Op 2 februari van dit jaar ondertekenden de sociale partners het Interprofessioneel Akkoord. Naast de klassieke thema's zoals de loonnorm, eindeloopbaan en de welvaartsenveloppe, was er dit keer ook een luik met maatschappelijke uitdagingen, waar mobiliteit een onderdeel van uitmaakte. De sociale partners kwamen op 8 april tot een unaniem advies rond een mobiliteitsbudget. In dit voorstel zou het geld dat vrijkomt bij de inlevering van een bedrijfswagen of de inwisseling met een kleiner model, besteed worden aan duurzame transportmodi zoals openbaar vervoer, fietsen, ... Het is dan ook onbegrijpelijk dat, in een land dat aan het begin van dit schooljaar opnieuw kreunt onder de files en de CO2-uitstoot, de regering dit advies negeert en volhardt in een loutere omzetting van bedrijfswagens in een jaarlijks uit te betalen bedrag. Een nieuwe vorm van extralegale verloning zonder garanties voor het milieu en de mobiliteit, en bovendien dreigt een nieuwe klap voor de financiering van onze sociale zekerheid. Dit moet en kan beter. Bij de aanvang van dit schooljaar zet de ACLVB dan ook enkele concrete voorstellen opnieuw op de agenda.

Sturende budgetten

Kunnen financiële prikkels bijdragen tot een duurzame mobiliteit? De ACLVB gelooft van wel. De aandacht moet volgens ons vooral gaan naar het verduurzamen van het woon-werkverkeer, met een besliste inzet op het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets. Een mobiliteitsbudget hoort fiscaal rechtvaardig te zijn, brengt de financiering van de sociale zekerheid niet in het gedrang en laat de keuzevrijheid aan de werknemer.

Verder is de ACLVB van oordeel dat een veralgemeende derdebetalersregeling van het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor werknemers (80% betaald door de werkgever en 20% ten laste van de overheid) dient overwogen te worden. Ook de cao nr. 19 octies, die de terugbetaling van het woon-werkverkeer regelt, moet dringend verbeterd en geactualiseerd worden. De persoonlijke bijdrage van de werknemers in de kostprijs van het gemeenschappelijk openbaar vervoer is nu al opgelopen tot gemiddeld 32,6%.

Volle gas voor het sociaal overleg

Mobiliteit duurzaam stroomlijnen kan niet zonder overleg. Werknemers hebben recht op meer en betere inspraak in het mobiliteitsbeleid van hun bedrijf.

De driejaarlijkse federale diagnostiek - hét moment voor werknemers om de problematiek van mobiliteit op de agenda te zetten en iets concreets te doen voor het verbeteren van woon-werkverkeer - hoort volgens volgens ons uit te monden in actieplannen voor bedrijven, in plaats van louter de diagnose stellen. De actieplannen moeten mogelijk zijn op het niveau van hele industriezones, steden, wijken, enz. De Liberale Vakbond steekt de hand uit naar bedrijven om de mobiliteitsproblemen overkoepelend aan te pakken.

Ook de FOD Mobiliteit, de gewestelijke en lokale actoren, en de openbaarvervoermaatschappijen moeten koers zetten richting overleg. De ACLVB dringt erop aan dat ze meer rekening houden met de mobiliteitsproblemen die de ondernemingen aanstippen.

Schakelen naar een innovatieve arbeidsorganisatie en betere infrastructuur

Samenlevingsvormen veranderen, arbeid verandert. Logisch dat ook ons mobiliteitsgedrag zich aanpast. Aan werkgevers vragen wij: kom creatief tegemoet aan die trend. Maak nog meer werk van glijdende uurroosters, telearbeid, satellietkantoren, ...

Overheden, zet mee in op innovatie via een versterking van het aanbod van collectief openbaar vervoer en de infrastructuur. Een weldoordacht meerjareninvesteringsplan zal bijdragen tot een kwaliteitsvol trein-, tram- en busaanbod. Het optimaliseren van de vervoersinfrastructuur veronderstelt investeringen in het onderhoud van niet alleen de spoorwegen, maar ook van de autowegen, de waterwegen, de fiets- en voetinfrastructuur, overstapparkings, en het onder handen nemen van de missing links.

Eindbestemming duurzaamheid

Ja, wagens worden milieu-efficiënter. En neen, meer zuinige wagens zullen helaas niet opwegen tegen de totale toename van het aantal wagens. Tegen 2030 wordt een stijging van de broeikasgasemissies van +-20% voorspeld, voornamelijk te wijten aan de expansie van het goederenvervoer. De ACLVB dringt daarom aan op een coherent en nationaal klimaatplan om zo in het wiel te blijven van de doelstellingen in het Klimaatakkoord van Parijs.

Inkomsten uit milieuheffingen moeten in de eerste plaats worden aangewend om schadelijk gedrag tegen te gaan en te voorzien in alternatieven voor vervuilende stoffen. Om de koopkracht van de laagste inkomens niet aan te tasten dienen de heffingen progressief te zijn én moet nagegaan of ze niet net een kwetsbare groep treffen. Ecofiscaliteit met een sociale rechtvaardigheidstoets dus.

Mario Coppens is nationaal voorzitter van de ACLVB.

Op 2 februari van dit jaar ondertekenden de sociale partners het Interprofessioneel Akkoord. Naast de klassieke thema's zoals de loonnorm, eindeloopbaan en de welvaartsenveloppe, was er dit keer ook een luik met maatschappelijke uitdagingen, waar mobiliteit een onderdeel van uitmaakte. De sociale partners kwamen op 8 april tot een unaniem advies rond een mobiliteitsbudget. In dit voorstel zou het geld dat vrijkomt bij de inlevering van een bedrijfswagen of de inwisseling met een kleiner model, besteed worden aan duurzame transportmodi zoals openbaar vervoer, fietsen, ... Het is dan ook onbegrijpelijk dat, in een land dat aan het begin van dit schooljaar opnieuw kreunt onder de files en de CO2-uitstoot, de regering dit advies negeert en volhardt in een loutere omzetting van bedrijfswagens in een jaarlijks uit te betalen bedrag. Een nieuwe vorm van extralegale verloning zonder garanties voor het milieu en de mobiliteit, en bovendien dreigt een nieuwe klap voor de financiering van onze sociale zekerheid. Dit moet en kan beter. Bij de aanvang van dit schooljaar zet de ACLVB dan ook enkele concrete voorstellen opnieuw op de agenda.Kunnen financiële prikkels bijdragen tot een duurzame mobiliteit? De ACLVB gelooft van wel. De aandacht moet volgens ons vooral gaan naar het verduurzamen van het woon-werkverkeer, met een besliste inzet op het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets. Een mobiliteitsbudget hoort fiscaal rechtvaardig te zijn, brengt de financiering van de sociale zekerheid niet in het gedrang en laat de keuzevrijheid aan de werknemer.Verder is de ACLVB van oordeel dat een veralgemeende derdebetalersregeling van het gemeenschappelijk openbaar vervoer voor werknemers (80% betaald door de werkgever en 20% ten laste van de overheid) dient overwogen te worden. Ook de cao nr. 19 octies, die de terugbetaling van het woon-werkverkeer regelt, moet dringend verbeterd en geactualiseerd worden. De persoonlijke bijdrage van de werknemers in de kostprijs van het gemeenschappelijk openbaar vervoer is nu al opgelopen tot gemiddeld 32,6%. Mobiliteit duurzaam stroomlijnen kan niet zonder overleg. Werknemers hebben recht op meer en betere inspraak in het mobiliteitsbeleid van hun bedrijf.De driejaarlijkse federale diagnostiek - hét moment voor werknemers om de problematiek van mobiliteit op de agenda te zetten en iets concreets te doen voor het verbeteren van woon-werkverkeer - hoort volgens volgens ons uit te monden in actieplannen voor bedrijven, in plaats van louter de diagnose stellen. De actieplannen moeten mogelijk zijn op het niveau van hele industriezones, steden, wijken, enz. De Liberale Vakbond steekt de hand uit naar bedrijven om de mobiliteitsproblemen overkoepelend aan te pakken.Ook de FOD Mobiliteit, de gewestelijke en lokale actoren, en de openbaarvervoermaatschappijen moeten koers zetten richting overleg. De ACLVB dringt erop aan dat ze meer rekening houden met de mobiliteitsproblemen die de ondernemingen aanstippen.Samenlevingsvormen veranderen, arbeid verandert. Logisch dat ook ons mobiliteitsgedrag zich aanpast. Aan werkgevers vragen wij: kom creatief tegemoet aan die trend. Maak nog meer werk van glijdende uurroosters, telearbeid, satellietkantoren, ... Overheden, zet mee in op innovatie via een versterking van het aanbod van collectief openbaar vervoer en de infrastructuur. Een weldoordacht meerjareninvesteringsplan zal bijdragen tot een kwaliteitsvol trein-, tram- en busaanbod. Het optimaliseren van de vervoersinfrastructuur veronderstelt investeringen in het onderhoud van niet alleen de spoorwegen, maar ook van de autowegen, de waterwegen, de fiets- en voetinfrastructuur, overstapparkings, en het onder handen nemen van de missing links.Ja, wagens worden milieu-efficiënter. En neen, meer zuinige wagens zullen helaas niet opwegen tegen de totale toename van het aantal wagens. Tegen 2030 wordt een stijging van de broeikasgasemissies van +-20% voorspeld, voornamelijk te wijten aan de expansie van het goederenvervoer. De ACLVB dringt daarom aan op een coherent en nationaal klimaatplan om zo in het wiel te blijven van de doelstellingen in het Klimaatakkoord van Parijs. Inkomsten uit milieuheffingen moeten in de eerste plaats worden aangewend om schadelijk gedrag tegen te gaan en te voorzien in alternatieven voor vervuilende stoffen. Om de koopkracht van de laagste inkomens niet aan te tasten dienen de heffingen progressief te zijn én moet nagegaan of ze niet net een kwetsbare groep treffen. Ecofiscaliteit met een sociale rechtvaardigheidstoets dus. Mario Coppens is nationaal voorzitter van de ACLVB.