal niet zo apocalyptisch te zijn als ons door het gangbare paradigma wordt voorgehouden. Het is helemaal niet de bedoeling om in deze bijdrage een vergelijking in effectiviteit te maken tussen de verschillende aanpakken. Dat zou buiten mijn expertise vallen. Bovendien kan de lezer rustig zelf naar de cijfers en grafieken kijken die voor de verschillende landen aanwezig zijn op het Internet. Wel wil ik pleiten voor het aan bod laten komen van twijfel en alternatieve paradigma's in het maatschappelijk debat. En om in het kader van dit debat bijvoorbeeld stil te staan bij een interessante zin die onlangs in de krant verscheen. 'In Zweden kijken ze naar kwalijke gevolgen van de verspreiding, zoals de overbelasting van de gezondheidszorg en de oversterfte. Hier is het doel om het virus in alle leeftijds- en bevolkingsgroepen in te dijken en te smoren.' Sinds wanneer gaat het niet meer over de kwalijke gevolgen van de pandemie, vroeg ik me ineens af. En gaan we dan ook onze economie en maatschappij compleet plat leggen en ruineren om de griep en verkoudheid in te dijken en te smoren? Gelukkig, denk ik dan, dat onze voorouders dat alvast nooit gedaan hebben. Laten wij dan ook het huidige debat open en ernstig voeren, al was het maar voor diegenen waarvan wij de voorouders zullen zijn, voor onze kleinkinderen.Herwig Mannaert is burgerlijk ingenieur en doctor in de toegepaste wetenschappen, en gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Van 2011 tot 2018 vice-decaan van de faculteit bedrijfskunde en economie van de UA. Sinds 2011 is hij opleidingsverantwoordelijke van de opleiding handelsingenieur. Daarnaast is hij mede-oprichter van twee bedrijven, NSX BV (een spin-off bedrijf van de UA dat tools maakt om duurzame software te maken en te onderhouden) en Cast4All NV (een bedrijf dat software monitoring oplossingen maakt voor duurzame energie).